Special: Monte Carlo, een geval apart

gedeeld
reacties

Grindbakken, asfaltstroken, de huidige Grand Prix-circuits zijn vergeven van manieren om het voor de coureurs zo veilig mogelijk te maken. Monaco is wat dat betreft een geval apart.

Special: Monte Carlo, een geval apart
27 mei 2018 07:00

De Formule 1 introduceert de halo, tec-pro barriers en de ene na de andere grindbak wordt vervangen door grote asfaltstroken om de veiligheid te verbeteren. Een keer per jaar kijken de hoogste bazen van de sport echter de andere kant op: Monaco. 

Door de jaren heen zijn er veel circuits van de kalender gehaald, omdat de Formule 1 er simpelweg niet meer thuishoorde. Soms was er aan de andere kant van de wereld een circuit dat veel betere faciliteiten had, maar meestal was het een veiligheidskwestie. Zo reed men in de jaren '60 en '70 Grands Prix in Barcelona. Nu ook, maar toen was het in Montjuich Park, een park op een heuvel in de Catalaanse stad. Prachtige baan, maar extreem gevaarlijk. Auto's kwamen meerdere malen per ronde los van de grond en de vangrails waren slechts met een paar boutjes vastgezet.

Jackie Stewart, Matra Cosworth MS80
Jackie Stewart, Matra Cosworth MS80

Foto: Sutton Motorsport Images

De meeste coureurs reden met dubbele gevoelens door Montjuich. Het was een spectaculaire baan, maar een ongeluk zat in een bijzonder klein hoekje. In 1969, bijvoorbeeld. De ontwerpers hadden net ontdekt wat 'downforce' betekende en, pioniers als ze waren, ze monteerden gigantische vleugels op dunne stokjes, zowel voor als achterop de auto's. Mooi gezicht, maar op Montjuich trilde de hele boel uit elkaar. Zware crashes, waaronder van wereldkampioen Graham Hill en zijn teamgenoot Jochen Rindt, waren het gevolg. 

In 1975 vonden de coureurs het eigenlijk wel welletjes. De vangrails waren dramatisch slecht gemonteerd, wat bij een ongeluk levensgevaarlijk kon zijn. De rijders gingen in staking, maar uiteindelijk draaide men bij en werd er toch geracet. De race werd ontsierd door vele zware ongelukken, die bijna allemaal goed afliepen. Er was er echter eentje die echt helemaal fout ging. Rolf Stommelen crashte door een afgebroken achtervleugel en zijn auto doodde vijf toeschouwers. Nooit meer Montjuich.

Meer veiligheid, behalve in Monaco

Fernando Alonso, McLaren MCL33
Fernando Alonso, McLaren MCL33

Foto: Mark Sutton / Sutton Images

In de loop der jaren werden de circuits steeds veiliger. Grindbakken werden groter, er kwamen asfaltstroken, de banen werden breder... Niets ontsnapte aan de eisen van de Formule 1. Behalve Monaco. In Monaco worden alle wetten overboord gezet. Maar op de een of andere manier, wordt er amper geprotesteerd tegen deze Grand Prix. Ralf Schumacher mopperde ooit eens dat het eigenlijk onverantwoord was om met de huidige F1-wagens door Monte Carlo te denderen, maar het is eigenlijk niet voor te stellen dat hij Monaco écht van de kalender wil hebben.

Iedere coureur kijkt uit naar de GP van Monaco. Het is de 'jewel in the crown of Formula 1'. Hier winnen betekent eeuwige roem. Juist het claustrofobische, het feit dat de race anders is dan alle andere races, maakt deze Grand Prix zo speciaal. Dat weet ook Liberty Media. En hoe onveilig is het nou helemaal? De snelheden liggen relatief laag, de enige keer dat de 300 kilometer per uur overschreden wordt, is bij het uitkomen van de tunnel en juist daar is, zij het minimaal, een soort run-off area. 

Er zijn wel degelijk zware crashes geweest in Monaco, waar immers niet, maar slechts een keer was het ongeluk dodelijk. Lorenzo Bandini raakte in 1967 in zijn Ferrari zo vermoeid, dat hij zijn concentratie verloor, bij de haven van de baan schoot, waarna de auto in vlammen opging. Niet zozeer de schuld van het circuit, als wel van de constructie van de auto. De tank was immers amper beschermd en scheurde zo open. Dat is tegenwoordig bijna ondenkbaar. Auto's branden nooit meer uit na een ongeluk. 

Het water gevaarlijk dichtbij

Stirling Moss, Mercedes
Stirling Moss, Mercedes

Foto: Daimler AG

Het water naast het circuit zorgt ook wel eens voor schrikbeelden. Je zal er maar in schieten. Alberto Ascari overkwam het, in 1955. Klapte door een stel strobalen en vloog pardoes de haven in, maakte zijn gordels los en zwom naar de kant. Niks aan de hand. Ja, de auto moest even opgedoken worden, maar Ascari had slechts een nat pak. Een week later sloeg het noodlot alsnog toe, bij een test in Monza. Na drie ronden hoorde het team geen motorgeluid meer uit het bos komen en ging men hem zoeken. Wat er precies was gebeurd, is niet bekend, maar Ascari lag midden op de baan. Dood. Zijn auto was totaal vernietigd. 

Het feit dat Ascari de haven in tuimelde, was vooral te wijten aan de afzetting. Strobalen. Alsof dat een auto tegenhoudt. Nu zijn er dikke vangrails en hekken, die ervoor zorgen dat mócht een auto echt gaan vliegen, hij opgevangen wordt. Het enige natte pak dat de coureurs kunnen oplopen, is er een van champagne. 

Vraag een leek naar een F1-circuit en hij zal niet komen met Interlagos, Imola of het Circuit de Catalunya. Dikke kans dat hij Monaco noemt. Geen enkel circuit spreekt zo tot de verbeelding als het stratencircuit in Monte Carlo. Nergens straalt de Formule 1 zoveel uit als daar. Eens per jaar wordt vergeten dat je nergens kan inhalen, dat een spin een ware opstopping kan betekenen, dat je je kont niet kan keren in de pits. Het maakt niet uit. Het is Monaco.

Exclusief kijkje achter de schermen in Monaco:

In beeld: De crash van Max Verstappen in Monaco

Vorig artikel

In beeld: De crash van Max Verstappen in Monaco

Volgend artikel

“Crash in training laat zien dat Verstappen niet leert van fouten”

“Crash in training laat zien dat Verstappen niet leert van fouten”

Over dit artikel

Kampioenschap Formule 1
Evenement GP van Monaco
Locatie Monte Carlo
Krijg het laatste
nieuws als eerste