Special: Als het reglement op de schop gaat
Reglementswijzigingen. Elk jaar zijn er wel een paar, maar zelden zijn ze zo ingrijpend als die van dit jaar. Als de regels zo veranderen, vreest men vaak ongelukken, een verandering in de pikorde, lagere snelheden, hogere risico's, minder risico's, spannende races, of wat ook maar betrekking heeft op hetgeen veranderd wordt. In de geschiedenis van de sport kwamen sommige van die voorspellingen uit, maar soms bleef het ook behoorlijk bij het oude. Een terugblik.
[img,73390,right,Gilles in Zolder met het grondeffect]In 1982 was de Formule 1 in de ban van het grondeffect. Dat hield in dat er een soort vacuüm werd gecreëerd onder de auto als hij op hoge snelheid reed, waarmee je veel harder door de bochten kon. Klinkt goed, maar de coureurs waren er eigenlijk niet zo blij mee. Het besturen van een Formule 1-wagen had weinig meer te maken met precisie en techniek, maar meer met de grootte van wat er tussen je benen hing. Je moest de auto mikken, vol door de bocht gooien en hopen dat alles goed ging. Coureurs klaagden over duizeligheid door de centrifugale krachten en als je crashte, was het ongeluk vaak niet mals. Toen Gilles Villeneuve omkwam in een vreselijk ongeluk op het circuit van Zolder, was de maat vol. Per 1983 werd het grondeffect verboden. De auto's lieten zich compleet anders besturen en het werd allemaal wat beter te behappen voor de coureurs. Dodelijke ongelukken in een Grand Prix-weekend zouden maar liefst twaalf jaar uitblijven. Toen een record.
[img,116448,left,Prost en Senna maakten ook in '89 de dienst uit]In 1988 rolde McLaren het hele veld op. Het team zou alle races van het seizoen gewonnen hebben als Ayrton Senna niet twee ronden voor het einde in Monza iets te enthousiast voorbij wilde aan een achterblijver. Het veld werd aangevoerd door turbomotoren en het gebruik ervan liep de spuigaten uit. Speciaal voor de kwalificatie werden hagelnieuwe motoren gebruikt, die het niet langer dan drie ronden volhielden. Druipend van de magnesium reden ze de pits uit, om een kanontijd neer te zetten en de motor daarna weg te gooien. Vermogen? 1500 pk. Vijftienhonderd, ja. In de jaren '80 was niets te dol. Anno nu zou dat ondenkbaar zijn, een complete motor voor één run en ook tegen het einde van de jaren '80 overwon het gezonde verstand. Het moest allemaal wat minder waanzinnig en in 1988 werd het vermogen al aan banden gelegd, om een jaar later de turbo's helemaal te laten verdwijnen. De optimisten die verwachtten dat McLaren in 1989 niets meer te vertellen had, kwamen van een koude kermis thuis. Hoewel Ferrari en Williams wel eens wat wonnen, ging de titelstrijd opnieuw tussen Senna en Prost. De turbo's verdwenen, maar de rangorde bleef redelijk gelijk.
[img,116663,right,Prost in 1993]In 1992 en 1993 won Williams fluitend het kampioenschap. Dat kwam natuurlijk omdat ze Nigel Mansell en Alain Prost achter het stuur hadden, maar het had ook een andere, veel belangrijkere reden. Williams had de zogenaamde gizmo's ontdekt. De auto's waren uitgerust met tractiecontrole, actieve vering en zelfs een tijdje met abs. Hun enige concurrenten, McLaren en Benetton (Ferrari was in die tijd een lachertje), hadden dat allemaal niet. Ze probeerden het wel, maar Williams lag mijlenver voor. Het verschil tussen Williams en de rest was dan ook enorm. Had je in 2008 soms het hele veld binnen twee seconden, in 1992 was het niet ongebruikelijk dat twee seconden, of drie, het verschil was tussen de pole-sitter en de nummer drie. Niet echt enerverend. Het was dat Michael Schumacher en Ayrton Senna zo briljant waren en de boel soms even konden opschudden, anders waren deze jaren vrij stilletjes aan ons voorbij gegaan.
[img,116982,left,Barrichello crasht op Imola]De FIA had dat ook door en verbood met ingang van 1994 alle technische snufjes. Leuk, want nu kon iedereen die klaagde dat Prost en Mansell hun titels te danken hadden aan een computerwagen weer laten zien dat hij kon rijden, maar ook minder leuk, want de kans op ongelukken nam nogal toe. Ayrton Senna was weliswaar een tegenstander van de hulpmiddelen, maar vreesde dat het wel eens serieus mis kon gaan in 1994. Hij zou nooit weten hoezeer hij gelijk zou krijgen, want 1 mei 1994 kwam hij om het leven in een crash op Imola. Een dag eerder had Roland Ratzenberger al het leven gelaten in een ongeluk en op vrijdag was Rubens Barrichello aan de dood ontsnapt. Twee weken later belandde Karl Wendlinger in een coma na een crash bij het uitkomen van de tunnel in Monaco en ook tijdens de tests ging er het nodige mis. Zo crashte Pedro Lamy zo hard dat hij bijna op de tribunes van Silverstone belandde. De FIA greep halsoverkop in en liet voor 1995 flink wat veranderingen doorvoeren om de veiligheid te vergroten. Dat lukte, want sindsdien heeft geen Formule 1-coureur een ongeluk gehad wat hij niet meer kon navertellen. De FIA voert nog jaarlijks nieuwe regels toe om de veiligheid te vergroten en anno 2009 is de sport nog wel gevaarlijk, maar staat dat in geen verhouding meer tot 1994.

Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties