Analyse: Wat de F1 kan leren van American Football

Sociale media zijn in de meeste sporten goed ingeburgerd, maar de Formule 1 hinkt nog altijd achterop. Kate Walker onderzoekt waarom.

Lezers die geboren zijn toen de Sovjetunie nog een staat was en de Berlijnse muur er nog stond, herinneren zich misschien nog dat terwijl Thatcher en Reagan hun transatlantische, conservatieve liefdesaffaire en Star Wars aan het houden waren, er zich in vele huiskamers een kleinere oorlog zich afspeelde: VHS versus Betamax.

Betamax stond bekend als technologisch superieur, maar VHS won de oorlog en begon huishoudens te domineren over de hele wereld tot beide formaten achterhaald werden door nieuwe technologie. Terwijl VHS hoge toppen scheerde, werd het alsmaar moeilijker voor gebruikers van Betamax om films te vinden in hun formaat. Wie op het betere, maar minder populaire paard had gespeeld, werd gedwongen om over te schakelen. Het verhaal van Betamax vs VHS wordt vaak gebruikt als waarschuwend verhaal tegen "early adopters", maar zegt ook dat een beter product aanbieden niet altijd genoeg is. Populariteit telt.

De Formule 1-teams en veel rijders waren er snel bij om verschillende vormen van social media te gebruiken om in interactie te gaan met de fans en hun passie te verspreiden. De FIA heeft een echter halfslachtige aanpak van social media. Sommige kampioenschappen zijn actief bezig met promotie en engagement, anderen posten niet veel meer dan resultaten en podiumfoto's. De FOM, dat nu een klein social media team heeft, lijkt eindelijk te erkennen dat de #occasionele #banner op #TV tijdens de races niet in hun winst gaat snijden.

Late starter

De aarzeling bij de FOM komt ergens vandaan. Bernie Ecclestone verloor 100 miljoen dollar door te vroeg met digitale televisie te beginnen met zijn platform F1 Digital+ van 1996 tot 2002. Maar we nu ver voorbij het punt van "early adopting". Sociale media zijn er voor de lange termijn. Platformen komen en gaan, maar het concept van directe interactie en engagement met de gemeenschap of fanbase is ingebed in de post-GenX consument.

Bij zijn tiende verjaardag heeft Twitter nu 320 miljoen globale actieve gebruikers, Instagram heeft er 400 miljoen. Facebook, het sociale netwerk dat zelfs grootmoeder gebruikt, is zelfs het concept van het internet overstegen bij een significant gedeelte van de gebruikers. Ecclestone heeft vaak het excuus van te weinig winst gebruikt om sociale media te mijden, maar met meer dan een decennium aan data is het nu onmogelijk om te ontkennen dat sociale media gemonetariseerd kunnen worden.

NFL toont de weg

Een goed voorbeeld is de NFL, die sociale media heeft omarmd en gemonetariseerd door simpelweg het initiatief te nemen. Net zoals de F1 heeft de NFL een grote, globale fanbase. Voor veel fans rond de wereld worden de wedstrijden op moeilijke tijdstippen uitgezonden, zoals wij om twee uur 's nachts moeten opstaan op de vrije trainingen in Suzuka te volgen. Via de eigen website van de NFL kunnen fans de wedstrijden streamen, ofwel met een eenmalige betaling of per seizoen. Om de interesse op te bouwen posten de officiële sociale media van de NFL gesponsorde clips met hoogtepunten.

De NFL is ook actief in fan engagement. "We hebben ons voordeel gedaan van de nieuwe technologieën om meer met ons publiek in interactie te gaan dan voorheen", zei Duane Munn, de social media manager van NFL.com, in 2013 aan Mashable. "Of het via een call-to-action graphic op TV is om meningen te tweeten, die dan worden bediscussieerd tijdens de uitzending, of om te antwoorden op de meningen, ons doel is om een beter job te doen om te communiceren met de fans online."

Dat staat in fel contrast met de aanpak van de FOM met occasionele uitnodigingen op het scherm: Join the Conversation - #WhateverGP’. De Formule 1 heeft lang een actieve, organische fanbase op Twitter gehad. De officiële F1 Twitter doet weinig om de conversaties aan te wakkeren en post vooral observaties over wat er op de baan gebeurt zonder in interactie te gaan met teams of fans. 

Gemiste kansen

Elke sport heeft zijn dramatische momenten, maar de Formule 1 heeft nog meer potentieel voor visueel spektakel, denk maar aan Fernando Alonso's crash in Melbourne. Foto's van zo'n crashes gaan rond op sociale media, maar elke video wordt door de FOM offline gehaald om hun copyright te beschermen, terwijl die net een gesprek zouden kunnen starten. Of je het nu leuk vindt of niet, het grote publiek is enkel geïnteresseerd wanneer de wagens in het rond vliegen zonder menselijk leed. Mits correct gebruik kunnen zo'n clips nieuwe fans aantrekken. De FOM en de FIA zouden clips met hoogtepunten moeten aanbieden aan TV-stations, maar ook aan gebruikers van sociale media die ze dan kunnen verspreiden aan hun volgers.

Zelfs de kleinste dingen hebben de mogelijkheid om viraal te gaan, maar F1 blijft zich steeds inenten tegen die mogelijkheid. Het tikt rijders zelfs op de vingers wanneer zij video's posten van hun eigen exploten op het circuit. Sociale media zijn de norm geworden en nu gratis televisieuitzendingen meer en meer verdwijnen zijn ze de enige hoop van de sport om een nieuwe generatie fans te engageren. Als de verschillende vromen van sociale media nu voor de VHS-suprematie aan het vechten zijn, dan positioneert de Formule 1 zich als de 8-track, dat éne stuk technologie uit de 20ste eeuw waar niemand nostalgie voor heeft.

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Artikel type Analyse
Tags bernie ecclestone, fom, social media