Een halve eeuw Van Amersfoort Racing: het begin van een Hollandse racelegende
Van Amersfoort Racing viert dit jaar zijn vijftigjarig bestaan. Een halve eeuw vol hoogtepunten, tegenslagen, onverwachte wendingen en pure toewijding. Motorsport.com sprak oprichter Frits van Amersfoort.
Foto door: Van Amersfoort Racing
In 2025 viert Van Amersfoort Racing zijn vijftigjarig jubileum. Het team uit Zeewolde groeide in de voorbije decennia uit tot een vaste waarde in de internationale opstapklassen van de autosport, maar de weg daarheen kende de nodige pieken en dalen. In dit eerste deel van onze miniserie over vijftig jaar VAR kijkt oprichter en teambaas Frits van Amersfoort met Motorsport.com terug op de beginjaren van zijn team.
Voor het eerst op Zandvoort
Het fundament van Van Amersfoort Racing werd gelegd aan de Eemnesserweg in Laren, waar de familie een Toyota-dealerschap had. Frits groeide dus op tussen de auto’s en raakte door het garagebedrijf al op jonge leeftijd in de ban van de autosport. In 1966 bezocht hij als twaalfjarig jongetje voor het eerst het circuit van Zandvoort, toen hij mee mocht met het jaarlijkse uitje van de garage naar de Grand Prix van Nederland.
"Dat mocht op zaterdag, want het kaartje voor zondag was te duur", herinnert Van Amersfoort zich. "Zo zag ik ergens op een tribune namen als John Surtees, Bruce McLaren, Jack Brabham en Jim Clark voorbij razen. Tel daar het geluid van die wagens én de geur van Castrol Racing Oil bij op, en ik was verkocht."
Sleutelen voor Rothengatter
Hoewel de interesse er al vroeg was, bleef de autosport nog een tijdje een wereld die onbereikbaar leek voor Van Amersfoort. Totdat op een dag in 1975 Huub Rothengatter de garage binnenwandelde. "Hij kwam aan onze spuiter vragen of hij tijd en zin had om zijn Formule Ford over te spuiten", vertelt Van Amersfoort. "Die was geel, maar moest matzwart worden." Zo stond er ineens een echte raceauto in de garage. "Ik wist meteen: dit is mijn kans."
Van Amersfoort bood zijn diensten als monteur aan bij Rothengatter. "Huub had geen geld en geen spullen, hij had helemaal niks. En ik ging hem een beetje assisteren. Zo goed en kwaad als het ging, want ik had ook niks", lacht Van Amersfoort. "Maar als zoon van de garagehouder beschikte ik wel over een plek waar ik aan de raceauto kon sleutelen. En over een bestelauto. Zo is het balletje gaan rollen."
Frits van Amersfoort zette in 1975 zijn eerste stappen in de autosport met Huub Rothengatter.
Foto door: Van Amersfoort Racing
Van Amersfoort volgde de MTS-opleiding Autotechniek en wist – ook door zijn werk in de garage – genoeg van auto’s. Over raceauto’s wist hij op dat moment echter nog niets. "Ik ben door schade en schande wijzer geworden", aldus Van Amersfoort, opnieuw met een lach. "In het begin ging Huub nog weleens uit zijn plaat omdat ik niet genoeg deed. Ik dacht: 'Maar die auto doet het toch?' Ik wist toen nog niet dat je een raceauto de hele dag door moet vertroetelen, afgezien van de momenten dat de coureur hem even mag gebruiken."
Van Amersfoort herinnert zich ook nog goed hoe hij in augustus 1975 met Rothengatter naar Denemarken reed voor een Formule Ford-race op de Djurslandring. "Dat was voor mij natuurlijk een heel avontuur, om helemaal naar Denemarken te rijden met een raceauto op de aanhangwagen." Met een glimlach: "We sliepen in de auto; het was allemaal zo amateuristisch..." Maar de heren gingen niet met lege handen naar huis: Rothengatter won de race.
Voor 1976 werd een March F3-auto aangeschaft. "Maar ik kon niet altijd mee naar de races. Ik zat nog op school en bovendien werd ik geacht in de garage mee te helpen." Wat dan weer scheelde, was dat Rothengatter in die jaren geen volledige seizoenen reed. "Daar had hij het geld niet voor", legt Van Amersfoort uit. Er werd deelgenomen aan losse races in onder andere de Duitse F3, op circuits als Wunstorf en Diepholz. "Het was allemaal hap-snap."
Liefdewerk oud papier
In 1979 ging Rothengatter voor Racing Team Holland in de Formule 2 racen, waarmee de assistentie van Van Amersfoort niet meer nodig was. Maar Frits was nog niet klaar met de autosport. "In 1980 kwam ik via via een coureur uit Rhodesië tegen die in Nederland wilde racen", begint Van Amersfoort over Richard Smith. "We namen deel aan het nationale Formule Ford-kampioenschap. Dat was mijn eerste volledige seizoen in de autosport. Dat was het echte begin, want vanaf toen ben ik het ook Van Amersfoort Racing gaan noemen."
Smith was echter niet de meest begenadigde coureur. "Met alle respect: hij kon er niet zo veel van. Maar dat jaar liep er ook ene Hendrik ten Cate rond, die in Hilversum woonde. Hij kreeg in de gaten wat ik aan het doen was en zag het wel in mij zitten. Zo stapte ik voor het seizoen 1981 over naar Hendrik." Van Amersfoort verdiende er op dat moment nog niets aan. "Het was liefdewerk oud papier. De coureurs reden in die tijd ook allemaal voor de hobby. Het werd allemaal met privégeld bekostigd."
Inmiddels was hij wel een stuk beter bekend met het materiaal. Van Amersfoort: "Als monteur werd ik geconfronteerd met klachten als onderstuur en overstuur. Daar ben ik me vervolgens in gaan verdiepen. Al moet ik daar ook niet al te geleerd over doen: in die tijd was een raceauto eigenlijk maar een heel simpel ding."
Toen Ten Cate in 1981 een race won, voelde dat voor Van Amersfoort als zijn eerste échte zege. "Want ik was niet meer het 'hulpje van', ik was echt dé man achter de schermen. Ik deed ook alles. Ik was niet alleen de enige monteur, maar bijvoorbeeld ook de truckie." Zijn betrokkenheid bij het materiaal typeerde hem als monteur – en later ook als teambaas. "Ik voelde me altijd helemaal verantwoordelijk voor die auto. En achteraf gezien was ik daar misschien vrij extreem in."
Hendrik ten Cate behaalde in 1981 de 'eerste échte zege' van Van Amersfoort Racing.
Foto door: Van Amersfoort Racing
Opportunist pur sang
Een voorbeeld nam hij aan de Engelse teams die hij op de circuits tegenkwam. "In 1982 deden we mee aan de EFDA-serie, een Europees kampioenschap met de Formule Ford 2000. Daar zag ik fabrieksteams aan het werk, zoals dat van Van Diemen. Dan dacht ik wel: zo wil ik ook worden."
Ook werkte hij steeds meer met eigen spullen. "Want ik was het op een gegeven moment wel zat om met oude rommel van rijders te moeten werken. Het gereedschap was nooit op orde en het transportmateriaal was er ook altijd slecht aan toe. Om mij heen zag ik hoe iedereen professionaliseerde, en dat wilde ik ook. Ik was inmiddels natuurlijk van school af en verdiende een beetje geld bij mijn vader – en met dat geld regelde ik mijn eigen spullen. Ik kocht een Snap-on gereedschapskist en een vrachtwagentje, waarvoor ik me in de schulden stak, want het moest natuurlijk wel meteen het mooiste van het mooiste zijn. En zo begon het steeds meer op een team te lijken."
Om als monteur aan de slag te gaan bij een raceteam uit Engeland, heeft Van Amersfoort nooit overwogen. "Nee, want ik werkte nog steeds in het familiebedrijf. Mijn vader was inmiddels uitgevallen door een hersenbloeding, en ik kon het bedrijf niet zomaar in de steek laten, het kwam niet eens in me op om dat te doen." Met enige zelfreflectie: "En misschien ben ik ook gewoon niet zo'n avonturier."
"Ik heb dus nooit overwogen om in Engeland te gaan werken, al had ik dankzij Huub inmiddels wel Alan Docking leren kennen, doordat hij bij diens Formule 2-team was gaan rijden, en zijn Chevron ook weleens bij ons in de garage stond." Van Amersfoort keek erg op naar de Australiër, die een raceteam opzette in Engeland. "Maar de behoefte om voor hem te gaan werken heb ik nooit gehad", benadrukt Frits. "Ik heb altijd zelf een raceteam willen hebben. Ik ben een opportunist pur sang, denk ik."
Spatborden uitdeuken
Medio jaren tachtig trok Ten Cate naar de Verenigde Staten, waarmee er een einde kwam aan de samenwerking. "En toen kwam de Toyota Corolla Trophy voorbij." Van Amersfoort stak de koppen bij elkaar met Arie Ruitenbeek, die hij enkele jaren daarvoor had leren kennen in de Formule Ford. "Arie was gestopt met racen, mede vanwege geldgebrek, maar wilde graag weer terug naar het circuit. En als Toyota-dealer hadden we er wel oren naar om mee te doen aan de Toyota Corolla Trophy. Zodoende besloten we dat samen te doen."
Daarmee was Van Amersfoort ineens in de toerwagens actief, én stond er voor het eerst ook echt een team onder de naam Van Amersfoort Racing op de grid. "Het eerste jaar was een ramp. We deden de motor en alles zelf, maar dat ging niet zo goed als we hadden gehoopt. Uiteindelijk werden we gedwongen om naar Carly Motors [het bedrijf van Carly Pellinkhof] te gaan. Daarna ging het al een stuk beter."
Met dank aan Ruitenbeek, die over goede connecties beschikte, werden er ook op het commerciële vlak stappen gemaakt. "Arie zag mogelijkheden om van ons het team van Autokampioen te maken, omdat ze het blad graag een sportiever imago wilden geven." Twee seizoenen werden er afgewerkt met de Corolla GT, met een derde plek in het kampioenschap als beste resultaat.
Voor 1986 werd overgestapt naar de BMW 325i. "We gingen in de Groep N rijden en werden dat jaar kampioen", vertelt Van Amersfoort. "Maar aan het eind van het seizoen wilde BMW die auto weer terug. Dankzij Arie kwamen we vervolgens uit bij Ford Nederland, die ons de Ford Sierra RS Cosworth aanboden – ook weer Groep N. En dat ging ook heel goed. Alleen hebben we op een gegeven moment een scheve schaats gereden. En door die diskwalificatie werden we geen kampioen."
"We hadden wat dingen gevonden bij de remmen, maar dat was niet helemaal in orde", kijkt Van Amersfoort terug op dat toch wel pijnlijke moment. "In de toerwagens ga je nou eenmaal heel gauw over een grens heen, omdat je werkt met een auto die oorspronkelijk niet gebouwd is om mee te racen. Alles wat je doet om er goed mee te kunnen racen, is in feite al grijs gebied."
Het jaar erop werd met de Ford Sierra de Nederlandse titel in de Groep A gewonnen, met achter het stuur Jeroen Hin. Het was het tweede en tevens laatste kampioenschap dat Van Amersfoort in de toerwagens zou behalen. "Ik had inmiddels een beetje een aversie tegen toerwagens gekregen", geeft Frits toe. "Je was de hele tijd bumpers en spatborden aan het repareren. Zaken waar ik me helemaal niet mee bezig wilde houden. Bij de formule-auto’s hoefde ik nooit spatborden uit te deuken..."
Vanaf 1989 kwam de focus weer volledig op de formuleracerij te liggen, waarin Van Amersfoort Racing uitgroeide tot een toonaangevende naam. Maar daarover meer in het volgende deel van deze serie.
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties