Special: De lijdensweg van titelverdedigers in de Formule 1

Een Formule 1-wereldtitel winnen is slechts voor weinigen weggelegd. De titel met succes verdedigen is nog veel lastiger gebleken. In het verleden ging het na het winnen van de hoofdprijs heel wat keren gigantisch mis. We bespreken de slechtste titelverdedigers uit de F1-historie.

Special: De lijdensweg van titelverdedigers in de Formule 1

Onlangs schreven we over tien Formule 1-records die in 2021 verbroken kunnen worden. Een record dat op zijn vroegst in 2022 verbroken kan gaan worden - door Lewis Hamilton - is het record van de beste titelverdediger aller tijden. Voorwaarde is wel dat Hamilton dan niet alleen dit jaar maar ook volgend jaar wereldkampioen wordt. Dit record is nu nog in handen van Michael Schumacher die vijf jaar aaneengesloten wereldkampioen werd: van 2000 tot en met 2004 was hij de allerbeste. Met kampioenschappen in 2021 en 2022 zou Hamilton zes keer achter elkaar wereldkampioen zijn en ook deze kroon overnemen van de illustere Duitser.

Niet alle coureurs kunnen hun wereldtitel met zo veel succes verdedigen als Lewis Hamilton, Michael Schumacher, Sebastian Vettel of Juan Manuel Fangio. De weg naar de top is lang en zwaar. Toch is het nog moeilijker om aan de top te blijven als het eerste wereldkampioenschap eenmaal is behaald, zo heeft het verleden bewezen. Sommige wereldkampioenen wonnen ook in het daaropvolgende jaar races, maar andere titelhouders zakten volledig door het ijs. In het verleden zijn hier genoeg voorbeelden van te vinden maar de meeste verhalen hebben één ding gemeen: de wagen waarmee ze hun titel zouden moeten verdedigen bleek nog geen schim is van hun ‘kampioenswagen’.

In dit artikel tien wereldkampioenen die als titelverdediger geen enkele overwinning behaalde en wiens droom om de titel te verdedigen als een zeepbel uit elkaar spatte. Sommigen van deze titelverdedigers konden nog wel redelijk wat punten vergaren maar voor anderen werd hun kampioensjaar een lijdensweg.

Jody Scheckter, 1980 - Ferrari T5

Jody Scheckter

Jody Scheckter

Foto: Motorsport Images

In 1979 behaalt Jody Scheckter, met drie overwinningen, zijn eerste en enige wereldtitel in de Formule 1. De Ferrari T4 van 1979 is het resultaat van het doorontwikkelen van de Ferrari T3 die, mede dankzij het vele testwerk van Niki Lauda, erg succesvol is. De T5 waarmee Jody Scheckter in 1980 zijn titel moet verdedigen is een grote flop. Het beste resultaat van dat jaar is dan ook een schamele vijfde plaats en de twee punten die hiervoor in die tijd worden toegekend. Teamgenoot Gilles Villeneuve doet het niet veel beter met drie vijfde plaatsen. Tot op heden heeft Jody Scheckter dan ook de twijfelachtige eer de slechtste titelverdediger aller tijden te zijn. Na het seizoen 1980 lijkt Scheckter het plezier in het racen kwijt te zijn. Hij kondigt dan ook zijn vertrek aan, hoewel Ferrari hem een grote som geld biedt om ook in 1981 bij het team te blijven. Zijn angst voor een dodelijk ongeluk speelt hierbij ook een rol: "Wat heb ik aan al dat geld als ik straks verongeluk?", is het statement van Scheckter. ‘Ik heb altijd een keer wereldkampioen willen worden. Dat is nu gelukt. Ik heb dus bereikt wat ik wilde bereiken."

Jack Brabham, 1961 - Cooper T55

Jack Brabham, Cooper T55 Climax, Joakim Bonnier, Porsche 718

Jack Brabham, Cooper T55 Climax, Joakim Bonnier, Porsche 718

Foto: Motorsport Images

In 1960 behaalt Jack Brabham met de revolutionaire Cooper, met de motor achterin, zijn tweede wereldtitel. Brabham is met vijf zeges oppermachtig. Gedurende het seizoen worden de nieuwe reglementen voor 1961 aangekondigd. In deze nieuwe regels wordt de motorinhoud teruggebracht van tweeënhalve naar anderhalve liter. Deze plannen worden met ongeloof ontvangen door de teams. De teams zijn van mening dat dit, in hun ogen, belachelijke plan wel snel teruggedraaid zal worden en doen vrijwel niets om zich voor te bereiden op het nieuwe seizoen met de anderhalve liter motoren. Dit blijkt een kapitale fout.

Zeker als blijkt dat Ferrari wel degelijk bezig is met het ontwikkelen van een nieuwe motor en een wagen die is aangepast aan de nieuwe reglementen. Als de overige teams, waaronder Cooper, beseffen dat de organisatie dit omstreden besluit niet terugdraait, is het te laat om nog op tijd een motor en wagen voor het nieuwe seizoen te ontwikkelen. De strijd om het wereldkampioenschap 1961 wordt dan ook uitgevochten door Ferrari-rijders Phil Hill en Wolfgang von Trips. De Ferrari 156 Sharknose is zelfs zo goed dat Giancarlo Baghetti zijn debuutrace in een Ferrari wint. Stirling Moss weet in een Lotus 18 als niet-Ferrari-coureur twee races te winnen, Innes Ireland wint de seizoensfinale eveneens in een Lotus. Jack Brabham wint geen enkele GP. Zijn beste resultaat is een vierde plaats in de Grand Prix van Engeland. Verder behaalt hij alleen in Nederland nog een zesde plaats. Brabham sluit het seizoen af met een schamele vier punten (oude puntentelling) en de elfde plaats in de eindstand van 1961.

Damon Hill, 1997 - Arrows A18

Damon Hill, Arrows met de trofee en Tom Walkinshaw

Damon Hill, Arrows met de trofee en Tom Walkinshaw

Foto: Sutton Images

In 1996 wordt Damon Hill, zoon van racelegende Graham Hill, in de oppermachtige Williams met Renault-motor voor de eerste en tevens laatste keer wereldkampioen Formule 1. Met acht overwinningen lijkt er voor de titelverdediger geen vuiltje aan de lucht maar aan het einde van het seizoen 1996 laat teambaas Frank Williams weten niet met Damon Hill door te willen gaan. Over de redenen van het plotselinge ontslag zijn tot op heden geen details bekend. Voor Hill is het echter een klein drama. Alle topteams hebben namelijk al hun rijdersbezetting voor 1997 vastgelegd. Alleen sommige van de kleinere teams hebben hier en daar nog een stoeltje over voor het nieuwe seizoen. De algemene verwachting is dan ook dat Hill een sabbatical zal nemen en op zoek gaat naar een topteam voor 1998.

Damon verrast echter vriend en vijand met zijn aankondiging dat hij in 1997 zijn titel zal verdedigen bij het achterhoedeteam Arrows. In de eerste helft van 1997 zal Hill nog wel eens achter zijn oren hebben gekrabd inzake zijn beslissing om voor een achterhoedeteam te gaan rijden. Al in de eerste race in Australië moet Hill zijn Arrows A18 met technische mankementen langs de kant zetten. Extra pijnlijk is dat dit technische defect zich al openbaart in de opwarmronde. Hills eerste race is dus al voorbij voordat deze goed en wel is begonnen. Het blijkt een voorbode te zijn voor wat hem te wachten staat. De eerste races zijn een aaneenschakeling van mechanische pech en uitvalbeurten. Vanaf de zevende race is er echter een stijgende lijn te zien en is de Arrows betrouwbaarder.

Hill haalt in de volgende races steeds vaker de finish. Helaas voor hem leveren achtste en negende plaatsen in 1997 nog geen punten op. In de Grand Prix van Engeland behaalt hij, met een zesde plaats, zijn eerste wereldkampioenschapspunt. Desondanks lijkt het erop dat hij het record van Jody Scheckter, als slechtste titelverdediger, gaat verbreken. Temeer omdat de Arrows nog veel snelheid tekort komt op de concurrentie. In Hongarije wordt de ban echter gebroken. Hill leidt daar lange tijd de race en lijkt daar de eerste overwinning voor het Arrows-team in de wacht te gaan slepen maar wederom gooit de Arrows letterlijk roet in het eten. Er is een blauwe rookpluim te zien achter de wagen van Hill, die ook snelheid verliest. In de laatste ronde wordt de Brit dan ook gepasseerd door zijn voormalig teamgenoot bij Williams, Jacques Villeneuve. Hill wordt nog wel tweede en behaalt daarmee zes punten. Deze punten zorgen er tevens voor dat Damon Hill de twijfelachtige eer van slechtste titelverdediger aller tijden ontloopt.

Phil Hill, 1962  - Ferrari 156 D

Phil Hill

Phil Hill

Foto: Rainer W. Schlegelmilch

In 1961 behaalt Phil Hill, met twee overwinningen, in de dominante Ferrari 156 zijn eerste en enige wereldtitel Formule 1. Deze Ferrari 156 is dat jaar veruit de beste wagen van het veld. Voor 1962 besluit Ferrari niet met een nieuwe wagen te komen maar om de titel te verdedigen met deze Sharknose Ferrari 156 uit 1961. Het blijkt een misrekening want inmiddels heeft de concurrentie wel haar motoren en wagens aangepast aan de nieuwe standaard van de anderhalve liter motor. Hill kan dan ook zijn titel niet verdedigen. Hoewel het seizoen nog goed begint met podiumplaatsen in Nederland, Monaco en België, waar hij respectievelijk derde, tweede en wederom derde wordt, wordt de rest van het seizoen gekenmerkt door uitvalbeurten. Met de veertien behaalde punten sluit Hill het seizoen af met de zesde plaats in de eindstand.

Mario Andretti, 1979 - Lotus 80

Mario Andretti, Lotus 80

Mario Andretti, Lotus 80

Foto: Motorsport Images

In 1978 wordt Mario Andretti, met zes overwinningen, wereldkampioen in de Lotus 79. Deze Lotus 79 is een geniaal ontwerp uit de koker van teambaas Colin Chapman. De opvolger, de Lotus 80, is echter een stuk minder succesvol. De eerste helft van het seizoen verloopt nog redelijk met een vijfde en twee vierde plaatsen. In Spanje haalt Andretti zelfs het podium als hij derde wordt. Helaas voor Andretti is dit wel de enige keer dat hij dat jaar het podium haalt. In de zeven races die hierna volgen, valt hij uit. Pas in Italië weet Andretti, met een vijfde plaats, de finish weer te halen. Met de veertien punten die Andretti behaalt in 1979 wordt hij twaalfde in de eindstand.

John Surtees, 1965 - Ferrari 158

John Surtees, Ferrari 158

John Surtees, Ferrari 158

Foto: David Phipps

In 1964 wordt de zevenvoudig wereldkampioen motorracen John Surtees wereldkampioen Formule 1 in de Ferrari 158. Surtees stelt de eindzege pas in de laatste race van 1964 veilig nadat de andere titelkandidaten Jim Clark en Graham Hill uitvallen. Met een tweede plaats in Zuid-Afrika begint het seizoen 1965 goed voor Surtees maar tegen Jim Clark en zijn Lotus 25 is geen kruid gewassen. Clark wint zeven van de in totaal tien races in dit jaar. In Frankrijk en Engeland weet Surtees met twee derde plaatsen nog het podium te halen maar meer dan zeventien punten en de vijfde plaats in de eindstand zit er niet in voor ‘Big John’ in 1965.

Jacques Villeneuve, 1998 - Williams FW20

 Jacques Villeneuve, Williams Renault

Jacques Villeneuve, Williams Renault

Foto: Motorsport Images

In 1997 heeft Williams nog steeds de beste wagens in de Formule 1. Jacques Villeneuve wordt met zeven zeges wereldkampioen. De opvolger van de Williams FW19 is echter een stuk minder succesvol. Jacques Villeneuve en teamgenoot Heinz-Harald Frentzen kunnen er geen overwinningen mee behalen. Hoewel Villeneuve in 1998 regelmatig in de punten rijdt, kan hij niet meestrijden om de wereldtitel. Zijn beste resultaten komen, met twee derde plaatsen in Duitsland en Hongarije, halverwege het seizoen. Villeneuve sluit het seizoen af met 21 punten en een vijfde plaats in de eindstand.

Juan Manuel Fangio, 1958 - Maserati 250F

Juan Manuel Fangio, Maserati 250F

Juan Manuel Fangio, Maserati 250F

Foto: Motorsport Images

In 1957 wordt de Argentijn Juan Manuel Fangio voor de vierde keer op rij, en voor de vijfde keer in totaal, wereldkampioen. Zijn wereldtitels behaalt hij in 1951 voor Alfa Romeo, in 1954 en 1955 voor Mercedes, in 1956 voor Ferrari en in 1957 voor Maserati. De vele verhuizingen van team zijn niet ingegeven door financiële redenen en ook niet omdat Fangio steeds op zoek is naar het beste team met de beste wagen. Zowel Alfa Romeo alsmede Mercedes trekt zich respectievelijk aan het einde van 1951 en 1955 terug uit de Formule 1 en in 1956 is onenigheid met Enzo Ferrari de reden dat Fangio Ferrari verruilt voor Maserati. Maserati verkeert echter al geruime tijd financieel in zwaar weer. Het familiebedrijf, dat gerund wordt door de Maserati-broers, komt in financiële problemen als Alfieri Maserati overlijdt aan complicaties van een operatie aan zijn lever. Alfieri is de broer die de financiën strak regelt voor het familiebedrijf maar na zijn dood in 1932 gaat het langzaam maar zeker minder goed. In 1957 gaat het inmiddels zo slecht met Maserati dat de overgebleven broers besluiten om een alles of niets gok te wagen in de 24 uur van Le Mans. Met het laatste geld worden er maar liefst zeven equipes ingezet. Met het prijzengeld hoopt Maserati er weer enigszins bovenop te komen maar de uitslag is rampzalig. Alle zeven equipes vallen uit. Ondanks dat Maserati later dit jaar wel het wereldkampioenschap Formule 1 wint, met Juan Manuel Fangio, betekent dit het einde voor het iconische merk. Ferrari neemt het failliete Maserati over waardoor de naam wel blijft voortbestaan als luxe sportwagenfabrikant. In de Formule 1 is het echter voorbij voor het Italiaanse automerk, waardoor Fangio voor 1958 wederom geen onderdak heeft bij een team.

Fangio kan voor het Formule 1-seizoen van 1958 echter zijn Maserati 250F F1-wagen van 1957 overnemen. Hij moet deze wagen dan wel zelf prepareren voor de races.  Zijn Maserati is in 1958 echter geen partij voor de Vanwall’s van Stirling Moss en Tony Brooks en de Ferrari’s van Mike Hawthorn en Peter Collins. De eerste race in Argentinië lijkt het allemaal nog heel redelijk te gaan als Fangio als vierde finisht. De races erna laat Fangio echter verstek gaan. Hij ondervindt dat het zelf prepareren en vervoeren van een wagen voor de diverse races veel van hem vraagt. De Argentijn is inmiddels 46 jaar en denkt steeds vaker over stoppen. Kort na zijn 47e verjaardag besluit hij om het nog een keer te proberen in de Grand Prix van Frankrijk in 1958. Hoewel Fangio het, met een vierde plaats, lang niet slecht doet, is het voor de Argentijn zonneklaar. Winnaar Mike Hawthorn laat, uit respect, Fangio vlak voor de finish voorgaan waardoor hij de ronde achterstand ongedaan kan maken. Als Fangio in de pits arriveert, zegt hij alleen maar tegen zijn monteur: "Het is gedaan." Hoewel de veelvoudig kampioen in dit seizoen geen overwinningen behaalt, hoort hij eigenlijk niet echt in deze lijst thuis. Fangio rijdt in 1958 namelijk slechts twee races. Wat ook het vermelden waard is, is dat Fangio in 1952 als titelverdediger schitterde door afwezigheid. In een, niet voor het wereldkampioenschap meetellende race, kende hij een zwaar ongeluk waarbij hij zijn nek brak. Het herstel hiervan en de revalidatie schakelden Fangio uit voor deelname aan het seizoen 1952.

Alberto Ascari, 1954 - Maserati/Ferrari/Lancia

Alberto Ascari viert de zege

Alberto Ascari viert de zege

Foto: Motorsport Images

Ook Alberto Ascari rijdt in 1954 lang niet in alle Grands Prix maar zijn redenen hiervoor zijn toch een vermelding waard, al was het alleen maar om aan te tonen hoe zeer de hedendaagse Formule 1 verschilt van de Formule 1 in 1954. In 1952 en 1953 wordt de Italiaan Alberto Ascari met grote overmacht wereldkampioen met Ferrari. In beide seizoenen weet Ascari zelfs een record te vestigen dat heden ten dage nog niet gebroken is. Over beide jaren wint hij negen races op rij. Hiermee behoort Ascari tot misschien wel de beste coureur van de jaren vijftig. Zelfs Juan Manuel Fangio geeft een aantal malen in interviews aan dat Alberto Ascari mogelijk nog beter is dan de Argentijnse wereldkampioen. Ondanks zijn twee behaalde wereldtitels voor Ferrari wijst teambaas Enzo Ferrari de verzoeken van Ascari voor salarisverhoging resoluut van de hand. 

Het is Alberto echter niet om rijkdom te doen. Van het karige salaris dat Ascari krijgt van Ferrari kan hij zijn gezin niet meer onderhouden! Hoewel vandaag de dag kersverse wereldkampioenen graag mogen onderhandelen met hun werkgever over een salarisverhoging, is het ondenkbaar dat een wereldkampioen Formule 1 zo weinig verdient dat hij zijn kosten levensonderhoud niet meer kan opbrengen. Het is voor Ascari dan ook noodzakelijk om te tekenen bij een werkgever die hem een hoger salaris biedt. Deze nieuwe werkgever is in 1954 Lancia. Lancia heeft echter haar Formule 1-wagen nog niet klaar waardoor Ascari in 1954 slechts vijf races aan de start kan verschijnen. De paar races die Ascari dat jaar rijdt, zijn dan ook in geleende wagens.

Voor 1955 ziet het er echter goed uit. De nieuwe Lancia 56D is een uitstekende wagen. Dit bewijst Ascari al door een paar races met overmacht te winnen. Helaas tellen deze races niet mee voor het wereldkampioenschap Formule 1. In de eerste race van het seizoen 1955 crasht hij: zijn beroemde duik in de haven van Monaco. Ascari komt er met wat kneuzingen vanaf. Een aantal dagen later komt de snelle rijder bij een test op het circuit van Monza om het leven. Lancia besluit, na het verlies van haar sterrijder, het Formule 1-team op te heffen aan het einde van het seizoen en doet haar wagens in de verkoop. Maserati wil de wagens niet kopen omdat het trotse team haar wagens graag zelf wil blijven bouwen. Enzo Ferrari heeft hier echter minder moeite mee en koopt de wagens op om deze in te zetten voor seizoen 1956. De Lancia 56D is zo goed dat Juan Manuel Fangio er in dit jaar dan ook wereldkampioen mee wordt.

Nelson Piquet, 1988 - Lotus 100T

Nelson Piquet, Brabham en Bernie Ecclestone

Nelson Piquet, Brabham en Bernie Ecclestone

Foto: Motorsport Images

De Braziliaan Nelson Piquet is, samen met Alain Prost, de coureur die het meest zijn stempel op de jaren tachtig heeft gedrukt. Beiden worden in dit decennium drie keer wereldkampioen. Nelson Piquet wint de titel in 1981 en 1983 met Brabham en in 1987 herhaalt hij dit kunststukje met Williams. Piquet is echter niet tevreden bij Williams. Hij vindt dat zijn status als eerste rijder bij het Britse team niet erkend wordt omdat teamgenoot Nigel Mansell voor eigen kansen mag rijden en daarbij niet gehinderd wordt door teamorders. Het onderlinge gevecht leidt ertoe dat Alain Prost in 1986, tegen de verwachtingen in, Nelson Piquet en Nigel Mansell weet te verslaan en wereldkampioen wordt. Ook in 1987 gaat de onderlinge strijd tussen Piquet en Mansell door zonder teamorders ten faveure van Piquet. Dit tot ontevredenheid van de Braziliaan en ook tot ontevredenheid van motorenleverancier Honda. Het leidt ertoe dat Honda haar motoren vanaf 1988 niet meer aan Williams zal leveren. Vanaf 1988 zullen de krachtige Honda-motoren alleen aan de teams van McLaren en Lotus worden geleverd. Bij Lotus is een stoeltje vrijgekomen aangezien Ayrton Senna de nieuwe teamgenoot van Alain Prost wordt bij McLaren. Het lijkt een goed idee om samen met de krachtige motoren van Honda mee te verhuizen naar Lotus maar 1988 loopt uit op een teleurstelling waarin drie derde plaatsen het hoogst haalbare blijkt voor Piquet en Lotus. Extra wrang is dat McLaren-coureurs Ayrton Senna en Alain Prost het seizoen domineren en vijftien van de in totaal zestien races van dat jaar winnen. Voor Nelson Piquet is een zesde plaats in de eindstand het hoogst haalbare.

Eervolle vermelding: Sebastian Vettel, 2014 - Red Bull RB10

Sebastian Vettel valt net buiten deze top tien maar, na vier wereldtitels op rij tussen 2010 en 2013, wordt 2014 wel degelijk een seizoen zonder overwinningen. Met twee tweede en twee derde plaatsen en een vijfde plaats in de eindstand doet Vettel het wel goed genoeg om niet in de top tien van slechtste titelverdedigers te eindigen. Het is zeker dat Red Bull de dominantie van de voorgaande jaren kwijt is geraakt aan Mercedes maar toch lijkt de nieuwe teamgenoot van Sebastian Vettel, Daniel Ricciardo, veel beter uit de voeten te kunnen met de Red Bull. Ricciardo wint namelijk de Grands Prix van Canada, Hongarije en België. Sebastian Vettel kan hier alleen vier podiumplaatsen tegenoverstellen.

Sebastian Vettel, Red Bull Racing RB10 Renault, voor Kimi Raikkonen, Ferrari F14T, Daniel Ricciardo, Red Bull Racing RB10 Renault, en Fernando Alonso, Ferrari F14T

Sebastian Vettel, Red Bull Racing RB10 Renault, voor Kimi Raikkonen, Ferrari F14T, Daniel Ricciardo, Red Bull Racing RB10 Renault, en Fernando Alonso, Ferrari F14T

Foto: Alastair Staley / Motorsport Images

Door Taco van der Zant

gedeeld
reacties
Herbert: “Perez kan mooie dingen bereiken bij Red Bull”

Vorig artikel

Herbert: “Perez kan mooie dingen bereiken bij Red Bull”

Volgend artikel

Wolff dreigde Hamilton en Rosberg thuis te laten na escalatie

Wolff dreigde Hamilton en Rosberg thuis te laten na escalatie
Laad reacties

Over dit artikel

Kampioenschap Formule 1