Interview: Rinus VeeKay begint strijdvaardig aan IndyCar-seizoen 2026: "Betere kans dan ooit tevoren"
In een uitgebreid interview met Motorsport.com blikt Rinus VeeKay terug op de IndyCar-tests op Sebring en Phoenix en deelt hij zijn verwachtingen voor het IndyCar-seizoen 2026.
De IndyCar ontwaakt deze week weer uit haar lange winterslaap. Sinds de Music City Grand Prix op de Nashville Superspeedway van 31 augustus 2025 zijn er veel veranderingen geweest in de IndyCar. Een daarvan is dat Rinus 'VeeKay' van Kalmthout het team van Dale Coyne Racing al na één seizoen heeft verlaten en naar Juncos Hollinger Racing is overgestapt. Voor VeeKay voelt dat als een terugkeer op het oude nest, aangezien hij met dat team de Road to Indy heeft voltooid.
Nu maakt VeeKay zich op voor zijn eerste seizoen met Juncos Hollinger Racing in de topklasse. Ter voorbereiding op dat IndyCar-seizoen hebben de teams recentelijk getest op het hobbelige circuit van Sebring, een goede test om te zien hoe de auto's zich gedragen op een road course of stratencircuit. Die test verliep voortvarend voor VeeKay, die op de eerste testdag de derde tijd noteerde en een dag later tot de tiende tijd kwam.
"Het was heel goed", blikt VeeKay in een interview met Motorsport.com terug op de Sebring-test. "Het was ook wel fijn. We komen hier aan, we zetten de auto op de baan en het is meteen heel erg goed. En hij had al de kwaliteiten waar ik een beetje naar zoek: een hele sterke voorkant."
Rinus VeeKay was positief over de test op Sebring.
Foto door: Rinus VeeKay PR
Dat is volgens de 25-jarige Hoofddorper zeker niet gegarandeerd met de huidige IndyCar-bolides. Hij wijst daarbij naar het aeroscreen dat voorop voor meer gewicht zorgt terwijl er achterin een zware hybridemotor zit. "Dat is best wel wat extra gewicht en dat creëert onderstuur", legt hij uit. "Maar de auto was dus al heel sterk."
Op zo'n hobbelig circuit als Sebring kunnen de teams ook volop zoeken naar de beste dempers – een van de weinige onderdelen waarmee het verschil in de afstelling gemaakt kan worden. Op dat vlak was VeeKay meteen positief verrast door JHR. "We kwamen bij de test aan en we hadden meteen negen dempers om te proberen. Dat was ik niet gewend van de jaren daarvoor, dus dat was zeker wel heel fijn", aldus VeeKay, die aan zijn zevende seizoen in de IndyCar begint.
Groot verschil
Na de Sebring-test benadrukt VeeKay dat er in de hardware van de dempers "niet heel veel verschil" zit ten opzichte van bijvoorbeeld de Dale Coyne Racing-auto van vorig jaar. "Maar de interne componenten zijn wel een stuk anders, net als de tests die ermee gedaan zijn en de combinaties die ze doen", voegt hij toe.
"Als we iets nodig hebben, dan krijgen we ook een demper specifiek gebouwd om een bepaald gevoel te geven en een bepaald gripverschil te bieden", zegt VeeKay. "Qua materiaal is het niet compleet anders, maar er wordt gewoon een stuk meer ontwikkeld aan de dempers zelf. Je merkt echt wel een groot verschil."
Zo had VeeKay veel meer keuze dan vorig jaar, maar heeft hij dan ook uiteindelijk de beste demper kunnen kiezen? "Ja, zeker!", antwoordt hij. "Uiteindelijk voelt de demperaanpassing niet heel groot. Wat in Sebring goed voelt, hoeft in St. Pete niet per se te werken. Maar we hebben een goed antwoord, dus als we iets zoeken dan hebben we gewoon een soort map waar we doorheen bladeren en dan kunnen we zo iets eruit pakken."
Net als met veel andere testdagen is het vooral de vraag in hoeverre de rondetijden representatief waren. Hoewel deze niet het volledige verhaal vertellen, is VeeKay ervan overtuigd dat deze wel degelijk inzicht geven in de onderlinge verhoudingen. "Ik ken geen coureur die niet pusht als hij op nieuwe banden rijdt", stelt de Juncos-coureur. "Rondetijden op nieuwe banden zeggen op zich wel wat. Je hebt zo weinig nieuwe sets banden, ik denk dat iedereen wel even probeert een competitieve tijd neer te zetten."
Al met al verliet VeeKay Sebring met het gevoel dat de races op street- en road courses goed kunnen verlopen. "Hoe de auto in de pitstraat stond in Sebring was compleet anders dan wat ze vorig jaar hadden, ook met mijn input en feedback. Ik denk zeker dat we voor heel veel circuits hele goede dingen hebben gevonden op Sebring. Als het in één bocht werkt… 'Die bocht lijkt een beetje op die van Long Beach, laten we dat in onze achterzak stoppen' en 'die bocht is belangrijk voor St. Pete'. Je moet er een beetje dingen uit zien te pikken, maar het vertaalt zich zeker nog wel naar andere circuits."
Opgemerkt door andere coureurs
Kort na de Sebring-test vertrok het IndyCar-circus naar de oval van Phoenix Raceway, waar weer heel andere dingen getest werden. Ook daar zag VeeKay meteen dat het wel goed zat bij Juncos. "Phoenix ging goed, ja. Het was een nieuw circuit voor mij en voor het team. Het begon eigenlijk al best wel sterk."
"We begonnen weer meteen met een afstelling die al best wel goed was", vervolgt VeeKay, die in de drie tests tot een gecombineerde vijftiende tijd kwam – ook al noteerde hij een tiende en twee keer een dertiende tijd in zijn sessies. "Uiteindelijk is het op een oval net even iets anders. We hadden ook weinig banden voor die twee dagen, dus er zit nog wel een stuk meer in dan wat we hebben laten zien", benadrukt de Nederlander. "Maar de pace was heel goed. Zeker in de long run waren we echt snel."
VeeKay stelt dat hij op basis van de gemiddelde long run tijdens die test op de vierde plaats is geëindigd. "Dat is erg goed", merkt hij op. "Ik maak me geen zorgen om de ovals bij dit team. Vorig jaar hebben ze dat al laten zien. Natuurlijk moeten we hard blijven werken, maar tot nu toe ziet de pace er al erg goed uit. Dat wordt ook opgemerkt door andere coureurs in de paddock."
Ook op de ovals had VeeKay snel een goed gevoel in de auto van Juncos Hollinger Racing.
Foto door: Rinus VeeKay PR
Het zijn allemaal positieve tekenen voor VeeKay, die onlangs had aangegeven dat zijn keuze voor JHR ook deels te maken had met de sterke prestaties van het team op de ovals. Het was voormalig teamgenoot Conor Daly die hem er immers op wees dat de auto van Juncos de beste auto was waarmee hij op de Indianapolis Motor Speedway had gereden. Naast die prestaties is VeeKay vooral te spreken over het wederzijdse vertrouwen dat er is.
"Als ik zie hoe het team dit aanpakt: de mentaliteit op weg naar zo'n test en de opties die we hebben binnen de afstelling zijn gewoon een stuk breder dan wat ik in het verleden heb gehad", verklaart hij. "Er komt dus ook een hoop vertrouwen bij kijken. Iedereen binnen de engineeringgroep, de monteurs… iedereen heeft vertrouwen met mij in de auto – en in de auto zelf. Het ziet er heel goed uit. Natuurlijk zal er een weekend zijn dat iets minder makkelijk gaat dan de tests tot nu toe, maar het zal geen one-trick pony zijn – dat zeker niet."
Klein verschil in motoren
Beide tests bieden VeeKay hoop dat de raceweekenden soepel zullen verlopen, mede doordat het team er vooralsnog telkens goed bij zat vanaf het begin. "Het belangrijkste is dat je in de eerste vrije training de baan opgaat en dat die auto al meteen ligt als een raceauto", stelt VeeKay. "Dat je daar dan gewoon de puntjes op de i kan zetten en kan testen voor de rest van het weekend, in plaats van dat je 180 graden moet draaien met een andere afstelling erop, of op een plan B, plan C of plan D af moet gaan."
"Dat leidt dan heel erg af", vervolgt VeeKay. "Dat hebben we vorig jaar met Dale Coyne Racing te vaak gehad. Dat is nu gewoon eigenlijk ons sterke punt, dat we steeds heel erg goed beginnen. Dat toont dat de mentaliteit die we in het off-season hebben gehad, met het ontwikkelen van de auto en de afstellingen, de juiste was. Daar ben ik heel blij mee."
Wat VeeKay ook positief is bevallen, zijn de pitstops. Op Phoenix is daar ook al genoeg mee geoefend en telkens toonde de pitcrew zich scherp. "Op Phoenix hebben we voor het eerst pitstops kunnen oefenen met een draaiende motor. We hebben er drie gedaan en die waren allemaal rond de vijf seconden, dat is gewoon echt heel goed", stelt hij. "Dat laat zien dat het team goed heeft geoefend, zelfs in een pitstraat waar je een beetje aan het glibberen was. Dat was dus heel erg goed, dat is ook belangrijk voor het aankomende seizoen."
Wel moest VeeKay weer even schakelen tussen de verschillende krachtbronnen, want na een 'tussenjaar' met Honda rijdt hij nu weer met de Chevrolet-motor. Hij heeft zo ook de verschillen tussen de twee kunnen voelen, ook al zijn deze naar eigen zeggen "niet mega". Wel voelde hij op Sebring dat de Honda "iets makkelijker tot tractie komt" wanneer de grip laag is en als er over hobbels gereden wordt.
Na een jaar met de Honda-motor rijdt VeeKay in 2026 weer met de Chevrolet-krachtbron.
Foto door: Rinus VeeKay PR
"Maar op Phoenix voel je wel dat die Chevy iets meer power heeft", voegt hij toe. "Dat zag je ook wel in Sebring, dat de Honda's bovenaan stonden. En in Phoenix stonden de Chevy's bovenaan. Er zit een klein beetje verschil tussen." Bovendien merkt hij op dat de Honda "iets zuiniger" is dan de Chevrolet-krachtbron. "Maar als we dat met pure pace kunnen rechttrekken, dan is dat natuurlijk geen probleem."
Blind vertrouwen
Voor nu is VeeKay zeer te spreken over de samenwerking met het team waarmee hij in 2018 de Indy Pro Mazda-titel veroverde en in 2019 tweede werd in de Indy Lights – nu bekend als de Indy NXT. "Het verloopt heel goed", oordeelt VeeKay. "Net als bij Dale Coyne Racing kan ik binnen dit team veel naar mijn eigen hand zetten qua afstelling."
"Er wordt ook serieus bij de engineers gevraagd: 'Wat moeten we doen? Kunnen we rotatie opzoeken of is het ingaan van de bocht nog een probleem?' Als ik een antwoord geef, dan wordt er blind van uitgegaan dat wat ik zeg goed is. Dat is gewoon heel fijn, dat heb ik in het verleden niet altijd gehad. Maar de leiding die ik vorig jaar heb kunnen geven bij Dale Coyne Racing – en dat is een heel succesvol seizoen geworden – kan ik nog steeds geven. Plus de financiële kracht van het team en een hele krachtige engineeringgroep; het zou gewoon om te zetten moeten zijn in overwinningen en zeker wel podiums."
Met dat laatste herhaalt VeeKay zijn verwachtingen van een recent interview met Motorsport.com dat hij dit jaar voor goede resultaten kan gaan én mogelijk kan aankloppen bij de top-tien in het kampioenschap. De testdagen op Sebring en Phoenix hebben volgens hem zijn "punt onderbouwd" en hij stelt dat die punten ook "nog steeds kloppen".
"Ik denk dat het nog steeds haalbaar is", benadrukt VeeKay. "In de IndyCar zit het zo dicht bij elkaar, het is moeilijk te zeggen. Misschien worden we wel zesde of zevende in het kampioenschap. Of we worden zestiende en dan lopen we het net mis. Het kan van alles zijn. Het hangt natuurlijk heel erg af van de tegenstand, maar ik denk dat ik zelf een betere kans heb dan wanneer dan ook in mijn IndyCar-carrière."
VeeKay is optimistisch over zijn kansen in het IndyCar-seizoen 2026.
Foto door: Rinus VeeKay PR
Aankomend weekend, van 27 februari tot en met 1 maart, staat de eerste race van het IndyCar-seizoen al voor de deur: de Grand Prix van St. Petersburg in Florida. Het is een stratencircuit waar VeeKay enkele sterke resultaten heeft behaald, waaronder de negende plaats bij zijn DCR-debuut in 2025. Met de positief verlopen tests op Sebring en Phoenix reist VeeKay met een "heel goed gevoel" af naar St. Pete.
"Ik heb er natuurlijk heel veel zin in", blikt VeeKay vooruit. "St. Petersburg is altijd wel een van mijn favoriete races van het jaar. Het is gewoon een leuk circuit. Het is toevallig het eerste circuit waar ik ooit in Amerika heb gereden, in de Road to Indy. Het ziet er gewoon heel goed uit. Ik heb heel veel vertrouwen in het team. Ik weet dat ik vorig jaar een top-tien heb behaald en in de Fast Twelve-kwalificatie met Coyne terechtkwam. Die auto was niet helemaal perfect, kan ik wel zeggen. Met wat we daar hebben geleerd, zou ik echt een heel goed weekend moeten hebben", besluit VeeKay.
De IndyCar Grand Prix van St. Petersburg gaat zondag 1 maart om 12.00 uur lokale tijd van start, wat resulteert in een Nederlandse starttijd van 18.00 uur. De race is live te volgen via het open kanaal van Ziggo Sport en via Ziggo Sport 3. De kwalificatie is op zaterdag 28 februari om 16.30 uur lokale tijd, waardoor deze voor de Nederlandse fan om 22.30 uur te volgen is. Die sessie wordt uitgezonden op Ziggo Sport 5.
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties