Interview Fred Vasseur: Overleven, jong talent, Giovinazzi en Alfa Romeo

Frederic Vasseur loopt al heel wat jaartjes mee in de Formule 1. Zijn team Alfa Romeo lijkt dit jaar weer op de goede weg en mengt zich zo nu en dan in de strijd om de punten. Hoog tijd voor een uitgebreid interview met de sympathieke Fransman: “Zolang je passie voor de sport hebt, heb je niet het gevoel dat dit werk is.”

Interview Fred Vasseur: Overleven, jong talent, Giovinazzi en Alfa Romeo

De 52-jarige Frederic Vasseur bouwde met zijn eigen raceteam in de lagere klassen een reputatie op van talentenontdekker en uitstekende teambaas. Zijn eerste stappen in de Formule 1 maakte hij in 2016 bij Renault, maar verdween daar na enkele maanden alweer vanwege een meningsverschil met het management. Sauber zag haar kans en trok Vasseur aan. Inmiddels staat hij al enkele seizoenen aan het roer van het team dat nu door het leven gaat als Alfa Romeo. Roberto Chinchero, Formule 1-verslaggever bij onze Italiaanse editie, sprak uitgebreid met Vasseur.

Om te beginnen: jullie auto heeft dit jaar een aardige stap gemaakt, zeker gezien alle beperkingen in de wintermaanden. Hoe kijk je daarop terug?

“Het klopt dat de situatie ietwat gek was. Ten eerste moesten we omgaan met de COVID-situatie. Daarnaast hadden we veel huiswerk te doen en waren de reglementen bijna bevroren. In werkelijkheid klopt dat niet, want door alle aerodynamische veranderingen moest je er flink aan trekken om er het beste van te maken. We hebben op dat vlak aardig gepresteerd. Als team hebben wij de grootste stap qua performance gemaakt. En dat is een goede zaak. Het is mij nu kraakhelder dat het doel is om punten te scoren, niet om het team te zijn dat de grootste stap gemaakt heeft. Maar al met al ben ik blij met het werk dat we geleverd hebben.”

De Formule 1 is flink aan het veranderen, zoals het format van het weekend met de sprintraces. Vind jij het goed dat de Formule 1 probeert de goedkeuring van de mensen te krijgen? Of moet F1 gewoonweg de show ‘verkopen’? Wat is jouw mening daarover?

“Ja, maar het draait nog altijd 100 procent om het sportieve vlak. Het is niet zo dat we een loterij introduceren om de grid te bepalen. Alle resultaten zijn nog altijd gebaseerd op pure snelheid: op een kwalificatie die de startvolgorde voor de sprintrace bepaalt. Net zoals in Macau. En het resultaat daarvan bepaalt de grid voor de race. Dat gaat om performance. Als we de show kunnen verbeteren maar het eindresultaat nog altijd bepaald wordt op basis van snelheid, vind ik het goed. En ook de aanpak. Het is goed om in 2021 te zeggen: ‘Laten we het dit seizoen proberen, dan nemen we in de toekomst er een beslissing over’. Voor die tijd is het lastig om een goed beeld te vormen.”

Tekst gaat verder onder de foto

 

Een andere discussie die gaande is gaat over financiële overleving, met name door de kleine teams. Naar mijn mening moet een klein team net als ieder ander bedrijf in staat zijn om aan het einde van het jaar groene cijfers te schrijven. Wat denk jij over het huidige model en verbetert dat? Is een jong team in staat om te overleven?

“Er is een groot verschil tussen overleven en winst maken [lacht]. De eerste stap is om de verliezen te beperken en op een zeker moment duurzaam te worden. We hebben in de afgelopen 24 maanden enorme stappen gemaakt. De verdeling van het prijzengeld is nu veel beter voor kleine teams. Dat kan nog beter, je kunt altijd zeggen dat je meer wilt, maar je moet erkennen dat de grootste stap in de afgelopen vijftien jaar afgelopen seizoen heeft plaatsgevonden. Ik denk ook dat de prijzenpot en de inkomsten van de Formule 1 na COVID zullen toenemen. En tegelijkertijd komt het budgetplafond en nemen de inkomsten toe. Ik hoop dat we ook in staat zijn om nieuwe sponsors aan te trekken omdat de aantrekkingskracht van de Formule 1 toeneemt. We hebben allemaal, wat ik ook hoor van mijn collega’s, meer vertrouwen en enthousiasme wanneer we nieuwe sponsors proberen aan te trekken dan in het verleden het geval was. We zijn echt op de goede weg.”

Het systeem dat nu gebruikt wordt om de winst onder de teams te verdelen, is dat naar jouw mening eerlijk voor een klein team?

[Lachend] “Weet je, de onderhandelingen hebben meer dan lang genoeg geduurd.”

Ja, ik kan me dat nog herinneren. Het duurde behoorlijk lang. 

“Als topteam wil je altijd zoveel mogelijk beperken wat je moet inleveren. En als klein team wil je altijd meer ontvangen. Aan het eind van het liedje kwamen we tot een deal. En ik denk dat dit een goede deal is voor iedereen. Het belangrijkste is echter om de totale inkomsten van de Formule 1 te vergroten. Dat is wat mij betreft het volgende doel, maar ik denk dat ze goed werk leveren. Wereldwijd heeft de F1 het vorig jaar ontzettend goed gedaan. Ten eerste om te overleven en te racen. Wij waren waarschijnlijk de enige sport ter wereld die op koers bleef. We zien dit jaar echt een push van de promotors, sponsors en dergelijke. Ik denk dat we op de goede weg zijn.”

Hoe zit het met de relatie met Alfa Romeo?

“Dat ligt bij Stellantis. We hebben zeer goede en positieve gesprekken met hen gehad over het verlengen van het contract. Ik hoop dat we… Het hangt in elk geval niet van mij af.”

Is er iets veranderd door de entree van Stellantis of is het hetzelfde gebleven?

“Nee, ze moeten de boel aan hun kant gewoon een beetje reorganiseren. Ik ben blij met, en positief over de laatste berichtgeving van Stellantis over het merk Alfa Romeo. Ze willen ons ontzettend graag steunen en ik denk dat het merk Alfa Romeo van grote waarde is voor de groep. Het is ook een waardevolle toevoeging voor de Formule 1 want het is een iconisch merk dat vanaf het begin actief was in de F1. Ik hoop dat we alles voor elkaar kunnen krijgen.”

Denk je dat kleine teams in de toekomst beter kunnen overleven door andere taken op te pakken? Buiten de Formule 1, zoals bijvoorbeeld Sauber Technology?

“Zeker, zeker. Dat was een van de richtingen die we de afgelopen maanden zijn ingeslagen om onszelf als bedrijf te ontwikkelen. Niet alleen als team, maar als organisatie. We moeten de waarde van de F1 gebruiken om externe business op te zetten. En dat is een langdurig proces. Het is niet gemakkelijk. F1-teams zijn doorgaans niet gewend om zich te mengen in het normale leven [lacht]. En we moesten de mentaliteit ietwat veranderen. We zijn op de juiste weg. We groeien met Sauber qua activiteiten voor derden en dat gaat vrij snel. Ik denk dat dat binnenkort een aardig deel van onze inkomsten oplevert.”

 

Veel mensen hebben het over de flexi-wings. We hebben veel verschillende meningen gehoord van diverse teambazen. Wat is jouw standpunt?

“Je zult zeker tien verschillende meningen krijgen met tien teams. Het is altijd hetzelfde liedje. Mijn mening is heel duidelijk: ik ben niet degene die de regels schrijft. Dat doet de FIA. Wij hebben de auto ontworpen op basis van de regels die gepubliceerd zijn. En wij moeten op elk vlak de grenzen opzoeken. Dat is de filosofie van de F1. En dat is de filosofie van elk team: qua gewicht, design en elk ander onderwerp zoeken we waar we kunnen de grenzen op. Ik weet niet waarom - misschien omdat een team een week geleden begon te klagen - maar opeens kwam er een nieuwe richtlijn. Daarin werd niet het proces veranderd, maar de waarden.”

Exact.

“Als je een auto ontwerpt op basis van getal X, en dan die waarde gehalveerd wordt, kan de persoon die op de limiet zat wel inpakken. Ik kan me wel wat voorstellen bij de beweegredenen. Het is echter jammer dat de opheldering zo laat pas komt, want ik denk dat alle teams in een eerder stadium al om duidelijkheid hebben gevraagd. En we moeten niet vergeten dat we allemaal collectief - en ik wil niet alleen over onszelf praten - enorm veel moeite doen om kosten te besparen. We hebben eindeloze gesprekken gevoerd om te bepalen of we één of twee personen minder naar het circuit mee kunnen nemen en ga zo maar door. En dan komen ze met zo’n nieuwe technische richtlijn en moeten we de vleugels opnieuw ontwerpen en produceren. Ik heb het niet over het tijdverlies want dat stelt niet zo veel voor. We hebben back-to-back tests uitgevoerd en het verandert onze werkwijze niet. Maar het verandert wel mijn aanpak, want ik moet een groot deel van mijn ontwikkelingsbudget hieraan besteden. En dat vind ik oneerlijk.”

 

Dan over Antonio. Vanaf de test in Bahrein ziet hij er als coureur vrij sterk uit. Hij heeft een stap gemaakt. Ben je het daarmee eens?

“Ja, hij heeft overduidelijk een stap gemaakt tussen de twee seizoenen in, maar ook al in de tweede fase van 2020. Het is nog te vroeg om een oordeel te vellen over de snelheid in de eerste fase van dit seizoen maar hij presteert redelijk in de kwalificaties, met uitzondering van Imola vanwege een probleem [met Mazepin]. Maar in de andere kwalificaties was hij de beste van ons team. Voor ons is het belangrijk om stabiliteit te hebben. Ik denk dat Antonio groeit, hij verbetert. Hij was wat… ik weet niet of ongelukkig het juiste woord is maar we hadden [tot Monaco] te veel problemen tijdens de races om punten te scoren. De snelheid was er wel. En we hebben 23 races. Als de snelheid er is, komen de punten ook.”

Ik weet niet of Kimi er nog een seizoen aan vastplakt of niet, maar hij is in elk geval dicht bij het einde van zijn loopbaan. Denk je dat Antonio klaar is voor een jonge teamgenoot? Kan hij uitgroeien tot eerste rijder binnen het team of niet?

“Ik denk het wel, want de feedback van Antonio is tamelijk solide. Een van de problemen waarmee hij in het verleden kampte was dat hij te veel gefocust was op Kimi als referentiepunt. En hij moet op zichzelf gefocust zijn. De grote verandering die hij in de afgelopen twaalf maanden heeft doorgemaakt is dat hij de stap maakte door te zeggen: ‘Oké, nu focus ik me op mezelf. Ik ben in staat om te leveren en als ik 100 procent van mijn capaciteiten benut kan ik aardig presteren’. Die verandering heeft hij doorgevoerd.”

Ja, dat is belangrijk.

“En dat is niet gemakkelijk. Je eerste referentie is je teamgenoot. Nu claimt hij zijn eigen plek binnen het team. En dat is ook voor ons van belang.”

Dus het is een optie om een jonge gast naast hem te zetten, dat is niet onmogelijk?

“Nee, niets is onmogelijk. Al is het nog wat te vroeg om het over rijders voor 2022 te gaan hebben. Antonio presteert goed en er zijn nog een stuk of 19 races te gaan.”

Dan de rol van Robert Kubica binnen het team. Is hij er nog?

“Ja, ja. Hij heeft een vrijdagtraining voor zijn rekening genomen. We hebben recent ook twee testdagen met de 18 inch Pirelli-banden uitgevoerd. En je weet dat ik een goede relatie heb met Robert. We kennen elkaar al twintig jaar. Hij geeft het team goede feedback en zegt welke aanpak voor de banden in de toekomst goed zou kunnen zijn. Die feedback is geweldig. Ik vind hem qua feedback echt mega. Hij was mega en hij is mega. Het is voor ons belangrijk dat we hem aan boord hebben. Hij - en dat is zeker geen bullshit - begrijpt de prestaties van de wagen en de prestaties van het team zeer goed. Robert is onderdeel van het team en helpt ons veel.”

De laatste jaren wordt je naam regelmatig in verband gebracht met andere teams, met overstappen naar Mercedes of Renault. Heb je ooit de verleiding gevoeld om een andere uitdaging aan te gaan?

“Het leven in de Formule 1 draait om het onderhouden van contacten. Wanneer een journalist me vraagt of ik met andere rijders heb gesproken zeg ik altijd: ‘Natuurlijk!’. We brengen ons leven samen door, we vliegen samen en we hebben altijd contact met elkaar. Het belangrijkste voor mij is om iets op te bouwen. En met Alfa Romeo Racing en Orlen heb ik de mogelijkheid om dat te doen. De komende 24 maanden worden cruciaal met de nieuwe reglementen, de verlenging van de deal met de sponsor. Als je iets moois kunt opbouwen, zie ik geen reden om te vertrekken.”

Dus je focust je op de langetermijntoekomst van het team. Denk je dat je een mooie toekomst tegemoetgaat?

“Ja. We moeten de verandering als kans benutten. Qua kostenplafond zijn we al gewend om met zo’n budget om te gaan. We zitten er iets onder maar in onze wereld is dat geen grote verandering. We moeten een extra sponsor vinden om aan de limiet van het budgetplafond te komen. Ik zie het als een kans. De nieuwe regels zijn ook een kans om alle puzzelstukjes in elkaar te leggen. De resultaten zullen voor zich spreken.”

Tekst gaat verder onder de foto

Giedo van der Garde wordt gekroond voor zijn kartsucces in 2002

Giedo van der Garde wordt gekroond voor zijn kartsucces in 2002

Photo by: FIA

Je bent in de paddock waarschijnlijk de grootste expert op het gebied van jonge rijders. Zeg me niet dat het niet zo is, want dat is de waarheid. De afgelopen drie tot vijf jaar zijn er coureurs jonger dan 20 jaar in de Formule 1 gekomen. Is dat naar jouw mening juist, om zulke jonge gasten in te zetten?

“Het probleem is niet de F1, het probleem is de kartsport. Het is daar mogelijk om op 12-jarige leeftijd al deel te nemen aan het wereldkampioenschap. Als zij 13 of 14 zijn valt er niets meer te bereiken. Ze hebben het gevoel dat ze in de kartsport alles al gedaan en gezien hebben en ze willen de overstap maken naar de formulewagens. Je vindt altijd wel een kampioenschap dat de deur open zet voor kinderen van 14. Op hun 15e of 16e rijden ze dan in F3. [Formule 2-coureur] Theo Pourchaire is een goed voorbeeld. Ik wil niet als een oude man klinken maar ik had het er in Monaco over met Giedo van der Garde. Giedo was net wereldkampioen karting toen hij zo oud was als Theo. Daar zit het probleem dus. Zelfs voor de kartsport zou het beter zijn als ze die kinderen wat langer vasthouden. Het verschil is ook dat ze veel beter voorbereid zijn. De juniorklassen zijn veel professioneler dan tien of twintig jaar geleden. De voorbereiding is veel beter, de Formule 2 komt veel dichter in de buurt van de F1 en de structuur van teams is zeer professioneel. Kijk naar Lando, George en Charles: al die kinderen winnen in juniorklassen en zijn ook in de F1 in staat om aardig te presteren. Dat is indrukwekkend.”

Wat ik nog indrukwekkender vind, is dat die gasten op 18- of 19-jarige leeftijd briefings hebben met tien engineers. Rijden is een ding, maar dat is niet alles. Is het voor jou gek om een meeting met een 18-jarige in de Formule 1 te hebben?

“Nee, ik denk het niet. Zij voelen zich op hun gemak in een dergelijke omgeving. Het is hun eigen wereldje. Hier kunnen ze praten over racen, over de auto. Dat doen ze al jaren. En ze zijn eraan gewend. Ook al heb je tien engineers aan je tafel zitten, het belangrijkste is om een zeer goede relatie op te bouwen met je race-engineer. Zij zijn ook niet anders gewend. Het is lastiger om om te gaan met de druk van de media of de wereld rond de technische kant. Daar krijgen ze voor het eerst mee te maken in de F1. Dat is een grote stap ten opzichte van andere kampioenschappen. En vaak is het werk buiten de wagen lastiger dan in de auto en met de engineers.”

Waar zie je Fred Vasseur over vijf jaar, nog steeds in de Formule 1?

“Over vijf jaar? Ik wil deelnemen aan de Olympische Spelen in Parijs! Ik weet niet in welke sport maar dat wil ik [lacht].”

Ben je klaar om met pensioen te gaan?

“Nee, nee. Zolang de motivatie en de passie er nog is. Het is zeker zwaar. En we krijgen steeds meer races dus het wordt steeds zwaarder. Maar de echte motivatie komt voort uit de passie voor de racerij. Dat geldt voor iedereen in de paddock. Zolang je dat hebt, heb je niet het gevoel dat dit werk is.”

gedeeld
reacties
Marko rekent met slimme truc op 39.000 F1-fans in Oostenrijk
Vorig artikel

Marko rekent met slimme truc op 39.000 F1-fans in Oostenrijk

Volgend artikel

Stroll: Aston Martin is achterstand nog steeds goed aan het maken

Stroll: Aston Martin is achterstand nog steeds goed aan het maken
Laad reacties