Special: Hoe het Renault F1-verhaal van Alonso begon

Na enkele jaren afwezigheid keert Fernando Alonso dit seizoen terug in de Formule 1. Al meer dan een half jaar weet de Spanjaard dat hij weer een stint zal beginnen en dat is niet voor de eerste keer. In 2002 nam Alonso ook een jaar bewust plaats in de wachtkamer om uiteindelijk hij het grote Renault aan de bak te komen. Aan de hand van een interview met onze zusterpublicatie Autosport kijken we terug op de periode voordat Alonso zijn eerste Formule 1-comeback maakte.

Special: Hoe het Renault F1-verhaal van Alonso begon

“De verwachtingen rond het Renault-debuut van Fernando Alonso zijn hooggespannen”, schrijft collega Adam Cooper in de Autosport van 12 november 2002. Hij refereert daarmee aan het indrukwekkende seizoen van Kimi Raikkonen bij McLaren. De Fin is de eerste in een reeks nieuwe toptalenten die een kans krijgt bij een topteam. De drie beste teams op de grid houden vast aan hun rijderspaar en dus zijn alle ogen gericht op Renault, waar Alonso zijn entree gaat maken. Hij heeft in 2001 al een seizoen achter de rug in de Formule 1, maar bij Minardi kan hij geen potten breken. In 2002 neemt Alonso in de figuurlijke wachtkamer plaats en krijgt hij een rol als testcoureur bij Renault. Teambaas Flavio Briatore heeft het carrièrepad van zijn oogappel minutieus uitgestippeld en er bestaat dan ook weinig twijfel dat Alonso in 2003 zijn debuut gaat maken bij Renault. Toch was het een flinke stap voor Alonso om in 2002 een jaar aan de zijlijn toe te kijken. “De slechts 21-jarige coureur moest zestien maanden wachten, de periode van Suzuka 2001 tot Melbourne 2003 moet als een eeuwigheid aangevoeld hebben”, stelt Cooper in zijn artikel.

Tijdens de Grand Prix-weekenden is Fernando aanwezig om de verrichtingen van Jenson Button en Jarno Trulli te aanschouwen, daartussen werkt hij mee aan de ontwikkeling van de wagen. “Te veel vrije tijd”, lacht Alonso in het interview. “Het is voor elke coureur een beetje frustrerend om op een televisiescherm naar de training, kwalificatie en race te kijken. Maar voor mijn carrière en toekomst was het goed om dit jaar testrijder te zijn. Ik krijg volgend jaar de kans om in de auto te stappen.” Hoe zorgvuldig de route ook gemaakt is, Alonso stelt dat er geen garantie is. “Niet echt, in F1 ben je nooit zeker van iets”, weet hij. “Toen ik tekende als testrijder wist ik dat het een belangrijk jaar zou worden, bij een groot team als Renault moet je veel kilometers maken. Je laat je snelheid zien, je bent snel en misschien krijg je dan een jaar later wel een kans.”

Het geduld van Alonso wordt dus op de proef gesteld, pas tijdens de Franse GP op Magny-Cours maakt Renault bekend dat hij volgend seizoen zeker is van een zitje. Het team neemt afscheid van Jenson Button. Ondanks dat zijn tweejarige contract afloopt, speelt bij sommigen toch de gedachte dat Briatore zijn eigen protegé voorkeur geeft en Button daarom moet vertrekken. De persconferentie in de paddock van Magny-Cours is op z’n zachtst gezegd pittig en wie schittert in afwezigheid? Alonso zelf. Op de dag dat de overstap naar Renault een feit is zou de Spaanse media toch met hem willen praten, maar enkele uren voor de bekendmaking vertrekt Alonso uit de paddock. Het versterkt het gevoel van de buitenwereld dat coureurs maar heel weinig invloed hebben op hun toekomst. “Zo gaat het nu eenmaal in F1”, geeft hij toe. “Op het moment is de coureur alleen verantwoordelijk voor het besturen van de wagen, daarbuiten heb je niet echt en sterke positie. Maar voor mij is dat normaal.”

Fernando Alonso

Fernando Alonso

Foto: Mark Gledhill

De rust keert terug als Button aangekondigd wordt bij British American Racing (BAR), maar in werkelijkheid bestond er überhaupt geen twijfel over de keuze voor Alonso. Een jaar als testrijder heeft de coureur alleen maar sterker gemaakt na zijn debuutseizoen bij Minardi in 2001. “Ik heb geprobeerd om zo snel mogelijk te zijn en veel te leren van het team”, zegt Alonso. “Bij Minardi werkten ze vooral met passie, hier is het heel erg professioneel en proberen ze het gat naar de topteams te dichten. Renault moet weer aan de top komen. Ze hebben veel ervaring en je leert altijd wel iets van de mensen op je heen. Wat betreft de set-up weet ik nu zoveel. Bij Minardi hadden we het hele seizoen min of meer dezelfde auto. Hier heb je bij elke test wel wat nieuwe onderdelen. De ontwikkeling van de wagen is constant. Ik denk dat ik een betere coureur ben geworden omdat ik nu meer gevoel bij de afstelling heb.”

Alonso is vaste klant in de paddock voor het geval dat Trulli of Button en probleem heeft, hij luistert mee met de radiocommunicatie en de deelname aan de debriefs is allemaal onderdeel van de ‘opleiding’. “Normaal gesproken was ik aanwezig bij al die vergaderingen, ik kende de problemen en ik wist wat ze deden om het op te lossen. Het is ook interessant om een race van de buitenkant te volgen en te zien hoe monteurs zich voorbereiden op een pitstop, hoe de engineers tot een strategie komen. Dat was allemaal nieuw voor mij. De pitstop is geweldig. Wanneer je in de wagen zit kom je aan en staat iedereen klaar. De banden worden gewisseld en je bent weer weg. Maar van de buitenkant zie je pas dat monteurs vijftien seconden voor de stop nog met de bandenwarmers bezig zijn. Het is chaos. Dat is bijna ongelofelijk.”

In de tweede helft van 2002 komt de ontwikkeling van Renault een beetje tot stilstand, echt grote stappen worden niet meer gemaakt. “We hebben de wagen misschien niet heel erg kunnen verbeteren tijdens het seizoen, de anderen hebben dat wellicht iets beter gedaan. Maar ik denk dat we veel vertrouwen hebben in de wagen van volgend jaar. De resultaten in de windtunnel zijn positief en met een klein beetje meer vermogen kan de auto competitief zijn. Maar je weet het nooit. In F1 is het, zeker tot de eerste race, 50 procent duidelijk.”

Alonso kijkt uit naar zijn comeback in Australië, hij staat te springen om weer te beginnen. Spijt van zijn ‘sabbatical’ in 2002 heeft hij niet. “Ik heb meer geleerd dan dat ik er nadeel van heb gehad. Het gevoel voor volgend jaar is best goed, ik ken het team en de auto, ik ken alle mensen en de werkwijze. Het zou pas moeilijk geweest zijn als ik niet had kunnen testen. Jarno was ook nieuw bij het team, de eerste paar races waren lastig voor hem. Melbourne wordt zeker speciaal, maar ik kijk er met vertrouwen naar uit. Het komt wel goed.”

Met de kennis van nu

Nu, aan het begin van 2021, weten we dat het niet lang duurde voor Alonso zijn stempel kon drukken in de Formule 1. Hij pakte in het tweede raceweekend van 2003 al zijn eerste pole-position, daar scoorde hij eveneens zijn eerste podium. Niet veel later pakte hij in Hongarije zijn eerste overwinning. Alonso eindigde dat jaar op de zesde plaats en eindigde daarmee twee plekken voor Trulli. Een jaar later deed hij het nog eens twee plekken beter en nog een jaar later maakte hij een eind aan de dominante reeks van Michael Schumacher. Hij vestigde zijn naam definitief in de Formule 1-geschiedenisboeken.

Fernando Alonso

Fernando Alonso

Foto: Renault F1

gedeeld
reacties
AlphaTauri: Tokens zullen niet de doorslag geven in 2021

Vorig artikel

AlphaTauri: Tokens zullen niet de doorslag geven in 2021

Volgend artikel

Gasly loopt als zesde F1-coureur besmetting met COVID-19 op

Gasly loopt als zesde F1-coureur besmetting met COVID-19 op
Laad reacties

Over dit artikel

Kampioenschap Formule 1
Coureurs Fernando Alonso
Teams Renault F1 Team
Auteur Mark Bremer