Special: Ayrton Senna's eerste bittere rivaliteit

De rivaliteit tussen Ayrton Senna en Alain Prost is op z’n zachtst gezegd fameus. Maar lang voordat hij de degens kruiste met Le Professeur, was Senna in de Formule Ford in een vergelijkbare hete strijd verwikkeld.

De kans is groot dat je nog nooit gehoord hebt van Rick Morris. Geen wereldster, want hij reed nagenoeg zijn gehele carrière in de Formule Ford. Maar toch, in de jaren ’80 was hij een doorn in het oog van Ayrton Senna.

We schrijven 1981. Senna, net vanuit Brazilië naar Engeland verhuisd om zijn Formule 1-droom na te jagen, was door Van Diemen vastgelegd als de voornaamste fabriekscoureur voor de Formule Ford 1600. In die tijd was de Brit Rick Morris uitgegroeid tot een vaste waarde in de Europese FF-racerij. Wat begon als een eenmalig optreden met Motor Racing Stables, resulteerde erin dat hij in begin jaren ’70 voor 400 pond een Formule Ford kocht. In 1975 werd Morris opgenomen in het fabrieksteam van Hawke. Na een korte periode bij PRS, stapte hij over naar Royale voor het seizoen 1980. Dat jaar werkte hij samen met de jonge engineer Pat Symonds, vandaag de dag een van de dragende krachten van het Williams F1 Team. In 1981 werd Morris volwaardig fabriekscoureur, met als voornaamste doel het verslaan van Van Diemen en hun nieuwe Braziliaanse kartgoeroe Ayrton Senna.

“Dat jaar knokte ik met Alfonso Toledano en Senna”, herinnert Morris zich nog goed. “Mijn auto was beter op de snellere circuits: ik won de races op Thruxton, ik won twee races tijdens de Silverstone Grand Prix, ik versloeg Ayrton beide malen op Brands… We hadden veel wiel-aan-wiel gevechten. Hij was dat jaar een enorme klootzak. Volkomen egocentrisch. ‘Je blokte me Rick…’ ‘Dat was niet mijn bedoeling, Ayrton’.”

“We noemden hem Harry, want zijn monteur Paddy - een legendarische Van Diemen-monteur met heel lang haar - begon hem Harry te noemen. Ayrton was zo’n aparte opdonder. Hij testte niet in de ochtend als het koud was. Zijn handschoenen hingen altijd binnenstebuiten in de radiator.”

Een lesje in toewijding

Strijden tegen Senna was niet eenvoudig. De Braziliaan was een natuurtalent, Morris moest het hebben van zijn werklust. De Brit moest zichzelf gaandeweg verbeteren om Senna te kunnen verslaan.

“Van Diemen had de afspraak dat zij na half 6 in de namiddag altijd het circuit van Snetterton konden gebruiken. Als iedereen al naar huis was, hadden zij nog een half uur of 45 minuten track time. Dus dan bleven zij maar rondjes draaien”, legde Morris uit. “Maar daar heb ik veel van geleerd. Toen had je nog de oude Russell Corner, een volgas chicane met kerbs aan beide kanten. Ik ontdekte dat wanneer de auto niet al te stijf was afgesteld, je er volgas doorheen kon. Dat deed pijn aan je kont want de auto sprong over de kerbs, maar dat hield wel in dat je de Van Diemens kon bijhouden.”

“Zij pakten altijd een voorsprong bij het uitkomen van de hairpin voor de brug, met name Ayrton met zijn kartervaring. Hij kwam geweldig uit die bocht maar dat lukte mij niet, ik had gewoon niet de tractie in mijn Royale. Maar ik liep in in Coram, en ik liep in in Russell, waardoor ik op het rechte stuk in zijn slipstream kon blijven. Ik leerde mezelf aan hoe ik hem bij kon houden. Als je maar voldoende motivatie hebt, vind je altijd wel een manier.”

Bijzondere relatie

Hoewel Senna in 1981 uiteindelijk bovenaan eindigde (Morris: “Ik voerde vrijwel het gehele jaar het kampioenschap aan maar toen had ik een ongeluk dat alles verknalde.”), hield de Braziliaan een vieze nasmaak over aan de rivaliteit met de Engelsman. Wat Senna voornamelijk irriteerde, was het feit dat Morris geen professional was. Hij was een familieman, ruim in de 20, met een fulltime baan. Senna daarentegen offerde zijn leven op aan de autosport en vond het niet prettig door een parttimer gedwongen te worden op het maximale van zijn kunnen te moeten presteren. 

“In mijn strijd met Ayrton won ik de kampioenschapronde op Brands voorafgaand aan het Formule Ford Festival. Ik had een foto van hem waarop hij echt boos was. Later heeft hij die voor mij gesigneerd en zei destijds: ‘Ik haatte dat echt ontzettend’. Hij vond niet dat iemand hem enig verdriet aan mocht doen”, herinnert Morris zich. 

Nadat ze niet meer tegen elkaar raceten, veranderde de relatie tussen de twee voormalig kemphanen: “We werden zelfs vrienden, maar pas na het seizoen 1981 en nadat Ayrton was overgestapt naar de FF2000. Die vriendschap ontstond mede door Mauricio Gugelmin. Wij waren goede vrienden. Ook hij was zeer getalenteerd maar met een totaal ander temperament dan Ayrton. Hoewel we elkaar het licht uit de ogen reden, waren Mauricio en ik vrienden. Hij schold je niet uit, hij was een aardige jongen. Hij woonde samen met Ayrton, zij hadden een huis nabij Virginia Water in Engeland. Dus in 1982 heb ik veel tijd met Ayrton doorgebracht: hij reed FF2000 en als de races niet clashten, kwam hij naar onze 1600-races.”

“Destijds was hij nog altijd bezig naam te maken, maar hij kreeg steeds vaker presentjes van sponsoren en andere partijen. Ik weet nog dat hij ergens een race in een Mercedes won, en vervolgens kreeg hij een 2.3 V16. Ik herinner me nog goed dat hij naar Brands kwam waar wij met de 1600’s raceten. Het plezier straalde van zijn gezicht: ‘Rick, je moet dit zien. Dit heb ik gekregen, je moet het zien!’ Afijn, ik heb foto’s van mijn zoon Stevie, die in 1981 geboren is, op de schouders van Ayrton in de paddock in ’82. Ayrton lachte breeduit, hij hield van kinderen. Zijn vrouw kwam in 1981 met hem over naar Europa. Liliane, maar zij hield niet van het koude weer. Kort daarna scheidden ze. Ze was een aardige meid, maar erg stil. En Ayrton dacht helemaal niet aan zijn vrouw, hij dacht alleen maar aan racen. Hij was zeer egocentrisch…”

Was destijds al duidelijk hoe goed hij zou worden? “Ja, maar er komen een hoop van die kids binnen in dergelijke klassen. Hij was overduidelijk de beste van hen allemaal maar ik realiseerde me niet dat hij de legende zou worden die hij nu is.”

Die goeie ouwe tijd

Het mooie is dat, vier decennia na het begin van zijn carrière, Morris nog steeds racet. Regelmatig reist hij vanuit Zuid-Afrika naar Engeland voor races in de Formule Fords van vandaag de dag. Recentelijk nam hij in Australië deel aan de Phillip Island Classic, een race met meer dan vijftig FF’s aan de start. De Brit erkent dat het landschap de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd is.

Eind jaren ’70, begin jaren ’80 waren heftige tijden voor de lagere formuleklassen. Kampioenschappen als de Formule Ford hadden geen voorgeschreven chassis, waardoor fabrikanten in feite echte fabrieksteams konden runnen en jonge rijders ervaring konden laten opdoen. Het was een wapenwedloop maar jong talent kreeg een echte kans om zichzelf te ontwikkelen zonder dat een enorm budget nodig was. “We woonden bijna in onze auto. Ik heb veel tijd doorgebracht als fabrieks- en ontwikkelingscoureur voor Hawke, voor PRS, voor Reynard en voor Royale… En we testten een aantal maal per week.”

“Niet dat ik het ooit fulltime gedaan heb. Ik had ook een baan om de hypotheek te betalen. Het was anders dan tegenwoordig het geval is. Het draaide allemaal om talent. Je kon geen betere motor kopen, je kon geen betere auto kopen. De auto’s waren heel simpel. De engineering was erg standaard. Ik begon zonder budget. Het mooie was dat, wanneer je indruk maakte en bestempeld werd als ‘mogelijk goed’, de fabrikanten geld voor je over hadden. De motorenfabrikanten wilden je graag een motor leveren, dus zo kon je jezelf opwerken.”

 

Interview door Andrew van Leeuwen, Motorsport.com Australië 

 

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1 , Retro
Coureurs Mauricio Gugelmin , Ayrton Senna , Alfonso Toledano
Artikel type Special feature