Hoe een clashende kalender het Le Mans-debuut van Carlos Sainz verpestte
Carlos Sainz is een naam die synoniem staat aan rally. De Spanjaard heeft de geschiedenisboeken gehaald als tweevoudig wereldkampioen rally en aast momenteel op een vierde Dakar-overwinning met Audi. Zonder datumwijziging, had hij misschien nog een stukje geschiedenis aan zijn indrukwekkende cv kunnen toevoegen.
Het is een ironische gedachte dat Carlos Sainz Sr., tweevoudig wereldkampioen rally en drievoudig winnaar van de Dakar-rally, een imposante carrière in de autosport begon door zijn prestaties op het asfalt. In 1987 en 1988 kroonde hij zich met een Ford Sierra Cosworth RS tot kampioen in de Spaanse rallycompetitie, waarin voornamelijk op asfalt werd gereden. Het leverde de Spanjaard een contract op bij het fabrieksteam van Toyota in het wereldkampioenschap rally.
Het opdoen van ervaring in de racerij deed hij eerder in een Renault 5s en Formule Ford 1600-auto's, waarbij Sainz veel mechanisch inzicht had opgedaan en tijd besteedde aan de banden, veringen en dempers. Een combinatie van ervaring en dit inzicht zorgde ervoor dat de Spaanse coureur goed geschikt leek voor het langeafstandsracen. Het is dus geen wonder dat Sainz veel indruk maakte tijdens zijn uitstapje naar de sportwagens in 1989.
Kort na zijn 27ste verjaardag in 1989 werkte Sainz een test af in een Porsche 962C van Brun Motorsport. Deze test vond plaats op een circuit in het Franse Dijon. Autosport meldde toentertijd dat Sainz "iets sneller was" dan bijrijder en landgenoot Jesus Pareja. Pareja zou in 1994 de 24 uur van Le Mans winnen in de GT2-klasse met een Porsche 911 Carrera RSR.
Sainz herinnert zich nog hoe de test tot stand kwam. "Jesus is een goede vriend van mij. Hij reed op dat moment bij Brun en de mogelijkheid diende zich aan. Ik pakte deze aan en mocht rijden. De kans deed zich ook razendsnel voor. Jesus zei: 'heb je zin om een Le Mans-auto te testen? We gaan over een maand naar Dijon.' Ik zei dat ik nog nooit zo'n auto had bestuurd, maar hij zei: 'maak je geen zorgen. Ik heb eerder met Brun gewerkt, hij regelt alles'. Zo ontstond het en het was fantastisch."
Recente berichten meldden dat Sainz in Le Mans naast Pareja en tweevoudig Grand Prix-eindwinnaar Oscar Larrauri zou plaatsnemen, met twee weken later een mogelijke race in het Spaanse Jarama. Volgens Sainz was dit echter "nooit het plan".
Carlos Sainz rijdt nu in de Extreme E-klasse met zijn eigen Sainz XE-team.
Foto: Sam Bloxham / Motorsport Images
Desalniettemin hadden de meters in Frankrijk hem een goede indicatie gegeven van de enorme snelheid en de turbo's. Deze had hij in de rallysport nipt misgelopen nadat het Groep B-tijdperk na het seizoen 1986 werd verboden. Aan de ervaring in de Porsche 962C denkt Sainz nog steeds met veel plezier terug. "Ik was echt geschokt door het vermogen en de hoeveelheid downforce in snelle bochten. Het was geweldig. Ik herinner me de turbolag ook nog. Net na de eerste eerste run riep Jesus: 'Nee, nee, je moet sneller. Vertrouw me maar, de downforce komt wel. Je moet gewoon wat vertrouwen hebben."
Hoewel een debuut op het Circuit de la Sarthe in 1989 uitbleef, moest Sainz nog wel zijn kriebels voor de sportwagens zien te stillen. Alhoewel hij Le Mans de eerste keer afwees, had hij wel de intentie om aan het einde van het volgende decennium mee te doen aan de prestigieuze wedstrijd.
Op nog maar tweederde van de dag zat hij al binnen een seconde van Brundle. Dat was zeer indrukwekkend.
Allan McNish
In 1998 was Sainz inmiddels twee WRC-kampioenschappen rijker en ook zijn tweede samenwerking met Toyota was een feit. De Spaanse coureur maakte gebruik van zijn connecties bij het Japanse merk om weer in de cockpit te kruipen van een sportwagen (net zoals Sebastien Ogier een hypercar van Toyota testte eind vorig jaar) en deed dat in de Toyota GT-One.
De vader van huidig Formule 1-coureur Carlos Sainz reisde af naar Barcelona om daar de 3.6-liter twin-turbo auto aan de tand te voelen. Opnieuw leverde hij goede prestaties af, dit tot verrassing van Allan McNish. "Aan het einde van de dag stond ik naast de baan toen de Toyota voorbij kwam. Ik dacht eerst dat [Martin] Brundle zo hard ging. Eenmaal terug in de pits, kwam ik erachter dat Sainz in de auto zat", vertelt de Schot. "Ik herinner me dat hij nog geen seconde langzamer was dan Brundle en dat nadat hij slechts twee derde van zijn dag erop had zitten. Het was indrukwekkend, want aan het begin van de dag zat ik achter hem en kon hij de auto amper in een rechte lijn houden. Het sturen in die auto, waar ik een jaar later achter kwam [McNish stapte over naar Toyota in 1999], was heel direct."
De Toyota GT-One TS020 die Carlos Sainz bijna zou besturen in de 24 uur van Le Mans
Foto: Rainer W. Schlegelmilch / Motorsport Images
Het leek erop dat Sainz zichzelf had klaargestoomd voor een Le Mans-debuut, maar een clash in zijn kalender voorkwam dit. "Ik wilde meedoen aan Le Mans", vervolgt Sainz. "Ik reed anderhalve dag in de Toyota op het Circuit de Barcelona-Catalunya in 1998. Echter veranderde de datum van de trainingen voor Le Mans naar dezelfde datum als de Acropolis Rally. Het lukte dus niet meer."
Afgezien van een paar promoritjes in een Volkswagen Scirocco tijdens de 24 uur van de Nürburgring in 2011 was dat het einde van Sainz' carrière op de weg. Uiteindelijk waren het rally-collega's Walter Rohrl, Sebastien Loeb en Colin McRae die wel deelnamen aan de 24 uur van Le Mans.
Hoewel Sainz nooit een serieuze poging heeft gedaan, reed hij wel deze Volkswagen in de 24 uur van Nürburgring
Foto: Motorsport Images
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties