Hoe de ‘French Fuck’-grap van Jack Plooij ietwat uit de hand liep

Kort na de Formule 1-seizoensfinale in Abu Dhabi verschijnt het nieuwe boek van Jack Plooij: In de pits gebeurt altijd iets. Bij Motorsport.com Nederland lees je een exclusieve voorpublicatie over een van de meest controversiële momenten van zijn jaar.

Hoe de ‘French Fuck’-grap van Jack Plooij ietwat uit de hand liep

Jack Plooij beleefde dit jaar een jubileum als pitreporter: in de Grand Prix van Spanje was hij voor de tweehonderdste maal actief als verslaggever ter plaatse. In al die jaren heeft hij heel wat bijzondere momenten meegemaakt. Zijn nieuwe boek ‘In de pits gebeurt altijd iets’ gaat vooral over de meest opmerkelijke en interessante gebeurtenissen uit het Formule 1-seizoen 2020. Toch is er ook ruimte om terug te blikken op zijn eerste weekend als pitreporter en zijn aanvaring met Michael Schumacher. Later beschrijft hij uitgebreid een van de meest controversiële momenten van het afgelopen seizoen: de grap met Esteban Ocon en de daaropvolgende heisa met Renault.

Meer lezen? Bestel hier het boek ‘Jack Plooij – In de pits gebeurt altijd iets’.

Tweehonderd Grand Prixs als pitreporter, dat is een flinke mijlpaal. Sinds de Grand Prix van Spanje kan ik zeggen dat ik hem gehaald heb. Maar liefst tweehonderd raceweekenden heb ik al in de paddock rondgelopen. Je zou denken dat ik dat eens goed ben gaan vieren, maar niets is minder waar. Ik wist namelijk niet precies welke Grand Prix mijn tweehonderdste zou zijn. Ik had het nooit echt goed bijgehouden en ineens bleek de betreffende race al voorbij te zijn.

Dit is een mooi moment om erop terug te blikken hoe het voor mij allemaal begon. In 1998 deed ik voor het eerst verslag van een Formule 1-race. Ik werkte toen nog met Frans Verschuur in het Europese kampioenschap met de Renaults. Ze reden op Monza in het voorprogramma van de Formule 1, waardoor we soms de pitstraat in mochten. Na afloop van het voorprogramma werd iedereen die niet bij de Formule 1 hoorde verzocht uit de pitstraat te vertrekken. Ik wilde mezelf de kans om de Formule 1-gekte te ervaren echter niet laten ontnemen. Dus wat heb ik gedaan? Ik stopte mijn pas in mijn overhemd zodat ze niet konden zien dat ik niet bij de Formule 1 hoorde. Daarbij had ik een blouse aan van Equipe Verschuur met daarop allemaal sponsoren. Als je niet goed oplette zou je die zo aanzien voor een shirt van een Formule 1-team. Ik ben in een van de pitboxen op de wc gaan zitten en heb daar gewacht tot de bewaking voorbijgekomen was. Daarna werd er namelijk niet meer gecontroleerd. Ik voelde me als God in Frankrijk toen ik uiteindelijk de wc verliet en de pitstraat van Monza inliep.

Met mijn fototoestel in de aanslag ging ik op pad. Alles wilde ik vastleggen, van de bolides tot rijders als Gerhard Berger. Dat ging best goed tot ik op mijn schouder getikt werd. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg iemand. Het was Olav Mol. Ik was bang dat te veel commotie ervoor zou zorgen dat ik uit de pitstraat verwijderd werd, dus ik zei: ‘Ja, ik ben hier enorm illegaal, dus wil je niet te veel herrie maken.’ Olavs antwoord verbaasde me. Hij vond het geweldig dat ik er was en vroeg of ik de hele zondag op het circuit zou zijn. Toen ik vertelde dat ik pas ’s avonds met het vliegtuig terug hoefde verzocht hij me even te wachten omdat hij wat zou gaan ‘regelen’. Even later keerde Mol terug met in zijn ene hand een walkietalkie en in zijn andere een hesje waarop in grote letters ‘press’ stond. ‘Als jij hier tijdens de race nou een beetje rond gaat wandelen en mij af en toe door de walkietalkie iets vertelt,’ zei Mol, ‘dan vertel ik het vanuit de commentaarpositie weer aan de kijkers thuis.’ En zo geschiedde. Tijdens dat raceweekend, in het jaar dat Mika Häkkinen kampioen werd, werd ik herboren als pitreporter.

Het volgende jaar mocht ik in Canada en Monza weer als pitreporter aan de slag. En toen Allard Kalff er in 2000 mee stopte nam ik opnieuw Canada en Monza voor mijn rekening en ging ik voor het eerst mee naar Duitsland. Pas in 2001 begon ik echter officieel bij rtl als pitreporter.

Het eerste interview met Michael Schumacher

Mijn eerste interview met Michael Schumacher herinner ik me nog goed. Het was in 2000, toen ik mocht invallen in Canada. Ik wilde graag oefenen met interviewen, ook al legde Olav er totaal geen druk op. Vrijdagochtend na de eerste vrije training stuurde hij me de pitstraat in om interviews met rijders te maken. Toen kon je daar nog gewoon heen en weer lopen en coureurs aanspreken. Voor Michael Schumacher was het echter anders geregeld. Hij had zich op poleposition gekwalificeerd en zou naar het vierkantje komen, een plek waar ik tot dan toe nooit geweest was. Op het moment dat ik bij het vierkantje aankwam zag ik zowel links als rechts een groep verslaggevers en cameramensen staan. De linkergroep bleek de Duitstalige media te zijn en de rechtergroep de Engelstalige. Ik besloot tussen beide groepen in te gaan staan.

Na lang wachten kwam Schumacher aangelopen. Hij ging als eerste voor de Duitse pers staan en na het beantwoorden van hun vragen draaide hij zich richting de Engelse. Hij stak één vinger omhoog en zei: ‘Only one question in English.’ Toen de Engelse vraag beantwoord was liep Schumacher weg. Ik dacht bij mezelf: wat gebeurt hier nou? ‘Excuse me, excuse me,’ zei ik, maar er kwam geen reactie. Ik verhief mijn stem en riep: ‘Excuse me, Michael!’ Op het moment dat de woorden mijn lippen verlieten stopte Schumacher met lopen. Hij draaide zich om alsof hij door een wesp gestoken was en bekeek me van top tot teen. ‘Don’t you understand English? I said: only one question in English.’ Ik zette mijn vrolijkste gezicht op en reageerde: ‘I only have one question.’ Schumacher bekeek me nog een keer en schoot in de lach. De bij het vierkantje aanwezige pers werd muisstil toen hij mijn kant op kwam lopen. De Duitsers dachten: wat is dit joh? Dat kan helemaal niet bij Schumacher, dat mag je zomaar niet doen. De Engelstaligen aan de rechterkant vroegen zich ondertussen af wie die gast uit Nederland was. Schumacher kwam voor me staan en vroeg terwijl hij zijn hand uitstak: ‘Who are you?’ Ietwat perplex stelde ik me voor. Daarop volgde de vraag waar Allard was, de Nederlander die normaal gesproken de interviews deed, en ik vertelde dat hij ermee gestopt was. Schumacher scoorde direct honderd punten bij me door te zeggen dat het mooi was dat Allard weg was.

Wat er vervolgens gebeurde was net een nachtmerrie. ‘But tell me, you had a question?’ Mijn hand gleed naar mijn borstzak om mijn notitieboekje te pakken. Olav had me verteld dat Schumacher het fantastisch vond als je hem naar details vroeg, daarom had ik in mijn boekje een aantal aantekeningen gemaakt. Maar het boekje was ineens nergens te vinden, niet in mijn borstzak en ook niet in mijn broekzakken. Het zweet brak me aan alle kanten uit. De cameraman die naast me stond schoot in de lach. ‘Zul je nou net hebben. Staat Schumacher eindelijk voor je, met links de muisstille Duitse pers en rechts de Engelse pers met de mond wagenwijd open, weet je de vraag niet.’

Mijn hersenen maakten overuren en ik probeerde uit alle macht iets te bedenken. Uiteindelijk kwam er één legendarische vraag in me op, waar ik later een Nobelprijs en een Televizier-Ring voor heb gekregen. ‘How was it?’ vroeg ik. Iedereen schoot natuurlijk in de lach, maar ik was wel meteen binnen als nieuweling in de wereld van pitreporters. Niemand snapte hoe ik het voor elkaar had gekregen. Men speculeerde zelfs dat ik stiekem een deal had gesloten met Marlboro, een van de sponsoren van Ferrari. Daar had het echter helemaal niets mee te maken. Ik was gewoon brutaal en had een grote mond.

 […]

Slechte relatie met Renault

Ik heb nog een mooie herinnering aan Spa. In 1989, toen ik voor Frans Verschuur werkte, ontvingen we een nieuwe Renault-motor. Iemand moest vervolgens ’s nachts met de auto de openbare weg op om kilometers te maken en de motor in te rijden. Ik trok een warme jas aan en kroop met een helm op in de gordels om door België heen te knallen. Wat een fantastische relatie hadden we toen nog met Renault. We hebben samen echt mooie tijden meegemaakt.

In de Formule 1 heb ik helaas helemaal niet zo’n fijne relatie met de Franse renstal. Dat heeft deels te maken met de dingen die we over de Renault-motor gezegd hebben toen Verstappen er nog mee reed. Bij de Fransen viel dat totaal niet in goede aarde. We werden dan ook weleens geboycot. Dit jaar ging het in Spa na de kwalificatie echter wederom flink mis. Zoals jullie waarschijnlijk weten moeten we vanwege de coronamaatregelen met twee microfoons werken. Ik heb mijn eigen exemplaar en voor de coureurs is een aparte microfoon klaargezet. In principe staan beide microfoons altijd open en luisteren de redacteuren in Hilversum rechtstreeks mee. Zij gebruiken stukjes uit de interviews voor social media en dergelijke. In Spa stond ik even met Lando Norris te praten voor het eigenlijke interview begon. Ik meende gehoord te hebben dat hij Esteban Ocon een ‘French fuck’ had genoemd over de boordradio. Precies op het moment dat ik Norris vroeg wat die ‘French fuck’ dan had gedaan liep Ocon achter hem langs. Hij knipoogde nog naar me, want ik ken zowel Ocon als Norris heel goed. Ik kwam regelmatig met mijn zoon op de kartbaan waar zij als tienjarige jochies rondreden. We maken dan ook regelmatig flauwe grappen tegen elkaar. Esteban Ocon gaf me bijvoorbeeld een keer een flinke duw toen ik langsliep en zei: ‘Ja, dat doen al die Nederlanders hè? Mensen duwen.’ Hij refereerde daarmee aan het akkefietje tussen hemzelf en Max in de pitbox na afloop van de Grand Prix van Amerika. Als een interview begint is het echter voor iedereen duidelijk dat het even gedaan is met de grappen.

Maar wat denk je? In Hilversum werd precies dat korte fragment dat helemaal niet bedoeld was voor de uitzending gebruikt voor social media. Mijn uitspraak over die French fuck werd zo online gegooid, waarna Renault helemaal over de zeik was. Ik heb natuurlijk meteen mijn excuses aangeboden aan Esteban Ocon. Ook postte ik een tweet om uit te leggen dat het niet mijn bedoeling was om iemand te beledigen.

De boel ontspoorde volledig, en dat allemaal door een fragment dat nooit op zender te horen had moeten zijn. Ik werd gebeld door de bazen uit Hilversum, die weer gebeld waren door het FOM met de boodschap dat dit soort dingen echt niet konden. Ook Renault kondigde aan me wel even op het matje te zullen roepen. Gelukkig hebben ze in Hilversum kunnen voorkomen dat het verder uit de hand liep. En mijn baas Will Moerer heeft het met veel lef voor me opgenomen, dat vond ik echt heel tof! Wat betreft de ‘French fuck’: sorry, ik had het niet moeten doen, maar uiteindelijk is het toch gebeurd.

Bestel het boek nu en hij ligt voor de kerstdagen bij je in de bus!

Jack Plooij, boek, In de pits gebeurt altijd iets

Jack Plooij, boek, In de pits gebeurt altijd iets

gedeeld
reacties
Hamilton terug na negatieve coronatest, Russell weer naar Williams

Vorig artikel

Hamilton terug na negatieve coronatest, Russell weer naar Williams

Volgend artikel

Bottas zelfkritisch na povere Grands Prix: "Moet het beter doen"

Bottas zelfkritisch na povere Grands Prix: "Moet het beter doen"
Laad reacties