Overslaan naar hoofdinhoud

Aanbevolen voor jou

Problemen Yamaha funest voor motivatie Razgatlioglu: "Ik geniet niet"

MotoGP
Problemen Yamaha funest voor motivatie Razgatlioglu: "Ik geniet niet"

Red Bull biedt excuses aan Max Verstappen aan voor late oplossing van stuurprobleem

Formule 1
GP van Miami
Red Bull biedt excuses aan Max Verstappen aan voor late oplossing van stuurprobleem

Waarom niet Pedrosa, maar Folger invalt voor Viñales bij KTM Tech3

MotoGP
GP van Frankrijk
Waarom niet Pedrosa, maar Folger invalt voor Viñales bij KTM Tech3

Wolff: Slechte starts Mercedes "niet acceptabel" als we F1-titels willen pakken

Formule 1
GP van Miami
Wolff: Slechte starts Mercedes "niet acceptabel" als we F1-titels willen pakken

Dakar presenteert route 2027: Langste editie in Saudi-Arabië en meer zand

Dakar
Dakar presenteert route 2027: Langste editie in Saudi-Arabië en meer zand

FIA-president verwacht Horner terug in F1: "We missen hem in deze sport"

Formule 1
GP van Miami
FIA-president verwacht Horner terug in F1: "We missen hem in deze sport"

Stella: McLaren verlaat Miami met gemengde gevoelens

Formule 1
GP van Miami
Stella: McLaren verlaat Miami met gemengde gevoelens

Mekies maakt zich geen zorgen over Hadjar en steekt hand in eigen boezem

Formule 1
GP van Miami
Mekies maakt zich geen zorgen over Hadjar en steekt hand in eigen boezem

De persconferentie. Niet die na de race, of zelfs na een kwalificatie. Maar die op donderdag. De FIA selecteert een clubje coureurs met een verhaal en laat ze opdraven op donderdagmiddag. En daar lijken de heren eigenlijk nooit zin in te hebben, wat weer zorgt voor een heerlijk ongemakkelijk kwartiertje.

Weinig coureurs kunnen zo verveeld voor zich uitstaren als diegenen die zijn opgeroepen voor de persconferentie op donderdag. Het zijn voornamelijk de coureurs uit het land waar de race wordt gehouden en als dat niet kan, heren die twee weken eerder óf iets heel erg goed deden, óf iets compleet verklooiden. Dat eerste is bijna nooit interessant. Coureurs die winnen, hebben zelden een echt goed verhaal. Spreken vaak in clichés. Vettel die zegt dat het kampioenschap niet beslist is, dat soort dingen. Maar een coureur die iets fout deed vragen naar de ellende van eerder, is altijd lachen.

Zo zaten Jarno Trulli en Adrian Sutil eens bij de persconferentie in Abu Dhabi, na het incident in Brazilië. Toen reden de heren elkaar uit de race. Trulli stapte toen al vloekend en tierend uit zijn gesloopte Toyota en als Sutil geen helm op had gehad, kon hij tandjes gaan tuffen. In Abu Dhabi reageerde Trulli nog steeds als door een wesp gestoken en ging hij de discussie aan met Sutil, die hem zat uit te lachen. Trulli had namelijk foto's van de crash. "Jij altijd met je foto's", schamperde Sutil. "Ga je me nu een Donald Duck geven?" Lachen. Trulli alleen maar kwader.

Of Ross Brawn in 2003. Toen werkte Ross nog voor Ferrari en was het nogal een arrogante kwast. In de zomer dreigde Ferrari het kampioenschap te verliezen, omdat de Michelins -waar Ferrari niet op reed- beter om konden gaan met de ziedende hitte die Europa teisterde. En dus kwam Ferrari in Monza opeens met een protest, omdat de Michelins, die al twee jaar in dezelfde configuratie gebruikt werden, illegaal zouden zijn. Toen Ferrari alles en iedereen oprolde hoorde niemand wat, nu het fout dreigde te gaan was het hommeles. In de persconferentie deed Brawn zijn verhaal, tot gigantische ergenis van Williams-man Patrick Head. Een journalist kon zich niet bedwingen en begon te lachen. Brawn gepikeerd. "Moet dit?" Op die manier zijn persconferenties meer dan leuk.

Maar op de donderdag in Duitsland was het weer eens een drama. De Duitse coureurs waren allemaal uitgenodigd (ik zeg uitgenodigd, maar niet opdagen betekent een boete van een paar gemiddelde maandsalarissen) en helaas zijn dat niet allemaal de meest spetterende persoonlijkheden. Waar Mark Webber af en toe nog wat leuks kan zeggen, blinken de Duitsers over het algemeen uit in pr-vriendelijk gebabbel. Behalve Michael Schumacher, want dat is Michael Schumacher. Die kan nog in zijn blote kont aanschuiven en niemand die hem wat kan maken.

De eerste vragen worden vaak gesteld door Bob Costanduros. Dat is de man die we kennen van de kreet 'champaaaaaaaaaaaagne' bij elke podiumceremonie. Lieve man, vriendelijke man, loopt al sinds jaar en dag mee, maar is ook een beetje soft. Stelt vaak vragen als 'wat is er zo geweldig aan het rijden in je eigen land?' Waarop natuurlijk geen antwoord te geven valt wat volkomen nieuw is. En dus verzandt het eerste deel meestal in perspraat, waar de gemiddelde sponsor handenwrijvend naar luistert. Brave jongens, de coureurs. Goed voor hun moeder, goed voor hun team. Leve de fans, extra motivatie, guys did a great job, etcetera.

Het wordt pas echt leuk als de microfoon rondgaat en het journaille zelf de vragen mag stellen. Want daar zitten wel een paar tussen die niet bang zijn om even te stoken. Dan vallen de coureurs even stil, of nog beter, worden ze geïrriteerd. Wie Mark Webber vraagt naar zijn overduidelijke rol als tweede coureur, kan op een dodelijke blik, een zucht en een pissig antwoord rekenen. Wie Lewis Hamilton op de juiste manier kietelt, heeft een goeie quote. Want Lewis laat zich de laatste tijd doodsimpel uit de tent lokken.

Op de donderdag in Nürburg was het echter allemaal wat tam. Michael Schumacher werd gevraagd wanneer hij weer ging winnen. Gaap. Timo Glock werd gevraagd of het leuk is bij Virgin. Gahaap. Seb Vettel kreeg nog wel een mooie. "Sebastian, hoe kan het in godsnaam dat jij tachtig punten meer hebt dan Mark Webber?" Nu begrijp ik het idee achter die vraag wel, maar zo moet je dat niet doen bij Vettel. Lichte glimlach, twinkeling in de ogen, "omdat ik betere posities heb gehaald aan de finish". Punt. Seb is een erg slimme jongen. Seb laat zich niet snel verleiden tot een sneer richting Mark Webber. In plaats daarvan geeft hij het enige juiste antwoord en houdt verder zijn mond. Er valt een stilte, de journalist in kwestie weet even niet wat hij met de situatie aanmoet en de microfoon is alweer doorgegeven.

De mooiste persconferentie ooit werd gegeven door Ayrton Senna. Hij won in 1991 zijn derde wereldtitel en ging er nadien eens even goed voor zitten. De beerput ging open, hij vertelde over het Suzuka-fiasco in 1990 en hoe de gebeurtenissen van een jaar eerder daar aan vooraf gingen. Ayrton vloekte, sprak met vuur en maakte onder andere gehakt van Jean-Marie Balestre. Niemand die hem onderbrak. Geen gedoe over een 'great job' van het team. Dat wist iedereen toch wel. Ayrton moest even een punt maken. We missen Ayrton nog elke dag. Hij was een uitstekende interviewer geweest. 

Ivo Pakvis

GPUpdate.net

Twitter: @ipakvis

Net binnen

Vorig artikel Fernandes hoopt dat problemen Trulli voorbij zijn
Volgend artikel Kobayashi en Perez ook in 2012 bij Sauber

Beste reacties