Column: sterven in het harnas
Zondagavond. De verslagen van de Grand Prix van Korea zijn gedaan. Niet de mooiste race ooit, maar wel een met genoeg achtergronden. Dan het bericht uit de Verenigde Staten. Zwaar ongeval in Las Vegas, Dan Wheldon mogelijk zwaargewond. Een herhaling van het ongeval laat zien hoe verschrikkelijk de ravage is. En dan, dik twee uur na de crash, volgt het onvermijdelijke bericht. Dan Wheldon is dood.

Elf ronden later, nog geen vijf minuten, renden enkele marshals naar zijn auto. Wheldon reageerde niet en zijn auto had geen rollbar meer. Even daarvoor was hij met volle snelheid bovenop Paul Tracy geklapt, nadat voor hem – en achter hem - de hel losbrak. De Sam Schmidt-auto werd in de hekken gesmeten en tolde weer de baan op. Vijftien auto’s waren betrokken bij de crash, twee meer dan in de Formule 1-race op Spa in 1998. Maar dit ging met dik 350 kilometer per uur. Drie man werden tegelijk gelanceerd, de rest tolde machteloos in de rondte. En Dan Wheldon was de enige die niet reageerde op de artsen die hem tegemoet snelden.

Iedereen weet dat racen gevaarlijk is. Iedereen weet in zijn achterhoofd dat het elk moment fout kan gaan. Maar wie staat daar nou echt bij stil als er gereden wordt? De coureurs zeker niet. Als je dat gaat doen, kun je stoppen. De toeschouwers ook niet. Behalve als het mis gaat. Maar we zijn zo gewend geraakt aan coureurs die uitstappen, of het in ieder geval na kunnen vertellen, dat het vanzelfsprekend is geworden. Maar de klapper van zondag, daarin was niets vanzelfsprekend. Er stegen drie auto's tegelijk op, één daarvan kwam heel erg verkeerd weer neer. En opeens weten we weer hoe gevaarlijk het is.
Een goede crash hoort erbij. Het voegt toe aan het spektakel. Denk aan de salto van Mark Webber van vorig jaar in Valencia. Ging de wereld over, haalde alle jaaroverzichten. Het mooie van die klap was, dat hij én spectaculair was, én dat Webber direct kon uitstappen. Dat nare gevoel in je maag als hij dat niet doet, dat went nooit. Wie afgelopen lente naar de Giro d'Italia keek, was live getuige van de dood van de Belg Wouter Weylandt. Ook daar was al snel duidelijk dat het verschrikkelijk mis was gegaan. Het was enkel wachten op het onvermijdelijke nieuws.

De eerste stemmen over een afgesloten cockpit klinken al. Ook met de ongelukken van Henry Surtees en Felipe Massa in het achterhoofd. Het lijkt op paniekvoetbal. Net als de schuldvraag. Dit gebeurt. Hoe verschrikkelijk tragisch ook. Iedere coureur weet dat als hij in een racewagen stapt, hij zijn lot voor een deel in handen van de omstandigheden legt. Maar als je hem vertelt dat hij nooit meer in die auto mag stappen, vergaat zijn wereld.
Op YouTube is een video te vinden uit 1989. Een piepjonge Jenson Button wint er een kartrace. Hij is negen jaar oud. Dan Wheldon wordt er tweede. Justin Wilson derde. John Button, Jensons vader, vertelt daarna hoe hij soms doodsangsten uitstaat als hij zijn zoon ziet racen. Maar dit is wat hij wil. Dit is wat Dan Wheldon wilde doen. Dit is waar hij van hield. We gaan hem missen. Net zoals we iedereen missen die achter het stuur van een race-auto is gestorven. Allemaal datgene doen waar ze altijd van hebben gedroomd.
Ivo Pakvis
Redacteur GPUpdate.net
Twitter: @ipakvisDeel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties