In beeld: Wereldkampioenen in de laatste wedstrijd

In totaal werden 27 wereldtitels in de Formule 1 bekend na de allerlaatste wedstrijd van het seizoen. Een overzicht van Giuseppe Farina in 1950 tot Lewis Hamilton in 2014.

1950: Giuseppe Farina, de eerste wereldkampioen

1950: Giuseppe Farina, de eerste wereldkampioen
1/27

Het eerste kampioenschap Formule 1 werd in de laatste van zeven races beslist. Het trio van het machtige Alfa Romeo, Giuseppe Farina (22 punten), Juan Manuel Fangio (26) en Luigi Fagioli (24), trok naar Monza me titelkansen met een heel ander puntensysteem dan nu (8,6,4,3,2 en een punt voor de snelste ronde). Farina reed 78 van de 80 ronden aan de leiding. Een probleem aan de versnellingsbak voor Fangio en een derde plaats van Fagioli ware voldoende voor Farina. De man uit Turijn werd dicht bij huis de eerste wereldkampioen van de Formule 1.

Photo by: LAT Images

1951: Juan Manuel Fangio met de eerste van vijf

1951: Juan Manuel Fangio met de eerste van vijf
2/27

Ondanks een opgave van Fangio in Monza behield de Argentijn nog twee punten voorsprong op Alberto Ascari en zes punten op José Froilan Gonzalez voor de slotrace in Barcelona op het stratencircuit van Pedralbes. Ascari vertrok van pole, maar Fangio domineerde de race en werd voor de eerste keer wereldkampioen.

Photo by: LAT Images

1956: Fangio krijgt hulp van Collins

1956: Fangio krijgt hulp van Collins
3/27

De vijfde titel van Fangio was ook bijzonder. Fangio, Peter Collins, Stirling Moss en Jean Behra (de drie eersten staan op de foto) hebben allemaal nog een kans om op Monza kampioen te worden. Moss domineert van bij de start in zijn Maserati 250F. Fangio krijgt mechanische pech en moet uit zijn Ferrari stappen. Het team vraagt daarop Luigi Musso om te stoppen, maar die weigert dat. Peter Collins, die zelf de titel had kunnen winnen, stopte wel. "Stap maar in, maestro. Ik ben nog jong en heb genoeg tijd om titels te winnen", zei de jonge Collins. Fangio en Enzo Ferrari waren tot tranen toe bewogen door dit grootse gebaar van de Engelsman. Titels zou hij nooit winnen, want twee jaar later kwam hij jammerlijk om het leven in de GP van Duitsland.

Photo by: LAT Images

1958: Mike Hawthorn, de eerste Britse kampioen

1958: Mike Hawthorn, de eerste Britse kampioen
4/27

Mike Hawthorn, de boezemvriend van Collins, doet dat wel. Voor de laatste grand prix van het seizoen 1958, die van Marokko, telt Hawthorn (Ferrari) acht punten voorsprong op Stirling Moss (Vanwall). Moss gaat er bij de start vandoor, terwijl Hawthorn onder druk komt te staan van Tony Brooks, de ploegmaat van Moss. Moss kan alleen maar kampioen worden door te winnen en de snelste wedstrijdronde neer te zetten, terwijl Hawthorn derde of lager eindigt. Phil Hill krijgt echter orders van de pitbox om Hawthorn door te laten voor de tweede plaats. Hawthorn is kampioen en kondigt enkele dagen later, nog steeds geschokt door het dodelijk ongeval van Peter Collins, zijn afscheid aan. Drie maanden later komt hij om het leven bij een verkeersongeval.

Photo by: LAT Images

1959: Jack Brabham duwt zijn Cooper-Climax naar de titel

1959: Jack Brabham duwt zijn Cooper-Climax naar de titel
5/27

Jack Brabham, Stirling Moss en Tony Brooks trekken een jaar later met titelkansen naar Sebring. Brabham haalt Moss in de zesde ronde in en blijft tot het einde aan de leiding, tot hij wordt ingehaald door ploegmaat Bruce McLaren en Maurice Trintignant. De Australiër komt zonder benzine te zitten en moet zijn Cooper over de streep duwen. Brooks haalde hem nog in, maar toch had Brabham nog vier punten voorsprong.

Photo by: Hazel PR

1964: John Surtees versus Hill en Clark

1964: John Surtees versus Hill en Clark
6/27

Surtees (Ferrari), Graham Hill (BRM) en James Clark (Lotus) vechten om de titel in Mexico. Clark moet winnen en hopen dat zijn collega's geen punten pakken. Clark behoudt de leiding tot op twee ronden van het einde. Surtees en Hull liggen aanvankelijk 13de en 10de, met motorproblemen voor de Ferrari van Surtees. Die problemen lossen zichzelf op, zodat de Brit naar de vierde plaats kan oprukken. Dat is geen probleem voor Clark, tot hij olie begint te verliezen in de laatste twee ronden en moet opgeven. Surtees heeft een tweede plaats nodig om Hill in te halen in de stand en kampioen te worden. Met de hulp van Lorenzo Bandini, die Surtees laat passeren in de laatste ronde, lukt dat ook.

Photo by: LAT Images

1967: Denny Hulme volgt Brabham op, met Brabham

1967: Denny Hulme volgt Brabham op, met Brabham
7/27

Nieuw-Zeelander Denny Hulme was de tweede rijder bij het team van Jack Brabham na de Australiër zelf. In de laatste wedstrijd in Mexico vertrokken de twee als eerste twee in de titelstrijd vanop de plaatsen vijf en zes. Brabham rukte op naar de tweede plaats, maar Hulme had voldoende aan de derde plaats en hield zijn chef zo van zijn vierde wereldtitel.

Photo by: LAT Images

1968: Graham Hill pakt zijn tweede

1968: Graham Hill pakt zijn tweede
8/27

Drie titelkandidaten in de laatste race van 1968: Hill (Lotus, 39 punten), Jackie Stewart (Matra, 36) en Hulme (McLaren, 33). Hill start als beste, maar Stewart passeert hem, maar Hill pakt zijn leiding snel terug. Hulme zal zichzelf niet opvolgen door een kapotte ophanging. Een motorprobleem slaat Stewart terug tot de zevende plaats, zodat Hill zijn tweede titel kan vieren.

Photo by: LAT Images

1974: De tweede van Fittipaldi

1974: De tweede van Fittipaldi
9/27

Clay Regazzoni (Ferrari, 52 punten), Emerson Fittipaldi (McLaren, 52) en Jody Scheckter (Tyrrell, 45) zijn op de afspraak in Watkins Glen voor de titelfinale. Ze starten alledrie op de derde startrij met Carlos Reutemann op pole. Regazzoni kreeg meteen problemen met zijn Ferrari en Fittipaldi geeft op. Scheckter kan dus nog de titel pakken, maar krijgt zelf problemen met zijn Tyrell. Fittipaldi pakt zijn tweede titel zonder op het podium te verschijnen.

1976: De legende van Hunt

1976: De legende van Hunt
10/27

Het seizoen 1976 kreeg wellicht een van de beroemdste finales ooit, mede dankzij de film Rush van Ron Howard. 1976 is het jaar van de crash van Niki Lauda op de Nürburgring. Lauda kwam wonderwel snel terug en betwiste de titel met James Hunt, die op een doorweekt Fuji de zege pakt. Een moedige Niki Lauda zet zijn wagen aan de kant.

Photo by: LAT Images

1981: Nelson Piquet op de valreep

1981: Nelson Piquet op de valreep
11/27

Carlos Reutemann (Williams, 49 punten), Nelson Piquet (Brabham, 48) en Jacques Laffite (Ligier, 43) hebben een afspraak met de geschiedenis ... op de parkeerplaats van Caesar's Palace in Las Vegas. Reutemann vertrok op de pole, maar verloor positie na positie. Zijn beide rivalen hadden hem in ronde 18 al te pakken. De Argentijn eindigde uiteindelijk buiten de punten, Piquet had genoeg aan een vijfde plaats om de wereldtitel met een punt voorsprong op zak te steken.

Photo by: Williams F1

1982: Keke Rosberg viert titel met Diana Ross

1982: Keke Rosberg viert titel met Diana Ross
12/27

Keke Rosberg (Williams, 42 punten) komt naar Las Vegas met een voorsprong op Didier Pironi, maar die komt sinds zijn verschrikkelijke ongeval in Duitsland niet meer in actie. John Watson (McLaren, 33) heeft als derde nog een kleine kans op de titel. Watson komt niet verder dan de tweede plaats achter een verrassend sterke Michele Alboreto. Rosberg beperkt de schade met een vijfde plaats, ruim genoeg voor zijn eerste en enige wereldtitel.

Photo by: LAT Images

1983: De tweede van Piquet

1983: De tweede van Piquet
13/27

Alain Prost (Renault, 57 punten), Nelson Piquet (Brabham, 55) en René Arnoux (Ferrari, 49) landen in het Zuid-Afrikaanse Kyalami met een kans om wereldkampioen te worden. Tambay (Ferrari) en Piquet vertrekken op kop, gevolgd door Prost. Laatstgenoemde verdwijnt uit de wedstrijd met een stukke turbo, net zoals Arnoux. De enige hoop van Renault is dat ook Piquet de strijd moet staken, maar dat gebeurt niet. Met een tweede plaats in hij zeker van zijn tweede titel.

Photo by: BMW AG

1984: De eerste titel van McLaren beslist door een half punt

1984: De eerste titel van McLaren beslist door een half punt
14/27

McLaren-duo Lauda (66 punten) en Prost (62,5) maken op Estoril onder hun tweetjes uit wie wereldkampioen wordt met de dominante MP4/2. De Oostenrijker start pas als elfde en Prost als tweede. In de negende ronde grijpt de Fransman de macht, terwijl Lauda als een bezetene posities probeert goed te maken. Dat lukt ook en hij rukt in de 33ste ronde op naar de derde plaats. De titel wordt beslist door remproblemen van Nigel Mansell, die moet opgeven. Lauda schuift op naar de tweede plaats en behaalt zo genoeg punten om de titel te pakken met een half punt voorsprong op Prost.

Photo by: LAT Images

1986: Pros profiteert van drama Mansell

1986: Pros profiteert van drama Mansell
15/27

Niguel Mansell (Williams, 70 punten), Prost (McLaren, 64) en Piquet (Williams, 63) hebben in het Australische Adelaide alledrie nog een kans op de titel. Het Williams-duo start op de eerste rij, gevolgd door Prost en diens toekomstige ploegmaat Ayrton Senna. Piquet komt als eerste door na een ronde, maar in de zevende ronde neemt een oprukkende Rosberg de leiding over. Die moet zijn laatste Grand Prix echter staken en zo komen Prost, Piquet en Mansell in de top-drie terecht. Dat is voldoende voor Mansell om de titel te pakken, maar een ronde later slaat het noodlot toe. Een van zijn banden ontploft en zo ziet hij zijn titeldroom uit elkaar spatten. Prost rijdt naar de zege en pakt zo zijn tweede titel.

Photo by: LAT Images

1994: Het begin van het Schumacher-tijdperk

1994: Het begin van het Schumacher-tijdperk
16/27

Michael Schumacher (Benetton, 92 punten) en Damon Hill (Williams, 91) komen aan in Adelaide voor een flinke eindstrijd. Schumacher had zes van de eerste zeven races gewonnen, maar kreeg daarna een diskwalificatie voor een inbreuk tegen het technische reglement in Spa en twee wedstrijden schorsing voor het niet respecteren van een zwarte vlag op Silverstone. Daardoor kwam Hill nog helemaal terug. Schumacher vertrekt als tweede voor Hill. In de 35ste ronde gebeurt het: Schumacher maakt een foutje en gaat wijd. Hill haalt de Duitser in, maar die doet de deur dicht. De twee maken contact, waarbij Schumacher bijna over de kop gaat. De twee liggen allebei uit de wedstrijd, zodat Schumacher toch kampioen is.

Photo by: XPB Images

1996: Driemaal is scheepsrecht voor Hill

1996: Driemaal is scheepsrecht voor Hill
17/27

Twee jaar later, na een nieuwe nederlaag in 1995, is het dan toch raak voor Damon Hill. Hill komt op Suzuka aan met een ruime voorsprong van negen punten op ploegmaat Jacques Villeneuve. De Canadese rookie moet dus al winnen zonder dat Hill in de punten eindigt. Bij een gelijke stand gaat de titel ook naar de Brit, Villeneuve scoort de pole, maar valt terug tot de zesde plaats bij de start en kan geen vuist meer maken tegen Hill, die de wedstrijd domineert. Een opgave van Villeneuve iets na halfkoers is het helemaal afgelopen. Damon Hill is net zoals zijn vader wereldkampioen.

Photo by: Renault

1997: Villeneuve in zijn tweede jaar

1997: Villeneuve in zijn tweede jaar
18/27

Hill trekt verrassend naar Arrows. Schumacher (Ferrari, 78) en Villeneuve (Williams, 77) vechten de titelstrijd onder elkaar uit in het Spaanse Jerez. Het scenario van Adelaide 1994 voltrekt zich gewoon opnieuw. Villeneuve passeert Schumacher, maar die gooit de deur helemaal dicht en maakt contact met de Williams. Schumacher is ter plekke uitgeschakeld, terwijl Villeneuve in tegenstelling tot Hill het wel nog redt tot de finish. Hij moet McLaren-duo Hakkinen en Coulthard laten passeren, maar heeft genoeg aan een derde plaats om zijn eerste en enige titel te pakken. Dat was de eerste overwinning van Hakkinen, die aan een succesvol tijdperk zou beginnen. Villeneuve zou nooit meer een overwinning behalen in de F1. Schumacher kwam deze keer niet weg met zijn actie op de Williams. Hij verloor al zijn punten in de WK-stand.

Photo by: Renault

1998: Hakkinen klopt Schumi

1998: Hakkinen klopt Schumi
19/27

Met nog twee races te gaan stonden ze gelijk, maar na de voorlaatste wedstrijd op de Nürburgring ging Mika Hakkinen (McLaren, 90 punten) met vier punten bonus op Schumacher (Ferrari, 86) naar Suzuka, zoals vaak het toneel van de beslissende wedstrijd. Een klassiek titelduel krijgen we in Japan niet. Schumacher valt stil op de grid en moet later opgeven met een ontplofte band. Hakkinen neemt zijn eerste van twee wereldtitels in stijl met een overtuigende zege.

Photo by: LAT Images

1999: De dubbel van Mika Hakkinen

1999: De dubbel van Mika Hakkinen
20/27

Een jaar later trekt Hakkinen weer als leider naar Suzuka. Deze keer is niet Schumacher zijn belager. Die moet een deel van het seizoen missen met een beenbreuk. Diens teamgenoot Eddie Irvine heeft wel een erg sterk seizoen en kan in Japan Hakkinen nog van een tweede titel houden. Schumacher vertrekt in Japan vanaf pole voor Hakkinen, terwijl de Noord-Ier pas op plaats vijf mag vertrekken. Hakkinen neemt het commando over, terwijl Irvine tijd verliest achter Panis en Coulthard. Hakkinen wint voor Schumacher en Irvine en pakt zo zijn tweede titel met twee punten voorsprong op Irvine.

Photo by: LAT Images

2003: Schumacher voorbij Fangio

2003: Schumacher voorbij Fangio
21/27

In 2003 komt vijfvoudig kampioen Schumacher in Japan aan met 9 punten voorsprong op de jonge Kimi Raikkonen, die sterk presteert in zijn tweede jaar bij McLaren. Op een gekke startgrid staat Kimi achtste en Schumacher 14de. Kimi moet winnen zonder punten voor Schumacher, maar wordt van de zege gehouden door de uitstekende luitenant van Schumacher: Rubens Barrichello. Ongeacht het resultaat van de Fin heeft Schumacher aan een achtste plaats genoeg. Na contact met Sato en een kapotte voorvleugel, lijkt dat een moeilijke opdracht te worden, maar Schumacher pakt toch nog de achtste plaats. Met zijn zesde wereldtitel is Schumacher de succesvolste F1-rijder aller tijden.

2006: Twee keer Alonso

2006: Twee keer Alonso
22/27

In 2005 greep de jonge Fernando Alonso de macht met Renault. Een jaar later is de titelstrijd een stuk spannender wanneer Ferrari betere Bridgestone-banden heeft gekregen. In de titelrace van Brazilië, de laatste wedstrijd van Schumacher, laat de Duitser zijn klasse nog eens zien. Hij valt van de tiende plaats terug naar de staart van het veld door een lekke band, om dan nog helemaal op te rukken naar de vierde plaats. Voor de titel komt hij te laat. Fernando Alonso heeft aan een tweede plaats genoeg om zijn tweede kroon te grijpen.

Photo by: LAT Images

2007: Raikkonen doet McLaren treuren

2007: Raikkonen doet McLaren treuren
23/27

In 2007 werd het dominante McLaren uit elkaar gerukt door de titelverdediger Fernando Alonso en zijn jonge uitdager Lewis Hamilton. Kimi Raikkonen profiteerde en pakte de titel met een puntje voorsprong op de twee.

Photo by: XPB Images

2008: Hamilton neemt wraak

2008: Hamilton neemt wraak
24/27

Alonso vertrok naar Renault en zou geen rol spelen in 2008. De weg lag open voor Lewis Hamilton. Na winst in China ging de Brit naar Brazilië met een voorsprong van zeven punten op Felipe Massa. De Braziliaan kon de titel winnen als hij de race won en Hamilton zesde of lager eindigde. Hamilton reed in de McLaren het grootste deel van de wedstrijd op de vierde plaats rond, maar door een late regenbui en een pitstop voor regenbanden viel hij terug naar de zesde plaats, terwijl Hamilton aan de leiding lag. Ferrari vierde de winst van de Braziliaan als een wereldtitel, maar in de laatste bocht ging Hamilton nog voorbij de Toyota van Timo Glock, die op een natte baan aan het schaatsen was op slicks. De vijfde plaats van Hamilton was voldoende voor zijn eerste titel. Ongezien drama in Sao Paulo!

Photo by: XPB Images

2010: Het begin van het Vettel-tijdperk

2010: Het begin van het Vettel-tijdperk
25/27

In 2010 wordt een nieuw puntensysteem geïntroduceerd met punten voor de top-tien. Na de zege van Sebastian Vettel in Brazilië heeft de jonge Duitser (Red Bull, 231) nog een titelkans tegen Alonso (Ferrari, 246) en Webber (Red Bull, 238). Zelfs nummer vier Hamilton (McLaren, 222) heeft nog een minieme kans. Vettel, Hamilton en Alonso staan op de eerste drie gridposities. In de 15de ronde maakt Ferrari een enorme blunder. Het brengt Alonso binnen om Webber af te schermen in plaats van leider Vettel. Alonso komt pas als 12de de baan op en geraakt 39 ronden lang maar niet voorbij de Renault van Petrov. Door zijn zevende plaats is de titel voor Vettel. De Duitser is de jongste wereldkampioen ooit.

Photo by: XPB Images

2012: De hattrick van Vettel en Red Bull

2012: De hattrick van Vettel en Red Bull
26/27

Dertien punten scheiden Sebastian Vettel en Fernando Alonso in Sao Paulo 2012. Alonso moet dus winnen met een vijfde plaats of erger voor Vettel. Vettel gaat in vierde bocht rond door contact met Bruno Senna en is op achtervolgen aangewezen, terwijl Alonso vijfde ligt. Alonso schuift op naar plaats twee, maar de zege is voor de McLaren van Jenson ButtonIn een wedstrijd waarin de posities voortdurend veranderen schuift Vettel uiteindelijk op naar de zesde plek. Dat is voldoende voor zijn derde titel. De Duitser heeft drie punten voorsprong op Alonso in de eindstand. Zo verliest Alonso voor de derde keer op zes jaar tijd de titel in de laatste wedstrijd.

Photo by: XPB Images

2014: Tweede kroon voor Hamilton

2014: Tweede kroon voor Hamilton
27/27

De laatste titel voor 2016 die in de laatste wedstrijd werd beslist ging ook tussen Lewis Hamilton en Nico Rosberg. Abu Dhabi 2014 was de race van de dubbele punten, een dubieus en eenmalig experiment om de spanning erin te houden. Hamilton vertrekt met 17 punten voorsprong op Rosberg in de dominante Mercedes. Rosberg vertrekt van pole, maar Hamilton pakt de leiding over en controleert de wedstrijd. In de 23ste ronde krijgt Rosberg bovendien een probleem met zijn hybridesysteem. Rosberg komt veel vermogen te kort en zakt naar een troosteloze 4de plaats. Hamilton pakt zijn tweede wereldtitel.

Photo by: XPB Images
Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Artikel type Toplijst
Tags abu dhabi, alonso, brabham, f1, f1 2016, fangio, farina, hawthorn, juan manuel fangio, lewis hamilton, nico rosberg, raikkonen, schumacher, villeneuve