MotoGP GP van Catalonië

Brivio wijst reden aan waarom Yamaha en Honda achter feiten aanlopen in MotoGP

De Japanse fabrikanten hebben het dit jaar moeilijk in de MotoGP in vergelijking met de Europese merken. Voormalig Suzuki MotoGP-teammanager Davide Brivio heeft wel een idee waar dat aan ligt: enerzijds durven merken als Ducati, KTM en Aprilia meer risico's te nemen dan Yamaha en Honda, anderzijds denkt hij ook dat de Japanse merken flinke stappen te zetten hebben qua communicatie tussen het circuit en de fabriek.

Franco Morbidelli, Yamaha Factory Racing

Het MotoGP-seizoen 2023 is inmiddels halverwege en de tussenbalans is absoluut niet rooskleurig voor Japanse fabrikanten Yamaha en Honda. Gezamenlijk behaalden ze in de eerste tien Grands Prix maar één overwinning met Alex Rins in de Verenigde Staten, terwijl Fabio Quartararo in die race voor de enige andere podiumplek van de twee merken zorgde. De negen andere zeges op zondag belandden bij Ducati (acht stuks) en Aprilia. In het kampioenschap voor fabrikanten voert Ducati de ranglijst aan, voor KTM en Aprilia. Honda en Yamaha volgen op ruime achterstand als de gedeelde nummer vier.

Het feit dat rijders als Marc Marquez, Fabio Quartararo, Joan Mir en Alex Rins zich niet vaak aan het front kunnen melden vindt Davide Brivio zonde voor de MotoGP. De voormalig teammanager van Suzuki, die tegenwoordig de scepter zwaait bij het talentenprogramma van Alpine F1, ziet echter wel enkele redenen voor de moeizame periode van de Japanse merken. Een van de dingen waar hij naar wijst, is de innovatiedrang die de Europese fabrikanten de afgelopen jaren hebben laten zien met de komst van onder meer geavanceerde aerodynamica en rijhoogteapparaten. "De Japanse fabrikanten moeten een inhaalslag maken met geavanceerde technologie als aerodynamica en de diverse innovaties die naar de MotoGP zijn gekomen. Dat kost tijd", constateert Brivio in een interview met Motorsport.com.

Wat daar niet bij helpt, is het feit dat Honda en Yamaha nog altijd vasthouden aan hun oude werkwijze. "Toen ze tegen elkaar raceten, gebruikten ze hetzelfde systeem en toen was het dus geen probleem. Daarna kwamen Ducati en later Aprilia en KTM", benoemt Brivio het omslagpunt. "De Europese merken werken veel meer met een racegeest en zijn wendbaarder. Vier of vijf jaar geleden keken de Europeanen altijd naar nieuwe ideeën en nieuwe aspecten als aerodynamica rijhoogteapparaten, massadempers, launch control en meer. De Japanse merken hielden intussen vast aan hun filosofie en toen de Europeanen deze ideeën werkend kregen, lagen de Japanners ineens achter. Ze hadden zich niet voorbereid op de veranderingen, waardoor ze nu in de achtervolging moeten." 

Brivio denkt dat Honda en Yamaha aanvankelijk sceptisch waren over ontwikkelingen als de aerodynamische fairings en de rijhoogteapparaten, wat in zijn ogen op dit vlak de achterstand verklaart ten opzichte van Ducati, KTM en Aprilia. "Ze begonnen pas te werken aan deze nieuwe ideeën toen ze ertoe gedwongen werden. Dan lig je altijd achter. De Japanners hadden een heel eenvoudig idee van de MotoGP. Ducati, KTM en Aprilia zijn juist heel innovatief geweest met hun mentaliteit om altijd iets anders te vinden en avant-garde te zijn. Het is echter lastig te beoordelen."

Communicatie en ontwikkelingswerk op circuit moet beter

Een ander vlak waarop de Europese merken volgens Brivio een voordeel hebben in vergelijking met de Japanse fabrikanten is het werk dat op het circuit geleverd wordt en de communicatie tussen het team op de baan en de medewerkers in de fabriek. "Het werk dat je in de fabriek doet voor het plannen en ontwerpen van een motor is heel belangrijk, maar de engineers kunnen pas goed werk doen als er daarvoor goed en efficiënt werk is geleverd op de baan. Het is noodzakelijk dat het team op de baan van hoog niveau is, dat men weet hoe ze de juiste informatie overbrengen naar Japan en dat ze dezelfde technische taal spreken als de Japanners in de fabriek", oordeelt de Italiaan.

De communicatie tussen het team en het moederbedrijf speelt daarbij een rol. Ducati en Aprilia kunnen daarbij leunen op mensen als Gigi Dall'Igna en Romano Albesiano, die korte lijnen hebben richting de fabrikant. "In Japan is de afstand denk ik groter", vermoedt Brivio, die daarbij een link ziet met het ontwikkelingswerk dat op de baan wordt verricht. "Het werk op de baan is belangrijk om de beste onderdelen te selecteren, de dingen die je een voordeel geven zonder dat je de weg kwijtraakt en je de potentie beperkt."

"Vijftien of twintig jaar geleden was het anders en makkelijker. De motoren waren veel eenvoudiger, ze werden in de fabriek gebouwd en op het circuit werkten we om de laatste vijf, tien procent aan prestaties te vinden. Daarna stuurden we informatie van enkele parameters als chassis, motor, banden en ophanging door", aldus Brivio, die erkent dat er tegenwoordig veel meer instrumenten zijn om informatie te verzamelen. "Daarom is het essentieel om te weten hoe je alle informatie van het circuit moet gebruiken en overbrengen. Dit is denk ik een gebied dat de Japanse fabrikanten kunnen verbeteren. Qua engineers hebben ze altijd geweldige mensen gehad, dat is niet het probleem. Ik denk dat deze engineers in staat zijn om een goede motor te bouwen, maar ze hebben niet de juiste aanwijzingen en ideeën om dat te doen."

Sluit je aan bij de Motorsport community

Praat mee
Vorig artikel MotoGP tijden: Het tijdschema voor de Grand Prix van Catalonië in Barcelona
Volgend artikel Bezzecchi verlengt en blijft VR46 trouw in MotoGP in 2024

Beste reacties

Meld je gratis aan

  • Snel toegang tot je favoriete artikelen

  • Stel alerts in voor breaking news en je favoriete coureurs

  • Laat je horen met de reactiemodule

Motorsport prime

Ontdek premium content
Abonneer

Editie

Nederland Nederland