Formule 1 2017

Exclusief interview met Vandoorne, deel 1: "Op een bepaald moment moet je er gewoon voor gaan"

Over iets minder dan twee maanden begint Stoffel Vandoorne in het Australische Melbourne aan zijn eerste volledige seizoen in de Formule 1. Motorsport.com sprak exclusief met de 24-jarige Vlaming.

Na vorig jaar in Bahrein zijn Grand Prix-debuut te hebben gemaakt als vervanger van Fernando Alonso - en daar gelijk zijn eerste WK-punt te hebben gescoord - begint nu het echte werk voor Vandoorne. Dit jaar krijgt hij bij McLaren-Honda twintig raceweekenden lang de kans om te laten zien wat hij waard is en heeft hij met tweevoudig wereldkampioen Alonso bovendien niet de minste teamgenoot naast zich met wie hij zich kan meten. Motorsport.com zocht de Belg op om terug te kijken op zijn carrière tot dusver en vooruit te blikken op het Formule 1-seizoen 2017.

Hoe ben je met de autosport in aanraking gekomen?
“Mijn vader is architect en ik was ongeveer zes jaar oud toen hij een indoorkartbaan ontwierp in de buurt van waar we woonden. Toen hij naar zijn werk ging, ging ik gewoon met hem mee. En toen besliste de baas van de kartbaan om me in een kart te zetten om de tijd te doden. Zo kwam ik voor het eerst in contact met het karten.”

Volgde je de autosport daarvoor al een beetje?
“Ik speelde altijd met autootjes en autosport was er altijd wel, maar mijn familie was niet betrokken in de autosport.”

Dus het besluit om te gaan racen kwam volledig uit jezelf? Er was geen vader die constant aan het pushen was?
“Nee, zo was het zeker niet. Mijn vader was geen enorme Formule 1-fan. Hij vond de sport wel leuk en keek af en toe naar de wedstrijden, maar hij heeft me zeker niet gepusht om in de autosport te stappen.”

Maak jij deel uit van de zogenaamde PlayStation-generatie?
“Ja, zeker en vast. Toen ik een beetje ouder was, speelde ik veel op de computer, waaronder racespelletjes. Daarna begon ik ook veel online te racen. Eigenlijk veel te veel! Elke keer als ik thuiskwam van school, begon ik te racen. Soms stond ik zelfs in het holst van de nacht op om aan wedstrijden mee te doen. Dat was een leuke tijd, maar als ik nu thuiskom wil ik dat het stil is.”

Was je meteen snel?
“Dat kan ik me niet meer zo goed herinneren, maar men heeft mij verteld dat ik vanaf het begin meteen vrij goed was. Ik deed veel indoorwedstrijden omdat ik niet echt het geld had om outdoor te gaan karten. Ik was dus altijd aan het racen op ons plaatselijke circuit en op andere banen in België. Ik won veel van die races en werd zo’n beetje een expert in indoorkarten.”

Hoe heb je een stap hogerop kunnen gaan zonder budget?
“We hebben via contacten van mijn vader enkele sponsors gevonden en daarna zijn we in contact gekomen met het Belgische team VDK Racing. Ze waren gevestigd in de buurt van Brussel en waren een van de toonaangevende teams in de KF2. We hebben met hen een test geregeld en ze wilden graag met mij werken. Zo heb ik twee jaar lang met hen aan internationale kartcompetities kunnen deelnemen.”

Heb je toen snel prijzen gewonnen?
“In 2008, het eerste jaar dat ik echt aan wedstrijden meedeed, won ik het Belgische kampioenschap. Een jaar later, in 2009, werd ik tweede in het wereldkampioenschap en dat jaar nam ik deel aan de nationale wedstrijd van de Belgische autosportbond RACB. Zij hebben een programma om jonge rijders te ondersteunen en hebben een budget om hen te begeleiden tot een bepaald niveau en hen in de eenzitters te helpen. Ik heb die wedstrijd gewonnen, wat een beetje onverwacht was, en toen mocht ik in 2010 mijn eerste seizoen in formulewagens rijden.”

Hoe verscheen je op de radar bij McLaren?
“Ik kwam voor het eerst met McLaren in contact in 2011 via [perschef] Matt Bishop. Dat ging via Alex Wurz, omdat ik dat jaar deel uitmaakte van de FIA Young Driver Academy. Ik ging gewoon naar een Grand Prix en stuurde Alex een bericht met de vraag of hij in de buurt was. We spraken af in de paddock en hij stelde me aan enkele mensen voor, waaronder Matt. Hij gaf me zijn kaartje en vanaf dat moment ben ik hem raceverslagen gaan sturen na elke wedstrijd die ik reed. Toen gebeurde er een half jaar niets, of zelfs nog wat langer. Misschien was het bijna een jaar. Hij stuurde altijd terug: ‘Blijf die verslagen sturen’. En dat deed ik dan ook. Tot ze mij op een dag uitnodigden voor een meeting in Woking, in de James Hunt Room.”

Wat gebeurde er toen?
“Ze hebben me in 2012 een heel jaar gevolgd. Ik won toen het kampioenschap in de Formule Renault 2.0. Ik herinner me dat Sam Michael me de volgende dag opbelde om te vragen of ik in het Young Driver Programme wilde stappen. Ik zei natuurlijk ja!”

Wanneer zoiets gebeurt, word je dan ongeduldig om verder te komen?
“In het begin was het een heel geleidelijk proces. Ik kreeg een beetje steun van het team en kon er altijd terecht als ik problemen had. Alles is altijd heel geleidelijk vooruit gegaan. In 2013 begon ik echt deel uit te maken van het team en bracht ik meer tijd door in de simulator, trainde ik in de gymzaal en deed ik wat mediawerk voor het team.”

Wat waren de voordelen van het programma naast het budget?
“Ik denk dat ik als mens veel ben gegroeid. Opeens kom je in een Formule 1-team terecht dat bestaat uit 700 mensen om aan twee wagens te werken. Dat is heel anders dan wat je gewend bent in de opstapklassen, waar je slechts tien tot vijftien mensen om je heen had. Ook alle politiek die daarbij komt kijken en al dat soort dingen. Vanuit een technisch perspectief is het heel goed geweest om bij McLaren te zitten. Ik heb veel tijd doorgebracht met de engineers in de simulator. Ik weet alles over de wagens; hoe ze in elkaar worden gezet, hoe je ze af moet stellen. Ik denk dat het in het algemeen gewoon goed is geweest voor mij om hier in Woking tijd door te brengen.”

Is deze winter anders geweest nu je aan de vooravond staat van je eerste volledige seizoen in de Formule 1?
“Het voelt heel natuurlijk aan voor mij, omdat ik al zo lang bij het team zit. Ik zit hier al vier jaar. Ik kan hier gewoon binnen en buiten wandelen, ik ken iedereen van het team door races bij te wonen: engineers, het management, de marketingmensen. Dat voelt allemaal normaal aan. Elk bezoek aan de fabriek is nu veel meer gericht op het doorspelen van de juiste informatie naar mij. Ik ben veel meer betrokken bij de wagen van 2017. Wat betreft het werk met de engineers in de simulator is het te vergelijken met wat ik vorig jaar deed.”

Hoeveel helpt de ervaring van jouw F1-debuut in Bahrein je?
“Dat zal zeker helpen. Ik weet nu al hoe het is om een Formule 1-weekend mee te maken. Ik denk dat er in Bahrein ook veel aandacht op mij was gevestigd. Dat zal in Melbourne ook wel zo zijn, maar ik denk dat ik in Bahrein al de best mogelijke ervaring heb gehad: laat bevestigd worden, niet te veel voorbereiding en er gewoon voor gaan. Ik denk dat het me zal helpen dat ik al min of meer weet hoe dat gaat.”

Je reed vorig jaar in de Super Formula. Die auto's hebben extra veel downforce. Was dat nuttig met het oog op de nieuwe generatie F1-wagens?
“Ik denk dat het me zal helpen. Zoals ik eerder al zei, voelde ik me na het winnen van de GP2 in 2015 al klaar voor de Formule 1. Super Formula was de beste optie om het afgelopen jaar te overbruggen. Als je de bochtsnelheden van de Super Formula bekijkt en de circuits die we aandeden, dan was dat nog altijd een goede ervaring. Het is niet dat er iets verloren is gegaan en het was belangrijk voor mij om een jaar lang aan een competitie mee te doen, dus het is voor mij een goede kans geweest.”

Zijn er nog veel vraagtekens of voel je je klaar?
“Er zijn altijd wel bepaalde dingen waar je meer over wil weten. Maar op een bepaald moment moet je er gewoon voor gaan. Zo voel ik dat nu. Waar ik nu het meest behoefte aan heb is om in de wagen te kruipen, kilometers af te leggen en met het team te werken.”

Binnenkort deel twee van Motorsport.com's exclusieve interview met Vandoorne.

Interview door onze F1-verslaggever Jonathan Noble

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Coureurs Stoffel Vandoorne
Teams McLaren
Artikel type Interview
Topic Formule 1 2017