Lammers sleutelt tijdens WEC-proloog verder aan rijstijl: "Het leren houdt nooit op"

Dit weekend werken de deelnemers aan het wereldkampioenschap langeafstandsracen een officiële testsessie af op Paul Ricard, genaamd de WEC-proloog. Racing Team Nederland komt op vrijdag en zaterdag in actie op de Zuid-Franse omloop.

Lammers sleutelt tijdens WEC-proloog verder aan rijstijl: "Het leren houdt nooit op"

Racing Team Nederland maakt dit jaar zijn debuut in het World Endurance Championship. Giedo van der Garde, Jan Lammers en Frits van Eerd vormen het rijderstrio tijdens de eerste twee ronden van het kampioenschap, de 6 uur van Spa en de 24 uur van Le Mans, waarna Formule 2-coureur Nyck de Vries de plaats inneemt van Lammers. De WEC-proloog op Paul Ricard geeft vast een eerste indicatie van hoe de zaken ervoor staan bij Racing Team Nederland.

“De proloog is de laatste halte voor de eerste race”, vertelt teammanager Mark Koense. “Na onze testsessies afgelopen winter in Aragon zullen we nu op Paul Ricard meer inzage krijgen in wat de modificaties aan onze Dallara ons gaan brengen, ook en vooral in vergelijking met de overige LMP2-teams. Het blijft echter een test, dus de werkelijke verhoudingen zullen nog niet kristalhelder zijn, omdat je niet altijd weet wie op welk moment met welke banden, hoeveel brandstof en wat voor opdracht rondrijdt. Zeker is dat dit twee belangrijke en waardevolle dagen gaan worden en dat het een supercompetitief startveld is. Het kaliber van de teams en de rijders is fenomenaal, dus de uitdaging die wij aangaan, is fantastisch.”

Verschil in rijstijlen

Lammers zal de WEC-proloog onder andere gebruiken om aan zijn rijstijl te werken. Van der Garde liet eerder aan Motorsport.com weten: “Jan doet het nog steeds fantastisch, maar de techniek die hij heeft, is wel van vroeger. Vroeger moest je meer vechten met de auto. Tegenwoordig gaat het erom dat je heel netjes stuurt. Soms zie je echter dat het vechten met zo’n auto ook snel kan zijn. Dat is dan wel interessant om te zien. Maar ik denk dat zijn rijstijl over het algemeen toch wel lastig is met de huidige auto’s. Hij zal zich hier en daar wat aan moeten passen, maar hij doet het op zich uitstekend.”

“Het heeft ook te maken met de karakteristieken van een auto”, legt Lammers, die dit jaar voor de 24ste keer aan de start verschijnt van de 24 uur van Le Mans, uit aan Motorsport.com. “Een LMP2 heeft relatief veel vermogen bovenin. Dat is te vergelijken met een kart. Met een kart moet je heel subtiel rijden. Sturen is remmen. Dus alles wat je te veel stuurt, remt je af. Je moet daarom heel laat en precies remmen. En om dat te kunnen doen, moet de overgang van gas naar remmen heel snel gaan. Giedo remt met links en ik met rechts. Als je met links remt, dan kun je gas geven en remmen naadloos op elkaar aan laten sluiten. Maar als je met rechts remt, gaat het eigenlijk nooit naadloos, omdat je het zo snel moet doen.”

“Je hebt namelijk de neiging om het te agressief te doen als je met rechts remt”, vervolgt Lammers. “Je moet met heel veel kracht in één keer op de goede pedaal drukken. Daar zit altijd een klein verschil in, waardoor het aanremmen voor een bocht iets minder mooi en soepel verloopt. Bij het loslaten van de rem heb je met hetzelfde te maken. Giedo kan het rempedaal die laatste millimeter omhoog laten gaan met de eerste millimeter dat hij het gaspedaal indrukt. Ik kan pas gas geven als ik de rem helemaal heb losgelaten. Dat zijn de verschillen. Als ik de rem loslaat, laat ik hem misschien net wat te snel los, waardoor ik er te hard in ga, en die dosering komt tegenwoordig heel nauwkeurig.”

“Het gaat om één of twee tienden hier en daar”, kwantificeert Lammers het verschil in rijstijl.” Als de bocht volgas is, dan kan ik Giedo wel bijhouden, want vol is vol. Dat zijn, en dat klinkt misschien vreemd, de simpele delen van het circuit. Het zijn echter de stop-start-bochten, de bochten van negentig graden, waar het er heel nauw op aankomt. Daar zitten de verschillen.” Volgens Lammers komt het verschil in rijstijl vooral tot uiting in de hedendaagse LMP2-wagen. “In een auto met heel veel koppel, zoals een LMP3, durf ik met iedereen de strijd aan”, aldus de Zandvoorter. “Die wagens hebben stalen remmen en veel vermogen onderin. Als je dan een keer te langzaam de bocht ingaat, kun je dat gemakkelijker compenseren met een beetje extra gas. Waar iemand als Giedo dan misschien iets te subtiel gas zou geven, geef ik wat meer gas, waardoor het bij mij wat meer uitgebalanceerd is. Maar het rijden met een LMP2 is voor mij gewoon het 'nieuwe rijden', wat ik niet helemaal voor elkaar krijg." Om daar snel aan toe te voegen: "Nog niet in elk geval!”

Door tijdens het testen zijn eigen telemetrie met die van Van der Garde te vergelijken, leert Lammers een hoop. “Dan zie je precies wat er gebeurt en dan denk je bij jezelf: shit, ik moet eigenlijk dit of dat doen. Maar dan is het ook nog een kwestie van jezelf zover krijgen dat je het ook daadwerkelijk zo doet. Ik zie dus wel wat ik anders zou moeten doen. Ik hoop dat als ik straks op Le Mans ben gefinisht, ik tegen mezelf kan zeggen: dat heb ik toch maar even mooi voor elkaar gekregen! Dat zou geweldig zijn.” Of Lammers het lastig vindt om nog aan zijn rijstijl te sleutelen? “Nee, dat is hartstikke leuk juist! Ik vind het heerlijk om hiermee bezig te zijn en geweldig dat het leren nooit ophoudt.”

Beelden van de Racing Team Nederland-presentatie in maart:

gedeeld
reacties
Laatste stoeltje gevuld: LMP2-veld voor FIA WEC compleet
Vorig artikel

Laatste stoeltje gevuld: LMP2-veld voor FIA WEC compleet

Volgend artikel

Duval krijgt toestemming van Audi voor WEC/DTM-dubbel

Duval krijgt toestemming van Audi voor WEC/DTM-dubbel
Laad reacties