Overslaan naar hoofdinhoud

Aanbevolen voor jou

Hoe Ferrari en Audi de toekomst van Verstappen in de F1 zouden kunnen bepalen

Uitgelicht
Formule 1
Uitgelicht
GP van Canada
Hoe Ferrari en Audi de toekomst van Verstappen in de F1 zouden kunnen bepalen

On this day: Michael Schumachers laatste onsportieve actie

Formule 1
Monaco GP
On this day: Michael Schumachers laatste onsportieve actie

Gucci wordt vanaf 2027 titelsponsor van Alpine F1-team

Formule 1
Gucci wordt vanaf 2027 titelsponsor van Alpine F1-team

Márquez voorzichtig terug in MotoGP: "Herstel verloopt volgens plan"

MotoGP
GP van Italië
Márquez voorzichtig terug in MotoGP: "Herstel verloopt volgens plan"

Valentino Rossi voert druk op: wie vervangt "Diggia" bij VR46?

MotoGP
GP van Catalonië
Valentino Rossi voert druk op: wie vervangt "Diggia" bij VR46?

Sainz enthousiast over Madrid: "Unieke bocht boven 200 km/u"

Formule 1
Sainz enthousiast over Madrid: "Unieke bocht boven 200 km/u"

McLaren zoekt antwoorden, maar vreest Ferrari in Monaco

Formule 1
GP van Canada
McLaren zoekt antwoorden, maar vreest Ferrari in Monaco

Brundle: Ervaring Russell perfect in balans met enthousiasme Antonelli

Formule 1
GP van Canada
Brundle: Ervaring Russell perfect in balans met enthousiasme Antonelli

Als je kijkt naar de huidige stand in het kampioenschap, lijkt het bijna onmogelijk dat het kampioenschap beslist wordt voor de laatste race. Net als vorig jaar kunnen we weer genieten van een bijzonder spannende titelstrijd, waarbij drie man evenveel kansen lijken te hebben. Die spanning was in het verleden soms ver te zoeken. Sterker nog: het is al meerdere malen voorgekomen dat het kampioenschap rond deze tijd al was beslist. Vandaag in de special: vroege kampioenen.

Komend weekend zal de Grand Prix van Hongarije in het teken staan van de felle strijd tussen McLaren en Ferrari en tussen Kimi Raikkonen, Felipe Massa, Lewis Hamilton en heel misschien de mannen van BMW. Voor Formule 1-begrippen een behoorlijk open titelstrijd. Zeven jaar geleden stond de Grand Prix van Hongarije echter in het teken van het wereldkampioenschap van Michael Schumacher en negen jaar daarvoor werd Nigel Mansell kampioen op het bochtige baantje. Kampioen in augustus... We mogen blij zijn dat het tegenwoordig wat spannender is.

Die vroege wereldkampioenschappen waren altijd het gevolg van zeer dominante teams, gekoppeld aan een coureur die de auto volledig naar zijn wens had. Nigel Mansell reed in 1992 in een Williams, die propvol zat met de nieuwste elektronische snufjes. Actieve wielophanging, tractiecontrole, allemaal hulpmiddelen die andere teams niet hadden. Maar Mansell had een teamgenoot en niet de minste. Riccardo Patrese wist wel degelijk hoe je een auto moest besturen, maar de Italiaan was geen partij voor Mansell. Dat kwam omdat Mansell blind vertrouwde op de hulpmiddelen en Patrese daar veel meer moeite mee had. Patrese was opgegroeid met auto's uit de jaren '70, waar je veel meer een ei onder je gaspedaal moest hebben. Het is te vergelijken met de woorden van Valentino Rossi, die de snelheid van Casey Stoner voor een deel toeschreef aan diens blinde vertrouwen in de hulpmiddelen. Het instinct van Rossi weerhield hem ervan hetzelfde te doen, net als bij Patrese.

Mansell koerste dus onbedreigd af op de titel en in Hongarije had hij aan een tweede plaats achter Ayrton Senna genoeg om zijn titel binnen te halen. In 2001 kende de Formule 1 een vergelijkbare situatie, met een dominante Michael Schumacher in een perfect op hem afgestelde Ferrari. Ook de Duitser had weinig te vrezen van zijn teamgenoot. Niet zozeer omdat Rubens Barrichello niet vertrouwde op de Ferrari, maar meer omdat Schumacher de absolute, onbetwiste nummer één was binnen het team. Barrichello had daar soms moeite mee, maar schikte zich in zijn rol.

Het werd soms pijnlijk duidelijk dat Barrichello niet hoefde te rekenen op een wereldtitel, want ook als hij gewoon sneller was dan Schumacher, werd hem doodleuk gevraagd om aan de kant te gaan en zijn positie op te geven. Oostenrijk 2001 en 2002 waren daarvan de meest schrijnende voorbeelden. Nu was Schumacher over het geheel gezien ook duidelijk sneller dan Barrichello, maar de Braziliaan had eigenlijk alleen kans op succes als Schumacher het goed vond, of uitgevallen was. Iets wat Patrese ook ondervond in 1992, overigens. Soms was hij sneller dan Mansell, zoals in Magny-Cours, maar toen floot Williams hem gewoon terug.

[img,106655,left,Schumi wint in Frankrijk]Zo win je dus het snelst een kampioenschap. Een dominante auto met een coureur die de volledige steun krijgt van zijn teamgenoot. Overigens waren de Hongaarse races in 1992 en 2001 niet het toneel van het vroegste kampioenschap ooit. Die eer gaat naar het circuit van Magny-Cours, waar Michael Schumacher al op 21 juli 2002 de wereldtitel binnen haalde. Na elf races had de Duitser al 96 punten verzameld, door onder meer acht overwinningen. De tweede man op dat moment, Juan Pablo Montoya, stond nog op 34 punten.

Die tijden van absolute dominantie van één team en coureur zijn voorbij en voor de fans is dat maar goed ook. Want hoewel Schumacher een enorme schare fans had en heeft, zelfs de Duitsers hadden het op een gegeven moment wel gezien. De kaartverkoop in Hockenheim liep terug en de kijkcijfers namen af. Het bewijst maar weer dat je nog zo'n fan kan zijn van een coureur, als hij alles blijft winnen gaat dat uiteindelijk ten koste van de sport.

Net binnen

Vorig artikel Massa vol vertrouwen over komende races
Volgend artikel Kovalainen rijdt ook in 2009 voor McLaren

Beste reacties