Giacomo Agostini: “Motoren zijn te belangrijk en te snel in de MotoGP”

De technologie van de MotoGP-machines is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Dat heeft ervoor gezorgd dat er aan de lopende band records verbroken worden, maar het is niet per se beter voor de show. Rijders moeten weer meer macht krijgen, zegt Grand Prix-legende Giacomo Agostini in gesprek met Motorsport.com.

Giacomo Agostini: “Motoren zijn te belangrijk en te snel in de MotoGP”

De MotoGP heeft de afgelopen jaren een merkwaardige ontwikkeling doorgemaakt. Met stabiliteit in het reglement zijn de motoren steeds meer gewaagd aan elkaar. Dat resulteert in enorm kleine verschillen, maar ook in het feit dat er steeds meer coureurs kunnen winnen. Enea Bastianini versloeg Ducati-fabrieksrijder Francesco Bagnaia afgelopen weekend nog terwijl hij op een motor rijdt die een jaar ouder is. Volgens de racelegende Giacomo Agostini mist er een herkenningspunt in de MotoGP. “Ik denk dat er niet zoveel mis is met de show, maar het publiek heeft een herkenningspunt nodig", zegt Agostini in gesprek met Motorsport.com tijdens de Classic GP in Assen. "Bagnaia wint, Bastianini wint, een rookie in de klasse kan winnen. Er zijn meerdere rijders die kunnen winnen, maar de volgende race ook tiende kunnen staan. Dan vragen de mensen zich af wie nou eigenlijk echt goed is. Het is te willekeurig. Maar de gevechten zijn niet verkeerd. We hebben vandaag zeker veel technologie, iedereen heeft de beschikking over hetzelfde materiaal. Ik denk niet dat er 23 Maradona’s, 23 Verstappens of 23 Muhammed Ali’s op de grid staan. Je ziet dat iedereen binnen een seconde staat, dat is te gek.”

Het eerste deel van ons Agostini-interview:

De rijder maakt steeds minder het verschil, constateert Agostini. “Omdat je veel technologie hebt, wordt de motor heel belangrijk. Als er een klein detail mist in de motor, kun je een groot kampioen zijn maar dan komt het niet goed. Voor anderen is het steeds makkelijker om verder naar voren te komen. Het is makkelijker om verder naar voren te komen. In mijn tijd was de polsbeweging heel belangrijk, de rijder was de baas. Nu neemt de elektronica het meteen over en is het niet meer aan de rijder. We hebben ook gezien dat er heel lang gewerkt is om steeds meer vermogen te krijgen.” Bovendien komt de veiligheid van circuits in het geding nu de snelheid steeds verder oploopt. De Red Bull Ring in Oostenrijk is bijvoorbeeld al aangepast na een zware crash met Johann Zarco en Franco Morbidelli in 2020. “Wij passen de motor aan, hebben 290 pk maar vervolgens leggen we een chicane in de baan om de snelheid eruit te halen. Waarom investeren we dan nog veel geld in het vinden van meer vermogen en snelheid om er daarna een chicane in te leggen? Op sommige circuits komen de MotoGP-machines niet eens tot de zesde versnelling. Veel circuits zijn nog hetzelfde als in mijn tijd. Er is alleen meer veiligheid, meer ruimte. Maar het circuit en het karakter is nog hetzelfde. Voorheen was het heel mooi. Dat is een lastig probleem.”

De oplossing is simpel, denkt Agostini. “We moeten de rijders meer macht geven. De show is niet per definitie goed omdat de motor 300 pk heeft. In mijn tijd hadden we niet 300 pk, maar was de show wel goed. Valentino Rossi had in zijn loopbaan niet zulke sterke motoren, maar maakte er wel een show van. Jij en ik maken de show, het gaat om de personen. Niet omdat een motor zo snel is. Of je nu rondjes 2.05 of 2.10 rijdt, dat maakt niet uit. Je wilt een duel. De 200.000 mensen op de tribune zitten niet met de stopwatch. Het is belangrijk om het duel te zien, anders kunnen rijders geen show maken. Als we het vermogen een beetje terugschroeven worden de motoren ook minder gevaarlijk. Coureurs moeten zo hard remmen dat ze een motor van 160 kilogram van 300 kilometer per uur kunnen afremmen naar een normale snelheid. Maar als je crasht, dan gaat de motor als er als een kogel vandoor. Dat is heel gevaarlijk. Als je het vermogen reduceert, vergroot je de veiligheid, blijft de band beter. Wie wint dan? De beste rijder. Dat is wat we willen.”

Sprintraces vooral belastend voor monteurs en teams

De MotoGP-organisatie heeft na het afscheid van Valentino Rossi te maken met dalende kijkcijfers en minder belangstelling voor de raceweekenden. De afgelopen weken werd bekend dat er vanaf volgend seizoen elk raceweekend een sprintrace gehouden wordt op de zaterdagmiddag. Agostini denkt dat de sprintraces niet per se slecht zijn voor de MotoGP, maar denkt wel dat de andere klassen in de knel komen.

“Ik weet het niet”, zegt Agostini met een zucht, gevraagd naar de introductie van de sprintraces. “Misschien kan het zoals de Formule 1 worden, maar we hebben al drie klassen met de Moto3 en Moto2. Dat is veel. In mijn tijd reed ik ook meerdere races in de 350cc en 500cc. Maar dat was alleen de rijder die meerdere races doet. Het zou voor een rijder ook te doen zijn als hij nu Moto2 en MotoGP rijdt. Twee klassen rijden kan wel. Het wordt niet lastig om de motor voor zowel zaterdag als zondag te prepareren. Nu is het dezelfde motor die geprept moet worden voor beide races op zaterdag en zondag.”

Agostini reed in zijn tijd ook meerdere klassen: “Maar dat waren maximaal 24 races per jaar. Nu zijn het er 42, dat is wel heel veel. Niet alleen voor de rijders, maar vooral voor de teams en de monteurs. We moeten zien wat het oplevert, misschien is het goed.”

gedeeld
reacties
Analyse: Waarom Bastianini’s zege Bagnaia gevaarlijker maakt
Vorig artikel

Analyse: Waarom Bastianini’s zege Bagnaia gevaarlijker maakt

Volgend artikel

Espargaro: Kwam te laat voorin aan voor strijd om MotoGP-zege Aragon

Espargaro: Kwam te laat voorin aan voor strijd om MotoGP-zege Aragon