Thinking Forward
Topic

Thinking Forward

Juan Pablo Montoya: Sprintraces zijn de toekomst voor Formule 1

Juan Pablo Montoya bracht twintig jaar geleden leven in de brouwerij in de Formule 1, schreef tweemaal de Indy 500 op zijn naam en is vandaag de dag nog altijd met succes actief in onder meer de lange-afstandsracerij.

Zijn zoon Sebastian beklimt inmiddels de Europese autosportladder met zitjes in het Italiaans en Duits Formule 4-kampioenschap. Juan Pablo houdt zich bezig met de opleiding van jonge rijders en bekijkt hoe de sport meer jonge fans kan aantrekken. De Colombiaan ziet een cruciale rol weggelegd voor esports. In deze nieuwe aflevering uit de #ThinkingForward-reeks spraken we met de uitgesproken en populaire rijder.


Juan Pablo, laten we beginnen met de twee kampioenschappen waar je het meest mee verbonden bent: Formule 1 en IndyCar. In welke staat verkeren deze klassen op dit moment volgens jou?

Ik denk in een zeer goede staat. De Formule 1 is sinds de entree van Liberty erg interessant geweest en er is veel veranderd. Om eerlijk te zijn is het een shock hoeveel leuker het nu in de paddock is dan vroeger.

Je bedoelt minder politiek?

Het is gewoon leuker, mensen zijn aardiger. Het is een veel prettigere plek om te vertoeven. In de IndyCar is de overname door Roger (Penske) een erg goede zaak, zeker gezien de pandemie. Als Roger er niet geweest was, had de klasse in grote problemen verkeerd. Roger heeft een enorme passie voor IndyCar, de Indy 500 en de tradities. Hij vindt manieren om vast te houden aan tradities maar het geheel toch te verbeteren. De aandacht voor detail van Roger is ongelofelijk.

 

Foto: Richard Dole / Motorsport Images

De Formule 1 voert een aantal ingrijpende regelwijzigingen door om het veld dichter bij elkaar te brengen, zoals de achterhoedeteams die meer tijd krijgen voor aerodynamische ontwikkeling en budgetplafonds. Dit zijn dingen die in jouw tijd onmogelijk geacht werden maar nu realiteit zijn. Denk je dat de Formule 1 hiermee op de goede weg is voor de toekomst?

Ja, zolang ze de controle kunnen houden. Ik weet zeker dat er altijd mensen zijn die zoals gewoonlijk mazen in de wet vinden maar de tijd zal veel oplossen. De topteams kennen geen grenzen, zij doen alles wat nodig is om te winnen. Dat iedereen dichter bij elkaar zit is beter voor de show. De betere teams zullen nog altijd winnen: het probleem is dat de gasten met de beste ideeën in de helft van de tijd waarschijnlijk nóg beter werk leveren! Het wordt interessant met Liberty Media en F1. Je realiseert je dat de aandachtspanne van mensen korter wordt. Je kunt dus niet langer hopen dat mensen twee uur naar een race gaan kijken. Mensen zoals wij die van de sport houden doen dat wel. De jongere generatie zal er moeite mee hebben. Daarom kijkt de F1 naar sprintraces en ik denk dat dat de juiste weg is.

De uitdaging van de IndyCar aangaande de toekomst ligt wat anders, aangezien het in het DNA van de sport zit dat alle rijders kunnen meedoen om de overwinning en podia. Kleine teams kunnen de strijd aangaan met grote teams en het is wiel-aan-wiel. Hoe zou jij de toekomstige IndyCar graag zien?

Ik denk dat ze op de juiste weg zijn. De twee zaken waar ze het momenteel vooral over hebben is het hybridesysteem dat aanstaande is, en ze willen veel meer vermogen. Dat is naar mijn mening een must in IndyCar. Een van de voornaamste aantrekkingskrachten van het CART-tijdperk was de hoeveelheid vermogen. De auto is nu leuk om in te rijden maar het ontbeert aan dat ‘Oh my God!’-gevoel wanneer je het gaspedaal indrukt, begrijp je? Dat zou absoluut helpen.

 

Foto: Richard Dole / Motorsport Images

Je zoon Sebastian racet nu in de Formule 4. Heeft het feit dat je eigen kind de ladder der racerij beklimt je mening veranderd over de ontwikkeling van jonge rijders?

Het heeft mijn ogen geopend op diverse vlakken, zoals waarom veel jonge gasten nu moeite hebben om te begrijpen wat een auto verlangt en niet inzien welke richting ingeslagen moet worden om een team vooruit te helpen. Ze zijn opgegroeid met de mededeling: ‘Dit is de afstelling, zo moet je omgaan met het chassis en zo gaan we het doen’. En dat is een slechte zaak. Voor het team is het eenvoudig om te zeggen: ‘Jongen, jij bent het probleem en niet de auto’. Het grootste probleem met die werkwijze is dat je misschien een groot talent hebt dat de auto haat. En als je de auto aan de rijder aanpast, hij waarschijnlijk iedereen verslaat. Maar met die wagen zal hij nooit succesvol worden. En aan de top, ik heb dit jaar IndyCar en WEC getest, zie je dat. Alle jonge gasten rijden met wat hen gegeven wordt, en dat doen ze verschrikkelijk slecht. Dat maakt het heel erg lastig voor een team om vanuit daar stappen te maken en races te winnen, zeker als je het opneemt tegen een Penske of een Ganassi of Andretti. Die teams hebben ervaren jongens aan boord die net als ik met de theorie zijn opgegroeid dat jij ervoor moet zorgen dat de auto beter gaat. En de coureurs die de auto beter maken, zijn de rijders die races winnen.

De tieners van vandaag hebben geen benul van de wereld die niet digitaal was. Ze hebben nooit een wereld meegemaakt zonder iPhones. En de wijze waarop zij problemen oplossen is heel anders. Hoe manifesteert dat zich bij coureurs en de wijze waarop zij omgaan met problemen? Wat zie je wanneer Sebastian en andere jonge rijders die je helpt daarmee bezig zijn?

Het is interessant want ze zijn nog zo jong maar ze begrijpen data en telemetrie. Je toont een 10- of 12-jarige een grafiek en ze snappen het. Ze weten precies waarnaar ze kijken. En dat is ongelofelijk. De eerste keer dat ik datagrafieken zag was in 1995, mijn eerste jaar in Europa. Ik was toen al 20 jaar. Tijden veranderen.

 

Foto: Sutton Images

Hoe breng je jonge rijders belangrijke zaken als fysieke gesteldheid, gewichtsoverbrenging en dergelijke zaken bij?

Ik geloof heilig in eenvoud. Maak dingen simpel. De achtergrond is niet belangrijk. Wanneer je ouder wordt, begrijp je de fysieke kwesties vanzelf. Als ik tegen een 10-jarige zeg: ‘Ga niet op die manier van het gas, want je brengt het gewicht te veel over naar de voorbanden’ dan geven ze daar niets om. Ze moeten gewoon weten dat ze niet te veel moeten liften omdat ze dan in de problemen komen. Video’s zijn voor mij een enorm hulpmiddel. Wanneer ze te jong zijn en je laat ze een grafiek zien, dan zien ze de snelheid en alles maar is het lastig om dat te koppelen aan de telemetrie en snelheid op een bepaalde plek op de baan. Ik doe dat al jaren dus binnen twee minuten zie ik al waar het om draait. Voor hen is het heel belangrijk om die data te koppelen aan een bepaald deel van de bocht en hoe ze die moeten nemen. We kijken daarnaar zodat ze het begrijpen. En dan pakken we een video erbij en laten we het probleem zien. Dat maakt het een stuk eenvoudiger.

 

Foto: Steven Tee / Motorsport Images

Iets anders dat niet bestond toen jij de autosportladder beklom is gaming en esports als losstaand platform. Je kunt tegenwoordig een parallelle carrière in esports hebben, zoals we zien bij Lando Norris en Max Verstappen. Jij bent op dit vlak ook erg actief, net als Fernando Alonso. Maar het is ook aantrekkelijk voor nieuw talent en nieuwe fans van de sport. Hoe beoordeel jij esports?

Naar mijn mening opent esports de deur voor iemand die niet de middelen heeft om te racen. Vandaag de dag is het ontzettend duur om te gaan racen. Met het geld dat je uit moet geven om één kartrace te rijden, kan je ook de best mogelijke simulator aanschaffen. En daarna heb je verder niets meer nodig. Per jaar geef je misschien honderd euro uit aan games, je koopt wat circuits maar dat is alles. Een normaal gezin, waar vader van negen tot vijf werkt, heeft geen tijd om de kinderen naar een kartbaan te brengen, of misschien geloven de ouders niet in een carrière in de autosport. Voor hen is esports een goede oplossing. Als coureur realiseer je je pas echt hoeveel tijd je moet doorbrengen in de simulator, hoeveel toewijding nodig is en hoe het de hersenen traint om constant te zijn en alles te doen wat er gedaan moet worden. Een van de sleutels in de racerij is alles goed doen en dat kunnen herhalen. Eén ronde snel gaan is simpel, tien ronden snel gaan is veel lastiger want je gaat nadenken. Je komt aan bij een rempunt en denkt: ‘Dat ging makkelijk, misschien kan ik net iets verder gaan’. Je hersenen houden je voor de gek en dan worden fouten gemaakt. Wanneer je onder druk staat, ga je altijd op zoek naar meer. En esports zijn goed om dat te trainen.

 

Foto: Mark Sutton / Motorsport Images

Vorig jaar nam je tijdens de lockdown deel aan veel van die fantastische virtuele evenementen. Wat ik vooral mooi vond, waren de unieke rijdersline-ups tijdens bijvoorbeeld de virtuele 24 uur van Le Mans die in de praktijk nooit gekund hadden omdat de teams daar geen toestemming voor zouden geven, maar ook de relaties die je had met andere rijders, gamers en fans.

Ik vond het echt interessant om een zeer nauwe relatie op te bouwen met veel rijders die je nog nooit ontmoet had. Je praatte met hen en wanneer je ze in het echt ontmoette, lach je erom en is het leuk. Dat brengt de autosportgemeenschap dichter bij elkaar. Gasten als Leclerc, Lando en Max gamen heel veel. Veel jongere gasten racen tegen hen en bouwen een band op met coureurs die ze anders nooit ontmoet zouden hebben en waar ze fan van zijn. Het maakt de racerij een stuk meer benaderbaar voor de buitenwacht.

gedeeld
reacties
F1-sprintraces stap dichterbij: Teams akkoord met financieel plan
Vorig artikel

F1-sprintraces stap dichterbij: Teams akkoord met financieel plan

Volgend artikel

Lees terug - Liveblog van woensdag 7 april 2021

Lees terug - Liveblog van woensdag 7 april 2021
Laad reacties