Overslaan naar hoofdinhoud

Aanbevolen voor jou

Dat was even schrikken, afgelopen zondag. Mark Webber klapte op de achterkant van Heikki Kovalainen, waarna de Red Bull het luchtruim koos. Het is één van de meest evidente risico's van het 'open wheel racing'. En tegenwoordig loopt het bijna altijd goed af.

De duikvlucht. Het ziet er altijd ontzettend spectaculair uit. Mauricio Gugelmin, Cristian Fittipaldi, Martin Brundle, Luciano Burti, Pedro de la Rosa en Jacques Villeneuve hebben allemaal ervaren hoe het is om gelanceerd te worden over de achterkant van een auto, om dan machteloos door de lucht te zeilen en te bidden voor een goede afloop. Allen stapten ze ongedeerd uit, al kwam de marshal er soms minder goed vanaf. In 2000 en 2001 stierf een baanmedewerker door rondvliegende brokstukken.

Maar de coureurs hebben bijna nooit iets. Ja, pijn in de nek of een paar blauwe plekken. Maar dat staat in het niets in vergelijking met de brute kracht die er vrij komt als een auto gelanceerd wordt over een ander. Mark Webber wist al hoe het was om te vliegen, hij zat in de Mercedes die in 1999 het luchtruim koos op Le Mans, maar in een open auto is het toch net even wat anders. De Australiër liet na afloop weten dankbaar te zijn dat hem niks was overkomen. Maar puur klinisch bekeken, is dit gewoon het resultaat van de ongehoorde veiligheidsmaatregelen die de FIA sinds de dood van Ayrton Senna en Roland Ratzenberger heeft ingevoerd. Auto's worden getest op zulke buitelingen.

In feite is zo'n salto de ideale crash. Het ziet er waanzinnig uit en niemand komt in de problemen. Toch? In Amerika gaat dat helaas niet altijd op. Als daar de wielen in elkaar haken gebeuren er soms vreselijke dingen. Jeff Krosnoff stierf in 1996 in een vergelijkbaar incident. Dat gebeurde op een stratencircuit in het Canadese Toronto. De auto klapte tegen een lantaarnpaal, werd in tweeën gerukt en Krosnoff was op slag dood. Op de ovals gebeurt het ook wel eens dat een auto opstijgt. Kenny Brack brak zo ongeveer alles wat hij had in een misselijkmakende klap op de Texas Speedway.

[img,143445,right,Brack anno nu (links)]Brack en Tomas Scheckter haakten met de wielen in elkaar, waarna de Zweed in de hekken werd gekwakt. Van zijn auto bleef niets anders over dan de 'survival cell'. Daarin zat een compleet door de mangel gehaald Zweeds mannetje, dat 214G te verwerken had gekregen. Een record. Resultaat: gebroken borstbeen, gebroken ruggewervel, gebroken benen en verbrijzelde enkels. Hij zou nog wel rijden, maar de gloriedagen zaten erop.

In de Formule 1 gaat dat vooralsnog anders. Dat Webber op zijn dak belandt en niet eens aan zijn nek hoeft te voelen, is bizar. Het risico is echter, dat de auto neerkomt op plaatsen waar dat niet de bedoeling is. Op plaatsen waar marshals staan, of nog erger: publiek. Veiligheidsmaatregelen beperken die kansen tot een minimum, maar het kan altijd fout gaan. Tijdens een test op Silverstone in 2000, maakte Ricardo Zonta een werkelijk ongezond harde klap mee. Zijn wielophanging brak aan het einde van de Hangar Straight, de auto groef zich in het grind bij Stowe, sloeg over de kop en kwam steeds hoger. De BAR belandde naast een marshalhuisje. Zonta had een snee in zijn vinger, de marshals doken op tijd weg, niks aan de hand. Maar autosport is gevaarlijk. Altijd.

De salto van Webber had ook heel anders kunnen aflopen. Dat reclamebord wat hij raakte had heel vervelend kunnen doen. Of de landing had anders kunnen zijn. De auto's zijn veiliger dan ooit, maar het lijkt erop dat we af en toe door het oog van de naald kruipen. Zo lang dat zo blijft is het prima, maar laten we het alsjeblieft nooit vanzelfsprekend vinden.

Net binnen

Vorig artikel Button neemt plaats in Hamilton's auto
Volgend artikel Button: "In deze sport weet je het nooit"

Beste reacties