MotoGP-zomerrapport: Van Quartararo en Espargaro tot Rins en Mir

Terwijl de MotoGP-coureurs van een welverdiende vakantie genieten, kijken wij terug op de eerste helft van het seizoen. In het eerste deel kijken we naar de top van het klassement. Coureurs die overwegend voldoende scoren, van WK-leider Fabio Quartararo tot uitblinker Aleix Espargaro. Ook wordt de wisselvallige Francesco Bagnaia besproken, als ook de teleurstellende Suzuki-rijders.

MotoGP-zomerrapport: Van Quartararo en Espargaro tot Rins en Mir

Fabio Quartararo – 8,5/10

De regerend wereldkampioen is bezig aan een seizoen dat twee gezichten heeft. In eerste instantie was de coureur aan het klagen over de machine die Yamaha hem dit seizoen geleverd had. Te weinig vermogen en qua topsnelheid blijft de machine achter op de concurrentie. Toch tekende hij na maandenlang beraad een nieuw contract. Sinds de Amerikaanse Grand Prix heeft Fabio Quartararo geaccepteerd waar hij het dit jaar mee moet doen en dat gaat heel aardig: drie overwinningen, nog eens drie podiums. Quartararo had ook in Assen uitstekende zaken kunnen doen, maar ging onderuit in een vlaag van verstandsverbijstering. Die nul punten kunnen hem aan het eind van dit jaar duur komen te staan, maar voorlopig heeft de Fransman een geruststellende voorsprong van 21 punten in de WK-strijd.

Aleix Espargaro – 9/10

Als je een jaar geleden gezegd had dat Aleix Espargaro in 2022 mee zou doen om de wereldtitel, dan was je door een heel aantal mensen keihard uitgelachen. En toch is het zo. Aprilia heeft een nieuwe groeispurt doorgemaakt en Aleix Espargaro is doorgegroeid tot een van de echte toprijders in de MotoGP. En dat voor iemand van boven de 30! Espargaro won de Grand Prix van Argentinië op een prachtige manier en dat bleek nog maar het begin. Hij stond in Portugal, Jerez, Le Mans én Mugello telkens op het podium en voegde daar nog knappe vierde plaatsen aan toe op de Sachsenring en op het TT Circuit. Vooral die laatste was heel belangrijk omdat WK-leider Quartararo toch wel een aardige voorsprong had. Na een nulscore van de Yamaha-man had Espargaro zijn beste race van het seizoen en reed hij van P15 naar P4. De misser in Barcelona? Heel onfortuinlijk, maar dat doet niets af aan het ijzersterke jaar waar de Catalaan mee bezig is.

Johann Zarco – 8/10

Johann Zarco staat bij Ducati niet aangeschreven als de beste coureur, maar stiekem doet de Fransman dit seizoen toch weer heel goed mee. Ducati gebruikt hem als een proefkonijn om nieuwe dingen voor de motor uit te testen, maar Zarco lijkt de focus op de wedstrijd nooit te verliezen. Met vier podiums uit de eerste elf races heeft de Fransman weer aardig gepresteerd, maar een overwinning mist nog op zijn palmares. De jacht op die eerste MotoGP-zege blijft geopend, maar intussen is Zarco toch weer bezig aan een indrukwekkend seizoen. En toch is de coureur nooit overwogen voor een plek in het fabrieksteam. Misschien niet helemaal onverwacht met zijn geschiedenis, maar met Zarco heeft Ducati een enorm waardevolle coureur in handen.

Francesco Bagnaia - 6,5/10

Hij was de topfavoriet voor de wereldtitel, maar Francesco Bagnaia is ook kwetsbaar gebleken in de eerste helft van het seizoen. Met maar liefst vier nulscores heeft hij zijn kansen op de wereldtitel al heel klein zien worden. Daartegenover zette hij enkele overtuigende overwinningen in Jerez, Mugello en Assen. Bagnaia is heel zelfbewust als het gaat om de zaken waar hij op dit moment tekortschiet op bijvoorbeeld Fabio Quartararo. “Hij is een completere coureur”, zei Bagnaia in Duitsland. In Assen hield hij een minutenlange monoloog met een select mediagezelschap over wat hij moet verbeteren om wel uit te groeien tot die topcoureur. Het is de vraag of Bagnaia die beste versie van zichzelf dit seizoen nog gaat vinden.

Enea Bastianini – 8/10

Met drie overwinningen in de eerste helft van dit seizoen is Enea Bastianini dé verrassing. Dat de Italiaan een groot talent is, was al enige tijd bekend. Bij het nieuwe gevormde Gresini Ducati heeft hij grote stappen gemaakt en toonde hij zich in een heel aantal races razendsnel. Na zijn derde overwinning in Le Mans ging het echter minder. De coureur moest het een weekend doen zonder crew-chief Andrea Giribuola en dat bleek meteen een lastige voor Bastianini. Net als Jorge Martin vecht hij voor een plek in het fabrieksteam en de focus is daardoor soms iets minder goed, wat er ook gezegd wordt. Bastianini hoort qua pure snelheid zeker in het fabrieksteam, maar heeft hij ook op het hoogste niveau de consistentie die nodig is om een kampioenschap te rijden?

Brad Binder – 7,5/10

KTM heeft geen best jaar in de MotoGP. De machine is net zo snel of een fractie langzamer dan een jaar geleden terwijl de rest van het veld met grote stappen voorwaarts gegaan is. Dat Brad Binder desondanks op de zesde plek in het kampioenschap staat, geeft aan hoe de Zuid-Afrikaan elke race weer weet te maximaliseren. Alleen in Portugal scoorde hij geen punten. Het manco van Binder (en KTM in zijn geheel) ligt in de kwalificaties, maar op zondag weet hij er altijd iets uit te slepen. Daarmee is hij tevens een van de meest constante coureurs op de grid. Als KTM de situatie met de machine onder controle krijgt, kan Binder nog een interessante kandidaat worden in de tweede helft van het seizoen.

Jack Miller – 7/10

Jack Miller is op basis van de afgelopen jaren niet de coureur die een kampioenschap gaat winnen voor Ducati. Ook dit jaar niet. Daarvoor laat Miller simpelweg te veel steken vallen, maar dat is niet exclusief bij hem zo. Alle Ducati-rijders hebben daar last van. Miller wisselt pieken af met diepe dalen, soms is het niet te verklaren. Het maakt ook dat je hem als kampioenschapsrijder nooit een hoog cijfer kunt geven. Met drie podiums in de eerste elf races heeft de Australiër een aardige eerste seizoenshelft achter de rug, maar voor het kampioenschap komt hij andermaal tekort. Wel moet Miller credits krijgen voor zijn rol in de ontwikkeling van de Ducati en ook in 2022 heeft hij weer een waardevolle bijdrage geleverd in het verbeteren van de GP22.

Joan Mir – 5,5/10

De MotoGP-wereldkampioen van 2020 geeft al een tijdje niet thuis. Mir scoorde dit seizoen nog geen podium en hij had ook last van het nieuws dat Suzuki haar vertrek bekendmaakte. Op technisch vlak heeft Mir vooral last van het feit dat de Suzuki minder vergeeflijk is geworden dan vorig jaar. Het harde remmen gaat moeilijker en daardoor nam zijn vertrouwen in de machine ook af. Hoewel het probleem nog niet helemaal opgelost is, ging het de laatste weken voor de zomerstop wel iets beter. Het is de vraag hoe Mir zijn seizoen gaat keren, want op dit moment is hij niet de coureur die in 2020 de wereldtitel pakte. Zoals wel vaker kan één goed resultaat daarbij helpen, maar het kampioenschap wordt een hele kluif: de Spanjaard heeft al meer dan vier GP’s achterstand op Fabio Quartararo.

Alex Rins – 6/10

Na de eerste vijf à zes races van dit seizoen werd Alex Rins tot de titelfavorieten gerekend, maar daarna was het heel snel voorbij. Na een DNF in Jerez kwam het nieuws dat Suzuki vertrekt uit de MotoGP en sindsdien tekende Rins voor vier nulscores. Het kampioenschap is daarmee om zeep, zeker toen hij in de val van Barcelona ook nog geblesseerd raakte aan zijn pols. Voor Rins is het prioriteit om de komende maanden alles te maken van zijn resterende tijd bij Suzuki, want met de huidige vorm van Honda is het moeilijk om je voor te stellen dat hij nog in aanmerking komt voor overwinningen. Hoewel Rins niet altijd controle had over zijn uitvalbeurten, krijgt hij toch een magere voldoende voor de eerste seizoenshelft.

Miguel Oliveira – 6,5/10

De overwinning in Indonesië van Miguel Oliveira was fantastisch, maar de Portugees heeft sindsdien moeite gehad om competitief te zijn met de KTM RC16. Het is zelfs zover gekomen dat de coureur, die zijn leven lang onderdeel was van de Red Bull KTM-opleiding, na dit seizoen gaat vertrekken. Ook op basis van vorig seizoen kunnen we concluderen dat Oliveira niet goed genoeg presteert. De schuld daarvan ligt bij de coureur, maar ook bij KTM. Oliveira is een klasse coureur, zo liet hij in Indonesië zien. Hij is bovendien de meest succesvolle KTM-coureur in de MotoGP. Oliveira eindigde in de laatste vier races voor de zomerstop steeds als negende. De kwalificatie moet beter, maar in hoeverre krijgt hij nog de kans om zich te verbeteren? Dat is de vraag die resteert in de tweede helft van dit seizoen.

Jorge Martin – 6,5/10

Het goudhaantje van Ducati leek op koers naar een dik fabriekscontract naast Francesco Bagnaia, maar Jorge Martin heeft nog niet bepaald overtuigd in de eerste helft van dit seizoen. Hij crashte tweemaal in de eerste twee races, eentje daarvan werd veroorzaakt door diezelfde Bagnaia. Na een tweede plek in Argentinië kreeg het seizoen een goed vervolg, maar hij heeft niet helemaal de belofte kunnen inlossen. Op basis van zijn snelheid in het afgelopen jaar werd Martin toch wel tot een kandidaat voor de top-vijf in het kampioenschap gerekend, maar zover is het nog niet gekomen. Ook in Barcelona haalde hij het podium en kon hij weer eens een succesje vieren. Tussendoor werd hij nog geopereerd en moet hij aan de bak om zich in de tweede helft van het seizoen te bewijzen. Er lonkt een plek bij de rode brigade.

gedeeld
reacties
Artsen tevreden met vooruitgang van herstellende Marc Marquez
Vorig artikel

Artsen tevreden met vooruitgang van herstellende Marc Marquez

Volgend artikel

Ducati: Geen teamorders om MotoGP-kampioenschap nog te redden

Ducati: Geen teamorders om MotoGP-kampioenschap nog te redden