Analyse: Heeft de Formule 1 volgend jaar wel snellere auto’s nodig?

De Formule 1 wil volgend jaar een auto introduceren die vijf seconden per ronde per sneller is. Maar is dit met de rappe rondetijden die dit jaar worden gereden, nog wel nodig?

Terwijl er druk gediscussieerd wordt over de introductie van een nieuwe wagen die fors meer downforce kan genereren, pakte Lewis Hamilton in Bahrein de pole-position met een nieuw ronderecord. De Brit noteerde aan het einde van de kwalificatie een 1.29.493, waarmee hij 0.034 onder het elf jaar oude record van Mark Webber zat. De pole-tijd is de afgelopen drie jaar zo met ruim drie seconden omlaag gegaan. In 2014, het eerste jaar dat er met de huidige hybridemotoren gereden werd, veroverde Nico Rosberg de eerste startplek nog met een 1.33.815 en Hamilton eiste vorig jaar de voorste positie op de grid op met een 1.32.571. Daarmee dient de vraagt zich aan: is het nog wel nodig om de Formule 1-wagens sneller te maken? Het antwoord is ja.

Verschil in racepace

Hoewel er met de snelheid over één ronde niets mis is met de huidige auto, zit er wel een groot verschil in racepace tussen de wagens van tegenwoordig en die van een decennium geleden. Ferrari-coureur Kimi Raikkonen zei daar tijdens het weekend in Bahrein over: “Je kunt het eigenlijk niet vergelijken omdat het een compleet andere situatie was. In 2005 reden we in de kwalificatie met de hoeveelheid brandstof waarmee we de race begonnen. Maar het klopt dat we over een ronde tegenwoordig vrij snel kunnen zijn, maar dat we in de race door de brandstof en alles heel veel langzamer zijn. Dat is voor mij het grootste verschil tussen het rijden in de Formule 1 tien jaar geleden en het rijden in de Formule 1 nu. De rondetijden in de race komen niet in de buurt van wat we vroeger deden.”

Vergelijking met 2005

Een vergelijking tussen de rondetijden die dit jaar in de openingsfase van de Grand Prix van Bahrein gereden werden en de rondetijden die in 2005 in het begin werden neergezet, maakt haarfijn duidelijk wat Raikkonen bedoelt. Racewinnaar Fernando Alonso reed in 2005 de volgende tijden in de eerste tien ronden van de wedstrijd, met de kanttekening dat bijtanken destijds nog was toegestaan:

Ronde 1 – 1.36.403
Ronde 2 – 1.33.954
Ronde 3 – 1.33.559
Ronde 4 – 1.33.206
Ronde 5 – 1.33.218
Ronde 6 – 1.33.174
Ronde 7 – 1.32.894
Ronde 8 – 1.33.072
Ronde 9 – 1.33.368
Ronde 10 – 1.33.402

Nico Rosberg, die de race op het woestijncircuit dit jaar op zijn naam schreef, klokte vorige week de volgende tijden in de eerste tien ronden:

Ronde 1 - 1.39.458
Ronde 2 - 1.38.149
Ronde 3 - 1.37.731
Ronde 4 - 1.37.483
Ronde 5 - 1.37.663
Ronde 6 - 1.37.754
Ronde 7 - 1.37.787
Ronde 8 - 1.37.808
Ronde 9 - 1.38.174
Ronde 10 - 1.38.297

Alonso zou met een auto uit 2005 na tien ronden dus al een voorsprong van 45 seconden hebben op Rosberg met de huidige Formule 1-wagen. De Spanjaard kwam uiteindelijk na 1 uur 29 minuten en 18 seconden aan de finish, waarmee hij vier minuten eerder klaar was dan Rosberg anderhalve week geleden. De Duitser had dit jaar 1 uur, 33 minuten en 34 seconden nodig om de zege binnen te halen. Ook in de snelste raceronde zit trouwens een beduidend verschil. Pedro de la Rosa ging in 2005 rond in een 1.31.447, terwijl Rosberg dit jaar niet harder ging dan een 1.34.482.

Dat verschil in snelheid heeft natuurlijk meerdere oorzaken. Zo zijn de auto’s tegenwoordig veel zwaarder, beginnen de coureurs de race nu met een volle tank brandstof en zijn de eigenschappen van de banden veranderd. Maar bovenstaande vergelijking laat wel zien dat er, ondanks de indrukwekkende tijden die er momenteel in de kwalificaties worden gereden, nog genoeg ruimte voor verbetering is als het gaat om de snelheid van de wagens op de zondagen.

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Artikel type Analyse