Villeneuve openhartig: Schumacher, blond haar en de druk van een beroemde vader
Jacques Villeneuve openhartig over het verraad van Michael Schumacher na Jerez, de last van vader Gilles’ nalatenschap en het opgeven van een F1-zege bij zijn debuut.
Aan creativiteit geen gebrek bij de Franse Formule 1-zender Canal+, die onlangs een bijzondere draai gaf aan een interview met hun eigen analist Jacques Villeneuve. Ze presenteerden het als een verhoor, alsof hij in een politiecel zat.
De wereldkampioen van 1997 blikte terug op zijn carrière en besprak een aantal opvallende momenten en onderwerpen uit zijn tijd als coureur.
De ongewenste nalatenschap van Gilles
Gilles Villeneuve met vrouw Joanna en kinderen Melanie en Jacques
Foto door: Ercole Colombo
De vader van Jacques was niemand minder dan Ferrari-legende Gilles Villeneuve, die zes Grands Prix won voordat hij op tragische wijze om het leven kwam tijdens de kwalificatie voor de GP van België in 1982. Hij was pas 32 jaar. Jacques was toen elf en liet zich niet afschrikken door de autosport. Toch voelde hij vanaf jonge leeftijd de druk van hoge verwachtingen – vooral vanuit de media.
“Wat zwaar op me drukte, was niet dat ik de zoon van Gilles was, want ik was supertrots om de zoon van mijn vader te zijn”, legde Jacques uit. “Wat zwaar was, was dat ik nooit echt mocht zeggen wat ik dacht over mijn vader. Er werd gezegd: ‘Oh, je racet omdat je wilt voortzetten wat je vader begonnen is, wat mooi.’ ‘Nee, ik race omdat ik het leuk vind.’ ‘Wat? Beledig je nu je vader?’ ‘Nee, ik houd van racen, het is geen poging om hem na te doen of te evenaren.’ Toen besefte ik dat veel mensen – vooral oudere journalisten – nog steeds vasthielden aan die romantiek. Of ik zei wat ze wilden horen, of ze werden boos. Dus besloot ik maar niks meer te zeggen. Ik was niet vrij om te zeggen wat ik echt dacht.”
Unieke debuutzege uit handen geven
Jacques Villeneuve leidt voor WIlliams-teamgenoot Damon Hill.
Foto door: Motorsport Images
Jacques Villeneuve, op dat moment de regerend Indy 500-winnaar, maakte zijn langverwachte F1-debuut tijdens de Grand Prix van Australië in 1996. Die werd voor het eerst verreden op het gloednieuwe Albert Park Circuit. De Canadees zorgde direct voor opschudding door als derde coureur ooit – en tot nu toe de laatste – pole-position te pakken in zijn eerste race (los van de allereerste GP en de Indy 500). Hij was 0,138 seconde sneller dan teamgenoot Damon Hill. Ferrari-coureur Eddie Irvine volgde op een halve seconde.
“De auto was duidelijk competitief”, zei Villeneuve. “Naast mij stond Damon Hill, die razendsnel was en de auto goed kende. Wat mij hielp ten opzichte van de huidige rookies in de Formule 1, was dat wij vanaf januari al eindeloos testten – vijf dagen per week waren we op Estoril in Portugal. We kwamen dus met flink wat kilometers in de benen aan de start. Een ander voordeel was dat het een nieuw circuit was; Damon had daar geen referentiepunten. Daar maakte ik het verschil. Maar in de twee races daarna zat ik er een seconde achter in de kwalificatie!” Villeneuve moest in Interlagos 1,143 seconde toegeven op Hill en in Buenos Aires 0,561 seconde.
In Melbourne begon hij van pole en leidde hij 53 van de 58 ronden. Toch moest hij uiteindelijk de zege laten aan zijn teamgenoot vanwege een technisch probleem aan zijn FW18. Volgens het team liep hij risico dat de auto uit zou vallen. “Melbourne irriteerde me wel een beetje, want we hadden de race gewoon in handen”, vertelde hij. “Er was een olielek in de bochten, en het rode lampje voor de oliedruk ging branden. Het team zei dat ik moest inhouden en Damon voorbij moest laten, anders zou de motor het begeven. Onlangs hoorde ik van een paar ingenieurs dat de motor het waarschijnlijk gewoon had volgehouden als ik was doorgereden. Maar het was misschien beter voor de harmonie binnen het team om dat risico niet te nemen.”
Villeneuve wilde overigens niets weten van complottheorieën. Hij benadrukte dat hij er niet al te veel mee zat. “Ik wist dat 1997 mijn jaar zou worden, 1996 was voor Damon. Ik moest nog veel leren van hem. Als het in 1997 was gebeurd of tegen een andere teamgenoot, had ik er misschien meer moeite mee gehad. Maar niet tegen Damon. Hij reed al lange tijd, had enorm veel ervaring, en ik kon veel van hem opsteken.”
Hoe hij aan zijn blonde haar kwam
Jacques Villeneuve, Williams viert overwinning
Foto door: Sutton Images
Blond haar is op een bepaalde manier altijd een handelsmerk van Jacques Villeneuve geweest – al had hij het maar een korte periode. Die periode viel echter samen met zijn wereldtitel, waardoor het bij velen is blijven hangen. “De eerste keer was in 1997, direct na de Grand Prix van Montréal”, vertelde hij. Tijdens zijn thuisrace moest hij vroegtijdig opgeven, nadat hij in de tweede ronde tegen de ‘Bienvenue au Québec’-muur reed – een plek die later bekend zou worden als de ‘Wall of Champions’, toen daar in 1999 drie wereldkampioenen crashten.
“Ik ging naar huis en keek een film: Trainspotting. Ik vond hem hilarisch, en hun haar was gebleekt blond. ‘Oh, dat is cool, waarom niet?’ Ik ging naar mijn kapper en zei: ‘Doe dit bij mij’. ‘Ben je gek geworden?’ ‘Nee, gewoon doen.’ Maar ik had het mijn management niet verteld, en ook het team en de sponsors niet. We hadden net voor Magny-Cours een fotoshoot gepland. Ik kwam aan – ‘Hoi, hier ben ik!’ – en dat zorgde wel voor wat opschudding.”
Vier maanden later vierde Williams-Renault zijn wereldtitel... met blonde lokken.
Het verraad van Michael Schumacher na Jerez
Michael Schumacher en Jacques Villeneuve tijdens de persconferentie
Foto door: Ercole Colombo
Het hoogtepunt van de carrière van Jacques Villeneuve was ongetwijfeld het winnen van het wereldkampioenschap in 1997, door in controversiële omstandigheden Ferrari-coureur Michael Schumacher te verslaan. Die titelstrijd zou nog jarenlang onderwerp van discussie blijven onder kenners en fans. “Het begon eigenlijk al bij de race ervoor in Japan”, vertelde de Williams-coureur. “Ik had negen punten voorsprong, en een overwinning leverde toen tien punten op. We hadden het kampioenschap bijna binnen. Maar op vrijdagochtend, tijdens mijn eerste outlap op het rechte stuk, stond er een auto stil aan de kant, en werd er gezwaaid met gele vlaggen. De auto stond stil, prima, wij reden gewoon door. Vervolgens besloten de stewards om me voor het hele weekend te diskwalificeren. Dat vond ik nogal zwaar – ik had nog nooit zo’n straf gehad, en sindsdien is het ook nooit meer voorgekomen. Wij hadden het gevoel dat er een spelletje gespeeld werd.”
Toch besloot Williams gewoon te racen, met het plan om eventueel in beroep te gaan. “Het doel was om langzaam te rijden, zodat iemand Michael kon inhalen en hij de race niet zou winnen. Maar de andere coureurs durfden daar niet aan mee te doen. Iedereen reed traag.”
Wat Villeneuve er niet bij vertelt, is dat hij eerder al meerdere keren gele vlaggen had genegeerd en daardoor een voorwaardelijke schorsing achter zijn naam had staan. Bovendien vond het incident met de gestrande Tyrrell van Jos Verstappen plaats in een ronde waarin Villeneuve juist zijn snelste tijd reed. Hoe dan ook: het incident wakkerde iets in hem aan. “We gingen met één punt achterstand naar de laatste race, en toen begonnen de politieke spelletjes. Schumacher ging naar Ferrari omdat Ferrari móést winnen – het was al zo lang geleden. Daarom besloot ik om flink druk op hem te zetten. Ik herinnerde de media en de bond eraan hoe hij zijn twee titels tegen Damon Hill had gewonnen. Door hem van de baan te rijden,” zei Villeneuve, doelend op de beruchte crash in de laatste race van 1994 in Australië.
Bij de seizoensfinale van 1997 in Jerez kwalificeerden Villeneuve, Schumacher en teamgenoot Heinz-Harald Frentzen zich allemaal met exact dezelfde tijd. Villeneuve kreeg pole-position toegewezen omdat hij zijn tijd als eerste had neergezet. Schumacher nam de leiding bij de start en bleef tot ronde 48 vooraan rijden, tot Villeneuve hem aan de binnenkant passeerde. Schumacher stuurde in op de Williams, maar slaagde er niet in om Villeneuve uit de race te rijden en belandde zelf in de grindbak. “Ik weet nog dat ik naar hem keek”, vertelde Villeneuve. “Ik reed naar het rempunt en zag hem daar op de muur staan kijken. Dat beeld is me echt bijgebleven. Ik moest lachen, ik was blij!”
De controversiële botsing tussen Michael Schumacher, Ferrari F310B, en Jacques Villeneuve, Williams FW19 Renault
Villeneuve hoefde alleen maar zesde te worden om kampioen te worden. Uiteindelijk eindigde hij als derde, achter de McLarens. “Ik heb het tempo laten zakken om de auto te sparen. De beugel die de accu vasthield was gebroken, en die hing alleen nog aan twee elektriciteitskabels en stuiterde rond. Dus ik remde eerder, gaf minder gas, en vermeed de kerbstones. Alleen daardoor heb ik die race uitgereden.”
Toch kreeg het feestje na de race in het hotel een onverwachte wending, toen Schumacher plotseling opdook om Villeneuve te feliciteren. “Michael kwam samen met zijn vrouw, met zo’n gele pruik van de Renault-monteurs op”, vertelde Villeneuve. “Hij sliep niet eens in dat hotel, hij kwam gewoon opdagen. We stonden samen achter de bar, hij sloeg een arm om me heen, maakte cocktails, zijn vrouw nam foto’s. Sportief, het kampioenschap was voorbij, dus we gaan verder.”
Maar een week later sloeg de sfeer om. “Ik werd wakker en zag mijn foto in de Duitse roddelpers met als bijschrift: ‘Bewijs dat ik niets fout heb gedaan, Jacques is niet boos’. Dat irriteerde me. Ze gebruikten míjn moment – mijn feestje, mijn titel – als een soort PR-stunt om hem vrij te pleiten. Dat heeft echt iets kapotgemaakt en elke mogelijke vriendschap in de weg gestaan.”
De FIA besloot Schumacher na afloop te schrappen uit de eindstand van het kampioenschap van 1997. Villeneuve ziet hem nog altijd als zijn grootste rivaal, maar benadrukt dat hij nooit teamgenoot van Schumacher zou zijn geworden – ondanks de historische band van zijn vader met Ferrari. “Ik zou geen nummer twee-rol hebben geaccepteerd. Er was simpelweg geen plek voor een Villeneuve naast Schumacher.”
Op de vuist met Montoya
Een zware ochtendsessie voor Jacques Villeneuve
Foto door: Brousseau Foto
Tijdens zijn relatief korte Formule 1-carrière – die slechts vijfenhalf jaar duurde – stond Juan Pablo Montoya bekend om zijn pittige karakter, zowel op als naast de baan. Jacques Villeneuve kreeg daar in 2001 persoonlijk mee te maken, tijdens de Canadese Grand Prix. Montoya was toen nog een rookie.
“Montoya kwam uit de pits en blokkeerde me expres”, beweerde Villeneuve. “Daardoor was mijn ronde verpest. In een chicane remde ik af om iets van mijn frustratie te laten merken – zo van: ‘Oh ja?’ – en toen reed hij tegen me aan en brak mijn ophanging! Hij zei daarna een paar dingen tegen me die hij beter niet had kunnen zeggen, dus ik greep hem bij zijn nekvel. De stewards kwamen erbij – het gebeurde allemaal tijdens de rijdersbriefing – en toen legde ik uit wat hij had gezegd, waarna de situatie snel weer kalmeerde.”
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties