Special: De Formule 1 moet goedkoper
De Formule 1 staat momenteel in het teken van kostenbesparing. Niet langer moet er met de miljoenen gesmeten worden voor de maniakale ontwikkeling van een motor of een auto. Het ongelimiteerd spenderen moet aan banden worden gelegd en de FIA wil inzage krijgen in de boekhouding van de teams. Maar is dat wel wenselijk? Vandaag in de special: De Formule 1 moet goedkoper.
[img,73390,right,Gilles Villeneuve]Gilles Villeneuve was in 1982 de eerste coureur die een miljoen dollar als jaarsalaris kreeg. Toentertijd sprak men er schande van. Een miljoen, dat was toch buiten proporties? Villeneuve was weliswaar een briljant coureur, maar reed ook vaak genoeg een auto in de poeier, wat ook toen niet bepaald gratis was. Triest genoeg kon Villeneuve maar kort genieten van zijn fortuin, want op het circuit van Zolder verloor hij zijn leven in een vreselijk ongeluk. De salarissen van de coureurs zijn sindsdien niet bepaald naar beneden gegaan. Kimi Raikkonen is nu de best betaalde coureur ooit, met 40 miljoen per jaar. 40 miljoen! Er zijn een paar Nederlandse banken die dat bedrag prima zouden kunnen gebruiken...


[img,110121,left,De nieuwe achtervleugel]En Mosley heeft een punt. Geld is geen zuurstof, ooit raakt het op. Maar de manieren waarop hij en de FIA die kosten willen besparen, stuiten op verzet. Het belangrijkste punt van zorg: standaardmotoren. Het zal de purist als heiligschennis in de oren klinken. Teams mogen niet meer naar eigen inzicht een motor bouwen, maar dienen een vooraf vastgelegd ontwerp te volgen. Het is een op zijn zachtst gezegd discutabel plan. De Formule 1 heeft zich altijd onderscheiden door innovativiteit, revoluties en door het neusje van de zalm te zijn. Als je met standaardmotoren gaat rijden, ben je opeens een snellere variant van de GP2 of de Formule 3. Nu in 2009 ook al het aërodynamisch pakket aan banden is gelegd, dreigt de koningsklasse van de autosport, de klasse die ons centraal geplaatste motoren, aërodynamisch vernuft, 'ground effect', carbon fiber chassis, sequentiële versnellingsbakken, naadloze bakken en veel meer vernieuwingen heeft gebracht, gereduceerd te worden tot een snellere, luidere variant van de opstapklasses.
[img,100006,right,De beroemde 'wing car' uit 1978]Mosley heeft volkomen gelijk als hij zegt dat de kosten van een gemiddeld Formule 1-team absurd hoog zijn. Kijk naar Honda, twee (!) windtunnels en nog steeds krijgen ze het niet voor elkaar om een auto neer te zetten die zich fatsoenlijk kan ontdoen van een Force India. De teams zijn zichzelf voorbij geschoten in hun dadendrang. Het maakt niet meer uit wat het kost, die twee duizendsten moeten eraf. Maar wat Mosley uit het oog lijkt te verliezen, is dat de Formule 1 zo groot is geworden doordat meesterbreinen als Colin Chapman, Bernie Ecclestone en John Barnard de ruimte hadden om hun visie op hoe een snelle auto zou moeten werken, te realiseren. Natuurlijk waren er grenzen, want als je ze echt hun gang zou laten gaan, reden we nu met auto's die gemiddeld 400 liepen op Monza, inclusief chicanes. Het menselijk lichaam zou de beperkende factor zijn. Bochtensnelheden kunnen niet tot het oneindige opgevoerd worden, op een gegeven moment gaat het licht uit.


Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties