Analyse: De uitdagingen van voormalig MotoGP-kampioen Joan Mir bij Honda

Joan Mir is officieel coureur van het Repsol Honda MotoGP-team. Het is de droom van elke Spaanse motorcoureur om voor dat iconische team uit te komen, maar het veranderde voor verschillende van zijn voorgangers in niets minder dan een nachtmerrie. Een analyse over de uitdagingen die de wereldkampioen van 2020 staan te wachten bij Repsol Honda.

Analyse: De uitdagingen van voormalig MotoGP-kampioen Joan Mir bij Honda

Voor motorcoureurs is de winter het seizoen van de hoop. Direct na afloop van het seizoen proeven ze even aan het nieuwe materiaal voor het volgende seizoen, waarna de teams zich in de winter inzetten om het materiaal te verfijnen of – in het geval van Honda – ingrijpende veranderingen toe te passen. Uiteindelijk zal volgende maand in Sepang duidelijk worden of de arbeid van het team inderdaad goed is geweest. Tot die tijd hoopt iedereen het beste ervan, iedereen begint met een schone lei aan het nieuwe seizoen. Voor Joan Mir komt die schone lei als geroepen. Na zijn wereldtitel in 2020 bij Suzuki kreeg hij het niet voor elkaar om dat niveau in 2021 weer te benaderen. In 2022 werd hij eigenlijk structureel om de oren gereden door zijn teamgenoot Alex Rins. Een blessure speelde Mir parten, ook het feit dat Suzuki de stekker uit het MotoGP-project trok heeft zijn sporen nagelaten bij het team en de rijder.

Honda lonkte al eerder naar de diensten van Mir en het was dan ook weinig verrassend dat teambaas Alberto Puig de rijder opnieuw benaderde toen Suzuki’s exit uit de MotoGP een feit was. Mir komt bij Honda niet terecht in een gespreid bedje zoals hij bij Suzuki gewend was. Dat team was geroutineerd en stapsgewijs bezig aan het verbeteren van het project. Suzuki is geen team dat jaarlijks meedoet om de prijzen, maar de fabrikant uit Hamamatsu kon zich de laatste jaren goed meten met de MotoGP-top. Bij Honda is het al een paar jaar, excuseert u mij, een ongelofelijke puinhoop. En daarom staat Mir aan de vooravond van een mooie uitdaging, maar ook eentje die een coureur kan breken.

Dit zijn de uitdagingen die Joan Mir dit jaar tegenkomt bij Honda.

Een zoekend technische team

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Met het plakken van pleisters heeft Honda lang doen voorkomen dat een crisis afgewend kon worden. Na die ene zondagmiddag in juli 2020 waar Marc Marquez zijn arm brak en – naar later bleek – lang uit de roulatie lag, was Honda weerloos voor alles wat erna kwam. Alex Marquez pakte nog wel een paar podiumplekken, maar geen enkele rijder heeft sindsdien structureel meegedaan om de prijzen. Daar leek begin 2022 verandering in te komen toen Pol Espargaro dolenthousiast was over het prototype, maar dat was snel voorbij. Espargaro snakte de laatste maanden naar de Grand Prix van Valencia, waar zijn teneur bij Honda ten einde kwam.

Tijdens de test na de race in Valencia kwam Joan Mir voor het eerst in actie met de RC213V. Hij reed voornamelijk op de 2022-versie van de machine, het prototype dat volledig uitgemelkt was door teamgenoot Marc Marquez en consorten. Mir vond het geen onaardige machine, maar moest wel wennen aan de manier waarop het vermogen overgebracht wordt. De wijze waarop de krachtbron werkt is al enige tijd een probleem voor Honda. Marquez reed op zijn beurt wel met een vernieuwd pakket, maar was allerminst onder de indruk van hetgeen Honda hem had bezorgd. Men is nog zoekende en een garantie dat het antwoord bij de eerstvolgende test in Sepang gevonden is, bestaat niet. Het streven voor Honda blijft dat ze twee stappen moeten zetten om de aansluiting met de topteams te krijgen.

Een machtige teamgenoot

Wat er ook gebeurt: Als Marc Marquez de vorm behoudt die hij had in zijn beste dagen, zal Honda hem altijd de voorkeur geven. Dat was zo toen Jorge Lorenzo in de diepe herfst van zijn loopbaan actief was voor Repsol, het was zeker ook zo toen Alex Marquez en Pol Espargaro er de laatste jaren reden. Joan Mir mag dan wereldkampioen geweest zijn, hij moet niet rekenen op een voorkeursbehandeling. Zelfs gelijke behandeling met Marc Marquez is hoogstwaarschijnlijk al te veel gevraagd. Marquez is bij Honda de man die de lakens uitdeelt, sinds Dani Pedrosa zijn alle anderen slechts passanten geweest.

Bij afwezigheid van Marquez verzette Honda de bakens naar de andere rijders. Ook zij deden dan op ontwikkelingsgebied een duit in het zakje, maar zodra Marquez terugkeerde gooide men alle eieren weer in het mandje van de achtvoudig wereldkampioen. Marquez weet als geen ander hoe hij een team kan smeden en hoe hij de zaken naar zich toe moet trekken. Dat is de afgelopen jaren al een paar keer gebleken. Bovendien luisterde Honda bij de ontwikkeling van de motorfiets ook vooral naar Marquez, omdat hij nou eenmaal de rijder was die de prijzen binnensleepte.

Mir moet van bijzonder goeden huize komen om dat te veranderen. Met zijn blessureleed van de afgelopen seizoenen is voor Honda ook wel duidelijk geworden dat het niet volledig afhankelijk kan zijn van Marquez, maar tot nu toe is hij nog altijd dé toonaangevende coureur geweest. Ook als hij niet 100 procent fit was. “Ik kan data met hem delen en ik weet zeker dat ik veel van hem kan leren”, zei Mir recent, “maar als je niet presteert zoals je graag wilt, heb je ook zeer zeker een zware kluif aan de rijder die naast je in de pitbox zit.”

Veel meer druk dan tot nu toe

Joan Mir heeft de afgelopen seizoenen weinig te klagen gehad als het om aandacht gaat. Hij kwam als aanstormend talent uit de Moto3-klasse en stapte vrij vroeg over naar Suzuki, waar hij zich in de relatieve luwte naast Alex Rins kon ontwikkelen. Bij Suzuki groeide hij uit tot de wereldkampioen van 2020 waarna er nog een schepje aandacht bijkwam voor de coureur van Mallorca. In 2022 was Mir anoniem door blessures en een gebrek aan prestaties, de oorzaken daarvan zijn uitvoering besproken.

Met de overstap naar Repsol Honda komt Mir in een omgeving terecht waar veel meer druk is. “Alleen winnen is goed genoeg hier”, weet Mir. En dat gaat nog geen sinecure zijn. Honda zwalkt al jaren en de concurrentie heeft niet stilgezeten. Ducati hoeft geen gekkigheden uit te halen om door te bouwen op het ijzersterke pakket waar het in 2022 al over beschikte. De druk die erbij komt kijken om goed uit de verf te komen bij Honda, wordt door de buitenwereld nogal eens onderschat. Mir: “We zitten in een moeilijke fase, maar de aanpak tijdens het racen moet hetzelfde blijven. We willen zo snel mogelijk dit team weer naar de plek brengen waar ze thuishoort.

Zie ook:
gedeeld
reacties

Bestuurder Manel Arroyo vertrekt bij MotoGP-organisator Dorna

Van achterhoede tot titelkandidaat: De MotoGP-opmars van Aprilia uitgelegd