Waarom Honda volgens de F1-regels Alpine motoren moet leveren

Alpine heeft de zekerheid van een motorendeal, mocht het besluiten om niet door te gaan met het Renault-motorenproject. We leggen uit hoe de vork in de steel zit.

Pierre Gasly, Alpine A524

Foto door: Erik Junius

Motorsport.com's Prime content

The best content from Motorsport.com Prime, our subscription service. <a href="https://www.motorsport.com/prime/">Subscribe here</a> to get access to all the features.

Het zijn verre van rustige tijden bij het Alpine F1 Team. De coureurs liggen op en naast de baan met elkaar overhoop, het is onrustig in de bestuurskamer en de toekomst is onzeker. Het is dan ook geen verrassing dat de Franse fabrieksformatie de opties voor de komende jaren afweegt. Een van de mogelijkheden die serieus bekeken wordt, is om de stekker uit het eigen Renault-motorenproject te trekken en verder te gaan met een klantenmotor. Dat kon Motorsport.com eerder deze week melden.

De mogelijkheid dat Alpine vanaf 2026 als klantenteam door het leven gaat, maakt een nieuwe blik op de regels voor het leveren van F1-motoren noodzakelijk. Het is namelijk uitgesloten dat de equipe zonder power units komt te zitten. In de regels staat geschreven dat er gegarandeerd motoren geleverd zullen worden, mocht het team voor 15 mei 2025 zelf geen deal gesloten hebben.

De technische motorenregels van de Formule 1 voor 2026 schrijven een minimumaantal teams voor waaraan fabrikanten moeten leveren. Dit is gebaseerd op een vrij ingewikkeld ogende formule. Daarmee wordt bepaald aan hoeveel teams een fabrikant bereid moet zijn om te leveren. Dat aantal is gelijk aan ’T’. De formule staat hieronder uitgelegd:

T = (NTOT‐A)/(B‐C), waarbij:

T naar boven wordt afgerond naar het eerstvolgende hele getal.

A = Het totaal aantal teams (inclusief ‘fabrieks’teams) met een leveringscontract voor jaar N met een nieuwe motorenfabrikant

B = Het totaal aantal fabrikanten van gehomologeerde power units voor jaar N

C = Het totaal aantal nieuwe motorenfabrikanten voor jaar N

NTOT = Vastgesteld op 11 en is gerelateerd aan het “totaal aantal toegestane teams” voor jaar N. Dat is niet bekend tot november van jaar N-1. Dit aantal kan herzien worden wanneer het aantal teams meer dan 12 is.

Hè, wat?

Pierre Gasly, Alpine A524

Pierre Gasly, Alpine A524

Foto door: Sam Bloxham / Motorsport Images

Tot zover de droge kost. Laten we de formule invullen, dan vallen de kwartjes vanzelf op de juiste plek. Mocht Renault zich terugtrekken als motorleverancier, dan blijven er nog vijf fabrikanten over: Audi, Ferrari, Mercedes, Honda en RB PowerTrains. De formule wordt dan als volgt:

T = (11-3)/(5-2), want:

Er zijn 11 teams toegestaan, minus 3 teams met een motorendeal met een nieuwe fabrikant (namelijk Red Bull, RB en Audi), gedeeld door 5 fabrikanten minus 2 nieuwe motorfabrikanten (RB PowerTrains en Audi). De berekening geeft het antwoord 2,66, wat naar boven wordt afgerond: 3. Dit betekent dus dat een fabrikant bereid moet zijn om 3 teams van motoren te voorzien.

Op dit moment voldoet Mercedes als enige aan die voorwaarde voor het seizoen 2026. Het merk met de ster levert power units aan het eigen fabrieksteam, en er zijn al deals gesloten met McLaren en Williams. Bij het aanwijzen van een fabrikant om een team zonder deal te voorzien, wordt gekeken naar het aantal teams dat reeds wordt voorzien. Het merk met de minste klantenteams wordt aangewezen. Ferrari levert aan twee teams motoren (het eigen team en Haas), net als RB PowerTrains (Red Bull Racing en RB). Enkel Honda en Audi voorzien slechts een team. Er is echter een clausule opgenomen in de reglementen die zegt: “Een nieuwe power unit-fabrikant hoeft niet te voldoen aan de hierboven beschreven leveringsverplichting”. Kortom: Audi wordt vrijgesteld, waardoor alleen Honda overblijft. De Japanners hebben namelijk alleen een deal met Aston Martin.

Alpine-Honda in 2026, of toch Mercedes?

Pierre Gasly, Alpine A524

Pierre Gasly, Alpine A524

Foto door: Alpine

Deze berekening gaat pas een rol spelen zodra Alpine niet in staat is om zelf een motorendeal te sluiten. Als alle fabrikanten het niet zien zitten om in zee te gaan met de Fransen, zal uiteindelijk Honda door de FIA aangewezen worden als leverancier. 

Met de terugtrekking van Renault ontstaat er echter ook de mogelijkheid dat Mercedes aan een vierde team gaat leveren. Artikel 1.2.3 van Appendix 5 meldt namelijk: “Tenzij anders besloten door de FIA, mag geen enkele power unit-fabrikant van een gehomologeerde power unit direct of indirect PU’s leveren aan meer dan (T+1) teams, waarbij T staat gedefinieerd in artikel 1.2.2.” Op dit moment zijn er, met Renault meegeteld, zes fabrikanten. Volgens de formule mag een team aan niet meer dan drie teams leveren. Bij het vertrek van de Fransen daalt het aantal fabrikanten tot vijf. In dat geval stijgt het aantal en kan er aan vier teams geleverd worden, waardoor de deur naar een deal met Mercedes ook geopend wordt.

Alle ogen zijn nu gericht op Alpine en Renault en de beslissing die zij gaan nemen over de toekomst van het team.

Sluit je aan bij de Motorsport community

Praat mee
Vorig artikel Releasedatum F1-film van Apple en Lewis Hamilton bekend
Volgend artikel McLaren vol vertrouwen naar Barcelona, Piastri denkt zelfs aan F1-titel

Beste reacties

Meld je gratis aan

  • Snel toegang tot je favoriete artikelen

  • Stel alerts in voor breaking news en je favoriete coureurs

  • Laat je horen met de reactiemodule

Motorsport prime

Ontdek premium content
Abonneer

Editie

Nederland Nederland