Overslaan naar hoofdinhoud

"Hiermee laat de FIA heel duidelijk zien naar de toekomst te kijken", waren de woorden van FIA-president Jean Todt in augustus 2012 tijdens de presentatie van een nieuwe, elektrische klasse. Een wereldkampioenschap autoracen met bolides die op batterijen in plaats van brandstof lopen; het stond lang op de agenda van de autosportbond. Toen de knopen waren doorgehakt, kwam er binnen twee jaar een volwaardige serie die in zijn eerste seizoen tien verschillende wereldsteden aandeed. GPUpdate.net maakt de balans op na een spannend eerste Formula E-jaar, dat afgelopen weekend een opwindende ontknoping kende in Londen.

Begin 2014 opende de FIA een 'rijdersclub' waarop superlicentiehouders zich konden inschrijven. De coureurs die zich aanmeldden, zouden over de teams verdeeld worden. Het was echter zo'n succes dat de club op een gegeven moment uit meer dan veertig namen bestond. Christijan Albers en Robert Doornbos deden onder andere vergeefs een poging om via de Formula E weer in de autosport te komen.

Medio september stonden achttien mannen en twee dames aan de start van de eerste Formula E-race in de geschiedenis. De puntentelling stond gelijk aan die in de Formule 1, al kreeg de polesitter drie punten extra en mocht de houder van de snelste ronde in de race twee punten bijtellen. De drie meest geliefde coureurs, gekozen uit een stemming onder de fans, mochten in de race gebruik maken van de 'Fan Boost', waarbij zij een aantal seconden extra paardenkrachten tot hun beschikking kregen. Het raceweekend zou op slechts een dag plaatsvinden, de zaterdag, om overlast in de stadscentra zoveel mogelijk te beperken.

Die eerste ePrix, zoals de evenementen genoemd werden, was in de Chinese hoofdstad Beijing. Lucas di Grassi werd de eerste winnaar na een zware klap van Nicolas Prost en Nick Heidfeld in de laatste ronde. Ondanks een extra formatieronde en een lange safety car-fase kon er terug worden gekeken op een geslaagd weekend. De fans kregen waar voor hun geld wat betreft 'close racing'. Het ontbreken van het geluid bleek wel een behoorlijke aderlating voor sommigen.

Na de inaugurele wedstrijd in China trok het circus naar Maleisië om hun ronden te rijden rond het 'Binnenhof' aldaar, in de stad Putrajaya, op fietsafstand van Kuala Lumpur. Omdat de premier van het land had verzocht de ePrix een aantal weken uit te stellen kon er pas eind november geracet worden. Sam Bird domineerde de krachtmeting die twee uur eerder werd gestart wegens een onheilspellende weersverwachting. De ontmoeting die in het Uruguayaanse Punta del Este plaatsvond leverde ook geen noemenswaardige problemen op.

Toch was er tegen de jaarwisseling al redelijke kritiek op de elektrische raceserie. Dat er geen geluid zou zijn, was van tevoren bekend, maar dat het zo miniem zou zijn deed vele wenkbrauwen fronsen. Ook werden er bij de rijders vraagtekens gezet. Want was het niet een beetje een B-garnituur, Formule 1-jongens die het niet tot de ultieme top hadden geschopt? Jean-Eric Vergne bijvoorbeeld. De Fransman had nog maar net zijn congé gehad bij Toro Rosso toen hij bij Andretti instapte in Uruguay. De oud-kampioen in de Britse Formule 3 pakte pole, was sterk in de race maar vergat dat zijn wagen op elektra liep en viel zodoende twee ronden voor de meet uit met een lege batterij. Ook kenden de eerste drie races een aantal ongelukken op die duidden op een mate van overmoedigheid die je van rijders op dat niveau niet verwacht.

In 2015 werd er antwoord gegeven met een aantal prachtige wedstrijden. De coureurs wilden hun in de F1 besmette blazoen oppoetsen, maar deden dat nu een stuk bedachtzamer. Vooral de ePrix van Miami waar nota bene Prost, toch gezien als een van de mindere goden, de winst pakte voor Scott Speed, een in Europa verguisde rijder, was erg vermakelijk. Nelsinho Piquet toonde zijn klasse in Long Beach, waar hij het veld oprolde. Dat hij de zesde winnaar in evenzoveel races werd, liet zien dat de Formula E een behoorlijk open kampioenschap was.

In Europa kwam het aan op drie mannen; Piquet, Di Grassi en Sebastien Buemi. De laatstgenoemde was op 'raw speed' misschien wel de beste van het stel, maar pech weerhield hem van de titel. Waar de race in Berlijn op zijn zachtst gezegd eentonig was, kwam de seizoensfinale als een warme pizza in een restaurant vol kleine kinderen. De ePrix' van Londen boden de spanning die de Formula E in zich heeft en kende een climax die Hitchcock geschreven had kunnen hebben. In gelijkwaardige auto's bleek het voor Buemi toch ineens niet zo gemakkelijk om voorbij Bruno Senna te geraken, en kon oude rot Stephane Sarrazin een prachtig robbertje vechten met de veel jongere Bird. 

De Formula E heeft dan niet de uitstraling die het landenkampioenschap A1GP bijvoorbeeld wel had, maar met het oog op het tegengaan van de vervuiling van de planeet is het wel een schot in de roos. Vroeg of laat zal de Formule 1 ook de elektrische kant op moeten gaan - sterker nog, er wordt nu al gebruik gemaakt van hybride systemen. Als de Formula E-teams topcoureurs kunnen (blijven) lokken, heeft het een solide basis voor de toekomst. Met Citroën is er inmiddels een grote autofabrikant ingestapt, en Abt Sportsline (dat zeer goede connecties heeft met Audi) zal haar team komend seizoen van krachtbronnen voorzien. Als de FIA wat aan het geluid kan doen, op welke manier dan ook, is de Formula E op weg om een blijvertje te worden.

Net binnen

Vorig artikel Piquet eerste Formula E-kampioen na zinderende slotrace
Volgend artikel Vergne: "Terugkeer naar Formule 1 behoort tot opties"

Beste reacties