Legendarische races

Legendarische races: De Grand Prix van Engeland in 1987

In het onderdeel legendarische races, nemen we je mee naar een race uit de rijke geschiedenis van de autosport, die voor altijd in het geheugen is gebleven. Vandaag: de Grand Prix van Groot-Brittannië in 1987.

Race: Grand Prix van Groot-Brittannië
Jaar: 1987
Hoofdrolspeler: Nigel Mansell

Nigel Mansell

“Zo lang ik een gat in mijn aars heb, wint die vent nooit een Grand Prix”. Je teambaas zal het maar over je zeggen. Het overkwam Nigel Mansell eind 1984, toen Lotus-teambaas Peter Warr geen zin meer had om zich in te zetten voor zijn landgenoot en werknemer. Het jaar erop vertrok Mansell naar Williams, waar hij op het circuit van Brands Hatch zijn eerste Grand Prix won. Er zouden nog dertig overwinningen volgen. “Peter zal inmiddels wel behoorlijk geconstipeerd zijn”, liet Mansell met een knipoog weten in zijn latere biografie. Nigel Mansell, Il Leone voor de Italianen, Red Five voor de Britten, was een fenomeen.

Als Mansell niet coureur was geworden, had hij het ver kunnen schoppen in het theater. Alles wat hij deed, was over the top. Hij kon de meest ongelooflijke fouten maken, maar reed ook races waarin hij zijn auto dingen liet doen die niet hadden moeten kunnen. Je wist één ding zeker: met Mansell ging je je nooit vervelen. Of hij nou z’n kop stootte tegen een viaduct, zijn handen opensneed aan een trofee, Ayrton Senna op z’n kanis sloeg, openlijk ruzie maakte met Alain Prost, of flauwviel bij het duwen van zijn Lotus in de brandende hitte van Dallas, met Nigel Mansell was altijd wel wat te beleven.

De wereldtitel liet lang op zich wachten. Hij had hem eigenlijk al in 1986 of 1987 moeten winnen, maar er was een exotische Williams FW14B voor nodig om het kampioenschap daadwerkelijk binnen te slepen. Eigenlijk paste die titel van 1992 niet bij het karakter van Mansell; iemand die ‘leeuwenhart’ als bijnaam heeft, moet niet op z’n slofjes en in een ochtendjas naar de wereldtitel stiefelen. Die moet voor de hellepoorten worden weggesleept, het liefst op drie wielen en met een vonken spuwende motor. Nee, dat soort momenten waren weggelegd voor enkele races die in het collectieve geheugen gegrift staan.

De Grand Prix van Groot-Brittannië in 1987
Een van die races was de Grand Prix van Groot-Brittannië in 1987. Mansell, rijdend voor Williams, was dat jaar verwikkeld in een bitter gevecht met teamgenoot Nelson Piquet. Een gevecht dat zowel op als naast de baan uitgeknokt werd. Piquet deed er alles aan om een psychologische voorsprong te krijgen op Mansell en was niet bang om onvervalste smeerlapperij in te zetten om dit doel te bereiken. En dus liet hij optekenen dat de vrouw van Mansell een lelijk mormel was en Mansell zelf een lompe boer. Eenieder die de rivaliteit tussen Lewis Hamilton en Nico Rosberg af en toe een beetje té vond, moet zich vooral niet verdiepen in deze twee.

De Grand Prix van Groot-Brittannië werd verreden op Silverstone en liep al snel uit op een gevecht tussen Mansell en Piquet. Dat was niks nieuws in 1987; het team zou overtuigend kampioen worden. Piquet was de man die het veld aanvoerde, toen Mansell besloot om nieuwe banden te halen. Dat was voor de race niet het plan, overigens. Het plan was om zonder pitstop naar de finish te rijden, maar Mansell had andere ideeën. In ronde 35 zwiepte de Williams de pitstraat in na problemen met vibraties, om vervolgens met een kleine halve minuut achterstand terug op de baan te komen. De Britse fans konden ervoor gaan zitten, dit werd er eentje voor de boekjes.

Het ronderecord op Silverstone werd die middag meerdere keren aan flarden gereden door Nigel Mansell, die dit keer wel degelijk het stempel ‘leeuwenhart’ eer aandeed. In ronde 62 had Mansell Piquet bij zijn nekvel, een ronde later volgde de inhaalmanoeuvre die Silverstone deed ontploffen. Op de Hangar Straight, in de aanloop naar Stowe Corner, deed Mansell alsof hij buitenom bij Piquet wilde gaan. Piquet dekte die lijn af, waarna Mansell direct binnendoor schoot en zich met de nodige overtuiging langs zijn teamgenoot drukte. Niet eerder gingen de toeschouwers op het voormalige vliegveld in Northamptonshire zo uit hun dak. Mensen die destijds in Stowe op de tribune zaten, spreken nog altijd met natte ogen over dit moment.

Na 65 ronden viel de vlag en in de uitloopronde gaf de Honda-motor van Mansell’s Williams de geest. Dit kwam, omdat hij in de laatste zes ronden zijn motor in de zogenaamde ‘kwalificatiestand’ had gezet, wat 100 pk meer opleverde. Stoer natuurlijk, maar bij Honda konden ze er niet om lachen. Het was de zoveelste keer dat de persoonlijke vete tussen Mansell en Piquet een vrijwel zekere 1-2 op losse schroeven had gezet. Honda besloot na deze race om Williams aan het einde van 1987 te verlaten en het team van McLaren in ‘88 van motoren te voorzien. Overigens zou Honda in ‘88 en ‘89 nog genoeg te stellen hebben met teamgenoten die elkaar in de haren vlogen, maar daarover spreken we een andere keer.

Na Silverstone
Ondanks het heroïsche optreden van Mansell in Silverstone, kwam er geen titel voor de Brit in 1987. Dat jaar bezocht de Formule 1 voor het eerst het circuit van Suzuka en in de vrije training stuiterde Mansell in de Esses met de nodige overtuiging van de baan. Een oude blessure in zijn rug werd spontaan weer actueel en Mansell zou dat weekend niet kunnen racen, waarmee Piquet - twaalf punten voorsprong - automatisch kampioen werd. In 1988 moest Williams het doen met een hopeloos onbetrouwbaar, door een Judd V8 aangestuurd, hok. Mansell vertrok na dat seizoen naar Ferrari, om een heel nieuw hoofdstuk in het geweldige toneelstuk dat zijn leven heet, toe te voegen.

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Coureurs Nigel Mansell
Teams Williams
Artikel type Special feature
Topic Legendarische races