Blog: Hoe komt een Formule 1-journalist de winter door?

gedeeld
reacties
Blog: Hoe komt een Formule 1-journalist de winter door?
Door:
20 jan. 2019 09:43

Motorsport.com-verslaggever Erwin Jaeggi schrijft blogs over wat hij zoal meemaakt tijdens zijn werk als Formule 1-journalist. Deze keer rekent hij af met een hardnekkig vooroordeel dat over zijn vak lijkt te bestaan.

“Je zal je wel stierlijk vervelen nu.” Of: “Lekker hoor, drie maanden helemaal niets.” Het zijn opmerkingen die je als Formule 1-journalist regelmatig hoort in de winter. Alsof ik vanaf het moment dat de finishvlag wordt gezwaaid in Abu Dhabi tot aan het moment dat de lichten boven het rechte stuk in Melbourne uitgaan een compleet lege agenda heb. Goed, het leven mag dan inderdaad iets rustiger zijn nu er even niet gereisd hoeft te worden, maar het is zeker niet zo dat ik hele dagen aan het Netflixen of F1 2018 aan het spelen ben.

 

De bezoekers van Motorsport.com willen immers ook in deze Grand Prix-loze periode elke dag iets over de Formule 1 lezen en ook voor de adverteerders is het wel fijn als er buiten het seizoen nog wat verkeer is op de site. Aangezien de coureurs en het hogere management van de teams na Abu Dhabi een tijdje van de radar verdwijnen, doen ik en mijn directe collega’s tijdens de laatste paar races van het seizoen altijd wat extra interviews. Die leveren doorgaans genoeg materiaal op om december en het eerste deel van januari mee te vullen. De eerste weken na een seizoen zijn trouwens sowieso altijd druk, aangezien er jaaroverzichten, eindrapporten en nabeschouwingen met experts moeten worden gemaakt.

Totdat in februari de eerste nieuwe Formule 1-auto wordt gepresenteerd, zijn er ook nog een paar evenementen die we zelf hebben georganiseerd, de Autosport Awards in Londen en de Autosport International Show in Birmingham, die zorgen voor een aanvoer van verse quotes. Verder lenen de maanden december en januari zich er perfect voor om af te spreken met mensen, iets waar tijdens het seizoen veel minder gelegenheid voor is. Zo zat ik een uur lang met TT Circuit-voorzitter Arjan Bos in de directiekamer van het TVM-kantoor in Hoogeveen, waarbij het natuurlijk vooral ging over de kansen op een Nederlandse Grand Prix in Assen. Daarbovenop komt de Formule 1-wereld ook niet helemaal tot stilstand in de winter. Achter de schermen wordt natuurlijk hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen voor het nieuwe seizoen, met als gevolg dat er af en toe ook gewoon nog nieuws te melden is. Denk aan grote sponsordeals die worden gesloten, technische samenwerkingen die worden aangegaan of wijzigingen op het personele vlak. Voldoende te schrijven dus, deze maanden.

En dan zijn er ook nog organisatorische zaken die uit de weg moeten worden geruimd. Zo is december traditioneel het moment om als redactie te kijken wat we in het voorbije jaar goed hebben gedaan en waar we ons nog kunnen verbeteren, zodat we de bezoekers in het nieuwe jaar nog beter van dienst kunnen zijn. Ook moeten de reizen voor het nieuwe Formule 1-seizoen worden geboekt, wat een leuke maar behoorlijke klus is. Vooral als je je aan een bepaald budget dient te houden, niet al te ver van het circuit wil slapen omdat je niet elke dag uren onderweg wil zijn en als het even kan in een niet al te shabby hotel wil verblijven, waar je ’s avonds eerst een leger aan kleine kruipers van het matras moet vegen voor je kan gaan liggen. Gelukkig heb je na een aantal jaren wel zo je vaste adresjes, al zijn die helaas niet altijd meer beschikbaar of voor nog een enigszins redelijke prijs te boeken.

 

Dus ja, ook in de winterperiode ben ik net als ieder ander ‘gewoon’ aan het werk. Ik verveel me niet en heb niet drie maanden lang niets op mijn programma staan. Ik moet wel zeggen dat het na een lang seizoen altijd een verademing is om een aantal ‘normale’ werkweken te hebben en zo iets meer tijd te kunnen maken voor familie en vrienden. Vooral nu ik afgelopen jaar vader ben geworden. Meer dan ooit tevoren geniet ik ervan om een paar maanden nergens naartoe te hoeven. Want waar het normaal gesproken nooit echt een probleem was om langere tijd op pad te zijn, heb ik de eerste back-to-back races na de geboorte van James - nee, hij is niet vernoemd naar James Hunt, en nee, ook niet naar mijn baas James Allen - toch wel als pittig ervaren. En dat hij in mijn afwezigheid een beetje ziek was, maakte het nog eens extra zwaar om ruim 8.000 kilometer van huis te zijn, en dan natuurlijk vooral voor het thuisfront. Na twee lange weken werd ik van Schiphol opgehaald door mijn vrouw en zoontje. Die laatste zichtbaar groter en voelbaar zwaarder. ’Moet ik jou ergens van kennen?’, viel er van zijn gezicht af te lezen. Het duurde even voordat hij weer volledig aan mij gewend was.

Werken in de Formule 1 heeft een keerzijde. En dat geldt voor iedereen die op regelmatige basis in de paddock rondloopt. Van de monteurs, cameramensen, engineers, koks, commentatoren en truckies tot aan de technisch directeuren, teamchefs en commerciële bazen. Je bent een groot deel van het jaar ver verwijderd van de mensen die je dierbaar zijn. Ik heb het dan eigenlijk nog gemakkelijk omdat ik een permanente accreditatie - een rode pas - deel met een Russische collega bij Motorsport.com. Veel respect heb ik dan ook voor degenen die bij alle 21 races aanwezig zijn, en de tests voorafgaande, tijdens en na afloop van het seizoen. Dat er in de paddock steen en been geklaagd werd over die triple-header in juni, verbaasde mij niet. Drie weekenden achter elkaar een race en gelijk daarna een tweedaagse test, staat gelijk aan een volle maand van huis. Het is dan ook niet zo gek dat je nu zo en dan iemand hoort zeggen dat hij of zij het tijd vindt om wat anders te gaan doen. Zo namen we eind vorig jaar afscheid van James Ranson, die de laatste jaren de vaste persman was van Max Verstappen (nóg een James, zou mijn zoontje dan naar hem zijn vernoemd?).

 

Begrijp me niet verkeerd: ik heb de mooiste baan ter wereld. En ik ben ervan overtuigd dat 99 procent van de paddock ook zo over zijn eigen werk denkt. In 1994 zorgde Jos Verstappen ervoor dat ik de Formule 1 begon te volgen en menig zondagmiddag samen met mijn pa voor de televisie doorbracht. Dat ik later zelf in die wereld werkzaam zou zijn, daar durfde ik toen nog niet van te dromen. De Formule 1-paddock was een onbereikbare wereld, een plek waar ik als jongen uit een klein plaatsje in de provincie Groningen nooit zou komen. Door hard te werken, veel tijd erin te steken en elke kans te pakken die voorbij kwam, is het me toch gelukt om een desk in het mediacentrum van de Formule 1 te bemachtigen. Inmiddels doe ik dit werk alweer een aantal jaar, maar nog steeds zijn er momenten dat ik mezelf af en toe even moet knijpen, als ik bijvoorbeeld achter de garages met Mika Hakkinen, Damon Hill, Jean Alesi of Martin Brundle sta te praten. Dat ik ook nog Formule 1-verslaggever ben in een tijd dat er een Nederlander meerijdt die wereldkampioen kan worden zodra hij over het juiste materiaal beschikt, maakt het natuurlijk helemaal fantastisch. Ik hoop alleen dat ik vanaf nu minder vaak hoef uit te leggen dat Formule 1-journalistiek bedrijven geen seizoensarbeid is.

Is dit ook jouw droombaan? Zet dan nu de eerste stap:

Erwin Jaeggi (1981) schrijft over de Formule 1 sinds 2004. Hij was hoofdredacteur van GPUpdate.net alvorens in 2016 de overstap te maken naar Motorsport.com. Zijn favoriete race op de kalender is de Grand Prix van Monaco. De beste catering vind je volgens hem op het Circuit of the Americas in Austin. In de auto luistert Erwin afwisselend naar poppunk en BNR. Zijn vrije tijd brengt hij het liefste door met zijn vrouw Dania en zoontje James.

Volgend artikel
Officieel: Mick Schumacher opgenomen in talentenprogramma Ferrari

Vorig artikel

Officieel: Mick Schumacher opgenomen in talentenprogramma Ferrari

Volgend artikel

Russell: “F1-deal Norris bracht mijn onderhandelingen in stroomversnelling”

Russell: “F1-deal Norris bracht mijn onderhandelingen in stroomversnelling”
Laad reacties

Over dit artikel

Kampioenschap Formule 1
Auteur Erwin Jaeggi