Special: Brawn's voorgangers
Wat Brawn GP afgelopen zondag presteerde was waanzinnig, maar niet uniek. Een zege bij het debuut van een team is in de geschiedenis van de Formule 1 een paar keer voorgekomen. Een dubbelzege, zoals Jenson Button en Rubens Barrichello voor elkaar kregen, is slecht één keer eerder gebeurd. In de special van vandaag nemen we twee gevallen van een zege bij het debuut onder de loep en kijken we naar hoe het de teams verging na hun overdonderdende begin.

[img,121258,left,De W196 Stromlinienwagen]De Mercedes W196. Liefhebbers worden week in de benen als ze het er over hebben. De auto, vooral de fraai genaamde Stromlinienwagen, was als een Bugatti Veyron in een veld van Ferrari Testarossa's. Niet alleen veel sneller, maar ook veel geavanceerder en vooruitstrevender. Ja, hij had de motor nog voorin, dat zou nog een paar jaar duren, maar de auto was gebouwd met de luchtweerstand in gedachten. Vóór de W196 werd een krachtige motor als hét wondermiddel gezien (tot aan zestien cilinders toen, niks was te gek), maar dit was één van die auto's die de sport veranderde. Zoals later de Lotus in 1978 of de turbo-Renaults in de jaren '70.
Fangio reed in 1954 twee races voor Maserati, waarna hij overstapte naar Mercedes. Een prima keuze, zo bleek. Fangio werd dat jaar wereldkampioen en herhaalde die prestatie een jaar later. In 1955 viel echter ook gelijk weer het doek voor de Mercedes W196, want de fabrikant trok zich terug na het verschrikkelijke ongeval op het circuit van Le Mans. De Mercedes van Pierre Levegh vloog daar in het publiek, waarbij tachtig toeschouwers en Levegh om het leven kwamen. Mercedes zou pas weer in de jaren '80 terugkeren in de autosport.
[img,89923,right,Scheckter in Argentinië" align=]De prestatie van Mercedes, een dubbelzege bij het debuut, werd tot afgelopen zondag niet meer herhaald, maar in 1977 won een compleet nieuw team wel bij zijn eerste poging. De Canadese zakenman Walter Wolf zette een team op en in de eerste race van het jaar won zijn coureur Jody Scheckter gelijk de wedstrijd. Die zege was echter niet tot stand gekomen zoals die van Fangio of Button. De Wolf was verre van dominant, maar Scheckter profiteerde in Argentinië van het uitvallen van James Hunt, Niki Lauda, John Watson, Patrick Depailler en Jochen Mass. Toen koploper Carlos Pace bevangen werd door de hitte en zijn Brabham amper nog de hoek om kon krijgen, nam Scheckter de leiding en won.
Walter Wolf Racing zou dat jaar nog twee races winnen en als vierde eindigen in het constructeurskampioenschap. Voorwaar geen slechte prestatie voor een nieuwkomer. Toyota zou er bijvoorbeeld flink wat voor over te hebben om dit seizoen zoiets voor elkaar te boksen. In 1978 was het echter alweer afgelopen met het succes van Wolf. Vier podiumplaatsen was alles wat het team kon bijschrijven. In 1979 was het helemaal drama en aan het einde van het jaar gingen de deuren van de werkplaats dicht.

Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties