Voorpublicatie Plooij: "Met het vizier dicht, moet je een klootzak zijn"

Het nieuwe boek van Jack Plooij, genaamd 'De magie van de Formule 1’, ligt deze week in de schappen. Bij Motorsport.com Nederland lees je alvast een exclusieve voorpublicatie van het gloednieuwe werk. Hoe Giedo van der Garde en Christijan Albers op compleet verschillende wijze in de koningsklasse van de autosport zijn beland en hoe ze inmiddels terugkijken op dat avontuur.

Voorpublicatie Plooij: "Met het vizier dicht, moet je een klootzak zijn"

Pitreporter Jack Plooij gaat in zijn nieuwe boek uitgebreid in op de Formule 1-beleving in Nederland met als hamvraag: wat is de magie van de Formule 1? Die magie weet inmiddels miljoenen Nederlanders aan te spreken. Zo kunnen de uitzendingen van races op kijkcijfers tot 2.5 miljoen rekenen en probeerden ruim één miljoen Nederlanders aan kaarten voor de GP in Zandvoort te komen. Om de vinger op die magie te kunnen leggen, praat Plooij in zijn nieuwe boek met bekenden die op en rond het circuit werken: van de media tot aan teambazen en van het commerciële aspect tot de beleving voor coureurs. Aan dat laatste thema heeft Plooij een hoofdstuk met Albers en Van der Garde gewijd, waarvan hieronder een groot deel te lezen valt:

Meer lezen? Bestel hier het boek 'Jack Plooij - De magie van de Formule 1'

Als je iets gaat doen, wil je natuurlijk de beste worden. Je wilt misschien ooit een keer kampioen van Nederland of Europa zijn. Maar in mijn tijd, toen ik nog op de kartbaan rondliep, merkte ik dat het vooral de váders waren die zeiden: mijn zoon is de beste en hij moet het gaan maken. Er waren maar heel weinig kinderen die zelf die mentaliteit hadden. Een vader deed er alles aan om zijn zoon te helpen. Daarbij werd vaak nogal wat geld over de balk gesmeten, want racen is allesbehalve goedkoop. De vader van Lewis Hamilton had drie baantjes tegelijk om het karten te kunnen betalen, en de vader van Esteban Ocon verkocht het huis van het gezin om dat geld te investeren in de racecarrière van zijn zoon. Mijn zoon Michael is uiteindelijk Europees gaan karten en daaraan was ik al vijftigduizend euro per jaar kwijt.

Als je geen investeerder of sponsor hebt, moet het uit je eigen portemonnee komen. Geen geld meer voor dure verbouwingen of vakantie, maar alle centjes in die hobby. Vooral lastig als je nog andere kinderen hebt, want wat doe je voor hen? Ik heb het getracht te compenseren door elk jaar een stedentrip met mijn dochter te maken. Zij zocht de stad uit en ik regelde de rest. Ze heeft er vrede mee dat de balans toen erg scheef was. Ze heeft nu zelf een zoon en ik krijg er al zin in weer naar de kartbaan te gaan, maar nu als opa! Maar waarom wil je als jong jochie eigenlijk Formule 1-coureur worden? Daar gaan we het over hebben met Giedo van der Garde en Christijan Albers.

[…] Giedo heb ik ontmoet op de kartbaan, waar hij gecoacht werd door Jos Verstappen. Het was een heel rustige en nette jongen, maar wat was hij goed. Hij en Robert Kubica waren wereldwijd de beste karters van hun generatie! […] ‘Op een gegeven moment ben je een jochie van twaalf en word je Nederlands kampioen. Ik keek natuurlijk al jaren Formule 1 met mijn vader, en dan ontstaat het idee: het zou wel tof zijn om Formule 1 te doen. Toen ik Nederlands kampioen werd, dacht ik dat ik misschien de Formule 1 kon halen.’ Zijn ouders steunden hem volop en tot zijn zeventiende realiseerde Van der Garde zich eigenlijk helemaal niet hoe duur racen was. De weg van Nederlands kartkampioen naar Formule 1-coureur was lang en zeker niet makkelijk, maar de ambitie was er. De Formule 1 was het hoogst haalbare en dat was wat Giedo wilde.

‘Als jonge jongen in de karts leer je al hoe je moet starten, moet inhalen en met druk moet omgaan. Ik lijk een aardige gast, maar als het vizier dichtgaat, kan ik best een klootzak zijn,’ vertelt de coureur van Racing Team Nederland. Naar mijn idee is Giedo een van de weinige coureurs die buiten de auto geen arrogante klootzak is. Hij is benaderbaar voor iedereen en altijd heel sympathiek. Dat hij in de auto een echte eikel kan zijn valt soms moeilijk voor te stellen, maar om succesvol te zijn in het racen moet je wel. ‘Dan vragen coureurs me voor de race al of ik geen gekke dingen wil doen en schijten ze in hun broek bij het idee dat ik achter ze rijd. Dan krijg je een situatie als bij Max Verstappen, dat iedereen wilt weten waar je op de baan rijdt.’

In de karts presteerden Van der Garde en Kubica weliswaar beter dan een Lewis Hamilton of een Nico Rosberg, maar in de autosport draaiden de verhoudingen zich om. ‘Hamilton heeft wel echt laten zien dat hij een grootheid is in de autosport, dat zag je niet in de karts. Dat was bij Robin Frijns net zo.’ Het talent van Hamilton en Max Verstappen heeft Giedo naar eigen zeggen niet. Op technisch vlak maakt hij echter veel goed, omdat hij als geen ander weet wat er gedaan moet worden om de auto beter te maken. ‘Ik kan precies aangeven wat er moet gebeuren. Dat leer je op basis van gevoel. Je voelt waar je iets nodig hebt. Puur op talent is Rosberg minder goed dan Hamilton, maar op basis van techniek is hij weer veel beter, en daarom is hij wereldkampioen geworden.’

Het volledige verhaal lezen? Bestel hier het boek 'Jack Plooij - De magie van de Formule 1'

[…] Hoewel zijn Formule 1-avontuur niet zo verliep als hij gehoopt had, doet Van der Garde het niet meer af als een mislukking. ‘Ik zou het een paar jaar geleden nog zo genoemd hebben, maar nu niet meer. Ik heb het een plekje kunnen geven. Het doel was altijd om er te komen, en dat is gelukt. Het had meer kunnen zijn, maar het is niet anders. Uiteindelijk ben je wel een van de weinige Nederlandse Formule 1-coureurs ooit geweest.’ En misschien zien we Giedo over een aantal jaar wel weer terug in de paddock met zijn zoontje. ‘Die mag ook gaan karten, maar alleen als hij het echt leuk vindt! Dan gaan we all the way, zolang hij het nog ziet zitten, en dan zul je me weer in de paddock zien.’

Tekst gaat verder onder de foto:

 

Bij Christijan Albers, een andere Nederlander die het tot de Formule 1 geschopt heeft, is het allemaal heel anders gelopen. Ik had hem nog nooit ontmoet of gezien voordat hij plots van 2005 tot 2007 in de Formule 1 reed bij Minardi, Midland en Spyker. Zijn carrière is best bijzonder te noemen. Hij reed zesenveertig races. Zijn vader was een bekende rallycrosskampioen. Albers is zelf op jonge leeftijd in de karts begonnen en werd op zijn achttiende Nederlands kampioen. Hij verzamelde poles en overwinningen in verschillende Formuleklassen, maar pas in 2003 brak hij echt door toen hij in de DTM reed. Daarna kwam de stap naar de Formule 1, waar hij fantastisch werd begeleid door het team van Minardi. Albers bleek best een eigenwijs mannetje – hij kon het totaal niet vinden met Robert Doornbos – maar hij was technisch erg goed onderlegd. Zijn lieve vrouw ging mee naar alle races. Het bijzondere was dat ze zich nooit echt druk maakte om het racen, ze zat in de paddock spelletjes te doen om zichzelf af te leiden van de spanning. Na zijn Formule 1- carrière verhuisde Albers met zijn gezin naar Monaco, waar hij nog altijd woont.

‘Hoewel mijn vader rallycrosskampioen is, was het nooit echt in hem opgekomen om mij in een kart te zetten,’ vertelt Christijan Albers. Hij tenniste en voetbalde lange tijd, maar geweldig goed was hij er naar eigen zeggen niet in. ‘Toen hebben we een keer een indoorkartevenement bij Bleekemolen gedaan, en daar won ik. Op dat moment is het lampje bij mijn vader gaan branden en besloot hij een paar oude karts te kopen.’ Ze waren aan het begin langer bezig met het sleutelen aan de karts dan met het racen zelf, en Albers was erg blij toen hij de kans kreeg om een keer in een goede kart te rijden. Na het winnen van het Nederlands kampioenschap raasde hij de Formuleklassen in. Ook daar won hij de ene na de andere titel. Toch brak hij pas echt door toen hij deelnam aan de DTM. Zijn prestaties daar hielpen hem uiteindelijk aan een stoeltje in de Formule 1.

[…] In het Canadese Montreal beleefde de Nederlander in 2005 een goede race. Zijn Minardi had weinig downforce en daardoor ook weinig drag, dat sloot goed aan bij het Circuit Gilles-Villeneuve. ‘In Montreal stond ik ineens voor een Red Bull en vlak bij Ralf Schumacher. Dat was het keerpunt waarop ik een voorstel kreeg van Honda. Zij wilden me een contract geven om naast Jenson Button te gaan rijden.’ Dat was natuurlijk een geweldig aanbod, maar helaas liep het op het laatste moment nog in de soep. Het team kreeg namelijk een nieuwe Braziliaanse teammanager die goed bevriend was met Rubens Barrichello. ‘Toen ging Barrichello er als het ware met mijn deal vandoor, waardoor ik geen stoeltje meer had. Ik heb nog steeds een kopie van het contract.’

Achteraf is het natuurlijk altijd makkelijk praten, maar Albers heeft er zeker over nagedacht wat hij had kunnen doen om er méér uit te halen. Het probleem lag volgens hem vooral bij het management: het lukte maar niet om de juiste mensen bij zijn team te krijgen. ‘Ze waren gewoon niet geïnteresseerd in een Nederlander. In onze tijd was de markt veel te klein. Je nationaliteit en sponsorships speelden een veel grotere rol.’ Vandaag hebben die factoren minder invloed volgens Albers. ‘Hoeveel geluk heeft Max gehad dat hij opgepikt werd door Toro Rosso en geen budget hoefde mee te nemen? Zijn Schumacher, Alonso en Senna binnengekomen bij een topteam zonder budget mee te nemen? Nee. Voor ons waren de stappen heel anders. Je moest je eerst inkopen bij een minder team en dan bouwde je het op.’

Hoewel Albers dingen anders had kunnen doen, is hij helemaal niet ontevreden over de manier waarop zijn racecarrière verlopen is. Hij heeft er voor zijn gevoel alles aan gedaan, hij sliep zelfs in de auto als het nodig was. ‘Als je kijkt hoe ik het allemaal voor elkaar heb gebokst, heb ik het helemaal niet zo slecht gedaan.’ Maar waarom zien we Albers eigenlijk nooit bij de voor- of nabeschouwingen van de huidige races? ‘Ik woon in Monaco en ben niet zo vaak in Nederland. Ik zou het wel kunnen. Zelfs beter dan de huidige analisten. Die snappen er helemaal niets van!’

Bestel het boek nu en het nieuwe werk van Jack Plooij ligt vanaf 12 oktober bij je in de bus!

gedeeld
reacties
Mercedes over gefrustreerde Hamilton: “We hebben een dikke huid”
Vorig artikel

Mercedes over gefrustreerde Hamilton: “We hebben een dikke huid”

Volgend artikel

Dit schreven internationale media over Hamilton en Verstappen in Turkije

Dit schreven internationale media over Hamilton en Verstappen in Turkije
Laad reacties