De SuccesFormule: Het budgetplafond in F1 uitgelegd
Vijf jaar geleden werd in de Formule 1 het budgetplafond geïntroduceerd. In navolging van Amerikaanse sporten als basketbal en american football werden de teams verplicht om hun kosten onder een bepaald maximum te houden.
Foto: Peter Fox
Het idee was dat het uitbannen van de voorheen excessieve verschillen tussen de budgetten van de kleine en grote teams zou leiden tot een gelijkwaardiger sportief speelveld. Die wens is (nog) niet uitgekomen, maar een neveneffect van het budgetplafond is dat de teams tegenwoordig meer inkomsten genereren dan ze uitgeven en dat heeft de waarde van de renstallen flink doen oplopen.
2021: Introductie
Het oorspronkelijke plan - wat nog voor de coronapandemie was goedgekeurd - ging uit van een bestedingslimiet van 175 miljoen dollar per jaar. Toen COVID-19 het seizoen 2020 volledig overhoop gooide en enkele teams in grote financiële problemen kwamen, werd het bedrag verlaagd naar 145 miljoen dollar.
Dat budget was gebaseerd op 21 Grands Prix en dekte alle operationele kosten, minus bijkomende kosten als reizen, marketing, verlofregelingen van personeel, de salarissen van de coureurs en de drie best betaalde medewerkers.
Williams was een van de noodlijdende teams die in 2021 baat hadden bij de introductie van het budgetplafond.
Foto door: Mark Sutton / Motorsport Images
Voor sommige teams zoals Williams en Haas kwam dit bedrag aardig in de buurt van de iets lagere budgetten waarmee ze in de jaren ervoor hadden gewerkt, maar voor stallen als Mercedes, Red Bull en Ferrari betekende het plafond een flinke financiële ingreep. Niet voor niets besloot Ferrari bijvoorbeeld een deel van het F1-personeel over te hevelen naar het nieuw opgetuigde (en inmiddels succesvolle) Hypercar-project.
2022: Verdere verlaging
Eenmaal gewend aan het plafond werd het te besteden bedrag in 2022 verlaagd: van 145 miljoen dollar naar 140 miljoen dollar. De FIA was aanvankelijk van plan het plafond zelfs te laten zakken naar 135 miljoen dollar, maar besloot daar vanaf te zien vanwege de stijgende energiekosten (door de oorlog in Oekraïne) en de wereldwijde inflatie.
Haas had in 2022 last van de Russische inval in Oekraïne. Het ontsloeg Nikita Mazepin en verbrak de banden met titelsponsor Uralkali.
Foto door: Carl Bingham / Motorsport Images
Het budget kwam voor 2022 uit op 140 miljoen dollar met de aantekening dat voor elke extra race boven de 21 er nog eens 1,2 miljoen dollar extra mocht worden uitgegeven. Het seizoen 2022 bestond uiteindelijk uit 22 races, dus de financiële afdelingen van de teams mochten eenmalig 1,2 miljoen extra budget toevoegen.
2023: Stabilisatie
In 2023 werd het budget opnieuw vastgesteld op 135 miljoen dollar, maar opnieuw werd dat bedrag niet gehaald. Door de toevoeging van drie extra sprintraces en opnieuw 22 GP's kregen de teams ook dit jaar extra financiële ruimte. Het definitieve budget zou dit jaar uiteindelijk neerkomen op zo'n 153 miljoen dollar.
2024 en 2025: Verhoging
Vanaf 2024 werd het principe van het jaarlijks verlagen van het budget losgelaten. De Formule 1 schreef zwarte cijfers en met een langere kalender van nu 24 races werd besloten om het plafond op te hogen naar 165 miljoen dollar. Voor het seizoen 2025 werden geen grote aanpassingen gedaan: het plafond blijft grotendeels gelijk aan dat van 2024.
2026: Nieuw tijdperk
Dit jaar kent echter een flinke aardverschuiving. In het nieuwe financiële reglement dat al eind 2024 werd afgesproken is rekening gehouden met de grote reglementswijzigingen en de bijkomende kosten dit jaar. De teams mogen dit jaar maar liefst 215 miljoen dollar uitgeven, een stijging van ruim 30 procent vergeleken met voorgaande jaren. Het budget is ook wat anders ingericht: dat budget beslaat nu 24 GP's en voor het eerst zijn de extra kosten voor sprintraces ook in het budget opgenomen.
2026 kent een flinke verhoging van het budgetplafond, uiteraard ingegeven door de nieuwe reglementen.
Foto door: Marcel van Dorst / EYE4images / NurPhoto via Getty Images
Daarnaast is er voor het eerst ook rekening gehouden met de loondruk die elk team voelt, met name op verzoek van Audi. Een flink deel van het personeel van dat team werkt in Zwitserland, een land dat veel hogere loonkosten heeft dan bijvoorbeeld Engeland of Frankrijk.
Wat valt er onder het budgetplafond?
Onder het budgetplafond vallen de 'operationele kosten', oftewel de kosten die worden gemaakt om twee auto's rijdend op de baan te krijgen. De lijst is te lang om op te noemen, maar globaal komt het neer op het volgende:
- Alle onderdelen op de auto (van stuurwiel tot wielmoeren)
- Alle elementen die nodig zijn om de auto te laten rijden
- Het grootste deel van het teampersoneel
- Apparatuur in de pitbox
- Reserveonderdelen
- Transportkosten
De volgende zaken vallen niet onder het budgetplafond:
- Salarissen van de coureurs
- Salarissen van de drie hoogste leidinggevenden (teambaas, technisch directeur, CEO)
- Marketing en promotie
- Reiskosten personeel
- Juridische en administratieve kosten
- Kosten onroerend goed (huur panden)
- Racelicenties en inschrijfkosten voor de FIA en eventuele boetes
- Bonussen voor personeel, ouderschaps- en ziekteverlof
- Niet F1-gerelateerde activiteiten (zoals deelname aan andere raceklassen)
Wat er ook niet onder valt zijn de infrastructurele kosten, oftewel de faciliteiten die de teams voorhanden hebben. Bij teams als Williams in Grove en Racing Bulls in Faenza waren die flink verouderd en dus heeft de FIA elk team een jaarlijks budget toegekend om het lekkende dak te repareren.
De fabriek van Racing Bulls in Faenza kon wel een lik verf gebruiken.
Foto door: Racing Bulls
Voor de topteams Red Bull, Mercedes en Ferrari is dat bedrag 51 miljoen dollar. Voor middenveldteams Aston Martin, Alpine en McLaren 58 miljoen en voor Haas, Williams, Sauber en AlphaTauri 65 miljoen dollar.
Budgetplafond voor motorfabrikanten
De ontwikkeling en productie van de krachtbronnen valt logischerwijs niet onder het bovengenoemde budgetplafond. De vijf producenten (Mercedes, Ferrari, Red Bull Ford, Audi en Honda) van motoren hebben hun eigen budgetplafond. Van 2022 tot en met vorig jaar lag dat bedrag vast op 95 miljoen dollar. Vanaf dit jaar is het plafond verhoogd naar 130 miljoen dollar en dat heeft natuurlijk te maken met de introductie van de nieuwe generatie hybride motoren en nieuwe brandstoffen.
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties