Analyse

De Balance of Performance in WEC: Een noodzakelijk kwaad?

Balance of Performance: een verboden woord voor de teams en coureurs in het World Endurance Championship, maar iets wat buiten die kring veelbesproken – en bekritiseerd – is.

#4 Porsche Penske Motorsport Porsche 963: Mathieu Jaminet, Felipe Nasr, Nick Tandy

Foto door: Emanuele Clivati | AG Photo

In de autosport is het altijd zoeken naar balans om de competitie zo eerlijk mogelijk te houden. In de Formule 1 is die er nu gevonden in de vorm van een budgetplafond, waardoor teams binnen een bepaald budget moeten werken en elke overtreding afgestraft wordt. Weg zijn de tijden dat teams als Mercedes ruim 300 miljoen euro besteedden om een wereldkampioenschap te winnen, nu mag dat nog maar iets meer dan 100 miljoen euro zijn. Kortom, efficiëntie is nu van groter belang en op papier moeten alle teams gelijkere kansen hebben om competitief te zijn.

In de langeafstandsracerij is er geen sprake van een budgetplafond. In feite mogen teams zo veel mogelijk uitgeven, al is het maar de vraag in hoeverre dat zich uitbetaalt. In het World Endurance Championship wordt er namelijk met een Balance of Performance (BoP) gewerkt. Middels verschillende parameters willen het FIA en de Automobile Club de l’Ouest (ACO) het speelveld voor alle fabrikanten in het Hypercar-veld en LMGT3-veld zo gelijk mogelijk maken en houden. Bij de Hypercars maakt dit het ook mogelijk om op die manier de twee verschillende regelsets – de Le Mans Hypercars van WEC en Le Mans Daytona Hypercars van IMSA – samen in één race tegen elkaar te laten rijden, zonder dat de LMH’s een te groot voordeel halen uit de vierwielaandrijving vanaf 180 kilometer per uur waar de LMDh’s enkel achterwielaandrijving hebben.

In het WEC wordt deze BoP toegepast middels een minimumgewicht, maximumvermogen en maximale hoeveelheid energie per uur. Sinds de 24 uur van Le Mans is daar ook de zogenaamde ‘power gain’ bij gekomen om de acceleratie en topsnelheden zo veel mogelijk gelijk te trekken. Op papier is de BoP een nobel streven en er valt wat te zeggen voor het argument dat de BoP voorkomt dat de teams weer massaal met geld gaan strooien om ongeremd de beste auto te produceren. Toch is er door de jaren heen de nodige kritiek geweest – en deels is dat ook terecht.

Vorig jaar nog was er een hoop te doen om de BoP op Le Mans. Deze was vier dagen van tevoren aangekondigd en leverde Toyota maar liefst 36 kilogram aan extra ballast op. De GR010 Hybrid was daardoor 13 kilogram zwaarder dan de 499P en Toyota-teambaas – en coureur – Kamui Kobayashi vreesde dat deze wijziging zijn team zo’n 1,2 seconde per ronde zou kosten. De zege ging naar Ferrari, Toyota moest genoegen nemen met de tweede plek – iets wat dit jaar herhaald is.

Subtiele vraagtekens

Een race later, op het circuit van Monza, was de stand van zaken weer anders. Daar won Toyota en plaatste Ferrari juist op subtiele wijze vraagtekens achter de BoP voor die 6-uursrace. “Na het winnen van de 24 uur van Le Mans was de verwachting dat het team onder dezelfde omstandigheden zou rijden als in de Franse race. Door de omstandigheden in Monza was het team echter in het nadeel ten opzichte van zijn rivalen”, liet het team nota bene in een persbericht optekenen.

Vorig jaar was het Toyota dat domineerde, want de 24 uur van Le Mans was de enige race die zij niet hadden gewonnen. Het leidt tot de vraag in hoeverre de BoP dan echt effect heeft, al heeft de 24 uur van Le Mans van dit jaar weer enkele twijfels doen wegnemen. Uiteraard speelden de safety car-regels een rol, maar uiteindelijk was er een unicum doordat negen auto’s van de topklasse in de ronde van de leider finishten. Qua tempo en strategie was het in de laatste uren zelfs de vraag wie er zou winnen: Ferrari, Toyota, Cadillac of Porsche. Vier fabrikanten verspreid over meerdere teams waren na 23 uur racen nog in beeld voor de zege.

Teams als Peugeot, Lamborghini en Isotta Fraschini kwamen er deze race niet aan te pas, al is dat ook om verschillende redenen. Peugeot kreeg een minder gunstige BoP na de introductie van de 9X8 2024 om te voorkomen dat het zou sandbaggen, Lamborghini en Isotta Fraschini zijn – net als BMW en Alpine – nieuwkomers in het WEC en hebben nog genoeg te leren voordat de BoP een echte rol van betekenis kan gaan spelen.

Ferrari wist twee keer op rij de 24 uur van Le Mans te winnen.

Ferrari wist twee keer op rij de 24 uur van Le Mans te winnen.

Noodzakelijk kwaad met veel pluspunten

Uiteindelijk zijn er een aantal argumenten die in het voordeel van een BoP spreken in het WEC. Ten eerste voorkomt dit dus een strijd om wie het meeste geld tegen het Hypercar-project aansmijt. Het gaat er daardoor om dat teams dus vooral een zo efficiënt mogelijke auto produceren die goed om kan gaan met de banden en deze ook snel op temperatuur kan brengen door het gebrek aan bandenwarmers. Bovendien zou het op papier een gelijker speelveld moeten opleveren dan het geval zou zijn wanneer de teams hun vrije gang mogen gaan, zonder beperkingen. Dit maakt het ook mogelijk om het beste van twee werelden, LMDh en LMH, samen te voegen voor races als de 24 uur van Daytona en 24 uur van Le Mans. Door de huidige regels, die tot en met 2029 doorlopen zoals is aangekondigd op Le Mans, zijn er veel fabrikanten bij gekomen en dat levert voor die merken en de fans van de autosport genoeg spektakel op. Dat merken als Ferrari, Lamborghini en Aston Martin zich willen binden aan de Hypercars, is een goed teken van een gezonde en sterke omgeving en het veld lijkt zich enkel meer uit te breiden dan dat er fabrikanten zullen verdwijnen. McLaren heeft immers ook al gehint naar een deelname aan de topklasse.

Aan het voordeel van het op papier gelijke speelveld kleeft ook een groot nadeel. Fabrikanten willen immers naam maken in de langeafstandsracerij, maar in hoeverre is het dan interessant dat de prestaties (gedeeltelijk) afhangen van een BoP? Een merk als Peugeot presteert al een tijdje ondermaats en als het vermoedt dat het te veel benadeeld wordt door de BoP, waarom zou het dan nog doorgaan onder deze regels? De Hypercars en BoP hebben het WEC heel interessant gemaakt voor grote fabrikanten, maar juist daarin schuilt ook het gevaar dat deze zo weer weg kunnen gaan als zij niet het idee hebben dat hun eigen prestaties het verschil maken op de baan.

Tot nu toe lijken de teams nog niet zo ver te gaan, al zou dat ook slechts een kwestie van tijd kunnen zijn. Jean-Marc Finot, de autosportbaas van Peugeot, gaf in mei al in gesprek met Motorsport.com aan dat het zich 'oneerlijk behandeld' voelt. "We hebben een jaar geprobeerd om de auto te verbeteren en we zien noch op de baan noch in de resultaten het effect hiervan. Dat is heel moeilijk te begrijpen en het is heel slecht voor de teamgeest", aldus Finot, die niet expliciet naar de BoP wilde wijzen.

Het is daarnaast ook jammer dat de BoP echt technische vooruitstrevendheid tegengaat. Natuurlijk ligt het gevaar van dominantie op de loer wanneer teams hun vrije gang mogen gaan – binnen de vastgestelde regels dan wel te verstaan. Maar juist dat maakt de strijd op een toneel als het WEC zo interessant. Tevens kan een BoP nooit helemaal perfect zijn, waardoor er niet altijd sprake kan zijn van een eerlijk speelveld.

Zo is de Balance of Performance uiteindelijk een noodzakelijk kwaad, dat veel goeds met zich meebrengt en in essentie dit gouden tijdperk van de langeafstandsracerij mogelijk maakt. 

Lees meer over het WEC:

Sluit je aan bij de Motorsport community

Praat mee
Vorig artikel Drugovich blij met optreden Cadillac Le Mans: “Opent deuren voor de toekomst”
Volgend artikel Hyundai maakt zich op voor Hypercar-programma in WEC en IMSA

Beste reacties

Meld je gratis aan

  • Snel toegang tot je favoriete artikelen

  • Stel alerts in voor breaking news en je favoriete coureurs

  • Laat je horen met de reactiemodule

Motorsport prime

Ontdek premium content
Abonneer

Editie

Nederland Nederland