In beeld: de 17 wereldtitels van McLaren onder Ron Dennis

Deze week is een einde gekomen aan een tijdperk. Na 35 jaar en 17 wereldtitels moet Ron Dennis vertrekken bij McLaren. Bekijk enkele hoogtepunten.

1963-1970

1963-1970
1/38

Ron Dennis werd geboren in Woking en studeerde mechanica om monteur te kunnen worden. Op zijn 18de ging hij aan de slag bij het F1-team van Cooper, waar hij samenwerkte met de jonge Jochen Rindt. Hij volgde de Oostenrijker naar Brabham, maar toen Rindt naar Lotus overstapte in 1969 bleef Dennis bij het team van de Australiër. Na diens pensioen besloten Dennis en Neil Trundle om een eigen team op te richten in de Formule 2: Rondel Racing.

Photo by: LAT Images

1980

1980
2/38

De ambitie van Ron Dennis was echter om terug te keren naar het allerhoogste niveau. Na de oliecrisis in 1973 richtte hij Project Four op, een project met de steun van tabaksreus Philip Morris (Marlboro). Zij namen in 1980 het roer over bij McLaren en contracteerden ontwerper John Barnard (links).

Photo by: LAT Images

1981

1981
3/38

De eerste wagen van Barnard werd bestuurd door John Watson (centraal) en Andrea de Cesaris.

Photo by: LAT Images

1981

1981
4/38

De Brit zorgde op Silverstone voor het eerste succes van de renstal op eigen bodem.

Photo by: LAT Images

1981

1981
5/38

Barnard zorgde voor een revolutie met de MP4/1, een afkorting van Marlboro Project Four, met het allereerste chassis gemaakt uit koolstofvezel.

Photo by: LAT Images

1982

1982
6/38

In 1982 vertrekt De Cesaris en komt de tweevoudige wereldkampioen Niki Lauda terug uit zijn pensioen.

Photo by: LAT Images

1982

1982
7/38

Met een ontwikkelde MP4/1B wint Lauda de derde race van het jaar in Long Beach. Ondanks een tweede zege in Groot-Brittannië mist hij de regelmaat om mee te doen voor de titel.

Photo by: LAT Images

1982

1982
8/38

John Watson pakt twee overwinningen in de eerste zeven wedstrijden, maar zakt dan terug en komt uiteindelijk te kort tegen Keke Rosberg. McLaren eindigt als tweede in het kampioenschap na Ferrari in een turbulent seizoen met onder andere de dood van Gilles Villeneuve en de zware blessure van Didier Pironi.

Photo by: LAT Images

1984

1984
9/38

Het jaar 1983 werd gedomineerd door de nieuwe turbomotoren. McLaren sprong later dat seizoen ook op de kar van de turbo met motoren ontworpen door Porsche en deed in 1984 een gooi naar beide kampioenschappen met Lauda en Alain Prost. McLaren pakt de dubbel, Lauda wint zijn derde wereldtitel.

Photo by: LAT Images

1985

1985
10/38

In 1985 werkt McLaren verder aan de MP4/2B, een evolutie van het succesvolle chassis van het jaar voordien. Prost pakt de macht over en wint vijf wedstrijden op 16. Dat volstaat voor zijn eerste titel.

Photo by: LAT Images

1985

1985
11/38

Niki Lauda nam in 1985 definitief afscheid van de Formule 1 met een 25ste en laatste overwinning op Zandvoort.

Photo by: LAT Images

1986

1986
12/38

In 1986 neemt de concurrentie toe. Williams pakt uit met een superieure Honda-motor en twee ervaren rijders in Nelson Piquet en Nigel Mansell, die negen van de 16 wedstrijden winnen.

Photo by: LAT Images

1986

1986
13/38

Williams pakt zo ruim de titel bij de constructeurs, maar Alain Prost kan nog net Nigel Mansell afhouden na een dramatische ontknoping in Adelaide. Geen eerste titel voor Mansell, maar wel een tweede voor Prost.

Photo by: LAT Images

1987

1987
14/38

In 1987 valt er echter niets te beginnen tegen Williams-Honda. Prost pakt drie zeges aan de zijde van ploegmaat Stefan Johansson, maar kijkt toe hoe Mansell en Piquet de titel onder elkaar uitvechten. Piquet pakt zijn derde titel. Het opkomende talent Ayrton Senna eindigt voor Prost op de derde plaats in de Lotus.

Photo by: LAT Images

1987

1987
15/38

Ron Dennis had begrepen dat Honda te motor was die McLaren nodig had en dus gaat hij in zee met de Japanse constructeur. Het einde van het TAG-Porsche-tijdperk.

Photo by: LAT Images

1988

1988
16/38

Voor seizoen 1988 rekruteert Ron Dennis supertalent Ayrton Senna op advies van Alain Prost. De wagen wordt ontworpen door Gordon Murray (links) en Steve Nichols. John Barnard stapt over naar Ferrari.

Photo by: LAT Images

1988

1988
17/38

Aan het stuur van de machtige McLaren MP4/4 laat Ayrton Senna zijn ongelooflijke talent zien. Met 13 pole-positions and acht overwinningen klopt hij ploegmaat Alain Prost voor de titel. McLaren wint slechts één wedstrijd niet. De Italiaanse GP op Monza gaat naar Ferrari met Gerhard Berger.

Photo by: LAT Images

1989

1989
18/38

Na een probleemloos 1988 slaat de sfeer bij het dreamteam helemaal om. Na een incident in San Marino loopt de relatie tussen Senna en Prost spaak en die zal nooit meer herstellen. Prost kondigt zijn vertrek naar Ferrari aan in 1990. In de afsluitende GP van Japan loopt het helemaal mis en rijden de twee elkaar aan. Prost wordt voor de derde kampioen, Senna is woedend.

Photo by: LAT Images

1990

1990
19/38

Ron Dennis trekt volop de kaart van Ayrton Senna. In 1990 nemen ze het tegen Prost en Ferrari op. Ferrari doet voor het eerst sinds lang mee voor de titel. Opnieuw loopt het mis in Suzuka. In de eerste bocht rijdt Senna zijn aartsrivaal van de baan. Daardoor liggen ze allebei uit de race en gaat de titel deze keer naar de Braziliaan, die zijn tweede kroon pakt.

Photo by: LAT Images

1991

1991
20/38

De MP4/6 voor 1991 is van de hand van Neil Oatley (witte hemd, rechts). De wagen is opnieuw top, wat van de Ferrari van Alain Prost niet kan gezegd worden. De grootste tegenstand komt van Nigel Mansell en Williams.

Photo by: LAT Images

1991

1991
21/38

Senna pakt zijn derde een laatste wereldtitel met Gerhard Berger als ploegmaat. McLaren grijpt de titel bij de constructeurs. Het team van Ron Dennis zal een tijdje moeten wachten voor het dat succes nog eens kan overdoen.

1992

1992
22/38

Het seizoen van 1992 luidt het einde in van de dominantie van McLaren. De MP4/7A is pas tegen de derde wedstrijd van het seizoen klaar en blijkt niet capabel om de waanzinnige Williams FW14B af te stoppen.

Photo by: LAT Images

1992

1992
23/38

Williams-Renault pakt de eerste constructeurstitel. De rijderstitel gaat (eindelijk) naar Nigel Mansell.

Photo by: LAT Images

1992

1992
24/38

Senna pakt "slechts" drie overwinningen, waarvan eentje in "zijn" Monaco. Dankzij twee zeges van Berger wordt McLaren alsnog tweede in het klassement voor het Benetton van Michael Schumacher.

Photo by: LAT Images

1993

1993
25/38

Door het vertrek van Honda heeft McLaren in 1993 een probleem. Ron Dennis slaagt er niet in om motoren van Renault te strikken en dus moet het team het doen met een Ford-Cosworth V8. De wagen is niet competitief, maar Senna weet toch het verschil te maken en wint vijf wedstrijden. De regenrace in Donington staat bekend als een van de beste prestaties aller tijden.

Photo by: LAT Images

1993

1993
26/38

Senna neemt afscheid van McLaren in schoonheid met een overwinning in zijn laatste wedstrijd in Adelaide. In 1994 trekt hij naar Williams.

Photo by: LAT Images

1994

1994
27/38

In 1994 probeert McLaren het met motoren van Peugeot, maar ook die zijn geen succes. Mika Hakkinen, die het jaar voordien Michael Andretti kwam vervangen tijdens het seizoen, rijdt zijn eerste volledige seizoen voor Ron Dennis.

1995

1995
28/38

In 1995 komt Mercedes aan boord met motoren ontworpen door het Engelse Ilmor. Het is het begin van een mooie samenwerking, maar de MP4/10 van dat jaar is niet goed genoeg om mee te strijden voor overwinningen. Het seizoen wordt ontsierd door een horrorcrash van Mika Hakkinen, die in Adelaide wonderwel aan de dood ontsnapt.

1995

1995
29/38

1995 is ook het jaar dat Nigel Mansell zijn comeback maakt in de F1 na zijn CART-titel. Na veel gesprekken stapt Mansell in bij McLaren, maar met Ron Dennis klikt het helemaal niet. Na enkele mislukte wedstrijden geeft Mansell het al op.

Photo by: LAT Images

1996

1996
30/38

Mika Hakkinen herstelt op tijd van zijn klapper in Australië en blijft aan boord in 1996. De Fin krijgt de Schot David Coulthard naast zich, die bij Williams plaats moest ruimen voor Jacques Villeneuve. De resultaten beginnen stilaan te beteren bij McLaren. De MP4/11 is goed voor zes podiumplaatsen en de vierde plaats bij de constructeurs.

Photo by: LAT Images

1997

1997
31/38

Coulthard wint in 1997 meteen de openingsrace in Melbourne. Hij en Hakkinen zouden allebei nog een wedstrijd op hun naam schrijven, maar Williams en Ferrari blijven te sterk.

Photo by: LAT Images

1998

1998
32/38

Het team van Ron Dennis wordt in 1997 opnieuw vierde, maar heeft wel de hoog aangeschreven ontwerper Adrian Newey weten strikken. Die was mee verantwoordelijk voor het succes van Williams.

Photo by: LAT Images

1998

1998
33/38

1998 draait uit op een tweestrijd tussen Hakkinen en de Ferrari van Michael Schumacher.

Photo by: LAT Images

1998

1998
34/38

Na zeven jaar is het in Suzuka eindelijk raak. McLaren pakt de titel bij de rijders én constructeurs.

Photo by: LAT Images

1999

1999
35/38

In 1999 is de wereldtitel opnieuw voor de Fin, maar Schumacher en Eddie Irvine bezorgen Ferrari de titel bij de constructeurs.

2000

2000
36/38

In 2000 leidt Mika Hakkinen het kampioenschap na de Belgische GP, maar Michael Schumacher eindigt sterk en pakt zijn eerste van vijf titels voor Ferrari.

Photo by: XPB Images

2000

2000
37/38

Ferrari pakt ook de titel bij de constructeurs, zodat McLaren naast de prijzen valt. Onder Ron Dennis zal het team daarna geen constructeurstitel meer behalen.

Photo by: XPB Images

2008

2008
38/38

Seizoen 2007 zou het begin van het einde betekenen voor Ron Dennis als teambaas van McLaren door onder andere de flinke ruzie tussen Fernando Alonso en rookie Lewis Hamilton en de gevolgen van spygate. Hamilton pakte in 2008 de wereldtitel bij de piloten in de laatste bocht van de Braziliaanse GP, maar winnen bij de constructeurs heeft McLaren sinds 1998 niet meer gedaan.

Photo by: XPB Images
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Teams McLaren
Artikel type Toplijst