Waarom zestienjarige racetalenten zweren bij oefenen in de simulator

Hoewel aanstormende talenten nog vaak op de kartbaan worden gescout, maken zij tegenwoordig dankbaar gebruik van de nieuwste technologieën. Het oefenen in de simulator draagt bij aan het succes.

Dat Formule 1-coureurs hun raceweekenden voorbereiden in de simulator was algemeen bekend, maar Max Verstappen zette de simulator pas goed op de kaart. Hij wordt door velen als het voorbeeld van een nieuwe generatie autocoureurs gezien; eentje die is opgegroeid met het digitaal racen. De befaamde inhaalactie buitenom in Blanchimont op Spa-Francorchamps in 2015 had hij immers met een computerspel geoefend.

Motorsport.com besteedde eerder al aandacht aan Adrenaline Control, het Nederlandse bedrijf dat diverse internationale en nationale opkomende racetalenten begeleidt, onder wie ook de rijders die voor MP Motorsport uitkomen in het EK Formule Renault 2.0. Red Bull-junioren Richard Verschoor en Neil Verhagen zweren bij het gebruik van de simulator, evenals Jarno Opmeer die deel uitmaakt van het opleidingsprogramma van Renault.

Verschoor vertelde in gesprek met Motorsport.com dat hij ter voorbereiding op de races zowel in Nederland als bij Red Bull Racing tijd in simulator doorbrengt. “Al die dagen zijn productief en daar haal je echt superveel uit. En dat moet ook natuurlijk. Je krijgt bij Red Bull na zo’n simsessie allemaal uitslagen en je moet het allemaal goed doen. Het hoort bij het programma”, vertelde hij.

“Natuurlijk is het testen op het echte circuit het beste wat je kunt doen, maar dat is natuurlijk niet altijd mogelijk. Het kost heel veel geld en de sim benadert de realiteit”, voegde Verhagen toe. De zestienjarige Amerikaan woont sinds afgelopen winter in Nederland om zijn Formule 1-droom na te jagen. “In de sim kun je je op de kleinste details focussen terwijl dat op een normale testdag veel minder het geval is. Nu kunnen we twee ronden rijden, naar de data kijken en opnieuw twee ronden te rijden. Je hoeft je geen zorgen te maken over de banden of dat je zonder brandstof komt te staan. En mocht je crashen dan kun je resetten en sta je weer in de pits. Al met al kun je er veel van leren en daarnaast begin je beter voorbereid aan het raceweekend.”

Veel leren

Ook Opmeer ontvangt veel steun. Hij gaf toe voor ieder raceweekend in Nederland nog even in de sim te duiken, maar spendeert ook tijd in Engeland en Frankrijk om van de faciliteiten gebruik te maken die Renault hem ter beschikking stelt. “Wat je vooral leert is om zo snel mogelijk op de limiet te zitten. En dat kan nog weleens lastig zijn; om zo snel mogelijk de auto aan te passen”, liet hij weten.

“Zo kun je bijvoorbeeld schakelmomenten oefenen of het omgaan met de remdruk, al is het met verschillende weersomstandigheden in het echt toch net even anders. Het betekent ook niet dat als je snel bent in de sim dat je ook snel bent in het echt. Dat heeft ook met ervaring te maken”, vulde Verschoor aan.

Wie is het snelst?

Hoewel de drie talenten ook van dezelfde faciliteiten in Nederland gebruikmaken, trainen zij niet samen. Maar de data staat natuurlijk wel in het systeem. “We rijden wel apart”, zei Opmeer. “Maar de data en tijden leggen we wel over elkaar omdat je van elkaar veel kunt leren.” Maar wie is er nu het snelst? “Dat is lastig om te zeggen. De ene keer ben ik sneller en de andere keer is Richard dat. Een interne competitie is er vaak wel. Als we elkaar dan zien, dan hebben we het er wel over.”

“Jarno is echt heel goed in de sim, dat moet ik toegeven”, vertelde Verschoor. “Meestal gaan we aardig gelijk op en iedereen wil de snelste zijn, dus dat is altijd wel leuk. Maar we gaan nooit samen met elkaar, altijd op andere dagen. Meestal staan de tijden binnen vijf minuten nadat we klaar zijn wel op de Whatsapp.”

Bekijk ook: 

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule Renault
Coureurs Richard Verschoor , Jarno Opmeer , Neil Verhagen
Artikel type Interview