Column: Waarom F1 moet luisteren naar fans en een beetje naar de Formule E

gedeeld
reacties
Column: Waarom F1 moet luisteren naar fans en een beetje naar de Formule E
Door:
19 feb. 2019 06:30

De Formule 1 heeft bijna alles waar het hart van raceliefhebber sneller van gaat kloppen. De beste coureurs, aansprekende teams en een grandioze historie. Toch ontbreekt er één cruciaal element: ‘close racing’. Motorsport.com analyseert waarom de hang naar ‘steeds sneller’ zijn tol eist en wat de koningsklasse kan leren van fans en de Formule E.

Enorm gechargeerd valt te zeggen dat de moderne Formule 1 met de bloedsnelle auto’s vooral leuk is voor twintig mensen op deze aardkloot: de uitverkorenen die ieder raceweekend achter het stuur mogen kruipen. Voor hen moet het hoge downforceniveau, waardoor de auto’s vooral in 2018 ongekend hard de hoek om konden, een godsgeschenk zijn. De auto’s vragen fysiek het uiterste van de atleten en geven qua racebeleving alles terug waar een coureur van droomt.

De keerzijde van dit verhaal is echter dat de doorsnee toeschouwer hier vrij weinig baat bij heeft. Natuurlijk zijn zaken als een nieuw ronderecord op Monza leuke bijkomstigheden, maar ze vormen niet de voornaamste reden waarom miljoenen liefhebbers iedere zondag de televisie aanzetten. Dat zit veel meer in een hele simpele kerntaak van sport: vermaak. Op racegebied valt dit principe kortweg te herleiden naar twee cruciale elementen die aanwezig moeten zijn: spanning (idealiter om de zege) en ‘close racing’, oftewel spektakel.

Voldoende spanning, te weinig echt racen

Over spanning valt tegenwoordig niet veel te klagen. Natuurlijk hengelt Mercedes al jaren de voornaamste prijzen binnen, maar wie even de annalen van de sport er op naslaat, ziet dat zo'n vorm van dominantie in het verleden zelden ontbrak. De combinatie Michael Schumacher-Ferrari is daarvoor het geijkte voorbeeld, al hoef je nog recenter alleen maar naar Red Bull Racing en Sebastian Vettel te kijken. Het gaat dan ook niet zozeer om de naam in de geschiedenisboeken, maar meer om de wijze waarop deze daarin belandt. In dat opzicht zijn de huidige krachtverhoudingen prima. Natuurlijk is het gat achter de topteams immens, maar de strijd tussen Ferrari en Mercedes is beklijvend en levert al best wat spanning op. Een sterker Red Bull zou het plaatje helemaal compleet maken.

Het probleem zit dus niet zozeer in de onderlinge verschillen, maar des te meer in de manier waarop dit vervolgens op het asfalt tot uiting komt. Zelfs met kleine onderlinge gaten is echt langdurig met elkaar vechten nagenoeg onmogelijk. Dit heeft alles te maken met de huidige auto’s en het feit dat rijden in vuile lucht een enorm downforceverlies oplevert. Hierdoor kun je de voorganger wel tot op ongeveer anderhalve seconde naderen, maar is het dan wel zo’n beetje gebeurd met de pret. Het is met andere woorden het grote nadeel van de huidige auto’s: fantastisch om in vrije lucht mee te rijden, maar totaal ongeschikt om langdurig met elkaar te vechten.

Hier zit ook meteen het grootste probleem van de huidige Formule 1. De focus moet niet primair (zoals nu) op snelheid – tot op zekere hoogte natuurlijk wel, maar dat is al op peil  – en ongekende rondetijden liggen, maar eerder op vermaak en beklijvende gevechten op de baan. Wat herinneren liefhebbers  zich over vijftig jaar nog? De bizarre race van Max Verstappen in Brazilië of het ronderecord van Kimi Raikkonen op Monza. Omdat de Formule 1 geen tijdensport is zoals het schaatsen waarschijnlijk het eerste. Dat dit voorbeeld zich in de regen afspeelde is ook al geen toeval, omdat hemelwater tegenwoordig één van de weinige manieren is om het bekende patroon te doorbreken.

Veranderingen voor 2019 (N.B. tekst gaat verder onder video)

Om dit tij te keren lijkt er structureel iets te moeten veranderen. Volgens technische experts zal de nieuwe voorvleugel van 2019 maar weinig soelaas bieden en moeten de ingrepen dus veel verder gaan. In dat opzicht kwam Toro Rosso-teambaas Franz Tost met een interessant voorstel: reduceer het downforce-niveau eens rigoureus met 40 à 50 procent, waardoor coureurs meer moeten vechten met de auto’s en diezelfde bolides ook veel minder gevoelig worden voor het rijden in vuile lucht.

Tost legt daarmee meteen een cruciale denkfout in de huidige Formule 1 bloot. De afgelopen jaren is er vooral een hang naar ‘snel, sneller, snelst’ geweest. Toen de auto’s die daaruit voortkwamen niet geschikt bleken voor ‘close racing’ en veel inhalen, kwam men met kunstmatige ingrepen als DRS op de proppen. Alhoewel dit wel leidt tot meer inhaalmanoeuvres, is het natuurlijk een schijnoplossing. De echte oplossing zit namelijk niet in DRS, maar in de auto’s zelf. Minder downforce en minder gevoeligheid voor vuile lucht lijken daarbij de codewoorden te zijn. Fans accepteren iets langzamere rondetijden namelijk zonder mokken, als we daar iedere zondagmiddag een puntje-van-de-stoel race voor terug krijgen.

Leren van de Formule E

Het is een cruciale ingreep om fans echt meer spektakel te bieden. Dit spektakel zit namelijk niet in allerlei randactiviteiten en shows, waar Liberty Media nogal druk mee bezig is. Voor een Amerikaanse sportbeleving is dat best te begrijpen, maar je bedient de F1-puristen en liefhebbers vooral door het racen an sich beter te maken. In dat opzicht hoeft de Formule 1 niet alleen naar de fans te luisteren, maar kan het ook eens voorzichtig naar diens elektrische tegenstrever kijken: de Formule E. Alhoewel dat kampioenschap nog altijd weinig sfeer uitstraalt en veel overbodige Mario Kart-elementen bezit (zoals de ‘fanboost’), is het racen wel iedere keer om duimen en vingers bij af te likken. Talloze inhaalmanoeuvres, volop langdurige gevechten en spanning tot op de streep.

Natuurlijk ligt de snelheid hier aanmerkelijk lager en zijn de Formule E-circuits ook compleet anders ingericht, maar de manier waarop die auto’s helemaal zijn ontwikkeld om ‘close racing’ mogelijk te maken, geeft stof tot nadenken. Al zou het alleen maar om de denkwijze die erachter zit gaan: spektakel op de baan en echte gevechten tot kunst verheffen. Het is een aanpak die de Formule 1 met het oog op de nieuwe reglementen ook geen windeieren zal leggen. Natuurlijk is het momenteel niet allemaal kommer en kwel en is de Formule 1 nog altijd verreweg de meest aansprekende raceklasse. Maar het zou toch doodzonde zijn om manieren om het nog iets beter te maken onbenut te laten?

Volgend artikel
Teams testen verder in Barcelona, Williams nog altijd afwezig

Vorig artikel

Teams testen verder in Barcelona, Williams nog altijd afwezig

Volgend artikel

Barcelona test 1: De laatste 2019 F1-tech, rechtstreeks uit de paddock

Barcelona test 1: De laatste 2019 F1-tech, rechtstreeks uit de paddock

Over dit artikel

Kampioenschap Formule 1
Auteur Ronald Vording
Krijg het laatste
nieuws als eerste