Motorregels F1-2026: teams moeten het doen met minder onderdelen
De Formule 1 staat dit jaar voor een ingrijpende hervorming. Nieuwe - kleinere en lichtere - auto's en een nieuwe power unit zullen ongetwijfeld het speelveld overhoop gooien.
Met de nieuwe krachtbronnen volgt ook een wijziging van het reglement rondom de allocaties van motoronderdelen. Om de kosten te dempen maakt de Formule 1 al jaren gebruik van deze allocaties; elk team mag per jaar slechts een beperkt aantal motorcomponenten gebruiken. Overschrijdt een team dat aantal, dan volgde (en volgt) er een gridstraf. In de beginjaren van de indertijd minder betrouwbare hybride V6-motoren leidde dat nogal eens tot hilariteit als de wedstrijdleiding bij een motorwissel gridstraffen van soms zelfs twintig tot dertig startplaatsen oplegde.
In de loop der jaren en met het betrouwbaarder worden van de krachtbronnen en elektronische systemen, slonk het aantal motorwissels en daarmee gridstraffen flink. Afgelopen seizoen werd veertien keer een gridstraf uitgedeeld wegens het overschrijden van de allocaties. In 2024 lag dat aantal - bij een gelijk aantal GP's - nog op twintig.
Strikt genomen is de term 'gridstraf' overigens niet helemaal juist. Waar in het verleden auto's inderdaad naar achteren op de grid verdwenen, kozen de teams er de laatste jaren vooral voor om meteen maar all-in te gaan en alle motorcomponenten te vervangen. Dat leverde vervolgens een start vanuit de pitstraat op. Een goed voorbeeld hiervan was Max Verstappen die vorig seizoen in Brazilië een volledig nieuwe power unit kreeg, uit de pitstraat moest starten, maar van daaruit 'gewoon' naar het podium reed. Teamgenoot Yuki Tsunoda moest in 2026 zelfs drie keer vanuit de pitstraat starten door nieuwe motorcomponenten: in Imola, Boedapest en Las Vegas.
Nieuwe situatie 2026
Ook voor 2026 en de nieuwe V6-motoren zijn allocaties afgesproken. Die zijn een stuk strikter dan onder het voorgaande motorreglement en er zijn extra onderdelen toegevoegd. Voor de energy store (ES) en de control electronics (CE) blijven de regels ongewijzigd: daarvan mogen teams ook in het nieuwe tijdperk twee exemplaren per seizoen gebruiken.
De grootste veranderingen zitten in de kern van de aandrijflijn. Van zowel de verbrandingsmotor (ICE) als de turbo (TC) mogen teams voortaan nog slechts drie exemplaren inzetten, waar dat er voorheen vier waren. De beperking voor de MGU-K wordt zelfs nog strenger: die gaat van vier naar slechts twee per seizoen.
Ook het uitlaatsysteem (EX) wordt flink aan banden gelegd. Vanaf 2026 zijn nog maar drie complete uitlaatsets toegestaan, tegenover acht in het vorige reglement. Daarnaast introduceert de FIA zogeheten 'ancillary components' of 'hulpcomponenten’, ondersteunende onderdelen waarvoor een maximum aantal van vijf geldt.
Om teams en coureurs enige ademruimte te geven in het eerste jaar van de nieuwe regels, geldt voor 2026 een overgangsmaatregel. Elke rijder mag één extra element per power unit-onderdeel gebruiken. Vanaf 2027 verdwijnt die coulance weer en geldt de uitzondering uitsluitend voor fabrikanten die dit jaar hun eerste seizoen in de Formule 1 afwerken, te weten Audi en Red Bull-Ford. Met de aangescherpte limieten en extra complexiteit belooft 2026 daarmee niet alleen technisch, maar ook strategisch een uitdagend jaar te worden voor teams en motorleveranciers.
Motorcomponenten 2025 versus 2026
| 2025 | 2026 | |
| ICE | 4 | 3 |
| MGU-K | 4 | 2 |
| TC | 4 | 3 |
| ES | 2 | 2 |
| CE | 2 | 2 |
| EX | 8 | 2 |
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties