Special: Het wachten is beloond
"Papa... Ik ben Formule 1-coureur". Met die woorden liep een totaal verbouwereerde Jenson Button naar zijn vader na een gesprek met Frank Williams, in de winter van 2000. Vader en zoon sloten elkaar snikkend in de armen. Tien jaar later stonden ze in eenzelfde omhelzing. Jenson Button, de wereldkampioen. Wie had dat ooit gedacht?
[img,140764,right,Broekie Button]In 1999 hadden maar weinig mensen buiten Engeland van hem gehoord. Jenson Button reed in het Britse Formule 3-kampioenschap en behaalde een respectabele derde plaats in de eindstand. Een nieuw seizoen in de Formule 3, of misschien een jaartje Formule 3000 zou een logische stap zijn. Maar in plaats daarvan vond hij zichzelf opeens terug in het middelpunt van de belangstelling, toen Frank Williams hem en Bruno Junqueira tegen elkaar liet testen, met als inzet een stoeltje voor 2000. Het kon amper testen genoemd worden. Regen zorgde ervoor dat de heren maar beperkt konden rijden en uiteindelijk kreeg Button het stoeltje. Hij was twintig ten tijde van zijn debuut. Nu niet zo gek, toen reden tot spot. Cartoons van een Jenson met een luier om waren niet van de lucht. 'Nog drie ronden en dan naar bed', zoiets.
[img,76496,left,In gevecht met Trulli op Indianapolis]Maar in plaats van ten onder te gaan in de hysterie rondom zijn persoon, antwoordde Button op de baan. Zijn eerste punt pakte hij op Interlagos, fysiek één van de zwaarste circuits op de kalender. Hij passeerde Jos Verstappen in de slotfase, die helemaal stuk zat. Button zou indruk maken in Hockenheim, waar hij vierde werd, in Spa, waar hij zich als derde kwalificeerde en op Suzuka, waar hij Japan-specialist Ralf Schumacher zoek reed. Toch moest hij aan het einde van het jaar plaatsmaken voor Juan Pablo Montoya, die al een tijdje een overeenkomst had met Williams, maar even moest opgroeien in Amerika.
[img,140763,right,Button in actie voor Benetton]De Britse pers stond op haar achterste benen. Button laten gaan? Voor die dikke Colombiaan? Jenson werd ondertussen binnengehaald door Flavio Briatore en mocht in een Benetton stappen die bij zijn eerste test zes seconden te langzaam was. Zes. Dat zijn GP2-tijden. Rotjaar voor Button, maar hij mocht blijven en in 2002 ging het een stuk beter. Het was echter niet goed genoeg voor Flavio, die Fernando Alonso promoveerde tot racecoureur. Opnieuw werd er moord en brand geschreeuwd door de tabloids en Button vond onderdak bij BAR. David Richards zag wel wat in de Brit, die inmiddels doorhad dat hij met een paar miljoen op de bank de nodige pret kan kopen. Een jachtje hier, paar knappe auto's daar, bloedmooie vriendin... Hier kon Jenson wel aan wennen.



Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties