Honda: "Betere prestaties vergen meer van Indy-motoren"

De Indy 500 van 2017 zal de boeken ingaan als het ovaldebuut van Fernando Alonso, die de race niet uit wist te rijden. Kort voor het einde van de wedstrijd liet de Honda-motor, niet voor de eerste keer in de afgelopen tweeënhalf jaar, de Spanjaard in de steek. Echter: waar Alonso en diens teammaat Ryan Hunter-Reay balend de Speedway verlieten na technisch malheur, wist Honda de historische wedstrijd te winnen dankzij Takuma Sato.

Art St. Cyr, de president van Honda Performance Development - het orgaan dat over de IndyCar-motoren van Honda gaat - kon na de Greatest Spectacle In Racing zijn geluk niet op. "De Indianapolis 500 valt nooit tegen wat betreft spektakel en ook de afgelopen editie zal de boeken ingaan als een zinderende. Voor Takuma Sato is dit genoegdoening na zijn mislukte poging in 2012, waar hij in de slotronde tegen de muur vloog. Hij is een populaire Indy 500-kampioen."

"Jammer genoeg hebben niet alle door Honda-aangedreven wagens de finish gehaald", weet St. Cyr. "Scott Dixon beleefde een horrorcrash en we zijn ontzettend dankbaar dat hij 'gewoon' weg kon lopen. Mechanische pech heeft twee sterke rijders een kans op de zege gekost. Dat is echter soms de prijs die betaald moet worden in ruil voor betere prestaties van een krachtbron. Als Honda zijnde ben ik bijzonder blij om met vier wagens in de top vijf te finishen en onze twaalfde 500 in veertien jaar tijd te winnen."

De enige rijder binnen de top vijf die geen gebruik maakte van een Honda-krachtbron was Helio Castroneves, de Braziliaan was de hoogstgeklasserde met een Chevrolet-motor. Achter Castroneves kwamen rookie Ed Jones, Max Chilton en Tony Kanaan op de plaatsen drie tot en met vijf over de eindstreep.

gedeeld
reacties
Foto's: De crash van Scott Dixon in de Indy 500

Vorig artikel

Foto's: De crash van Scott Dixon in de Indy 500

Volgend artikel

Achtergrond: de kleine Takuma Sato, held van beroep

Achtergrond: de kleine Takuma Sato, held van beroep
Laad reacties