Overslaan naar hoofdinhoud

Aanbevolen voor jou

De Formule 1 is jarig! Deze week is het zestig jaar geleden dat het officiële wereldkampioenschap van start ging op een verbouwd vliegveld in Northamptonshire en inmiddels is het uitgegroeid tot een sport vol hoogte- en dieptepunten. En om die verjaardag te eren is het tijd voor een lijstje. Want daar houden we van. Het beste en het slechtste uit zestig jaar Formule 1.

Beste circuit: De Nordschleife. Als het ging om de uitdaging voor de rijders was de oude Nürburgring niet te overtreffen. Meer dan twintig kilometer krioelen door de Eifel, auto's kwamen met vier wielen los en coureurs keken sidderend van angst naar het asfaltlint. Dat was gelijk ook de zwakte van het circuit. Levensgevaarlijk. Maar de combinatie van gevaar en heldendom maakte de Nordschleife tot de meest tot de verbeelding sprekende baan ooit.

Meest waardeloze circuit: Caesar's Palace in Las vegas. Begin jaren '80 bezocht de Formule 1 twee keer dit absurde baantje, wat nog het meeste weg had van een kartbaantje op een braderie. Het circuit was geplaatst op een parkeerplaats van het beroemde casino en trok, net als zo veel F1-races in Amerika, amper bezoekers. Afgezien van enkele toeristen en natuurlijk de hoge piefen van Caesar's Palace, kon het niemand iets schelen.

Beste team: Vóór 2000 was dit een spannende strijd tussen Ferrari, McLaren en Williams. Sinds de eeuwwisseling niet meer. Ferrari heeft in de afgelopen tien jaar gedomineerd als nooit tevoren. Michael Schumacher behaalde vijf wereldtitels, waarvan twee met het grootste gemak. In 2002 en 2004 was Ferrari op het toppen van zijn kunnen. Nooit eerder was een team zo lang de beste. Geschiedenisboeken konden compleet herschreven worden.

Slechtste team: Een spannende strijd tussen veel avonturiers in de jaren '90, maar de prijs gaat naar Lola. In 1997 dacht de chassisfabrikant dat ze best een auto konden bouwen zonder windtunnel. Let wel, CFD (de computertechnologie waarop Virgin dit jaar volledig vertrouwt) was nog lang niet uitgevonden. Resultaat: elf seconden te langzaam. Elf. Tel maar eens hardop. Ouder geworden? Precies. Na een poging tot kwalificeren in Melbourne was het alweer gedaan. Overigens gaat een eervolle vermelding naar het team van Life, dat in 1990 nooit door de prekwalificatie kwam. Op het oude Hockenheim kwamen ze 64 kilometer per uur te kort. En nee, dat is geen typfout.

Grootste lefgozer: Gilles Villeneuve. Al was het soms de vraag waar lef ophield en naïviteit begon. Gilles reed altijd op het randje en eigenlijk er overheen. Zijn rijstijl was geweldig om te zien en bracht hem vele fans. Zijn spijkerharde duels nog meer en zijn dood bracht hem helaas een heldenstatus die niet voor de levenden is weggelegd. Een groot gemis.

Slechtste coureur: Hij reed nooit een race, maar Chanoch Nissany mag toch wel de grootste grap heten die ooit in een Formule 1-auto reed. Had ooit 'te veel grip' tijdens een test. Het team van Minardi kon alleen maar met open mond toekijken en de betalingen van de Israëliër lachend ontvangen. In zijn eerste Formule 1-test was hij achttien seconden langzamer dan de kop. Wat geld al niet kan doen.

Beste ruzie: Nelson Piquet versus Eliseo Salazar in 1982. Salazar had zojuist de leidende Piquet van de baan getikt terwijl hij op een ronde werd gezet, waarna Piquet hem voor het oog van de camera's te lijf ging. Het was bepaald geen Mortal Kombat, maar als we er bijna dertig jaar later nog steeds om kunnen lachen was het de moeite waard.

Grootste anticlimax: Ayrton Senna ragt Alain Prost van de baan in Suzuka 1990. Wat een mooie strijd om het kampioenschap moest worden eindigde in een ordinaire rampartij. Anno nu zou het genoeg zijn voor een schorsing, destijds dacht men niet dat iemand ooit zoiets zou doen. Smet op Senna's blazoen.

Grootste verloren talent: Stefan Bellof. Had de eerste Duitse wereldkampioen kunnen worden. Was voor de duvel niet bang en deed dingen met een auto waar zijn collega's slechts van konden dromen. Zijn gebrek aan angst (lees: zelfkennis) kostte hem ook zijn leven. In 1985 wilde hij Jacky Ickx inhalen in Eau Rouge en dat kan daar niet. De Porsche sportscar vouwde dubbel en niemand zou ooit weten waar Bellof toe in staat zou zijn geweest.

Beste individuele prestatie: Juan Manuel Fangio temt de Nürburgring in 1957. Na een onvoorziene pitstop stijgt hij boven alles en iedereen uit, breekt keer op keer het ronderecord en wint. Na afloop zou hij verklaren 'nooit meer zo te willen rijden'. Dat zegt alles.

Mooiste duel: Makkie. René Arnoux en Gilles Villeneuve herschrijven alle wetten en bestrijden elkaar op leven en dood op het circuit van Dijon in 1979. Villeneuve wint het duel, beide heren krijgen veel kritiek op hun rijstijl, maar stappen lachend uit. Ze vertrouwden elkaar.

Mooiste inhaalmanoeuvre: Mika Hakkinen pakt Michael Schumacher op grandioze wijze in op Spa in 2000. Met meer dan driehonderd op de teller ziet Ricardo Zonta een McLaren en een Ferrari voorbij flitsen. Hij zou nog lang zwetend wakker worden. Hakkinen won de race, Schumacher trakteerde hem die avond op een biertje en een sigaar.

Beste seizoensafsluiter: Brazilië 2008. Die race had alles. Onvoorspelbaar weer, spanning, drama en euforie. Cynisten zullen gesmuld hebben van de blik op papa Massa's gezicht toen hij hoorde dat zijn zoon niet had gewonnen. Diezelfde mensen zullen moeten toegeven dat de huilende Massa zijn verlies nam als een man. En de manier waarom Hamilton de titel pakte was nog nooit vertoond. In de laatste bocht van de laatste ronde. Dat gaan we niet meer meemaken.

Omdat het zo briljant was, hier nog eens de 'vechtpartij' tussen Piquet en Salazar:

[youtube,DV0aQPLJNvA]

Net binnen

Vorig artikel Whitmarsh: "Formule 1 zal competitief blijven"
Volgend artikel Hamilton verwacht problematische kwalificatie

Beste reacties