Analyse: Lorenzo's start bij Ducati in perspectief geplaatst

Na de eerste helft van het MotoGP-seizoen 2017 kan de overstap van Jorge Lorenzo nog geen daverend succes, noch een ramp genoemd worden. Maar waar staat hij in vergelijking met andere rijders die bij het Italiaanse merk geluk zochten?

Analyse: Lorenzo's start bij Ducati in perspectief geplaatst
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team, Andrea Iannone, Team Suzuki MotoGP
Jorge Lorenzo, Ducati Team, Andrea Iannone, Team Suzuki MotoGP
Jorge Lorenzo, Ducati Team
Jorge Lorenzo, Ducati Team

Ten eerste, een blik op de cijfers: Na negen races staat Lorenzo negende in het kampioenschap op 65 punten, ongeveer de helft van de punten die Marc Marquez haalde en op 59 punten achterstand van teamgenoot Andrea Dovizioso.

Lorenzo haalde een podiumplek in zijn thuisrace op Jerez, terwijl Assen zijn slechtste race was met een vijftiende plaats. Hij kwalificeerde eenmaal op de eerste rij (tweede in Barcelona) en ging in Assen vanaf de 21e plaats van start.

De gemiddelde finishpositie is 8.4 (tegen 4 voor Dovizioso) en een gemiddelde startplek van 11.8 (tegenover 9.3 van Dovizioso). Als het met een woord beschreven zou moeten worden, zou het waarschijnlijk ‘onregelmatig’ zijn, hoewel de dieptepunten aanzienlijk lager liggen dan de hoogtepunten.

Sinds Ducati in 2003 haar entree in de MotoGP maakte, heeft de renstal twaalf full-time rijders gehad in het fabrieksteam. Interessant is dat Lorenzo vrijwel in het midden van al deze coureurs staat als het gaat om de eerste negen races voor Ducati.

Na negen races als een fabrieksrijder bij Ducati: 

RijderJaarPuntenOverwinningenPodiumsBeste finishPositie in kampioenschap
 Casey Stoner 2007 185 5 7 1e 1e
 Andrea Iannone 2015 118 0 2 2e 3e
 Valentino Rossi 2011 98 0 1 3e 4e
 Loris Capirossi 2003 96 1 3 1e 4e
 Andrea Dovizioso 2013 81 0 0 4e 7e
 Troy Bayliss 2003 79 0 2 3e 5e
 Jorge Lorenzo 2017 65 0 1 3e 9e
 Carlos Checa 2005 51 0 0 5e 10e
 Nicky Hayden 2009 46 0 0

5e

13e

 Sete Gibernau 2006 44 0 0 4e 13e
 Marco Melandri 2008 32 0 0 5e 14e
 Cal Crutchlow 2014 28 0 0 6e  14e

Als vanzelfsprekend moet gezegd worden dat de competitiviteit van Ducati gedurende de jaren flink verschillend is geweest met het debuut van Casey Stoner in 2007, het jaar dat hij de titel won, als absolute uitschieter. De Australiër greep vijf overwinningen en zeven podiums in de eerste negen races. Het is nauwelijks een eerlijke vergelijking voor Lorenzo.

Aan de andere kant was de periode tussen 2011 en 2013 een minder goede voor Ducati. De prestaties van Valentino Rossi en Andrea Dovizioso tijdens hun debuut spreken tot de verbeelding wanneer we ze afzetten tegen de resultaten van Lorenzo.

De meest eerlijke vergelijking van de Spanjaard is die met Andrea Iannone. Hij was in 2015 competitiever dan de voorgaande jaren, maar kon niet tippen aan het niveau uit het Stoner-tijdperk.

Gezien de dramatische eerste seizoenshelft van Iannone bij Suzuki, is het haast onvoorstelbaar dat de Italiaan in het eerste deel van 2015 een zeer constante factor was met twee podiums en in alle races finishes bij de eerste zes. Het was genoeg om na Rossi en Lorenzo de ‘best of the rest’ te zijn halverwege het seizoen.

Er zijn echter verzachtende omstandigheden voor Lorenzo. De eerste is dat Iannone twee jaar voor het satellietteam van Ducati reed voor hij de opstap naar het fabrieksteam maakte, en dat hij niet zijn rijstijl hoefde aan te passen aan een ander type motor zoals Lorenzo dat wel moest vanaf de Yamaha.

De tweede is dat het MotoGP-veld veel dichter bij elkaar zit dan twee jaar geleden. Op een slechte dag kon Iannone niet lager dan zesde eindigen, terwijl de huidige generatie satellietrijders veel competitiever is dan destijds en een slechte dag zomaar een finish buiten de top-tien op kan leveren.

Om die reden is het moeilijk om een goede vergelijking te maken en Lorenzo zal weinig troost halen uit het hebben van betere statistieken dan Carlos Checa en Sete Gibernau. Beide zaten diep in de herfst van hun carrière op het moment dat ze naar Ducati kwamen.

Nicky Hayden en Marco Melandri werden als betrouwbare nummers twee naast Stoner getekend, in plaats van sterren die voor eigen kans mochten gaan. De tranentrekkende eerste seizoenshelft van Cal Crutchlow bij Ducati is iets wat bijna niet te matchen valt.

Het is duidelijk dat de aanpassing van Lorenzo bij Ducati langer duurt dan de man zelf had gewild, de statistieken uit de eerste negen wedstrijden zijn niet de meest plezierige om te lezen, zeker niet omdat Dovizioso aan de andere kant van de pitbox zich ontpopt heeft tot een waardige titelkandidaat.

Het feit dat Lorenzo in de vier races tussen Jerez en Barcelona wat regelmaat vond en zelfs zo nu en dan even aan de leiding reed, is een veelbelovend teken en zou een solide basis moeten zijn voor resultaten vanaf Brno.

Nu de hoge verwachtingen getemperd zijn zouden een paar goede resultaten, een paar podiums, wat goede kwalificatie in combinatie met minder anonieme weekenden waarschijnlijk goed genoeg zijn om van 2017 een succes te maken in de ogen van de meeste kenners.

gedeeld
reacties
KTM Moto2-rijder Oliveira rondt eerste MotoGP-test af
Vorig artikel

KTM Moto2-rijder Oliveira rondt eerste MotoGP-test af

Volgend artikel

Column Randy Mamola: Waarom de kritiek van Rossi op Zarco onterecht is

Column Randy Mamola: Waarom de kritiek van Rossi op Zarco onterecht is