Superleague Formula: Toen autosport en voetbal samenkwamen

Voetbal en autosport: twee van de meest populaire sporten ter wereld. Combineer de twee en succes lijkt gegarandeerd. De praktijk bleek anders. Nu het EK Voetbal voor de deur staat blikken we terug op het korte leven van de Superleague Formula.

Superleague Formula: Toen autosport en voetbal samenkwamen

Om te weten hoe de Superleague Formula ontstond, moeten we eerst nog iets verder terug in de tijd. In 2000 werd er binnen de FIA namelijk al gesproken over een nieuw premium racekampioenschap, tot grote frustratie van Formule 1-baas Bernie Ecclestone. In deze nieuwe klasse zouden oud-Formule 1-coureurs en jonge talenten met snelle bolides tegen elkaar strijden. Het format was nog enige tijd onderwerp van discussie, totdat een FIA-topman met het lumineuze idee kwam om autosport en voetbal te combineren: “Een op de vier seizoenkaarthouders in het voetbalstadion is fan van de Formule 1”. Een idee was geboren.

Volgens de internationale automobielfederatie was de grens van de inkomsten van de voetbalclubs uit televisiegelden bereikt. De clubs wilden op andere manieren geld verdienen en een groter publiek aanspreken. Het resultaat: het racekampioenschap Premier 1, racend met identieke Dallara’s met een Judd V10-motor. Nooit van gehoord? Dat kan kloppen, want het is ook nooit van de grond gekomen. Ondanks steun van de FIA was er maar één club (Leeds United) concreet geïnteresseerd. Het beoogde debuut werd twee jaar uitgesteld, in 2003 klapte het verhaal vanwege gebrek aan geld.

De opkomst van de Superleague Formula

Premier 1-directeur Robin Webb weigerde het plan te laten varen en kwam met een nieuw concept: Superleague Formula. De contacten met de top van de Europese voetbalclubs waren er al dus het draaide vooral om het op orde krijgen van de financiën. Wederom schaarde de FIA zich achter de plannen.

Het doel was een kampioenschap met twintig teams met één auto, in de kleuren van de grootste voetbalclubs ter wereld. Om kosten te besparen werd de ontwikkeling van de wagens, de logistiek en de marketing rondom het kampioenschap grotendeels door de organisatie verzorgd. De betrokken voetbalclubs leenden enkel hun naam uit, verder waren zij niet betrokken. De grootste clubs, zoals Liverpool en AC Milan, kregen naar verluidt ongeveer een miljoen euro per jaar om de clubkleuren en naam te mogen gebruiken. Kleinere clubs als PSV en Anderlecht ontvingen weinig tot niets.

Tekst gaat verder onder de foto

#5 Yelmer Buurman - PSV Eindhoven, #18 Borja Garcia - Sevilla

#5 Yelmer Buurman - PSV Eindhoven, #18 Borja Garcia - Sevilla

Foto: Lucien Harmegnies

Men was het er wel over eens dat het geen laffe raceauto’s moesten worden: het moest het grote publiek aanspreken, ook mensen die weinig tot niets met de racerij hadden. De brute bolides werden ontwikkeld door Panoz in samenwerking met Menard. Dat resulteerde in 750 pk sterke auto’s met een dikke V12. Aan geluid geen gebrek.

De start

Met de brute wagens - maar vooral het aantrekkelijke prijzengeld - werden diverse coureurs van naam aangetrokken. Diverse rijders met Formule 1-ervaring verschenen in 2008 aan de start van de eerste race op Donington Park, aangevuld met jonge talenten die via de SF hoopten op een doorbraak. Ervaren mannen als Sebastien Bourdais, Giorgio Pantano, Antonio Pizzonia en Narain Karthikeyan zorgden in de loop der jaren voor wereldwijd bereik. Ook de Nederlandse inbreng was aanzienlijk met onder meer Robert Doornbos, Yelmer Buurman, Ho-Pin Tung en Jaap van Lagen.

Het openingsweekend begon met een aardig startveld van zestien wagens, al haalden zeven de finish van de eerste race niet vanwege de nodige kinderziekten. Onder hen ook Robert Doornbos, uitkomend voor AC Milan. Zijn conclusie na het weekend: het prijzengeld is goed maar daar houdt het ook wel op. Hoewel het spektakel beter werd, had hij een punt wat betreft de inkomsten. Met financiële steun uit Spanje viel er voor de kampioen een miljoen euro te verdienen, de winnaar van de Superfinal van elk weekend kreeg 100.000 euro. Een prima bijverdienste, zogezegd. De betere rijders harkten per jaar, zeker toen er meer evenementen werden verreden, zo anderhalf miljoen bij elkaar. Geld dat weer elders ingezet kon worden om in een ander kampioenschap actief te kunnen zijn.

Tekst gaat verder onder de foto

Robert Doornbos, Corinthians

Robert Doornbos, Corinthians

Foto: Motorsport Images

Bijzonder format

De kinderziekten werden langzaam maar zeker opgelost in het zes evenementen tellende eerste seizoen. Aan spektakel geen gebrek, en ook de (voetbal)fans werden langzaam maar zeker enthousiast. De tribunes zaten steeds voller met fans in de voetbalshirts van hun favoriete club. Of zij iets begrepen van het raceformat was echter de vraag, want dat was nodeloos ingewikkeld gemaakt om maar enigszins de link met het voetbal te behouden. Middels een loting werden de rijders (lees: voetbalclubs) ingedeeld in twee poules. Elke groep had een kwalificatie van vijftien minuten. De vier snelsten van elke groep gingen door naar een knock-out fase: de snelste rijder van groep A nam het op tegen de langzaamste van groep B. Via dit afvalsysteem werd de volledige grid bepaald. Voor de tweede race werd de volledige uitslag van de eerste race omgedraaid: de laatste uit race 1 mocht op pole plaatsnemen. Om het nog wat lastiger te maken werden de zes best scorende teams uitgenodigd voor de ‘dash for the cash’; een sprintrace over vijf ronden om de ‘weekendwinnaar’ te bepalen en de grootste geldprijs uit te delen.

Angolese inmenging

Na een aardig eerste jaar trad Sonangol toe als titelsponsor: een Angolees staatsbedrijf in olie- en gaswinning. Niet echt de meest betrouwbare partner en het ideale uithangbord voor je kampioenschap, maar de partij bracht wel veel geld mee. Daardoor kon het prijzengeld verder omhoog, werd het seizoen uitgebreid van zes races op Europese bodem in 2009 naar elf evenementen met onder meer twee weekends in China in 2010. De Superleague Formula bood in die tijd de grootste prijzenpot in de Europese racerij.

Tekst gaat verder onder de foto

Tristan Gommendy makes his debut in the FC Porto car

Tristan Gommendy bij de auto van FC Porto

Foto: Drew Gibson / Motorsport Images

Ondanks de groei haakten na het derde seizoen steeds meer clubs af. In diezelfde periode stierf het landenkampioenschap A1GP een vroege dood. Geen probleem voor de SF, zo zei men vol vertrouwen. “We waren eigenlijk beiden op zoek naar dezelfde plek in de markt, maar de verwarring daarover is nu weg”, aldus Robin Webb. “Ik kan dan ook alleen maar zeggen dat de Superleague hiervan geprofiteerd heeft. We zijn nu het enige echte globale alternatief voor de Formule 1.”

De Superleague Formula adopteerde het concept van landen die tegen elkaar raceten, maar had ook nog deals met een paar voetbalclubs. Dat resulteerde in een merkwaardig mengelmoesje. Atletico Madrid, Sparta Praag en PSV streden tegen Luxemburg, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea. Het seizoen trapte nog af met evenementen in Assen en Zolder maar daar bleef het bij. De overige races werden afgelast. De voornaamste reden? Het afhaken van Sonangol. De geldlade was leeg.

Nog altijd enthousiasme

Craig Dolby, actief in alle seizoenen van de Superleague Formula en tweemaal als tweede geëindigd in het kampioenschap, blikte in gesprek met Motorsport Magazine terug: “Kampioenschappen komen en gaan maar dit was een geweldige klasse. Echt zonde dat het eindigde. Superleague deed alles goed qua geluid en de banden: we konden zo hard als we wilden pushen en echt de limieten opzoeken. We konden elkaar goed volgen, dat was het mooie aan het kampioenschap. Je kon inhalen en dicht achter iemand blijven zitten. Een Formule Ford-race maar dan met 700 pk.”

Ook organisator Robin Webb kijkt nog met een goed gevoel terug: “We waren de stoute jongens van de racerij. We reden met een 4.2 liter V12, schitterende motor, enorm kabaal. Iedereen had graag gezien dat het voortgezet was. Het was echter een zeer hongerig beest, dat je maar moest blijven voeden. Conceptueel was het een droom voor TV-maatschappijen en het publiek vond het leuk. Gaat dit nog eens gebeuren met voetbalteams? Nee. Met landenteams? Ja.”

gedeeld
reacties
Ferrari-juniore Weug debuteert op Paul Ricard in Formule 4
Vorig artikel

Ferrari-juniore Weug debuteert op Paul Ricard in Formule 4

Volgend artikel

Prema Racing wordt onderdeel van nieuw Italiaans superteam

Prema Racing wordt onderdeel van nieuw Italiaans superteam
Laad reacties