MotoGP
MotoGP
R
GP van Doha
02 apr.
Volgend evenement over
30 dagen
08 apr.
Uitgesteld
R
GP van de Verenigde Staten
15 apr.
Uitgesteld
R
GP van Portugal
16 apr.
Volgend evenement over
44 dagen
R
GP van Spanje
29 apr.
Volgend evenement over
57 dagen
R
GP van Frankrijk
13 mei
Volgend evenement over
71 dagen
R
GP van Italië
27 mei
Volgend evenement over
85 dagen
R
GP van Catalonië
03 jun.
Volgend evenement over
92 dagen
R
GP van Duitsland
17 jun.
Volgend evenement over
106 dagen
R
GP van Nederland
24 jun.
Volgend evenement over
113 dagen
R
GP van Finland
08 jul.
Volgend evenement over
127 dagen
R
GP van Oostenrijk
12 aug.
Volgend evenement over
162 dagen
R
GP van Groot-Brittannië
26 aug.
Volgend evenement over
176 dagen
R
GP van Aragon
09 sep.
Volgend evenement over
190 dagen
R
GP van San Marino
16 sep.
Volgend evenement over
197 dagen
R
GP van Japan
30 sep.
Volgend evenement over
211 dagen
07 okt.
Volgend evenement over
218 dagen
R
GP van Australië
21 okt.
Volgend evenement over
232 dagen
R
GP van Maleisië
28 okt.
Volgend evenement over
239 dagen
R
GP van Valencia
11 nov.
Volgend evenement over
253 dagen
Volledige:

Retro: De spraakmakende rivaliteit tussen Rainey en Schwantz

De rivaliteit tussen Ayrton Senna en Alain Prost wordt vaak omschreven als de grootste rivaliteit die de motorsport ooit gehad heeft, maar de strijd tussen Wayne Rainey en Kevin Schwantz mocht er ook zijn. Dertig jaar later kijken de beide heren met plezier terug op een bijzonder spectaculaire tweestrijd in de 500cc-klasse.

Retro: De spraakmakende rivaliteit tussen Rainey en Schwantz

In de jaren ’80 kwamen de twee elkaar al regelmatig tegen in hun thuisland. Beiden kwamen uit het in het AMA Superbike-kampioenschap. “Ik hoorde dat hij me niet mocht, dat was voor mij meteen reden om hem niet aardig te vinden”, zegt Schwantz over het ontstaan van de rivaliteit. De duels in de Verenigde Staten waren heftig, maar de rivaliteit ontbrandde pas echt toen de twee in 1987 namens hun thuisland aan een landenwedstrijd tussen het VK en de VS meededen. “We raceten alsof we niet bij elkaar in het team zaten”, herinnert Rainey zich. “We hadden dat jaar de dominante motoren, ons team was erg sterk. Ik denk dat de rijder die alle negen races won aan het eind 100.000 pond zou krijgen. We reden op Donington Park en Brands Hatch. Die prijs was voor slechts één rijder en nadat Kevin mij de eerste race verslagen had was het voor mij zaak om de tweede race koste wat kost te winnen. We hadden een paar keer een touché en ik versloeg hem. Vanaf dat moment was het gewoon een doel om zoveel mogelijk races te winnen. Zo is het allemaal begonnen. We vonden elkaar ook naast het circuit niet heel aardig en we waren op de baan niet mals voor elkaar.”

Zie ook:

Schwantz had op dat moment al een paar 500cc-races gereden op Grand Prix-niveau. Rainey reed in 1984 een volledig seizoen voor Roberts Yamaha in de 250cc. In 1988 maakten beide heren hun voltijdsdebuut op het hoogste niveau. Rainey promoveerde binnen de formatie van Kenny Roberts terwijl Schwantz aan de slag ging bij Suzuki.

 

De rivaliteit tussen beiden was al aardig bekend toen de heren het hoogste podium bereikten. Schwantz beschreef de openingswedstrijd van 1988 op het circuit van Suzuka op zijn naam en won later dat jaar ook op de Nürburgring. Rainey moest tot augustus wachten, toen hij zijn eerste overwinning op Donington behaalde. Hij was echter dusdanig constant dat hij in het kampioenschap op de derde plaats eindigde, Schwantz kwam niet verder dan de achtste plaats in het eindklassement. Datzelfde gebeurde ook in 1989 toen Schwantz meer races won (acht ten opzichte van de drie van Rainey), maar verder was Rainey toch sterker. Hij werd vice-kampioen, Schwantz bleef steken op de vierde plaats.

“Hij was in 1989 meteen de man”, zei Schwantz. “Hij scoorde constant punten en deed mee om het kampioenschap. Dat is altijd het sterke punt van Wayne geweest. Hij presteert beter door het uiterste van het materiaal te vragen, ik realiseerde me dat pas toen hij niet meer bij Yamaha zat. Ik verbaasde me erover dat zijn opvolgers niets presteerden bij hetzelfde team op dezelfde motor. Hij zat elk weekend vooraan, zij kwamen nergens. Je moet hem daar alle credits voor geven, zo reed Wayne nu eenmaal.” Juist de aanwezigheid van Schwantz dwong Rainey om zover te gaan: “Ik moest ontzettend hard werken om goed in vorm te geraken, beter te presteren op het circuit en resultaten te scoren. Ik denk dat ik van geluk mag spreken dat me dat overkwam tijdens onze duels.”

Rainey domineerde in 1990 en pakte met de YZR500 de eerste van drie wereldtitels in de 500cc-klasse. Schwantz won vijf races en eindigde op de tweede plaats. Zijn achterstand was 67 punten. De toon was gezet voor 1991, al traden er wat moeilijkheden op. Michelin had besloten om alleen Honda nog van banden te voorzien in 1991. Rainey en Schwantz moesten het daardoor doen met Dunlops. Voor Rainey was dit geen probleem, die was bekend met het Britse rubber al reed hij in 1990 ook met Michelin, waarmee voldaan werd aan de wens van titelsponsor Marlboro. Voor Schwantz was die overstap lastiger. “We moeten uitzoeken hoe onze motor het beste zou werken met de Dunlops”, zegt Schwantz. “Tijdens de tests en in de voorbereiding was het een worsteling. Ik reed een paar goede ronden, maar in de langere runs kon ik het rubber niet goed houden. Ik wist dat we er tijdens de race moeite mee zouden hebben. We zaten daardoor tot de start van het seizoen in de achtervolging.”

Ook Mick Doohan op de Honda werd een factor. De Australiër maakte in 1989 zijn debuut in de zware klasse en pakte een jaar later zijn eerste overwinning in Hongarije. Doohan werd een serieuze bedreiging voor de wereldtitel omdat hij in 1991 meteen wist wat hij nodig had om succesvol te zijn met de Honda.

 

Ondanks alle problemen in de voorbereiding won Schwantz de openingswedstrijd op Suzuka. Terugkijkend noemt Schwantz het de beste race uit zijn carrière. Hij vocht zich terug nadat hij aanvankelijk gelost werd uit het kopgroepje met Doohan, Rainey en John Kocinski (Yamaha). Rainey werd in Japan derde achter Doohan, maar domineerde daarna op Eastern Creek en op het eigen Laguna Seca. In Jerez mengde Doohan zich ook in de strijd, hij molesteerde het veld tijdens de Spaanse GP.

Na een ongeplande pitstop moest Rainey in Misano genoegen nemen met de negende plaats, Doohan won weer. Schwantz had sinds de openingsrace slechts één keer op het podium gestaan en werd zevende. Doohan had de controle over het kampioenschap, maar op de Hockenheimring was het andersom. Doohan had bandenproblemen terwijl Rainey en Schwantz in de slotfase van de race een van hun beroemde duels uitvochten. Rainey reed aan kop bij het uitkomen van de laatste chicane (op de oude lay-out), eigenlijk wilde hij dat niet maar hij had door de dominante acceleratie geen keus. Een jaar eerder had hij Eddie Lawson op een vergelijkbare machine verslagen en wist dat een passeerbeweging in het stadiongedeelte genoeg zou zijn voor de overwinning. Ondanks dat stond de deur wagenwijd open voor Schwantz die de overwinning pakte na een uitstekende inhaalactie bij het indraaien van het stadiongedeelte.

Het volgende titanenduel vond drie races later plaats op Assen. Even daarvoor was Doohan Rainey de baas was op de Salzburgring en domineerde Rainey tijdens de Europese GP in Jarama. In Assen regende het zoals wel vaker waardoor er een herstart plaatsvond. Rainey reed voor Schwantz aan de leiding in de laatste ronde en de Suzuki-man had zijn achterstand grotendeels goedgemaakt. Een klein foutje van Rainey in de Geert Timmer-bocht zorgde ervoor dat hij door het grind moest. Schwantz passeerde hem en reed die ronde de snelste tijd ooit op de originele lay-out van het TT Circuit. Schwantz pakte de overwinning en dat zit Rainey nog steeds niet lekker.

 

“Hij [Schwantz] reed een ronderecord en dat is blijven staan tot ze het circuit in 2002 verbouwd hebben”, zei Rainey. “Die jongens reden daarna op viertakten, maar hij had nog steeds het ronderecord. Ik wist dat ik in die ronde ook een absoluut record gereden zou hebben. Ik baal er nog steeds van dat ik in die ronde het record verspeelde en de race verloor, meer nog dan dat ik ervan baalde dat Kevin won.”

Als de rollen omgedraaid waren, had de teleurstelling van Schwantz vooral gezeten in het feit dat uitgerekend Rainey gewonnen zou hebben. Natuurlijk wilde Rainey altijd van zijn grote rivaal winnen, maar de focus lag op het kampioenschap. Bij Schwantz was dat anders. “Ik dacht nooit echt aan het kampioenschap, dat is wellicht mijn zwakke punt geweest”, geeft Schwantz nu toe. “Ik dacht elk moment van de dag aan een manier om beter dan hem te zijn. Ik moest hem gewoon verslaan. Als hij tweede werd en ik won, of als ik derde werd en hij vierde, dan was mijn dag al goed. Ik baseerde alles op hem en dat komt enkel door onze rivaliteit.”

Dat wil overigens niet zeggen dat Rainey geen oog had voor Schwantz: “Ik wilde dat hij zou opgeven, door hem zo vaak mogelijk te verslaan wist ik dat hij niet vaak van me kon winnen. Daar werkte ik echt aan. Ik deed natuurlijk m’n best om het kampioenschap te winnen, maar ik deed ook een poging om in het hoofd van Kevin te geraken. Ik wist dat hij een grote bedreiging zou worden als hij eenmaal sterk genoeg was op de motor. Dan zou hij een gigantische bedreiging worden.”  

Rainey zette zijn misstap van Assen recht met een overwinning op Paul Ricard. Daarmee kwam hij – inclusief schrapresultaat - op gelijke hoogte met Doohan, die op dat moment ook fier standhield in de titelrace. Rainey en Schwantz duelleerden opnieuw op Donington. De Suzuki-rijder pakte daar de overwinning en kon blijven hopen op de titel. Met twee overwinningen op Mugello en Brno zette Rainey echter een ferme stap naar zijn tweede wereldtitel. Hij besliste de titelstrijd vervolgens in Le Mans met een derde plaats, Schwantz won. Beiden reisden door blessures niet naar Azië voor de eerste GP van Maleisië, Kocinski schreef de race op zijn naam terwijl Doohan met die race de tweede plaats in het kampioenschap veiligstelde.

“Het is waarschijnlijk het kampioenschap waar ik het meest van genoten heb omdat de rivaliteit met Kevin en met Mick fantastisch was”, kijkt Rainey terug. “Het was verdomde lastig om de snelheid uit de motor te halen, maar het gaf ontzettend veel voldoening als je een resultaat scoorde. De rivalen waren altijd sterk. Dat jaar was ik de meest constante coureur qua podiums, overwinningen en andere zaken. Dat gaf me veel vertrouwen.”

Rainey won in 1992 nog een kampioenschap, Schwantz pakte vervolgens de wereldtitel in 1993. Dat was helaas het laatste jaar van de tweestrijd. Rainey crashte dat jaar in Misano en raakte verlamd. Er wordt echter nog altijd met plezier teruggekeken op de epische duels uit die periode. Ondanks de felle strijd was – en is - er altijd wederzijds respect tussen de beide iconen.

“Dit was geen gemaakte rivaliteit, we wilden elkaar zo vaak en zo hard mogelijk verslaan”, besluit Rainey. “Maar zoals Kevin terecht zei, er was wederzijds respect en we gaven elkaar op de goede manier ook alle ruimte. We zochten natuurlijk de grens op, maar het had geen zin om elkaar doelloos van de baan te rossen om de ander te verslaan. We hebben altijd alles gegeven, tot de allerlaatste race met Kevin. Ik gaf alles en ging zo snel als ik kon, andersom was dat net zo.”

 

gedeeld
reacties
Crew-chief Marquez: “De coureur maakt het verschil in de MotoGP”

Vorig artikel

Crew-chief Marquez: “De coureur maakt het verschil in de MotoGP”

Volgend artikel

Suzuki verklaart waarom het in 2019 niet koos voor Lorenzo

Suzuki verklaart waarom het in 2019 niet koos voor Lorenzo
Laad reacties

Over dit artikel

Kampioenschap MotoGP
Coureurs Kevin Schwantz , Wayne Rainey
Auteur Mark Bremer