Special: De tien beste voormalig Formule 1-coureurs in de IndyCar

Romain Grosjean werd vorige week het nieuwste lid van de club Formule 1-coureurs die de oversteek hebben gemaakt naar de IndyCar. Een mooie gelegenheid om de tien F1-rijders op te sommen die de beste indruk maakten tijdens hun tijd in de Amerikaanse single seaters.

Special: De tien beste voormalig Formule 1-coureurs in de IndyCar

De komst van Grosjean naar Dale Coyne Racing in 2021 betekent de eerste keer dat een F1-coureur overstapt naar de IndyCar sinds Marcus Ericsson, die in 2019 in de Amerikaanse klasse debuteerde. Zij zijn absoluut niet de eersten die dat doen, maar wie maakten van dat gezelschap de beste indruk in de IndyCar?

Eerst is het zaak om te bepalen aan welke criteria de rijders moeten voldoen. Ten eerste moeten de rijders eerst in de F1 geracet hebben, voordat zij instapten in de IndyCar. Rijders als Michael en Mario Andretti vallen hierdoor af, evenals Juan Pablo Montoya en Sebastien Bourdais. Eventuele successen die de rijders in de F1 hebben behaald, tellen niet mee. Het gaat dus puur om hoe succesvol de coureur de overstap verwerkte. Een indrukwekkend debuut speelt daarentegen wel een rol, evenals de lengte van de carrière. De twee Indy 500-deelnames van Fernando Alonso bieden niet genoeg vergelijkingsmateriaal, wat ook geldt voor de Indy 500-zege van Graham Hill in 1966. Het eventueel overslaan van races op ovals, zoals Grosjean gaat doen, vormde geen factor in het opstellen van deze lijst.

De eervolle vermeldingen gaan naar Mauricio Gugelmin en Mark Blundell, als teamgenoten van PacWest uitblinkers in 1997, Eddie Cheever, in 1998 winnaar van de Indy 500, drievoudig CART-racewinnaar Max Papis en Roberto Moreno, die in 2000 derde werd in de CART-titelstrijd.

10. Takuma Sato

 

Foto: Scott R LePage / Motorsport Images

F1-starts: 90
Beste resultaat: 3de
IndyCar-zeges: 6
Beste klassering Indianapolis 500: Winnaar (2017, 2020)
Beste klassering IndyCar: 7de (2020)

In de Formule 1 wist Takuma Sato, ondanks enkele positieve uitschieters en een podiumplaats tijdens de GP van de Verenigde Staten in 2004, nooit helemaal te overtuigen. Zijn Europese carrière kwam vroeg in 2008 ten einde toen Super Aguri ophield te bestaan, maar via zijn connecties bij Honda wist hij in 2010 een zitje te vinden bij KV Racing Technology. Daar kende hij een lastige start, gevolgd door een beter 2011. In 2012 stapte hij over naar Rahal Letterman Lanigan, waarmee hij bijna de Indy 500 won. Bij het ingaan van de laatste ronde wilde Sato voorbij aan leider Dario Franchitti, maar de poging mislukte en de Japanner crashte.

Voor 2013 volgde de overstap naar AJ Foyt Racing, waar hij vier jaar in dienst zou blijven. Al in de derde race van de samenwerking won Sato zijn eerste IndyCar-race, maar in de daaropvolgende seizoenen zou hij nog maar één podiumplaats behalen. Desondanks verdiende hij voor 2017 een zitje bij topteam Andretti Autosport en meteen nam hij wraak voor 2012 door de Indy 500 te winnen. Ook stond Sato twee keer op pole dat seizoen, waarna hij voor 2018 terugkeerde bij Rahal Letterman Lanigan. Sindsdien zegevierde de inmiddels 44-jarige Japanner nog vier keer, met als hoogtepunt een tweede Indy 500-zege in 2020. 

9. Teo Fabi

 

Foto: Motorsport Images

F1-starts: 64
Beste resultaat: 3de
IndyCar-zeges: 5
Beste klassering Indianapolis 500: 7de (1994)
Beste klassering IndyCar: 2de (1983)

Na een dramatisch F1-debuut bij Toleman in 1982, waarin hij zich zeven keer niet kwalificeerde en zes keer uitviel, stak Teo Fabi over naar de Verenigde Staten. In dienst van Forsythe Racing debuteerde hij in 1983 op zeer succesvolle wijze met zes poles, vier zeges en een tweede plek in het kampioenschap. De F1 lonkte daardoor weer en Fabi probeerde beide kampioenschappen in 1984 (weinig succesvol) te combineren. Halverwege het seizoen besloot de Italiaan zich op Europa te focussen. Daar bleef hij tot 1987, om in 1988 terug te keren naar de VS.

In dienst van Porsche Motorsports verliep het eerste seizoen na zijn terugkeer nog met horten en stoten, maar in 1989 werd de motor van de Duitse fabrikant competitiever en dat leidde onder meer tot een overwinning op Mid-Ohio en twee pole-positions. Qua IndyCar-overwinningen zou het daar bij blijven voor Fabi, die ook in 1990 voor Porsche uitkwam. Dat jaar werd het carbon chassis van Porsche echter tegengehouden, waardoor het Duitse merk eind 1990 uit de IndyCar stapte. Ook tussen 1992 en 1996 reed Fabi nog in de IndyCar. Tussendoor werd hij in 1991 wereldkampioen in het World Sportscar Championship, waarbij hij uitkwam voor Jaguar.

8. Justin Wilson

 

Foto: Adriano Manocchia

F1-starts: 16
Beste resultaat: 8ste
IndyCar-zeges: 7
Beste resultaat Indianapolis 500: 5de (2013)
Beste resultaat IndyCar: 2de (2006, 2007)

De Formule 1-carrière van Justin Wilson was kort: in 2003 debuteerde hij voor Minardi en halverwege het seizoen verkaste hij naar Jaguar, maar aan het eind van het seizoen zat het F1-avontuur erop. Daarna vertrok de Formule 3000-kampioen van 2001 naar de Verenigde Staten, waar hij in 2004 in de Champ Car debuteerde met Conquest. Na de overstap naar RuSPORT in 2005 begon Wilson vooraan mee te doen in de VS. In Toronto pakte hij zijn eerste zege, waarna hij derde werd in het kampioenschap. In 2006 behaalde hij zelfs de tweede plek, de combinatie Sebastien Bourdais met Newman/Haas bleek echter buiten bereik. Dat was in 2007 wederom het geval, ondanks de komst van een nieuw chassis.

In 2008 kwam Wilson bij Newman/Haas terecht als vervanger van Bourdais, maar in dat jaar fuseerden de Champ Car en Indy Racing League met elkaar. Het gevolg was een steile leercurve voor team en coureur, die werd beloond met een zege in Detroit. In 2009 volgde de overstap naar Dale Coyne Racing, waarmee hij de race op Watkins Glen wist te winnen. Voldoende voor een plek bij een topteam was dat niet, want daarna reed Wilson twee jaar in dienst van Dreyer & Reinbold Racing, alvorens hij in 2012 voor drie seizoenen terugkeerde bij Coyne. In het eerste jaar won hij de race op Texas, het daaropvolgende jaar stond de Brit vier keer op het podium en werd hij zesde in het kampioenschap. Na een mager 2014 wist Wilson een parttime deal te sluiten met Andretti Autosport. Hij stond in Mid-Ohio op het podium en leek daarmee een vaste plek voor 2016 veilig te stellen, tot hij een race later op Pocono verongelukte.

7. Dan Gurney

 

Foto: Indianapolis Motor Speedway

F1-starts: 86
Beste resultaat: 1ste (4 zeges)
IndyCar-zeges: 7
Beste klassering Indianapolis 500: 2de (1968, 1969)
Beste klassering IndyCar: 4de (1969)

De Amerikaan Dan Gurney debuteerde in 1959 in de Formule 1 namens Ferrari en daar maakte hij indruk, net zoals hij in 1961 in dienst van Porsche deed. In 1962 debuteerde hij in de Amerikaanse single seaters door deel te nemen aan de Indy 500. Het bleek de start van een reeks van negen Indy 500-deelnames, waarvan de meeste een aanvulling op zijn vaste F1-programma waren. Tot een overwinning op de Brickyard kwam het niet, maar wel boekte Gurney in totaal zeven IndyCar-zeges in negentien starts. Alleen in 1969 gaf hij prioriteit aan de USAC IndyCar. Hij deed slechts negen van de 21 races mee, maar won twee keer en stond na nog eens vijf races op het podium. Daardoor werd Gurney vierde in de titelstrijd.

Overigens maakte Gurney niet alleen indruk in de Verenigde Staten met zijn optredens in de IndyCar en de Indy 500. Ook in de NASCAR stond hij aardig zijn mannetje, met een vijfde plek als beste resultaat in de Daytona 500 en liefst vijf zeges op Riverside tussen 1963 en 1968. Niet alleen fans waren onder de indruk van zijn verrichtingen, dat gold ook voor coureurs die in dezelfde tijd raceten. “Dan was de enige gast die ik bewonderde”, zei Mario Andretti in het verleden eens. De reden: “Hij racete in alles: de Formule 1, sportscars, stock cars, IndyCar. Hij heeft me echt geïnspireerd.”

6. Alexander Rossi

 

Foto: Phillip Abbott / Motorsport Images

F1-starts: 5
Beste resultaat: 20ste
IndyCar-zeges: 7
Beste klassering Indianapolis 500: 1ste (2016)
Beste klassering IndyCar: 2de (2018)

Ook de F1-carrière van Alexander Rossi kwam al snel ten einde: hij verving Roberto Merhi in 2015 bij Manor, waarna hij in 2016 geen plek wist te vinden toen Rio Haryanto aanklopte bij het team. En dus vertrok hij naar zijn thuisland voor een avontuur in de IndyCar, waar Andretti Autosport en Bryan Herta Autosport hun krachten met Rossi bundelden. In eerste instantie moest dat een opstap vormen voor een terugkeer in de Formule 1, maar daar is het niet van gekomen. Wel werd Rossi een van de toprijders in de Amerikaanse klasse, niet in de laatste plaats doordat hij in 2016 zijn eerste deelname aan de Indy 500 meteen winnend afsloot. Daar slaagde de Amerikaan in door tot in perfectie brandstof te sparen.

In de daaropvolgende jaren groeide Rossi uit tot de dragende kracht bij Andretti Autosport. In 2017 boekte hij één zege, het daaropvolgende seizoen won hij drie keer en werd hij tweede in het kampioenschap. Ook in 2018 deed Rossi met twee overwinningen mee om de titel, maar uiteindelijk kwam hij niet verder dan de derde plaats in het kampioenschap. Het door COVID-19 ingekorte seizoen van 2020 was echter geen daverend succes, hoewel hij het seizoen sterk afsloot met podiumplaatsen in vier van de laatste vijf races. Wel kreeg Rossi binnen het team te maken met forse tegenstand van Colton Herta, maar dat neemt niet weg dat hij alle ingrediënten in huis heeft om de komende jaren een titelkandidaat te zijn.

5. Jim Clark

 

Foto: Dave Friedman / Motorsport Images

F1-starts: 72
Beste resultaat: 1ste (25 zeges)
IndyCar-zeges: 2
Beste resultaat Indianapolis 500: 1ste (1965)
Beste resultaat IndyCar: 6de (1963)

Toen Jim Clark in 1963 zijn debuut maakte in de Amerikaanse single seaters, had hij al drie seizoenen in de Formule 1 achter de kiezen met een tweede plaats in het kampioenschap van 1962 als beste resultaat. In de daaropvolgende jaren zou de Brit twee keer wereldkampioen worden in de F1 en ook nog twee keer op de derde plaats eindigen in de titelstrijd, maar hij liet ook zien uitstekend uit de voeten te kunnen op de ovals in de Verenigde Staten. Dat bewees hij meteen bij zijn debuut in de Indy 500 van 1963, die hij op de tweede positie afsloot. Voor de twee andere USAC-races waaraan hij dat jaar deelnam, pakte Clark pole-position, die hij op Milwaukee ook wist om te zetten in een overwinning.

Tussen 1964 en 1967 bleef Clark zijn programma in de F1 aanvullen met wedstrijden in de IndyCar, waarbij hij alleen in 1967 geen kans maakte op de overwinning bij de Indy 500. In 1964 trainde hij naar pole, maar viel hij uit met een kapotte wielophanging. Het daaropvolgende jaar leidde hij 190 ronden en won hij de Indy 500, als eerste niet-Amerikaan sinds 1916 en als eerste coureur met een auto met motor achter de bestuurder. Ook in 1966 maakte Clark kans op de zege op Indianapolis, maar na twee spins eindigde hij achter Graham Hill op de tweede positie. Na de mislukte poging in 1967 kwam er helaas nooit een nieuwe kans voor Clark, die op 7 april 1968 om het leven kwam bij een crash tijdens een Formule 2-race op Hockenheim.

4. Bobby Rahal

 

Foto: Dan R. Boyd

F1-starts: 2
Beste resultaat: 12de
IndyCar-zeges: 24
Beste resultaat Indianapolis 500: 1ste (1986)
IndyCar-titels: 3 (1986, 1987, 1992)

Na de tweede plek in de Formule Atlantic in 1977, achter kampioen Gilles Villeneuve, debuteerde Bobby Rahal in 1978 namens Wolf in de Formule 1. Hij reed de twee Noord-Amerikaanse races, maar werd voor 1979 aan de kant geschoven voor James Hunt. Dat betekende het einde van het F1-avontuur van de Amerikaan, die terugkeerde naar zijn thuisland om in sportscars te racen. Dat werd een IndyCar-avontuur toen Jim Trueman hem benaderde om een IndyCar-team op te zetten. In dienst van het nieuwe Truesports won hij in 1982 in Cleveland zijn vierde race in het kampioenschap. Hij sloot het seizoen uiteindelijk op de tweede plaats af. Hij bleef het team in de daaropvolgende jaren trouw, ondanks lucratieve aanbiedingen van Patrick Racing en Team Penske.

Het bleek een goede zet: tussen 1983 en 1985 werkte het team samen met de jonge ontwerper Adrian Newey en werden er meer races gewonnen. Maar de echte successen kwamen in 1986. In het jaar dat teameigenaar Trueman overleed aan kanker won Rahal zijn enige Indy 500 als coureur, om later in het jaar ook beslag te leggen op zijn eerste IndyCar-titel. Die titel verdedigde hij een jaar later met succes. Pas in 1989 verliet Rahal Truesports voor een avontuur bij Kraco Racing, alvorens hij in 1992 met Carl Hogan zijn eigen team opzette: Rahal-Hogan Racing. Het debuutseizoen werd afgesloten met Rahals derde en laatste IndyCar-titel. Daarna reed hij nog zes seizoenen voor zijn eigen renstal, die vanaf 1996 verder ging onder de naam Team Rahal. Eind 1998 zwaaide Rahal af, waarna hij als teameigenaar in 2004 en 2020 de Indy 500 won.

3. Alex Zanardi

Alex Zanardi, Chip Ganassi Racing Reynard Honda

Alex Zanardi, Chip Ganassi Racing Reynard Honda

Foto: Sutton Images

F1-starts: 41
Beste resultaat: 6de
IndyCar-zeges: 15
Beste resultaat Indianapolis 500: Geen deelname
IndyCar-titels: 2 (1997, 1998)

Met een uitstekende Formule 3000-campagne in 1991 verdiende Alex Zanardi een kans in de Formule 1. Eind 1991 debuteerde hij als invaller bij Jordan, waarna hij ook in 1992 drie races inviel, ditmaal bij Minardi. Na twee seizoenen bij Lotus, waarin hij in totaal acht races miste door een crash op Spa-Francorchamps in 1993, toog de Italiaan naar de CART. In 1996 bood Chip Ganassi Racing Zanardi de kans om voor een topteam te debuteren in de Amerikaanse klasse. Na matige resultaten in de eerste races pakte hij in Portland zijn eerste CART-zege. Daarmee was de beer los, want hij zou in de resterende zeven races vijf keer op het podium staan en het seizoen afsluiten met een reeks van vier pole-positions.

Het bleek de opmaat naar meer successen in 1997 en 1998, want in beide seizoenen pakte Zanardi de titel. Dat deed hij met overtuigende overwinningen en knappe inhaalraces, en de vijftien dagsuccessen vierde hij steevast met donuts, wat hem tot een favoriet van de fans maakte. Met zijn ijzersterke prestaties verdiende hij een F1-zitje bij Williams voor 1999, maar Zanardi slaagde er niet in om punten te scoren. Na een jaar langs de zijlijn keerde hij in 2001 terug in de CART, ditmaal met Mo Nunn Racing. Hij eindigde drie keer in de top-tien voordat het noodlot toesloeg op de Lausitzring: Zanardi deed mee om de overwinning, maar na een late pitstop verloor hij de controle over zijn bolide toen hij uit de pits kwam. Hij kwam overdwars op de baan te staan en werd vol geraakt door Alex Tagliani. Zanardi verloor beide benen bij het ongeluk en zag zijn carrière in de formulewagens daarmee ten einde komen.

2. Emerson Fittipaldi

 

Foto: IndyCar Series

F1-starts: 144
Beste resultaat: 1ste (14 zeges)
IndyCar-zeges: 22
Beste resultaat Indianapolis 500: 1ste (1989, 1993)
IndyCar-titels: 1 (1989)

Eind 1980 hing Emerson Fittipaldi zijn helm op 33-jarige leeftijd aan de wilgen toen hij zijn F1-carrière afsloot. Dat deed hij met twee wereldtitels op zak. Maar na een race in de IMSA GTP wist WIT Racing hem te verleiden om in 1984 te debuteren in de IndyCar. Via H&R Racing kwam hij datzelfde jaar nog bij Patrick Racing terecht, waar Fittipaldi de geblesseerde Chip Ganassi verving. De daaropvolgende vijf jaar reed de Braziliaan met het nodige succes voor teameigenaar Pat Patrick: ieder jaar boekte de combinatie minimaal één zege. Met als hoogtepunt 1989: Fittipaldi boekte zijn eerste zege in de Indy 500 en na nog vier overwinningen én drie podiumplaatsen legde hij ook beslag op de IndyCar-titel.

Vanaf 1990 bundelde Fittipaldi zijn krachten met Team Penske en dat team bleef hij zes jaar lang trouw. Een tweede titel in de IndyCar zou er niet meer komen, hoewel hij in 1993 en 1994 tweede werd in het kampioenschap. Wel won hij tussen 1990 en 1995 ieder jaar minimaal één race en voegde hij in 1993 - op 46-jarige leeftijd - een tweede overwinning in de Indy 500 toe aan zijn palmares. Voor 1996 werd hij in het satellietteam van Carl Hogan geplaatst voor wat zijn laatste seizoen in de IndyCar zou blijken. Een crash op Michigan, waarbij Fittipaldi zijn rug brak, zorgde ervoor dat zijn carrière in de Amerikaanse single seaters ten einde kwam.

1. Nigel Mansell

 

Foto: Indianapolis Motor Speedway

F1-starts: 187
Beste resultaat: 1ste (31 zeges)
IndyCar-zeges: 5
Beste resultaat Indianapolis 500: 3de (1993)
IndyCar-titels: 1 (1993)

Bovenaan onze ranglijst staat Nigel Mansell. De reden daarvoor is hoe hij zich meteen aan wist te passen aan het racen in de IndyCar. In 1992 werd de Brit voor de eerste en enige keer in zijn Formule 1-carrière wereldkampioen, maar contractonderhandelingen met Frank Williams voor 1993 liepen op niets uit. Vervolgens ging hij in op de aanbieding van Carl Haas om dat jaar voor Newman/Haas Racing uit te komen in de IndyCar. In zijn debuutrace verbaasde Mansell vriend en vijand door op Surfers Paradise zowel de pole-position als de zege te pakken. Het bleek de opmaat naar een zeer succesvol seizoen, waarin hij nog vier races wist te winnen en met nog vijf podiumplaatsen meteen de titel voor zich wist op te eisen. Zijn eerste deelname aan de Indy 500 leverde hem een derde plek op.

Voor 1994 bleef Mansell aan bij Newman/Haas Racing, maar dat jaar verliep een stuk minder voorspoedig. De combinatie boekte, mede door de drie oppermachtige Penske-bolides, geen enkele overwinning, met twee keer een tweede plaats als beste resultaat voor de man met het rode startnummer vijf. In de titelstrijd kwam Mansell niet verder dan de achtste plaats. Nog datzelfde jaar keerde hij terug in de Formule 1, waar hij vier races reed voor Williams. In de slotrace van het F1-seizoen op Adelaide vierde Mansell zijn hoogtepunt van het jaar door te winnen. Hij reed zich bovendien in de kijker bij McLaren, dat hem een contract aanbood voor 1995. Zo kwam de IndyCar-carrière van Mansell al na twee jaar ten einde, maar in die seizoenen overtuigde hij critici dat een coureur met talent en moed succesvol van de F1 naar de IndyCar kan overstappen.

gedeeld
reacties
Kimball keert voor Indy 500 en Indy GP terug bij AJ Foyt Racing
Vorig artikel

Kimball keert voor Indy 500 en Indy GP terug bij AJ Foyt Racing

Volgend artikel

Arrow McLaren SP wil zich bij ‘grote drie’ voegen in 2021

Arrow McLaren SP wil zich bij ‘grote drie’ voegen in 2021
Laad reacties