Jack Plooij: “Ben hier niet om Villeneuve het vel over de neus te trekken”

37,040 Weergaven

Een topcoureur voor je microfoon krijgen maar hem geen enkele vraag stellen. Gewoon om te kijken hoe hij reageert. Geen enkele Formule 1-reporter zou het in zijn hoofd halen. Behalve Jack Plooij. Motorsport.com sprak met hem.

De topcoureur in kwestie was Nico Rosberg. De Mercedes-coureur verscheen na de gewonnen race in Azerbeidzjan voor de camera van Ziggo Sport, waarna Plooij de microfoon naar de latere wereldkampioen richtte maar geen enkele vraag op hem afvuurde. De Duitser keek de pitreporter argwanend aan en besloot na een paar seconden stilte zichzelf maar te interviewen, wat tot grote hilariteit leidde bij het vierkantje, zoals de plek in de paddock waar de coureurs zich na de kwalificatie en race verzamelen voor de televisie-interviews, ook wel wordt genoemd.

“Het is elkaar een beetje in de maling nemen”, licht Plooij het moment toe. “Ik had nooit verwacht dat Nico Rosberg zo’n grappig mannetje zou zijn. Hij pakte de microfoon van me af en zei: ‘Joh, ik weet toch wel wat je gaat vragen, laat mij maar vast de antwoorden geven’. Dat vind ik geweldig. En dan drinken we ’s avonds nog een bakje koffie met elkaar en hebben we het daar nog even over.” Het dolletje met Rosberg is illustratief voor hoe Plooij zijn werk als pitreporter benadert. “Ik ben gewoon fan. Dat is mijn insteek. Ik ben hier niet om Jacques Villeneuve het vel over de neus te trekken en maar door te blijven zeuren over één onderwerp. Ik ben geen journalist die telkens weer het onderste uit de kan wil. Nee, ik mag graag denken namens de fans die thuis op de bank zitten. Als Nico Rosberg of Lewis Hamilton bij me staat, probeer ik me altijd in te beelden wat zij nou graag van hen zouden willen weten."

 

Deze aanpak zorgt ervoor dat coureurs voor de camera van Ziggo Sport vaak meer relaxed overkomen, dan bijvoorbeeld bij Sky Sports of Channel 4, waar het er meestal vrij serieus aan toe gaat. “Ik vind het leuk om Lewis ontspannen te laten zien aan de fans. Dat is gewoon een fantastische gast”, zegt Plooij. “Ik vind hem echt briljant. Misschien klink ik nu als een oude lul, maar ik denk dat de sport juist dit soort karakters nodig heeft. Een mooie gouden ketting om de nek, een apart kapsel, oorbelletjes in en ondertussen golfballen uit een helikopter slaan. Ik vind dat mooi. Dat heeft de sport nodig, dit soort maffe, leuke en gekke typetjes.” Verstappen is wat dat betreft ook een aanwinst voor de Formule 1, meent Plooij. “Hij is ook wel een beetje apart. Max heeft een beetje een harde kop. Hij denkt alleen maar aan 'winnen, winnen, winnen'. Er hangt niets anders boven zijn bed dan het woord: ‘winnen’. Het eerste waaraan hij denkt als hij 's ochtends wakker wordt, is ‘winnen’. Dat leidt soms tot grappige uitspraken. Al het andere is in zijn ogen niet belangrijk, het gaat bij hem alleen maar om winnen.”

'Serieuze shit'

Plooij maakte een jaar geleden in Australië zijn rentree als pitreporter bij de Formule 1, nadat hij deze rol eerder van 2001 tot en met 2006 al had vervuld bij RTL en SBS. Toen Ziggo Sport hem in het najaar van 2015 vroeg of hij interesse had om weer als pitreporter naar de races te gaan, dacht hij eerst dat iemand een grapje met hem uithaalde. Plooij: “Ik was bij een congres in Göteborg en zat buiten op het terras aan een bakje koffie. Mijn telefoon ging en het was een onbekend nummer. Anonieme bellers neem ik sowieso niet op, maar ik zag dat het een nummer uit Amsterdam was. Dus ik dacht: ‘Weet je wat, ik neem wel even op’. Het was de productiemaatschappij die vroeg of ik misschien mee wilde naar de laatste twee races van het seizoen om een paar interviews te maken. Ik gaf heel serieus antwoord: ‘Dat kan altijd, stuur me maar een mailtje en dan reageer ik wel’. Maar ondertussen dacht ik bij mezelf: ‘Ik word hier vreselijk in de maling genomen’. Nadat ik de verbinding had verbroken, keek ik om mij heen om te zien of er niet iemand op een afstandje naar me stond te kijken om te zien hoe ik zou reageren. Vervolgens kreeg ik die mail binnen en bleek het dus gewoon echt serieuze shit te zijn. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om het eind 2015 niet te doen, omdat het toch wel een beetje lastig was met de verbindingen, die je lang van tevoren aan moet vragen. Dat bleek allemaal nog best gecompliceerd. Maar uiteindelijk kwam dus wel de vraag of ik weer pitreporter wilde worden."

 

Plooij sprak in de tussenliggende jaren commentator Olav Mol nog regelmatig. “Mijn huis in Spanje staat ongeveer vijfhonderd meter van zijn huis. Dus als ik in Spanje was, deden we altijd samen gezellig een bakje koffie. Ik was daardoor erg goed op de hoogte van hoe het ging en hoe Olav het allemaal in zijn eentje moest zien te redden. Natuurlijk wist ik dat als er weer genoeg budget zou komen, ik wel een kans maakte om weer mee te gaan. Maar heel serieus had ik daar eigenlijk nog niet over nagedacht, want veel belangrijker was dat er eerst weer een cameraman mee zou gaan." Mol deed in voorgaande jaren veel camerawerk zelf of schakelde daarvoor fotograaf Peter van Egmond in. Plooij: "Ik dacht dat het meer in fases zou gaan. Dus eerst een cameraman, vervolgens een producent en daarna een pitreporter. Maar toen kwam de aap uit de mouw: Ziggo wilde dat ik ook de productie ging doen, dus ervoor zorgen dat alle spullen op tijd op het circuit zijn, interviews aanvragen en hotelkamers en vluchten boeken. De opdracht was verder om als pitreporter alleen een quote bij Max te halen na de kwalificatie en race. Ze dachten bij Ziggo dat het me niet zou lukken om nog meer te doen. Maar we zijn een team: de cameraman, Olav en ik. We doen alles samen, dus er bleef veel tijd over. Die andere interviews besloten we er dus gewoon maar bij te pakken.” Plooij zegt veel leuke reacties te hebben gekregen op zijn terugkeer. “De meest grappige reactie was wel die van oud-coureur Rubens Barrichello. Hij zei: ‘Ik dacht dat je dood was!’ Maar wel met een knipoog, hè. Daar moest ik wel hard om lachen. Van die etterige opmerkingen heb je ook wel in de Formule 1.”

'What the fuck gebeurt hier?'

Een van de dingen die Plooij nog het meeste is bijgebleven van zijn eerste stint als pitreporter in de Formule 1, is een akkefietje met zevenvoudig wereldkampioen Michael Schumacher - die vandaag 48 is geworden - bij de Grand Prix van Brazilië. “Hij sloeg een keer de microfoon uit mijn hand. Daar was ik wel een beetje gepikeerd over, want zoiets doe je niet. Maar goed, het kan gebeuren in de 'heat of the moment'. Hij was teleurgesteld na een race en ik was als eerste bij hem. Ik vroeg nog netjes: ‘Darf ich Sie was fragen?’. Hij zei geen nee en als je bij mij geen nee zegt, is het ja. Dus ik roep naar Olav: ‘Kom maar door, want ik sta bij Schumacher’. En Olav zegt: ‘Kom er maar in, Jack’. Ik had met Michael afgesproken: privé spreken we Duits, maar voor televisie praten we Engels. Dus ik zei tegen hem: “Michael, tell us what happened?” En hij sloeg zo de microfoon uit mijn hand. Ik dacht bij mezelf: 'Krijg nou wat!' Dus ik pakte mijn microfoon op en zei tegen Olav: ‘Sorry, dat was niet helemaal het goede moment, geloof ik’."

 

Plooij werd dezelfde dag nog op het matje geroepen door Ferrari. "Ik kreeg te horen dat ik bij de volgende race op donderdag om vijf uur bij de mediatrailer moest komen omdat Schumacher even met me wilde praten. Dat waren geen leuke twee weken kan ik je vertellen. Je gaat na de race naar huis, terwijl er van alles door je hoofd gaat. Wat gaat er gebeuren? Word ik verbannen? Mag ik nooit meer een interview maken met Schumacher? Dan verpest ik het wel voor mijn werkgever. Het zat me niet lekker. Dus ik kwam die donderdag op het circuit en meldde me om vijf uur bij de motorhome. Lieten ze me vervolgens 2,5 uur lang op een stoel zitten. Toen kwam het bericht dat ik naar boven mocht. Dus ik liep de trap op en het kantoor van Schumacher binnen. Hij zat daar in de verte met wat mensen van Ferrari om hem heen. Ik liep op hem af en zei: ‘Waar haal jij het lef vandaan om mij hier beneden 2,5 uur te laten wachten? Wie denk je wel niet dat je bent!’ Al die mensen van Ferrari hadden zoiets van: ‘What the fuck gebeurt hier!’ Iedereen kwam daar natuurlijk altijd knielend binnen. Maar ik dacht: ‘Ben je nou helemaal besodemieterd. Mij 2,5 uur laten wachten om mij een standje te geven?’"

Tot Plooij zijn grote verbazing barstte Schumacher in lachen uit. "Hij zei: ‘Ik dacht al wel dat je zo zou reageren! Geweldig! Ga zitten! We moeten het nog even ergens over hebben.’ Ik zei: ‘Waar moeten we het over hebben?’ Hij: ‘Ja, dat gezeik met dat ding’. Ik: ‘Dat was helemaal geen gezeik. Ik vroeg of ik je iets mocht vragen. Dan had je gewoon nee moeten zeggen.’ Hij: ‘Maar ik zei nee.’ Ik: “Dat zei je niet. Het is begrijpelijk dat je teleurgesteld was en dat je niet met me wilde praten, maar had dat dan gewoon gezegd of had me weggeduwd.’ Vervolgens begon hij wat te ratelen. Ik: ‘Hoor ik daar een sorry?’ Maar zo ver ging de grote meester niet. Hij zei: ‘Prima, neem een bakje koffie’. Ik: ‘Nee, ik neem geen koffie. Ik ben hier helemaal klaar mee.’ En ik was weer weg. Toen ik beneden was, dacht ik: ‘Shit, wat heb ik gedaan!'"

 

De volgende dag deed Schumacher zijn interviews achter de pitbox van Ferrari. Plooij: "Daar stonden wij met onze camera tussen alle andere verslaggevers te wachten. Normaal ging hij altijd eerst naar de Duitsers, die hij vijf minuten lang te woord stond. En dan kwam hij naar de Engelstalige pers en zei hij meestal: 'Only one question'. Als je dan net verkeerd staat, ben je gewoon de pisang. We stonden daar de volgende dag dus te wachten met de camera nog op de grond, want we waren voorlopig toch nog niet aan de beurt. Maar hij kwam de garage uitgelopen, keek naar links, keek naar rechts, zag mij staan en liep met zijn persdame recht op mij af en zei: ‘Vandaag beginnen we bij Jack!’"

"Maar wij stonden dus helemaal niet klaar! En al mijn collega’s om mij heen hadden zoiets van: ‘Wat gebeurt hier nou weer!’ De Duitsers waren helemaal in paniek", vertelt Plooij lachend. "Maar hij bleef gewoon staan. Dus de cameraman nam de camera op zijn schouder en ik pakte de microfoon. En toen dacht ik bij mezelf: 'Oh shit, wat moest ik hem ook alweer vragen?' Dus ik pakte gauw mijn boekje erbij, waar ik nerveus doorheen begon te bladeren. Ik was een beetje aan het stuntelen, maar hij zei: ‘Doe rustig aan, we hebben alle tijd’. Na even zoeken zei ik: ‘In de derde ronde had je dit en in de vierde ronde gebeurde dat.’ Vervolgens ging hij echt een beetje op zijn troon staan en zei hij: ‘Kijk, dames en heren, dat is nou een gast die zijn zaken goed heeft voorbereid. Dat vind ik nou een goede vraag’. En vervolgens gaf hij een briljant antwoord. En zo gaat het nog steeds hoor. Als je je een keer vergist of je zegt iets verkeerd tegen iemand, dan ga je gewoon terug om sorry te zeggen en vraag je of het even opnieuw kan. Alles kan hier. Men heeft het altijd over alle glitter en glamour, maar ik vind het hier gewoon gezellig."

Volg Jack Plooij op Twitter: @jackontracks

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Artikel type Interview
Tags jack plooij, ziggo sport