Keuze voor nieuwe krachtbron F1 gaat vooral over wie de macht krijgt
De discussie over de F1-motor van 2031 gaat verder dan techniek: FIA en Liberty Media willen de politieke macht van fabrikanten terugdringen.
Het debat over de motor die de Formule 1 vanaf 2030 of 2031 moet aandrijven, draait om veel meer dan alleen technische keuzes. Achter de schermen speelt een bredere machtsstrijd, waarbij FIA en Liberty Media hun veranderde positie willen benutten om de invloed van autofabrikanten op de sport te verkleinen.
De Formule 1 is in de afgelopen jaren financieel ingrijpend veranderd. Waar de sport in 2021 nog een omzet van 2,1 miljard dollar draaide, was dat in 2025 opgelopen tot 3,9 miljard dollar. Teams zijn uitgegroeid tot winstgevende ondernemingen, waarbij sommige renstallen inmiddels jaarwinsten van meer dan 100 miljoen dollar boeken — cijfers die enkele jaren geleden nog ondenkbaar waren.
Dat maakt de context fundamenteel anders dan toen de huidige motorformule werd bedacht. De afspraken over de huidige power-units ontstonden in een periode waarin de Formule 1 veel afhankelijker was van autofabrikanten en hun investeringen.
Na het aangekondigde vertrek van Honda — dat later alsnog terugkeerde — en de onzekerheid rond Renault wilde de sport koste wat kost nieuwe fabrikanten aantrekken. Uit angst om uiteindelijk alleen Ferrari en Mercedes over te houden, deed de Formule 1 destijds flinke concessies.
Die aanpak werkte op korte termijn. Honda bleef betrokken, Audi kondigde zijn officiële entree aan en Red Bull begon met een eigen motorproject, mede omdat er nauwelijks geloofwaardige alternatieven beschikbaar waren.
Formule 1 minder afhankelijk van fabrikanten
Vijf jaar later ziet de situatie er heel anders uit. De nieuwe krachtbronnen kregen geen vlekkeloze start, maar belangrijker nog: de Formule 1 is financieel minder afhankelijk van autofabrikanten.
FIA-directeur single-seaters Nikolas Tombazis wees er recent op dat fabrikanten in 2021 ervan overtuigd waren dat verbrandingsmotoren op middellange termijn zouden verdwijnen. Volledige elektrificatie leek destijds onvermijdelijk.
Die verwachting is inmiddels minder vanzelfsprekend. Volgens Tombazis moet de sport zichzelf beschermen tegen bredere economische ontwikkelingen.
"Dat betekent dat we geen gijzelaar mogen zijn van beslissingen van autofabrikanten over de vraag of ze wel of niet onderdeel willen zijn van onze sport", stelde Tombazis.
Waar de Formule 1 vroeger noodgedwongen moest meebewegen met de eisen van fabrikanten om financiering veilig te stellen, staat de sport nu in een veel sterkere onderhandelingspositie dankzij de recordinkomsten van de afgelopen jaren.
Nieuwe kansen voor onafhankelijke motorbouwers
Daarmee krijgt de discussie over de toekomstige motorarchitectuur een extra dimensie. De keuze lijkt te gaan tussen een sterk geëlektrificeerde powerunit of een eenvoudiger concept, bijvoorbeeld een atmosferische V8 met KERS.
Een eenvoudiger aandrijflijn zou meerdere voordelen bieden: lagere ontwikkelkosten, een motor die beter aansluit op de sportieve behoeften van de Formule 1 en mogelijk aantrekkelijkere racing. Maar misschien nog belangrijker: het zou de deur kunnen openen voor onafhankelijke motorleveranciers, zoals Cosworth dat jarenlang was.
Cosworth leverde jarenlang betaalbare motoren aan meerdere F1-teams.
Foto door: Motorsport Images
Een private partij zou in theorie een competitieve krachtbron kunnen ontwikkelen en klantenteams bedienen. Daarmee ontstaat een vangnet als een fabrikant zich onverwacht terugtrekt.
Minder politieke macht voor fabrieksteams?
Daar zit nog een politiek element aan vast. In de huidige Formule 1 volgen klantenteams bij stemmingen in de F1 Commission vaak de lijn van hun motorleverancier.
Wie afhankelijk is van een fabrieksteam voor zijn krachtbron, heeft in de praktijk beperkte bewegingsruimte. Een geloofwaardig alternatief van een onafhankelijke leverancier zou die machtsverhoudingen flink kunnen veranderen.
Of dat scenario werkelijkheid wordt, hangt af van de beslissing over de motorregels voor 2030 of 2031. Als opnieuw wordt gekozen voor een complexe, sterk geëlektrificeerde hightech-oplossing, behouden fabrikanten waarschijnlijk hun dominante positie.
Wordt gekozen voor een eenvoudiger en toegankelijker concept, dan kan de Formule 1 een nieuw tijdperk ingaan — eentje waarin fabrieksteams nog altijd belangrijk zijn, maar minder bepalend voor de politieke en technische koers van de sport.
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties