Column: Wie het slechtst geslapen heeft na de Britse Grand Prix
In de column 'Wie het slechtst geslapen heeft' blikt Motorsport.com-verslaggever Erwin Jaeggi terug op het voorbije Grand Prix-weekend. In deze aflevering: Charles Leclerc.
Foto door: Glenn Dunbar / LAT Images via Getty Images
Terwijl Lewis Hamilton aan het einde van de Britse Grand Prix nog even mocht dromen van een podium in zijn eerste thuisrace als Ferrari-coureur, kwam teamgenoot Charles Leclerc er op Silverstone totaal niet aan te pas. De Monegask kwalificeerde zich één plek achter de zevenvoudig wereldkampioen als zesde, maar eindigde na een miserabele middag tien plaatsen achter zijn collega op P14 – met alleen Yuki Tsunoda in de Red Bull nog achter zich.
Leclerc dook na de formatieronde de pits in voor droogweerbanden, net als George Russell, Isack Hadjar, Gabriel Bortoleto en Oliver Bearman. Daardoor lag hij na de start zestiende. Maar de gok betaalde zich niet uit: het asfalt was in de laatste sector nog te nat, waardoor hij alleen maar terrein verloor op de coureurs die voor hem op intermediates reden.
Na de laatste serie pitstops – aan het einde was het wél echt droog genoeg voor slicks – lag Leclerc even achtste, maar een rit door de grindbak wierp hem terug naar de veertiende plaats, waar hij ook zou finishen. "Dat was schokkend slecht", verzuchtte hij na de finish over de boordradio. "Sorry."
"We waren eigenlijk de hele race nergens. En als ik zeg 'nergens', dan bedoel ik ook echt nergens. Ik kwam een seconde tekort en maakte bovendien veel fouten. Ik had echt moeite om de auto op de baan te houden", zei Leclerc later bij de geschreven pers. "Het was een ongelooflijk moeilijke dag. Ik moet gaan analyseren wat er precies fout ging. Wat deed ik qua tools, qua set-up, qua rijstijl, waardoor het alleen maar erger werd. Want dit was extreem."
De call om tijdens de formatieronde al naar slicks te wisselen, nam hij volledig op eigen conto. "Het was mijn beslissing. In sector één en twee leek de baan klaar voor slicks. De derde sector was nat, maar dat wist ik. Alleen verwachtte ik dat het circuit veel sneller zou opdrogen. Dat gebeurde niet. Dat was één van de redenen dat we zo'n slechte race reden. Maar de belangrijkste reden was het gebrek aan snelheid. En dáár wil ik antwoorden op, voordat ik naar huis ga."
Een dag eerder vervloekte Leclerc zichzelf na afloop van Q3, waarin hij niet verder kwam dan de zesde tijd. "Fuck, fuck, fuck, fuck", riep hij over de boordradio, die uiteraard niet werd uitgezonden op de wereldwijde tv-feed maar wel te horen was op zijn onboard-kanaal. "Fuck dat. Ik ben zo fucking shit, ik ben zo fucking shit. Dat is wat ik ben."
Volgens Leclerc is het positief voor hem dat Hamilton vierde werd. "Dat Lewis met dezelfde auto veel sneller was dan ik, helpt me om van deze dag te leren", zei hij. "Als je als team worstelt en beide coureurs hebben het lastig, dan is het moeilijk om te achterhalen waar het misging."
Zo fel als hij over de radio is, zo beheerst blijft hij tegenover de media. Maar het is duidelijk dat de frustratie bij Leclerc diep zit. Gefrustreerd dat hij ook dit jaar weer geen auto heeft om voor de titel te vechten. Gefrustreerd dat hij niet altijd het maximale uit die auto weet te halen. En misschien ook wel gefrustreerd omdat hij, met een zevenvoudig wereldkampioen aan de andere kant van de garage, langzaam zijn grip op het team verliest. Genoeg om wakker van te liggen – en dat helpt de nachtrust niet bepaald.
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties