Analyse: Winnaars en verliezers van het IndyCar-seizoen 2022

Met kampioen Will Power als opvolger van Alex Palou, Christian Lundgaard als beste rookie van het jaar en Marcus Ericsson als Indy 500-winnaar zit het IndyCar-seizoen 2022 erop. De jaargang leverde enkele verrassingen op, waar wie vielen er in zowel positieve als negatieve zin op? Motorsport.com blikt aan de hand van de winnaars en verliezers van 2022 terug op het afgelopen IndyCar-seizoen.

Analyse: Winnaars en verliezers van het IndyCar-seizoen 2022

Winnaars:

We openen de kolom van de winnaars vanzelfsprekend met de kampioen: Will Power. De 41-jarige Australiër won de titel al eens in 2014, maar moest vervolgens acht jaar wachten op een herhaling. In de tussenliggende periode bleef hij de overwinningen en pole-positions aaneenrijgen, maar hij miste telkens de consistentie om kampioen te worden. Voorafgaand aan 2022 ging de knop om bij Power, die in de jacht op zijn tweede IndyCar-titel besloot om niet langer altijd vol voor de overwinning te gaan, maar soms ook genoegen te nemen met een podiumplaats of een andere klassering. Het resultaat mag er wezen: slechts één keer kwam Power als winnaar over de finish (Detroit), maar wel stond hij in totaal negen keer op het podium, eindigde hij twaalf keer in de top-vijf en stond zijn naam dertien maal bij de eerste tien na afloop van een race. Doordat hij bovendien geen enkele keer uitviel en nooit lager eindigde dan P19, had de coureur uit Toowoomba op Laguna Seca genoeg aan een derde plek om de titel met 16 punten voorsprong veilig te stellen. Als kers slaagde Power er in Californië in om zijn vijfde pole van het jaar en zijn 68e in totaal te behalen, waarmee hij het record heeft overgenomen van Mario Andretti. Zo vindt Power zijn naam inmiddels dus terug tussen de legendes van de IndyCar.

In het verlengde van kampioen Power kan eigenlijk heel Team Penske als een van de winnaars van het seizoen genoemd worden. De statistieken van de grootmacht tijdens het afgelopen seizoen liegen er niet om: in zeventien races wist de renstal van IndyCar-eigenaar Roger Penske maar liefst negen keer te winnen, negen pole-positions te pakken en zes keer de snelste ronde van de race te rijden. Met Power leverde Penske voor het eerst sinds 2019 de kampioen in de hoogste Amerikaanse klasse met singleseaters, maar de dominantie van het team werd bevestigd doordat Josef Newgarden en Scott McLaughlin op respectievelijk de tweede en vierde plek eindigden in de eindstand. De enige race waar het team als collectief niet thuis gaf, was tijdens de belangrijkste race van het seizoen: de Indy 500. Geen van de Penske-bolides eindigde daar in de top-tien, de enige keer dat dit gebeurde tijdens het afgelopen seizoen.

Er waren meerdere kanshebbers voor het laatste plekje in de kolom van de winnaars van 2022. Zo maakte Christian Lundgaard een sterke indruk op weg naar de titel 'rookie of the year', maar uiteindelijk kunnen we niet om Marcus Ericsson heen. In zijn tijd als Formule 1-coureur werd de Zweed gezien als een pay driver, al kwam hij in dienst van Caterham en Sauber toch vijf seizoenen in actie. Daarna volgde de overstap naar IndyCar, waar hij sinds 2020 uitkomt voor topteam Chip Ganassi Racing. Vorig jaar beleefde hij zijn doorbraak door twee races te winnen en zesde te worden in het kampioenschap. Dat valt echter in het niet bij de Indy 500-zege die hij afgelopen mei behaalde door na een late herstart hard te verdedigen en de leiding te behouden. Ericsson won zo het grootste eendaagse sportevenement ter wereld en heeft daarmee afgerekend met zijn imago als betalende coureur. Daarna zou Ericsson tot de laatste race meedoen om het kampioenschap, maar het uitblijven van topresultaten in de laatste fase van het seizoen deden hem opnieuw op P6 belanden. De winst bij de Indy 500 neemt niemand hem echter meer af.

Tekst gaat verder onder de foto.

Weinigen hadden verwacht dat Marcus Ericsson vanaf 2022 Indy 500-winnaar genoemd mag worden

Weinigen hadden verwacht dat Marcus Ericsson vanaf 2022 Indy 500-winnaar genoemd mag worden

Foto: Michael L. Levitt / Motorsport Images

Verliezers:

"We winnen samen en we verliezen samen", was het credo bij Team Penske in 2022. En hoewel zijn naam als onderdeel van de succesvolle renstal al even viel in de kolom van de winnaars, is Josef Newgarden ondanks zijn tweede plek in de titelstrijd toch een van de verliezers van het seizoen. Aan de snelheid op zijn goede dagen lag het absoluut niet, want met vijf overwinningen (Texas, Long Beach, Road America, Iowa en Gateway) was hij de succesvolste coureur van het jaar en boekte hij de meeste overwinningen in één seizoen sinds 2016. Wat hem in de strijd met Will Power uiteindelijk de das om heeft gedaan, waren zijn mindere dagen. Naast die vijf overwinningen eindigde Newgarden alleen in de slotrace op Laguna Seca nog op het podium met P2 - een zwaarbevochten podium, nadat hij in de kwalificatie spinde en vanaf P25 moest starten - en was P4 verder zijn beste resultaat. Ook eindigde hij minder vaak in de top-vijf (achtmaal) en top-tien (twaalf keer) dan Power, eindigde hij wel een keer buiten de top-20 en viel hij een keer uit. Al met al luidt de conclusie dus dat Newgarden de consistentie miste om met de titel aan de haal te gaan.

Die inconsistentie was in 2022 ook terug te zien bij Romain Grosjean. De voormalig Formule 1-coureur maakte na zijn vertrek bij Haas F1 Team voor 2021 de overstap naar IndyCar en in zijn debuutseizoen liet de Zwitserse Fransman een goede indruk achter. Met het kleine Dale Coyne Racing stond Grosjean zelfs drie keer op het podium en dus werd er na zijn overstap naar het grote Andretti Autosport het nodige verwacht. Na afloop van het seizoen luidt de conclusie dat die verwachtingen niet waargemaakt konden worden. Na een veelbelovende start met een vijfde, tweede en zevende plek in de eerste vier races, kwam de klad erin. In de overige dertien races eindigde Grosjean nog maar vier keer in de top-tien met P4 op Road America als beste resultaat. Bovendien maakte Grosjean geen vrienden met de keiharde manier waarop hij zich in duels met concurrenten én teamgenoten manifesteerde - en dat zegt iets in een klasse waarin regelmatig schouderduwtjes worden uitgedeeld.

Voor de laatste plek bij de verliezers van het IndyCar-seizoen 2022 blijven we bij Andretti Autosport. De twijfelachtige eer gaat om meerdere redenen naar Colton Herta. De pas 22-jarige Amerikaan stond de afgelopen weken in de belangstelling van AlphaTauri voor een F1-zitje, maar Red Bull heeft een streep door die plannen gezet omdat hij niet over een superlicentie beschikt. Dat heeft hij overigens grotendeels aan zichzelf te danken. Na zijn derde plek in de eindstand van 2020 en P5 in 2021 had Herta dit jaar 12 superlicentiepunten moeten halen. Dat betekent dat P3 in de eindstand voldoende was geweest om een superlicentie te bemachtigen voor 2023, maar de Andretti-coureur kwam niet verder dan de tiende positie. Toegegeven, Herta heeft dit seizoen zijn aandeel aan pech ook gehad - zowel tijdens de Indy 500 als de tweede race op de road course van Indianapolis - maar zelf bleef hij ook niet foutloos. Zo crashte hij in Long Beach vanuit kansrijke positie om de race te winnen en ging hij in de kwalificatie in Nashville in de fout. Gecombineerd met een reeks inconsistente resultaten was die ene zege op de road course van Indianapolis dus niet genoeg om hoger te eindigen dan die tegenvallende tiende stek in de titelstrijd - waarmee hij een mogelijk F1-debuut door de vingers ziet glippen.

Andretti-teamgenoten Romain Grosjean en Colton Herta kenden allebei een tegenvallend seizoen in 2022

Andretti-teamgenoten Romain Grosjean en Colton Herta kenden allebei een tegenvallend seizoen in 2022

Foto: Michael L. Levitt / Motorsport Images

gedeeld
reacties
Rossi: “Hebzucht van teams in verleden kost Herta F1-kans”
Vorig artikel

Rossi: “Hebzucht van teams in verleden kost Herta F1-kans”