Interview: Hoe Adrian Fernandez in Nederland zijn internationale carrière lanceerde
Met een flinke dosis talent maar met zeer beperkte middelen trok Adrian Fernandez 35 jaar geleden van Mexico naar Engeland met als doel om de Formule 1 te halen. Eenmaal ter plaatse wachtte hem een grote deceptie: geld waarvan hij dacht dat het was toegezegd, kwam niet en het hele gebeuren ging niet door. Maar de Mexicaan gaf niet op. Hij belandde in Nederland, waar hij een halve kans met beide handen aangreep. Motorsport.com-verslaggever Erwin Jaeggi sprak eerder dit jaar met Fernandez over zijn tijd in Nederland.
Foto: Gerrie Hoekstra / Autosport.nl
Hij heeft dan wel geen Formule 1 gereden, Adrian Fernandez is een van de beste coureurs die Mexico heeft voortgebracht. Hij verwierf vooral faam in de Verenigde Staten, waar hij successen vierde in de CART en IndyCar, waaronder met zijn eigen Fernandez Racing. Minder bekend is dat hij aan het begin van zijn internationale racecarrière enkele maanden doorbracht in Nederland. In Sint Anthonis om precies te zijn. "Het was een van de zwaarste en tegelijkertijd mooiste perioden uit mijn leven, vanwege de enorme uitdaging waarvoor ik stond", vertelt Fernandez, als we hem bij de Mexicaanse Grand Prix spreken.
Na in Mexico twee keer kampioen te zijn geworden in de Formule Vee en drie seizoenen lang in de top van de Formule K te hebben meegedraaid, had Fernandez in eigen land zijn plafond bereikt. "Ik wilde eigenlijk in '86 naar Europa gaan om Formule Ford te rijden. Ik had daarvoor een project opgezet genaamd 'Adrian Fernandez naar de Formule 1'. Ik had een mooie presentatie gemaakt, maar er was op dat moment niemand die wilde sponsoren. De dagen van Ricardo en Pedro Rodriguez en Hector Rebaque lagen ver achter ons. Als je zei dat je internationaal wilde racen, werd dat gezien als een dwaze droom. Ik deed echter alles wat ik kon om het voor elkaar te krijgen. Maar toen kwam de aardbeving van ’85." Mexico-Stad werd getroffen door een aardbeving met een kracht van 8,1 op de schaal van Richter. Een groot aantal gebouwen stortte in of raakte zwaar beschadigd. Er vielen duizenden doden. "Hierdoor liep alles natuurlijk vertraging op."
In 1986 werd Fernandez door Rogelio Rodriguez, een bevriende coureur die al in Amerika in de Formule Atlantic had gereden, uitgenodigd om mee te gaan naar Brands Hatch in Engeland, om onderdelen te kopen voor de auto's waarmee ze in Mexico aan het racen waren. Hij keek zijn ogen uit, terwijl Rodriguez hem met allerlei mensen in contact bracht. Na dat bezoek aan Brands Hatch wist Fernandez het zeker: hij moest en zou naar Europa. "Toen ik de auto's daar over het circuit zag rondgaan, zei ik tegen mezelf: ik ga zo hard werken als ik kan om hier te komen. Bij voorkeur als coureur natuurlijk, maar als er alleen een mogelijkheid was geweest om er als monteur te werken, had ik dat ook prima gevonden."
Er waren op dat moment geen Mexicaanse prominenten die deuren voor hem konden openen bij de grote bedrijven of raceteams. "Ik had in '87 een afspraak met Rick Gorne van Reynard. Ik herinner me dat ik daar in mijn eentje aan het wachten was toen Mika Hakkinen met zijn manager Keke Rosberg binnenkwam. Stel je voor als ik op dat moment iemand als Pedro Rodriguez aan mijn zijde had gehad. Dan was mijn carrière een stuk sneller verlopen en was er ongetwijfeld een Formule 1-kans gekomen." Rodriguez, in 1967 de eerste Mexicaanse coureur die een Grand Prix won, was in 1971 echter om het leven gekomen bij een ongeluk op de Norisring. "Er was dus niemand die mij kon helpen. Ik moest het echt helemaal alleen zien te doen. Ik had wel wat aanbevelingsbrieven van mensen als Rebaque. Maar dat waren slechts woorden."
Adrian Fernandez en Sergio Perez bij de Grand Prix van Mexico van 2022.
Foto: Mark Sutton / Motorsport Images
Geen geld
Waar Fernandez op dat moment vooral behoefte aan had, was geld. Na zijn bezoek aan Brands Hatch verkocht hij in Mexico alles wat hij kon missen. Met het geld dat hij bij elkaar had geschraapt, betaalde hij een voorschot om in 1987 met een FF1600 in de Britse Esso en RAC-kampioenschappen te kunnen racen. De rest van het geld zou van de gebroeders Abed, die op dat moment de Grand Prix van Mexico organiseerden, komen. Tenminste, zo dacht Fernandez. "Ik had 15.000 dollar nodig. Ik had geen sponsoring gevonden, maar José Abed had tegen me gezegd dat hij me zou helpen. Ik was jong en naïef, en vatte het op als een belofte. Maar het geld kwam niet.”
Fernandez zou racen voor een nieuw team. Alles was geregeld door Ken Stanford. "Hij vertelde me dat ik de volgende Ayrton Senna zou worden. Ik werd zo enthousiast dat ik hem mijn geld gaf. Een grote fout, bleek later. Een deel van het geld ging naar een monteur bij wie ik introk. En toen kwam het belletje van de gebroeders Abed dat ze niet in staat waren om mij te helpen. Ik was er kapot van. Het was vlak voor de start van het seizoen."
Fernandez belde zijn vader en vroeg of hij 10.000 dollar mocht lenen. "Dat was goed, maar hij vroeg me wel of ik zeker wist dat het me zou brengen waar ik wilde. We waren geen rijke familie. Ik lag de hele nacht te peinzen wat ik moest doen. De volgende dag belde ik mijn vader op om hem te zeggen dat ik de 10.000 dollar toch niet wilde. 'Mooi. Wanneer kom je weer thuis?', vroeg hij. 'Ik kom niet', antwoordde ik. 'Hoe bedoel je?' 'Ik wil niet als een loser thuiskomen, ik ga het hier maken.'" Fernandez besefte dat hij met de 10.000 dollar van zijn vader niet ver gekomen zou zijn. "Want ik zou niet voor het beste team rijden en mijn vader zou me niet meer geld lenen voor de volgende stap. Het kwam er op neer dat ik sponsors moest vinden."
Achter in de vrachtwagen
Fernandez wilde dus niet terug naar Mexico. Maar hoe nu verder? "Het enige goede dat Ken voor me heeft gedaan is me in contact brengen met Henny Vollenberg. Ken belde Henny en vroeg hem of hij een jonge Mexicaanse coureur wilde hebben. Hij legde uit wat er was gebeurd en maakte duidelijk dat ik geen geld had. Ik had nog maar iets van 200 pond."
Vollenberg, een Brabantse transportondernemer met een eigen raceteam, toonde zich bereid Fernandez een kans te geven. "Henny belde me op en nodigde me uit om naar Sint Anthonis te komen. Hij stuurde een truck met Anton van Rijn, die het Formule Ford-team van Henny runde en de zwager van Arie Luyendyk bleek te zijn. Ik ontmoette hem in Dover en we gingen met een hovercraft naar Calais. Ze hadden me alleen nooit verteld dat ik een visum of iets dergelijks nodig had. In Frankrijk aangekomen bleek ik dus niet over de juiste papieren te beschikken. Ik vroeg de douanier wat dat voor mij betekende en hij antwoordde ik terug moest. Terug in Dover had ik nog tien pond over."
"Ik belde Henny op en vroeg hem hoe het verder moest. Hij liet me weten dat er over twee dagen weer een truck zou komen en dat die meeging op een boot die niet in Frankrijk zou aankomen maar in België. In afwachting van die vrachtwagen verkocht ik spullen die ik in mijn tas had zitten zodat ik eten kon kopen. Ik sliep twee nachten in de terminal en waste me in de wc’s. Die andere chauffeur had een grotere aanhanger mee. In plaats van de hovercraft namen we de ferry. Ik herinner me dat er een paar weken daarvoor een veerboot was gezonken. De zee was erg ruw en ik was totaal niet op mijn gemak. Ik verbleef in hetzelfde gedeelte als de vrachtwagenchauffeurs, wat niet het mooiste deel van de boot was, en was de hele tijd in mijn hoofd de route aan het lopen om van de boot af te komen, mocht er iets gebeuren."
Ondertussen was Fernandez ook bang om opnieuw teruggestuurd te worden bij aankomst. Immers, hij had nog steeds geen visum. "Ik vroeg de chauffeur of hij me wilde helpen. 'Kun je me helpen om me in de vrachtwagen te verstoppen?' Al mijn hoop was op hem gevestigd. Er zouden geen nieuwe kansen meer komen. 'Ik moet het land zien binnen te komen', zei ik hem. Hij wilde er niets van weten. 'Ben je gek geworden', reageerde hij. Ik vertelde hem mijn verhaal en daarna vroeg hij: 'Wat heeft een Mexicaanse coureur nou in Nederland te zoeken?' De communicatie verliep stroef. Hij sprak nauwelijks Engels. Maar het lukte me om hem over te halen. Twee uur voordat we in de haven van Zeebrugge aankwamen, gingen we naar de vrachtwagen. Ik verstopte me helemaal achterin de aanhanger. Ik had een paar lege flesjes bij me voor als ik moest plassen. We spraken een signaal af zodat ik wist wanneer de kust veilig was. Zo zat ik drie of vier uur lang in de vrachtwagen verborgen. Toen de deuren eindelijk weer open gingen, voelde ik me helemaal fantastisch."
Aan de slag als monteur
Eenmaal in Nederland ontmoette Fernandez Vollenberg, die bij zijn transportbedrijf VIT in Sint Anthonis woonde. "Vlak bij zijn huis was een klein hotel. Henny zei: 'Hier is een fiets en ik betaal je kamer en je eten. Maar je zal ervoor moeten werken. Ik kreeg dus niet betaald. Henny zette me aan het werk als monteur bij zijn raceteam. Maar ik wilde natuurlijk racen. Ik vroeg hem of er een mogelijkheid voor mij zou komen om eens te testen of te racen. 'We zullen zien,' was het antwoord. En zo ging ik elke dag op de fiets van het hotel naar de werkplaats om aan Formule Fords te sleutelen."
Fernandez werkte hard en deed er waar mogelijk nog een schepje bovenop. "Ik herinner me nog dat Henny een prachtige Mercedes had. Op een dag kwam ik erachter dat die auto de hele ochtend op zijn plek zou blijven staan. Ik besloot hem schoon te maken en ging daarbij zeer grondig te werk. Toen Henny het resultaat zag, zei hij: 'Wauw, dit lijkt wel een gloednieuwe auto. Wiens werk is dit?' En dan wezen ze naar mij. In de werkplaats deed ik een keer iets vergelijkbaars. Ik ben daar eens het hele weekend bezig geweest met schoonmaken. Op maandagochtend zagen de jongens dat de werkplaats alles opgeruimd en netjes was. 'Wie heeft dit gedaan?', vroegen ze. En dan stak ik mijn vinger op."
"Op een dag zag ik een jaar oude Quest in de werkplaats staan. Ik vroeg Henny of er een kans was dat ik daar eens mee mocht rijden. Hij zei: 'Ja, maar dan moet je hem wel in je eigen tijd opbouwen.' Ik was daarna elke avond tot 's avonds twaalf uur bezig om die auto in orde te maken. De andere monteurs krabden zich aanvankelijk achter de oren, maar begonnen me te helpen toen er een belangrijke test aankwam op Zandvoort. Die was ter voorbereiding op een grote race, waaraan ik mocht deelnemen."
Intussen begon Fernandez aardig zijn draai te vinden in Sint Anthonis. "De eigenaar van het hotel was Toon Teerling, een heel vriendelijke man. Hij zag hoe ik elke dag heel vroeg zonder ontbijt op pad ging. Op een dag kwam hij naar me toe en gaf hij me ontbijt en lunch mee. Ik vond dat zo aardig van hem. Hij liet me 's avonds ook achter de bar werken en tafels afruimen. Zo leerde ik de vaste klanten kennen. Op een dag vertelde ik mijn verhaal aan Toon en ik zei hem: 'Als ik het maak, dan zoek ik je op en neem ik je mee naar een van mijn races.’ Ik schreef dat ook op een kaart die ik aan hem gaf."
Ondersteboven
Vervolgens brak de dag aan waarop Fernandez met zijn oude Quest kon testen op Zandvoort. "Ik moest de andere rijders van het team helpen met hun auto, terwijl ik ook aan de mijne werkte. Toen ik dan eindelijk kans zag om de baan op te gaan, hadden de anderen al snel zoiets van: 'Die Mexicaan is verdraaid snel'. En ik kende de baan niet eens. Maar toen er viel een Formule Ford 2000-auto stil met een motorprobleem. Ik kwam op de olie, botste tegen de muur en de wagen begon te rollen. Het was een zware crash en de auto landde op zijn kop. Zo hing ik vijf minuten lang ondersteboven. Er waren in die dagen geen marshals en er gingen nog steeds auto's het circuit rond, terwijl ik klem zat onder de auto. Twee toeschouwers, een jongen en een meisje, kwamen uiteindelijk naar me toe en tilden de auto net ver genoeg omhoog dat ik er onder weg kon kruipen. 'Laat de auto alsjeblieft niet vallen', riep ik naar ze, terwijl ik door het zand kroop." Fernandez dacht zijn kans om aan een race mee te doen, verkeken was. "Maar de schade aan de auto viel mee. Henny stemde er mee in dat we de auto zouden repareren voor de race. 'Maar alleen omdat je snel was', zei hij daarbij. De andere monteurs hielpen me om de auto te maken."
Een week later was de grote race. Zijn monteur was niemand minder dan Allard Kalff. "Hij was destijds testcoureur voor Henny. Ik ging dan wel eens mee naar een test, waar ik dan ook een paar ronden mocht rijden. Ik raakte goed met Allard bevriend. Net als met Kees van de Grint overigens, die voor Bridgestone werkte. Henny was importeur van Bridgestone, dus zo leerde ik Kees kennen", aldus Fernandez. Terug naar het raceweekend op Zandvoort. "Ik moest me op oude banden kwalificeren. Ik zei tegen Anton: 'Kom op, man. Help me, alsjeblieft. Mijn kansen zijn erg beperkt en ik probeer hier mijn droom waar te maken.' Maar Henny moest het goedkeuren en die kon ik nergens vinden. Ik kwalificeerde me als zestiende of iets dergelijks, van de in totaal meer dan dertig deelnemers." Voor de start van de grote race was er wel contact met Vollenberg. "Hij gaf toestemming om mij nieuwe banden te geven voor de race. De wedstrijd vond plaats op een opdrogende baan, omdat het 's nachts had geregend. Het waren dus lastige omstandigheden. En hoewel ik inmiddels een paar ronden had gereden, kende ik de baan nog altijd niet zo heel erg goed." Op de grid wachtte hem een aangename verrassing. "Voor de start van de race zag ik ineens mijn naam op de tribune. Het bleken de jongens van de bar uit Sint Anthonis te zijn. Ik kreeg tranen in mijn ogen. Al die jongens waren speciaal naar Zandvoort gekomen om mij te zien racen."
Adrian Fernandez gaat tijdens de tweede ronde aan de leiding in Zandvoort.
Foto: Gerrie Hoekstra / Autosport.nl
Bij de start ging Fernandez er als een speer vandoor. "Ik haalde tijdens de eerste ronde iedereen in. Bij de eerste bocht vier aan de buitenkant, bij de volgende bocht nog eens twee en dat ging zo maar door. Bij de laatste bocht ging ik de laatste twee voorbij en zodoende reed ik terug op start-finish aan de leiding! Ik kon het niet geloven. Na alles wat ik had meegemaakt, reed ik met een oude Quest aan de leiding op een baan waar die auto nog nooit aan de leiding had gelegen. Iedereen vroeg zich dan ook af: waarmee rijdt die gast in hemelsnaam? Ik leidde de race tot twee ronden voor het einde. Bij de tweede bocht werd ik van de baan gereden door Milko Tas. Hij tikte me van achter aan, waardoor ik spinde en crashte."
De race kende dus geen sprookjesachtig einde maar Fernandez had zich in de kijker gereden. "Die race heeft me geholpen om de volgende stap te maken", weet Fernandez. "Ik bleef nog een maand in Nederland, maar Henny was niet van plan om nog meer geld in me te steken. Maar ik was opgemerkt door de mensen van Quest en werd gevraagd terug te komen naar Engeland. Ik ben in totaal vier of vijf maanden in Nederland geweest. Die periode is erg belangrijk voor me geweest. Henny was de enige die me op dat moment een kans gaf. Nog steeds ben ik heel dankbaar voor alle dingen die ik bereikt heb, doordat de weg ernaartoe zo moeilijk is geweest."
Terug op Brands Hatch
Eind 1987 kon Fernandez deelnemen aan het Formula Ford Festival op Brands Hatch. Opnieuw wist hij de aandacht op zich gevestigd, maar wederom niet alleen omdat hij snel was. "Ik reed met stickers van Marlboro", vertelt Fernandez, die zich op pole-position kwalificeerde voor zijn heat. "Er was mij verteld dat ik er de eerste dagen mee kon rijden en dat het op zondag een gestreept logo moest zijn, omdat de races op tv werden uitgezonden."
Toen Fernandez op zaterdag plaatsnam op de pole-positie kreeg het team echter te horen dat de logo's voor die dag al verwijderd hadden moeten worden. Drie minuten voor de start probeerde het team in allerijl alle logo's af te plakken. Er was echter niet voldoende tijd. Fernandez vertrok terwijl een paar logo's nog zichtbaar waren. "Na een aantal ronden kreeg ik een zwarte vlag. Ik ging op dat moment aan de leiding en was het hele weekend snel geweest. Iedereen had het met me te doen. Maar het leverde me heel veel publiciteit op. Marlboro voelde zich er ook slecht over en besloot me daarom het jaar erna te blijven steunen."
In 1990 betekende een gebrek aan budget het einde van het avontuur in Engeland. "Na de Formule Ford was de volgende stap de Formule 3. Ik deed een test op Snetterton en was bloedsnel. Ik mocht een race doen, maar helaas ging de koppeling stuk of iets dergelijks, waardoor ik bij de start bleef staan. Ik had iets van 250.000 pond nodig om het hele seizoen te doen en dat had ik niet. De gebroeders Abed begonnen in 1991 een Mexicaans Formule 3-kampioenschap. Ik ging terug naar Mexico en nam een aantal Engelsen mee om de Mexicaanse jongens te trainen. Ik werd kampioen en vervolgens ben ik naar de VS gegaan." In Amerika bouwde Fernandez een succesvolle carrière op als coureur en als teameigenaar. Of hij er nog wel eens van baalt dat de Formule 1 er niet van is gekomen? "Ergens wel. Ik denk dat mijn vloeiende manier van rijden erg goed zou zijn geweest voor de Formule 1."
De belofte aan Toon Teerling kwam Fernandez uiteraard na. "Jazeker. Ik kan me het niet precies heugen, maar volgens mij heb ik hem meegenomen naar Rockingham in Engeland."
Adrian Fernandez en Milko Tas in gevecht op het circuit van Zandvoort.
Foto: Milko Tas / Privéarchief
Kalff over Fernandez
"Een fantastische gast", zegt Allard Kalff over Adrian Fernandez. "Ik leerde Adrian kennen in de tijd dat ik banden testte met Kees van de Grint, die de Formule Ford-banden ging ontwikkelen voor Bridgestone. Henny Vollenberg was Bridgestone-importeur en ook importeur van Quest. Met die Quest deed ik al testwerk voor Henny, dus het was logisch dat ik met Kees op pad werd gestuurd om banden te testen. Adrian ging toen een keer met ons mee naar een test op Circuit de Croix-en-Ternois in Frankrijk. Het was zijn taak om de hele week banden op velgen zetten."
"Die jongens die in die periode van de andere kant van de oceaan naar Europa kwamen, hadden zoveel passie en doorzettingsvermogen. De Argentijnen en Brazilianen hadden dat, maar Adrian had dat ook", vervolgt Kalff. "Hij wilde gewoon racen en daar deed hij letterlijk alles voor. Toen hij het uiteindelijk voor elkaar had dat hij kon racen, maar nog geen monteur had, bood ik hem aan om dat weekend in Zandvoort zijn monteur te zijn. Eigenlijk hebben we daarna altijd contact gehouden."
"Hij is een van de meest trouwe vrienden die je kunt hebben", meent Kalff. "Ook al spreek ik hem een jaar niet, als we dan weer bellen, is het meteen goed. Ik heb echt zoveel respect voor wat hij uiteindelijk bereikt heeft in de IndyCar. Maar zelf is hij daar erg bescheiden over en is hij ontzettend dankbaar voor het succes dat hij heeft. Ik weet nog dat hij een keer met Kees bij de Grand Prix van Monaco was. Ze liepen daar een beetje rond en Adrian zei: 'Kees, ik begrijp er niets van. Al die mensen hier in de Formule 1 kennen mij.' Kort daarvoor had hij een IndyCar-race gewonnen in Japan, dus Kees antwoordde: 'Ja, maar jij wint ook nog wel eens iets, hè. Dat houden de mensen hier allemaal in de gaten.'"
"In 2001 woonde ik bij Arie Luyendyk in Amerika, in Scottsdale, Arizona. Adrian, die toen nog in de IndyCar reed, woonde daar toen ook. Als ik naar een IndyCar-race wilde, dan mocht ik van Adrian met hem meevliegen." Fernandez reisde met een privéjet. Kalff: "Toen hij dat tegen me zei, gingen mijn gedachten terug naar de tijd dat hij in Nederland was. Die jongen had helemaal niets. Hij had zo weinig geld dat ik zelfs zijn monteur moest zijn bij zijn eerste race. En jaren later heeft hij als coureur zo veel succes in Amerika dat hij zijn eigen vliegtuig heeft. Nou, dan heb je het wel gemaakt."
Adrian Fernandez in 2003 in actie in Long Beach.
Foto: John Francis
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties